Simeon de Styliet (ca. 390-459) – De Pilaarheilige

In het noorden van Syrië ligt het fenomenale grafcomplex voor de heilige Simeon de Styliet, die leefde in de eerste helft van de vijfde eeuw. Hij was de eerste van de wonderlijke groep die bekendstaat als de stylieten ofwel pilaarheiligen: mannen – voor zover ik weet altijd mannen – die een kluizenaarsleven verkozen maar zich daarbij niet terugtrokken in de ontoegankelijke wildernis en in plaats daarvan op een pilaar klommen, doorgaans langs een grote weg. Daar zaten of stonden ze dan, op eenzame hoogte maar nooit alleen. Altijd waren er reizigers in de buurt.

Voor ons is deze vorm van zelfverloochening onbegrijpelijk maar in de Late Oudheid had ze grote impact. Menig reiziger hield halt bij Simeon, luisterde naar een preek en nam de woorden mee, verder langs de weg: oostwaarts naar Aleppo, zuidwaarts naar Damascus, westwaarts naar Antiochië. Het is te begrijpen waarom Simeon er, hoewel de zelfkastijding hem zwaar gevallen moet zijn, mee is door gegaan: zijn woorden reisden verder dan die van andere christelijke predikers en maakten hem invloedrijker dan menige bisschop.

Zevende-eeuwse afbeelding van Simeon de Styliet. De weergave van de pilaar is vermoedelijk accuraat: het zal zijn gegaan om een platform van een vierkante meter waarop hij moet hebben kunnen zitten. De slang staat voor de machteloze duivel; de schelp herinnert aan de apsis waarover ik al eens blogde. (Louvre, Parijs)
Zevende-eeuwse afbeelding van Simeon de Styliet. De weergave van de pilaar is vermoedelijk accuraat: het zal zijn gegaan om een platform van een vierkante meter waarop hij moet hebben kunnen zitten. De slang staat voor de machteloze duivel; de schelp herinnert aan de apsis waarover ik al eens blogde. (Louvre, Parijs)

Grafcomplex voor de Pilaarheilige

De eerste pilaarheilige overleed in 459. Het grafcomplex werd enkele jaren later gebouwd en gefinancierd door de Byzantijnse keizer Zeno: een monumentale toegang, een mooie doopkapel en vervolgens, rond de pilaar waarop Simeon zijn dagen had gesleten, niet minder dan vier kerken, opgesteld in kruisvorm. Hier was ook een klooster en het eigenlijke graf lag iets verderop, op een heuvelhelling. De kapitelen tonen dat Zeno op de kleintjes niet lette.

Kapiteel uit de viervoudige basiliek
Kapiteel uit de viervoudige basiliek

Het is makkelijk iets theatraals te herkennen in Simeons zelfverloochening. Hij legde zich niet alleen beperkingen op door daar bovenop die vijftien meter hoge zuil te blijven, maar vastte ook zo vaak zo lang dat hij van tijd tot tijd het zicht in zijn ogen verloor. Om te verhinderen dat hij naar beneden viel, liet hij zich in metalen boeien slaan, maar die sneden zo diep in zijn vlees dat zijn botten en pezen zichtbaar werden. Dat staat althans in het Aramese leven van Sint-Simeon, dat ook vermeldt dat de heilige ooit een wond had waar zoveel pus uit kwam dat de voorbijgangers cederhars hielden voor hun neus.

- advertentie -
Reliëf, gemaakt in de vijfde eeuw, met een afbeelding van Simeon (Bode-Museum, Berlijn). Ik vind dit een van de mooiste voorwerpen in mijn reeks museumstukken.
Reliëf, gemaakt in de vijfde eeuw, met een afbeelding van Simeon (Bode-Museum, Berlijn). Ik vind dit een van de mooiste voorwerpen in mijn reeks museumstukken.

Opzichtig

De opzichtigheid van Simeons zelfvernedering staat mij nogal tegen. Het oogt hypocriet en dat verwijt schijnt ook in de Oudheid te zijn gemaakt. Ik heb weleens ergens gelezen dat Simeons verdedigers antwoordden dat hun heilige zich niet zoveel gelegen liet liggen aan zijn wereldse reputatie, een argument dat ik serieus zou willen overwegen.

Ondanks of dankzij de opzichtigheid van zijn zelfvernedering maakt de pilaarheilige school. De kruisvaarders die in 1204 Constantinopel innamen, waren verbaasd dat zoveel heremieten zich hadden teruggetrokken op de zuilen. De bekendste volgeling van Simeon heette eveneens Simeon en verbleef in de zesde eeuw op een zuil op een bergrug langs de weg van Antiochië naar de haven in Seleukia. Ik heb geen idee wat het is om op zo’n pilaar te verblijven, maar de plaats van de zuil van Simeon de Jongere is tegenwoordig een windmolenpark: lauw en nat in de winter en koel in de zomer. In veel oosterse kerken zie je wandschilderingen van de twee Simeons, de ene op de linker- en de andere op de rechterwand van het schip.

De façade van de zuidelijke van de vier basilieken; achter het portaal is links de stenen rest van Simeons zuil te zien
De façade van de zuidelijke van de vier basilieken; achter het portaal is links de stenen rest van Simeons zuil te zien

Cultus

Nog een laatste kanttekening: de vier kerken keken uit op de zuil, die dus in feite het middelpunt van de cultus is. Het is moeilijk de gedachte te onderdrukken dat de verering van Sint-Simeon in feite een voortzetting is van de cultus voor rotsen en stenen die bij de Arabieren populair was. Zulke stenen heetten baetyl en het bekendste voorbeeld is natuurlijk de zwarte steen van Mekka. Geen wonder dat ook moslims hierheen kwamen en dat kalief Omar II hier ook werd bijgezet.

~ Jona Lendering

Jona Lendering is historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken. Zie ook zijn blog: mainzerbeobachter.com

Ook interessant: Zuster Bertken liet zich in 1457 vrijwillig inmetselen
…en: De heilige Christoffel – Drager van Christus
Overzicht van Boeken over de Oudheid (tot 500)

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: