Dark
Light

Politieke antithese volgens Abraham Kuyper

Tegenstelling tussen confessionele en seculiere partijen
Auteur:
1 minuut leestijd
Binnenhof, Den Haag - cc
Binnenhof, Den Haag - cc

De gereformeerde voorman Abraham Kuyper (1837-1920) ontwikkelde de leer van de politieke antithese. Deze gaat ervan uit dat er een politieke scheiding bestaat tussen gelovigen en niet-gelovigen. De belangen van de gezamenlijke geloofsgroeperingen, de zogeheten confessionelen, stonden volgens Kuyper tegenover die van andere politieke groeperingen, zoals liberalen en socialisten.

Het woord antithese is afgeleid van het Griekse antithesis, wat tegenstelling betekent. In de filosofie is het begrip ook bekend, onder meer van Georg Hegel.

Abraham Kuyper gebruikte het begrip toen hij het zogeheten neocalvinisme ontwikkelde. In 1892 had hij het tijdens een oratie, getiteld De verflauwing der grenzen, al over aan antithese tussen bijvoorbeeld de evolutie en de redding van de in zonden levende wereld. De antithese maakt onderscheid tussen een denken vanuit God en een denken vanuit de mens en hanteert dus een strikte scheiding tussen kerk en wereld.

Later, in 1909, gebruikte Kuyper het begrip om een confessionele coalitie mee te rechtvaardigen. In de decennia hiervoor was er in de politiek overigens ook al een duidelijke scheiding tussen gelovigen en niet-gelovigen geweest. Protestant-christelijken en katholieken werden in die periode aangeduid als rechts terwijl liberalen aan de linkerzijde stonden. In 1888-1918 waren er afwisselend kabinetten met een links of rechts signatuur. Alleen tussen 1894-1897 was sprake van enige samenwerking.

Bronnen

-https://www.parlement.com/id/vh8lnhrp1wzr/periode_1888_1918_antithese
-Christelijke encyclopedie (Deel I) – George Harinck (Kok) red. p.77
-Memo. Handboek Havo, p.309
-Van het centrum naar de marge – Gerard Dekker (2006)
×