Medisch, magisch, of iets in daar tussenin?

Een vijftiende-eeuwse medische almanak nader bekeken

Als iemand je zou vertellen dat hij je de nabije toekomst kon onthullen door te kijken naar de dag van de week waarop één januari zou vallen, zou je dat dan ‘magie’ noemen?1 Of wanneer een arts je zou vragen op welke dag van de maand je ziek geworden bent, om middels de kalender vast te kunnen stellen of je je ziekte zou overleven of niet, zou je hem nog serieus nemen? Wellicht zou je het eerder als onzin af willen doen. Hoewel de bovenstaande voorbeelden ons vandaag de dag vreemd aandoen, waren ze van groot belang voor de middeleeuwse geneeskunde. In dit korte artikel zal een medische almanak uit 1469 nader bekeken worden,2 om zo tot beter begrip te kunnen komen van de medische praktijk in de late Middeleeuwen.

Foto van het manuscript (Frank Bouman - British Library)
Foto van het manuscript (Frank Bouman – British Library)
Het manuscript (Cotton CH viii 26) dat aan de basis van dit onderzoek staat combineert verschillende geneeskundige theorieën die gedurende de gehele Middeleeuwen in gebruik waren. Onder andere de astronomische inzichten – gelijk aan de astrologie voor deze periode -, humoraal pathologie, aderlating, gebruik van de dierenriem, en christelijke feestdagen zijn in dit manuscript verwerkt. Tal van tabellen met daarin de fasen van de zon en de maan, diagrammen die tonen wanneer je wel en niet kan aderlaten en verschillende andere complexe schema’s en diagrammen verrijken dit manuscript.

Magie

Zoals zal blijken, waren de middeleeuwse geneeskunde en dat wat vandaag de dag als ‘magie’ bestempeld zou worden inherent met elkaar verbonden. Een onderscheid tussen geneeskundige handelingen als het zetten van botten of een uroscopie en meer ‘magische’ handelingen als astrologische observaties en het gebruik daarvan voor de gezondheid zou de middeleeuwse medicus niet hebben gemaakt. Opvallend genoeg zijn onderwerpen die als ‘magisch’ gezien werden door moderne historici in het verleden vaak afgedaan als ‘volks-’ of ‘bijgeloof’.3 In dit artikel zal duidelijk worden gemaakt dat zeker in geleerde kringen ‘magie’, of wat vandaag de dag als dusdanig bestempeld wordt, geheel bij de geleerde cultuur kon horen.

De twee hoofdvragen die als rode draad zullen fungeren, zijn wie een almanak als deze gebruikt zou hebben, en hoe deze precies gebruikt zal zijn. Was het manuscript typisch iets voor geleerde medici, of eerder een gebruiksvoorwerp voor ongeschoolde magiërs? Zoals genoemd waren ‘medisch’ en ‘magisch’ met elkaar verbonden, wat onderscheid maken lastig maakt. Toch zijn er aanknopingspunten te vinden die ons in de juiste richting zullen wijzen.

- advertentie -

In de eerste paragraaf zal de almanak geanalyseerd worden om vast te stellen wat de vorm, taal en inhoud ons kunnen vertellen over het beoogde gebruik van het manuscript. In de tweede paragraaf wordt gekeken wat voor kennis er nodig zou zijn geweest voor het gebruik, om vast te stellen of het inderdaad door een geschoolde, of juist ongeschoolde medicus gebruikt zou kunnen zijn.

Kalenderpagina in het werk (British Library)
Kalenderpagina in het werk (British Library)

Het manuscript

De almanak is hoogstwaarschijnlijk geschreven rond 1469, aangezien dit het eerste jaartal is dat voorkomt in de tabellen. Het grootste deel van de almanak wordt ingenomen door een kalender, met daarop zowel christelijke feestdagen, als planeetstanden en belangrijke waarden voor het lezen van astronomische gegevens. Vervolgens treffen we, in volgorde, een getekende zogeheten Zodiac man (uitleg volgt op pagina vijf en zes) met korte uitleg, uitleg bij de kalender en een diagram voor zons- en maansverduisteringen, een tabel met christelijke feestdagen, astronomische gegevens bij de dierenriem, een aderlatingsschema en een tabel met maanstonden.

Wat dit manuscript interessant maakt, is dat het een zogeheten ‘vouw-almanak’ is. Het perkament is éénmaal dubbelgevouwen, en vier keer gevouwen over de lengte. Dit is het soort manuscript dat een praktiserend medicus bij zich kon dragen en kon gebruiken tijdens zijn werk. De afmetingen van het perkament zijn 31 x 21.5 cm in opgevouwen staat, en 16 x 6 cm in gesloten staat. De folia zijn als een waaier aan elkaar genaaid aan de onderkant van elk blad. De praktische functie van dit manuscript maakt dat we hierdoor erg dicht bij de medische praktijk van de Middeleeuwen kunnen komen. Zoals Murray Jones terecht opmerkte in 1995, schrijvend over een vergelijkbaar manuscript, zijn dit soort teksten hiervoor onze enige bron.4

Latijn

Het eerste dat in het oog springt bij dit manuscript, is dat het volledig in het Latijn geschreven is. Dit soort medische almanakken waren buitengewoon populair in de late Middeleeuwen, en enorm breed verspreid.5 Alleen al in de zestiende eeuw werden er letterlijk honderdduizenden gemaakt.6 In de vijftiende eeuw was het echter al normaal geworden dat dit soort teksten in de volkstaal geschreven werden. Het feit dat het Latijn gebruikt is, zegt ons iets over het gebruik, of liever, de gebruiker. Deze was het Latijn waarschijnlijk machtig. Dit betekent dat de gebruiker van dit manuscript formele scholing genoten moet hebben.

In de late middeleeuwen kon medische kennis prima worden opgedaan door mee te lopen met een praktiserend medicus. Een jonge man zou in de leer treden bij een oudere ervaren medicus, om daar alle ervaring en kennis op te doen om zich later zelf als medicus te kunnen profileren. Vooral de lager geschoolde medici en barbiers, maar ook chirurgijns konden op deze wijze opgeleid worden.7 Het Latijn echter, kon in deze periode enkel via specifieke scholing opgedaan worden, en zulke scholing was niet voor iedereen weggelegd. Dit was duur en kostte veel tijd. De meeste geneeskundigen in deze periode beheersten geen Latijn, en vallen af als mogelijke gebruiker van dit manuscript.8 Het bovenstaande overwegend is een arts of chirurgijn de meest waarschijnlijke kandidaat voor deze almanak, hoewel artsen vaker dan chirurgijns bekend waren met Latijn. Medici met toegang tot universitair onderwijs, of überhaupt de financiële middelen om een opleiding te bekostigen. Er bestaat de mogelijkheid dat een ambitieuze, of pretentieuze barbier dit manuscript gebruikte, maar dat is dusdanig speculatief dat deze optie niet verder verkend wordt in dit artikel.

Problematisch aan de medische professie in deze periode is dat het een aantal zeer brede begrippen hanteerde. Het onderscheid tussen de kennis van een barbier, chirurgijn of arts was lang niet altijd zo rigide als wij geneigd zijn te denken. Er waren chirurgijns die het kennisniveau van artsen vér overtroffen, maar tevens chirurgijns die onderdeden voor barbiers met veel ervaring.9 Hierdoor is het lastig om enkel aan de hand van de inhoud vast te willen stellen voor wie dit manuscript bedoeld zou zijn geweest, en wie het gebruikt zou hebben.10 De gebruikte taal heeft ons echter juist getoond dat het een geneeskundige met vaardigheden in het Latijn betreft. Als we deze voorkennis met de inhoud combineren groeit onze argumentatiekracht.

Aderlaten, 1471 (wiki)
Aderlaten, 1471 (wiki)
Wat kan de inhoud ons dan aanreiken om verder te komen? Inhoudelijk is eerst de kalender van belang. Hier vinden we niet alleen de dagen van elke maand en de christelijke feestdagen daarbij, maar ook een groot scala aan astronomische gegevens. Onder andere treffen we de graden van de zon op bepaalde momenten van de dag aan, hoe planeten zich tot elkaar verhouden en de data waarop de tekens van de dierenriem elkaar opvolgen. Dit is een complex schema dat niet onderschat moet worden aangezien er een grote hoeveelheid voorkennis nodig is om deze informatie te kunnen interpreteren. Hoewel er geen volledige transcriptie van de kalender wordt gegeven, is het belangrijk om te weten dat het vol staat met informatie die gebruikt werd bij het behandelen van ziekten. Zo is het bijvoorbeeld van belang te weten welk dierenriemteken geldig is bij het behandelen van een patiënt, omdat aderlatingen stipt op de dierenriem afgestemd dienden te worden.

Elk schema uit deze almanak heeft zijn eigen functie en verhouding tot de geneeskunde. De centrale theorie die de schema’s bindt, is de humoraal fysiologie, en pathologie. De humoraal fysiologie is een geneeskundige theorie die gedurende de klassieke Oudheid, de Middeleeuwen én Vroegmoderne tijd is aangehouden. Binnen deze theorie ging men er van uit dat zich in elk schepsel vier vloeistoffen bevonden: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. Elke van deze vloeistoffen was verbonden aan een tweetal eigenschappen, bestaande uit combinaties van warm, koud, vochtig en droog. Op hun beurt waren deze eigenschappen terug te vinden in de vier elementen (water was bijvoorbeeld vochtig en koud, waar vuur warm en droog was), zodat alles op aarde was opgebouwd uit deze eigenschappen. Idealiter zouden de vier humorale vloeistoffen in perfecte balans moeten zijn. Dit was echter hypothetisch, want geen normale sterveling zou deze balans ooit daadwerkelijk bereiken. Een tekort aan, of teveel van één van de vloeistoffen maakte dat je lichaam uit balans was en ziek werd.11

Dit staat in verhouding tot geneeskunde via de planeten. De humoraal fysiologie zag namelijk een causaal verband tussen planeetstanden, en bepaalde humoren. De maan, beïnvloedde bijvoorbeeld niet alleen de zeeën met haar aantrekkingskracht, maar ook de vloeistoffen in ons lichaam.12 Hierom was het essentieel te weten welke planeetstanden er precies waren op het moment dat de patiënt ziek werd, én op het moment van behandelen. Dit veronachtzamen zou gemakkelijk en onnodig tot de dood van de patiënt kunnen leiden. Aderlating was een veelgebruikte manier om de humoren te beïnvloeden, vaak in combinatie met een specifiek dieet en leefwijze.

Zodiac Man in het manuscript (British Library)
Zodiac Man in het manuscript (British Library)

De Zodiac man en Aderlatingsman

Dit deel van de inhoud zou typisch door een chirurgijn of barbier kunnen zijn gebruikt. De arts hield zich meer bezig met het interne geneeswerk, waar de barbier en de chirurg zich met het externe bezighielden.13 Tot nu toe hebben we echter vastgesteld, aan de hand van het Latijn, dat een barbier niet de meest voor de hand liggende geneeskundige is voor dit manuscript. Een betere optie op dit moment is de chirurgijn of arts, omdat onze medicus het Latijn beheerste en dus formele scholing heeft genoten. Gebaseerd op het Latijn én de inhoud is de chirurgijn op dit moment de meest waarschijnlijke kandidaat.

De Zodiac man en Aderlatingsman, twee diagrammen die van essentieel belang waren voor de toepassing van aderlating, zijn eveneens van groot belang. Juist in deze twee diagrammen worden belangrijke argumenten gevonden voor de beantwoording van de hoofdvragen van dit artikel. Deze twee diagrammen zullen nader geanalyseerd worden om dichter tot een éénduidige conclusie te komen, zowel over de gebruiker als het gebruik.

In de eerste instantie lijkt het gebruik van de twee diagrammen vanzelfsprekend te zijn. De Zodiac man is een getekende man, met op de relevante plaatsen een tekening van een dier uit de dierenriem. Links en rechts van de tekening staan korte stukjes tekst waarin elk dierenriemteken specifieke toelichting krijgt. De Ram bijvoorbeeld, het eerstgenoemde teken, staat dat de medicus op moet passen met aderlating in het gezicht en de nek. Dus tijdens de tijd van Ram, in maart en april, is het niet veilig aders te laten in dat gebied. Zo krijgt elk teken een eigen toelichting. De Aderlatingsman werkt exact hetzelfde, alleen hier krijgen aders die voor aderlating gebruikt kunnen worden specifieke toelichting. De manier waarop deze twee diagrammen werden gebruikt lijkt dus gesneden koek. Toch zijn de twee tekeningen verraderlijk complex.

Aderlatingsman in het manuscript (British Library)
Aderlatingsman in het manuscript (British Library)

De instructies die bij Zodiac man en Aderlatingsman gegeven worden zijn, bij nadere beschouwing, erg vaag. Zodiac man geeft de lezer per dierenriemteken een paar aders waarmee opgepast moet worden, maar hij geeft niet aan waar deze zich in het lichaam bevinden. De tekening van Aderlatingsman is hier wat preciezer in, vanwege lijntjes die getrokken zijn van de naam van een ader in de uitleg links en rechts, naar de plek op het lichaam waar die ader zich ongeveer bevindt. Ook deze lijntjes helpen je echter niet echt verder, aangezien er bijvoorbeeld zes naar het midden van de arm gaan zonder specificatie. Met het zoeken van een specifieke ader zal je dus niet alleen op dit diagram kunnen varen. Dit kan twee dingen betekenen. Het zou kunnen betekenen dat het niet van groot belang was dat je precies de juiste ader liet, maar dat je op ongeveer de juiste plek aan de slag ging. Veel waarschijnlijker is het dat het betekent dat de medicus, die dit diagram gebruikt zou hebben, de juiste kennis al in huis had en dit diagram slechts als geheugensteun gebruikte.14

Vergelijkingen

Zoals gezegd waren dit soort medische almanakken enorm populair in de late middeleeuwen. Ter vergelijking kunnen we een aantal andere gelijksoortige almanakken uit dezelfde periode en hetzelfde gebied uit de British Library vergelijken met de almanak aan de basis van dit artikel. De British Library heeft een stevige collectie medische almanakken, die op belangrijke vlakken overeen komen maar ook van elkaar verschillen.15 MS 17358 bevat bijvoorbeeld een Bijbelse genealogie en geschiedenis, terwijl Harley MS 937 zich vooral op de fasen van de maan richt (in het Engels!). Sommige tonen Zodiac man, sommige tonen Aderlatingsman; en sommige tonen geen van beide. Hier zal de aandacht uitgaan naar die almanakken die wel een Zodiac en Aderlatingsman tonen.

Elke Zodiac man die aangetroffen wordt in één van de andere almanakken komt sterk overeen met die uit Cotton CH viii 26. De dierenriemtekens zijn op een afbeelding van het menselijk lichaam getekend, vergezeld van ongeveer vier regels toelichting.16 De Aderlatingsman wordt minder vaak aangetroffen dan de Zodiac man. Slechts twee van de tien bekeken manuscripten (MS 28725 en Harley MS 5311) geven een Zodiac man én een Aderlatingsman weer. Deze bevestigen de hypothese dat de afbeeldingen als geheugensteun fungeerden, aangezien deze nog vager zijn dan die in Cotton CH viii 26.

Aderlatingsman in Harley MS 5311, ca. 1406 (British Library)
Aderlatingsman in Harley MS 5311, ca. 1406 (British Library)

In Harley MS 5311 zien we wederom de getekende lijntjes vanaf de toelichtingen links en rechts van de tekening, naar bepaalde plaatsen op het lichaam. Maar als we wederom de arm als voorbeeld nemen, zien we in deze almanak zes lijntjes lopen naar bijna exact dezelfde plaats in de arm. Dit betekent ófwel dat de medicus in kwestie deze lijntjes nodig had om het woord bracchia aan de armen te koppelen, wat erg onwaarschijnlijk is, óf wederom dat de medicus de nodige kennis had en dit diagram slechts als geheugensteun gebruikte. MS 28725 is zelfs nog lastiger te gebruiken, omdat hier geen lijntjes getrokken zijn van de toelichting naar het lichaam van de man. Ook hier zien we weinig andere mogelijke manieren van gebruik, dan de steeds waarschijnlijker wordende geheugensteun.

Aderlatingsman in MS 28725, ca. 1463 (British Library)
Aderlatingsman in MS 28725, ca. 1463 (British Library)

De antwoorden op de centrale vragen uit dit artikel (wie zou dit manuscript gebruikt hebben, en hoe) lijken dus, te zijn dat een praktiserende medicus met gegronde kennis van het medisch vak deze diagrammen gebruikte als hulpmiddel tijdens zijn werk. Deze conclusie kan echter verbreed worden, zodat hij past bij de andere tabellen en diagrammen. Aangezien de andere tabellen en diagrammen specifieke data weergeven zonder deze te interpreteren, moest de gebruiker dit zelf doen. Nergens wordt geschreven wat het precies betekent als twee planeten tegenover elkaar staan, of als de zon een bepaald punt aan de hemel bereikt. Enkel de numerieke waarden worden de medicus voorgeschoteld. De almanak zou de medicus hebben bijgestaan om de astronomische waarden van bepaalde dagen, seizoenen en maanden snel te kunnen zien, maar de interpretatie daarvan zou hij op zijn eigen kennis hebben moeten baseren.

Is hij wel gebruikt?

Opvallend genoeg zou het kunnen dat onze specifieke almanak nooit daadwerkelijk gebruikt is. Ten eerste omdat hij nauwelijks gebruikssporen vertoont. Veelgebruikte manuscripten tonen vaak ‘vieze vingers’ op plaatsen waar het manuscript veel vastgepakt is. Dat is hier niet het geval. Daarbij is de inkt op de vouwnaden nog puntgaaf. Men zou verwachten dat deze, na het veelvuldig openvouwen van de folia, beschadigd zou zijn geraakt. Ten tweede zijn, opvallend genoeg, niet alle schema’s helemaal afgemaakt. Bij het diagram van de Aderlatingsman zijn er bijvoorbeeld een aantal zwarte initialen weggelaten. Op folio 11 zien we de helft van een alfabetisch schema missen.17 Tevens zien we op folio 11 een laatste humorale eigenschap van de dierenriemtekens niet. Bij alle tekens staan twee eigenschappen, bestaande uit combinaties van warm, koud, vochtig en droog (zoals eerder kort besproken). De laatste toevoeging toont ons echter alleen ‘calidus et’, ofwel ‘warm en’.

Wat het precieze verhaal is dat achter deze opvallende ‘foutjes’ zit, is niet te zeggen. Het zou kunnen dat de almanak nooit is afgemaakt, en inderdaad nooit is gebruikt. Dit verandert echter, vanwege de populariteit van dit soort almanakken, niets aan de bredere conclusies uit dit artikel. Een andere mogelijkheid is dat, omdat dit manuscript juist als geheugensteun gebruikt werd, het voor de medicus niet uitmaakte als sommige schema’s niet helemaal volledig waren. Hij bezat de benodigde kennis immers al. Mogelijk is dit manuscript bewaard gebleven in zo’n gave staat, juist omdát hij niet gebruikt is.

Conclusie

Zoals duidelijk is geworden uit het bovenstaande bieden de besproken manuscripten een goed argument tegen het afschrijven van ‘magische’ geneeskundige theorie als ‘volksgeloof’, zoals gedaan werd in de negentiende en twintigste eeuw. Hoewel dit niet als een verrassing komt, is het wel degelijk een belangrijk punt. ‘Magie’ en middeleeuwse geneeskunde waren sterk verbonden. Zelfs zo sterk dat op basis van alle bekeken almanakken geen onderscheid tussen de twee kan worden gemaakt. Een middeleeuwse medicus zou dit onderscheid niet hebben kunnen, of zelfs maar willen maken.

Het antwoord op de in de inleiding gestelde hoofdvragen (wie dit manuscript gebruikte, en hoe) is dus als volgt: de gebruiker beheerste het Latijn, en was dus waarschijnlijk formeel geschoold. Hoogstwaarschijnlijk was het een geleerde chirurgijn of een arts, hoewel de inhoud meer naar de taken van een chirurgijn lijkt te wijzen. Deze geschoolde en waarschijnlijk ervaren medicus gebruikte de schema’s en diagrammen uit de almanak vervolgens niet om daar de kennis voor het behandelen van een patiënt uit te halen, maar als geheugensteun tijdens zijn behandelingen. De schijnbare vaagheid van de Zodiac man en Aderlatingsman, het gebrek aan interpretatie van de vele getallenreeksen en numerieke waardes, in combinatie met de schema’s die nooit afgemaakt lijken te zijn geweest, leiden ons tot de conclusie dat dit manuscript inderdaad als geheugensteun fungeerde. Hoewel de medicus de kennis in huis had kon hij deze almanak als ruggensteun gebruiken. En dat zal allesbehalve overbodig geweest zijn, afgaande op de complexiteit van de schema’s en tabellen.

~ Frank Bouman

Overzicht van boeken over de Middeleeuwen
Boek: Canon van de geneeskunde in Nederland

Noten

1 – Foto’s gebruikt met expliciete toestemming van de British Library. Alle foto’s zijn genomen door de auteur.
2 – Engeland, British Library, Cotton CH viii 26.
3 – Liuzza, Anglo Saxon prognostics, p. vii.
4 – M. Jones, ‘Harley MS 2558: A fifteenth century commonplace’ in: M.R. Schleissner (ed.), Manuscript Sources of Medieval Medicine (London 1995), pp. 35-53, p. 35.
5 – Thomas, Religion and the Decline of Magic, p. 347. P.M., Jones, ‘Medicine and Science’ in: L. Hellinga & J.B. Trapp (eds.) The Cambridge history of the Book in Britain (Cambridge 2010), pp. 433-448. S. M. Butler, ‘Portrait of a surgeon in Fifteenth-century England’, in Medieval law and its practice: medicine and law in the Middle Ages 1 (Leiden 2014), pp. 243-266, p. 247.
6 – Thomas, Religion and the Decline of Magic, p. 348-9
7 – Huizenga, Tussen Autoriteit en Empirie, p. 42, 192. Voor een bondig overzicht van de middeleeuwse geneeskunst verwijs ik de lezer naar D. Jacquart, ‘Physiology and medical theory’, in D.C. Lindberg & M.H. Shank (eds.), The Cambridge History of Science, vol. 2 (Cambridge 2013), pp. 590-610.
8 – D. Jacquart, ‘Physiology and medical theory’, p. 590.
9 – Huizenga, Tussen Autoriteit en Empirie, p. 192.
Ibid., p. 227-8
10 – Belangrijk is echter wel, dat de beoogde gebruiker tijdens het maken van deze almanak, niet per se dezelfde persoon is als de uiteindelijke gebruiker. In dit geval gaat het meer om de beoogde gebruiker van de maker, dan de daadwerkelijke gebruiker.
11 – Temkin, Galenism, p. 17-18. E. Huizenga, Een nuttelike practijke van cirurgien: geneeskunde en astrologie in het Middelnederlandse handschrift Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, 2818 (Groningen 1997), p. 22-23.
12 – Thomas, Religion and the Decline of Magic, p. 352. Vooral het brein zou sterk door de maan beïnvloed worden, aangezien dat het meest vochtige orgaan van allen was.
13 – Shapin, ‘The Man of Science’ in: K. Park & L. Daston (eds.), The Cambridge History of Science (Cambridge 2010), pp. 177-191, p. 187. Huizenga, Tussen Autoriteit en Empirie, p. 202, 205 & K. Park, Medical Practice, p. 625.
14 – Een idee dat wel vaker naar voren gebracht wordt, bijvoorbeeld in: Lie, O.S.H, ‘Ter Inleiding’ in A. van Leerdam, O.S.H. Lie, M. Meuwese & M. Patijn (eds.), Kennis in Beeld. Denken en doen in de Middeleeuwen (Hilversum 2014), pp. 10-19., p. 15).
15 – Gebruikte manuscripten: London, British Library, MS 17358, London, British Library, London, British Library, MS 28725, London, British Library, MS 2250 and London, British Library, Harley MS 5311.
16 – Het enige gevonden verschil ligt in de kostbaarheid van de tekening. Sommigen zijn in kleur (MS 2250, Harley MS 5311), sommigen zelfs met goud (MS 17358), waar anderen veel simpeler en goedkoper zijn (MS 28725).
17 – In dit schema worden de zogeheten Litterae Dominicales uitgelegd. Litterae dominicales waren de zeven eerste letters van het alfabet die aan de dagen van de week werden gekoppeld. Eén januari was daarbij altijd een ‘a’, met daaropvolgend de zes volgende letters. Na de ‘g’ werd weer bij ‘a’ begonnen.
Oudste publicatie van het Wilhelmus uit de jaren 1570 - Koninklijke Bibliotheek België
Het Wilhelmus wordt door het Guinness Book of Records beschouwd als het…
Fles (cc - Pixabay)
In het boek De geest uit de fles (Uitgeverij Lemniscaat, 2017) beschrijft…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier