Dark
Light

Vansittartisme en seksisme in het potlodenkasteel

Recensie van ‘Het schrijverskasteel’ door Uwe Neumahr
Auteur:
5 minuten leestijd
Kasteel Faber-Castell, ofwel het 'Press Camp', ca. 1946
Kasteel Faber-Castell, ofwel het 'Press Camp', ca. 1946 (Harry S. Truman Library)

Het onderkomen voor de internationale pers tijdens de processen van Neurenberg maakte nogal wat los bij de tijdelijke bewoners. De een vond het eten er “weerzinwekkend”, de ander beschreef het interieur als “German schrecklichkeit at its worst”. Een “lelijke ouwe kast van een gebouw, kraak nog smaak”, zo werd het Faber-kasteel ook door iemand genoemd.

Het bouwwerk uit de negentiende en vroege twintigste eeuw in het nabij Neurenberg gelegen Stein behoorde toe aan de nakomelingen van potlodenfabrikant Alexander von Faber-Castell. Van 1945 tot 1949, gedurende zowel het Internationale Militaire Tribunaal van Neurenberg als de Amerikaanse vervolgprocessen, fungeerde het ‘potlodenkasteel’ als Press Camp. De Duitse auteur en cultuurhistoricus Uwe Neumahr (1972) noemt het “een microkosmos binnen de Neurenbergse macrokosmos” en gebruikt het perscentrum als rode draad in zijn boek Het schrijverskasteel, dat door Arian Verheij in het Nederlands is vertaald.

Na een proloog en een inleidend hoofdstuk over de historische achtergronden volgen elf hoofdstukken plus epiloog, waarin telkens een verslaggever of andere relevante persoon, zoals de Duits-Joodse auteur Wolfgang Hildesheimer die tolkte tijdens de processen, centraal staat.

Berlin Diary ShirerDe meeste door de auteur uitgelichte personen waren gevestigde journalisten of schrijvers wier namen en werk nog altijd niet vergeten zijn. Zo is een van de hoofdstukken gewijd aan de Amerikaan Wilhelm Shirer, die van 1934 tot december 1940 vanuit Berlijn voor de Herald Tribune verslag deed van de nationaalsocialistische dictatuur. Het boek dat hij over deze tijd schreef, Berlin Diary, werd een klassieker. In 1944 keerde de sterreporter terug in Europa, om in 1945 het begin van het proces van Neurenberg te verslaan. Eenentwintig kopstukken van het Derde Rijk stonden terecht voor onder meer oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Neumahr beschrijft Shirer als een aanhanger van het naar de Britse diplomaat Robert Vanittart vernoemde ‘vansittartisme’, dat een streng anti-Duits beleid voorstond, op basis van een groot wantrouwen tegenover de Duitsers.

Shirer had in zijn Berlijnse jaren een negatief beeld van de Duitsers ontwikkeld, dat hij in Neurenberg meestal bevestigd zag. Daarom was hij des te verbaasder toen de Duitse generaal-majoor Erwin von Lahousen een getuigenverklaring aflegde waarin hij zich keerde tegen de verdachten. De Duitser was betrokken geweest bij het militaire verzet en was loyaal aan zijn medecomplotplegers die door de nazi’s terechtgesteld waren. Shirer was onder de indruk van de woorden van de oud-militair en schreef in zijn dagboek:

“Het was ontroerend, een soort oprechtheid, integriteit, menselijk fatsoen waar je van opkeek […] omdat je weer eens besefte dat het juist die dingen waren […] die in de gezichten van de nazileiders volledig ontbreken, zoals ze ‘m daar op de bank zaten te knijpen vanwege deze getuige.”

Göring in de beklaagdenbank bij het proces van Neurenberg
Hermann Göring in de beklaagdenbank bij het proces van Neurenberg

Martha Gellhorn en Rebecca West

Ook andere door Neumahr beschreven journalisten waren bepaald niet Duitsgezind. Onder hen Martha Gellhorn, die in de oorlog getrouwd was geweest met haar collega-oorlogsreporter Ernest Hemingway. Neumahr haalt aan hoe ze al in 1944 in een brief aan een vriendin opperde dat Duitsers net als malaria uitgeroeid zouden moeten worden.

Haar aversie werd zeker niet minder toen ze op 7 mei 1945 als verslaggeefster voor Collier’s Weekly het ongeveer een week eerder bevrijde concentratiekamp Dachau bezocht, waar ze uitgemergelde overlevenden en opgestapelde lijken zag en hoorde over de medische experimenten waaraan gevangenen waren blootgesteld.

“Wat ze in Dachau meemaakte, raakte haar tot in het diepst van haar ziel…”

…schrijft Neumahr. “Later zei ze dat het voelde alsof ze van een rots in de diepte gevallen was.”

“Alles bij elkaar waren het eenvoudige lieden”, schreef Gellhorn over de verdachten in Neurenberg. Volgens de auteur was volgens haar geen enkele straf “hoog genoeg om werkelijk recht te doen aan de omvang van de misdaden”.

Rebecca West
Rebecca West (CC BY-SA 3.0 – Madame Yévonde – wiki)
Ook andere vrouwelijke journalisten waren present in Neurenberg, zoals de Engelse Rebecca West. Hoewel vrouwen volgens Neumahr “een doorslaggevende invloed” hadden op de verslaglegging van het proces, werden ze door veel mannelijke collega’s en andere betrokkenen niet voor volwaardig gezien en soms zelfs slechts beschouwd als lustobject. Tijdens het proces onderhield West een affaire met de getrouwde Amerikaanse rechter van het tribunaal, Francis Biddle. Voor hem was zij weinig anders dan aangenaam tijdverdrijf. Op 21 juli 1946 schreef hij onbeschaamd in zijn dagboek:

“Morgenochtend diner, dan zie ik Rebecca West en ga met deze Engelse naar bed, als ze tenminste niet te dik geworden is.”

Seksisme was overigens niet alleen een mannenzaak. Zo vroeg de Amerikaanse correspondente Janet Flanner tijdens het ontbijt eens aan haar vrouwelijke collega’s met wie van de verdachten zij, als het echt moest, naar bed zouden willen. Zelf voelde ze zich het meest aangetrokken tot Hermann Göring, op wie ze altijd als eerste een blik wierp als ze de rechtszaal binnenkwam en wie ze beschouwde als de “sterkste persoonlijkheid in de zaal”.

Nepnieuws

Bij de verslaglegging van het proces bezondigde de Franse journaliste Elsa Triolet zich aan het verspreiden van nepnieuws. Ze was een overtuigt communiste en verdacht de Britten en Amerikanen ervan samen te spannen met de nazi’s. De contouren van de Koude Oorlog begonnen zich al te vormen, wat ook bleek uit het feit dat de Russische verslaggevers door hun autoriteiten vanuit het Faber-kasteel naar een ander onderkomen werden overgebracht.

Eens een gevierd schrijfster, raakte Triolet door haar trouw aan de stalinistische lijn tijdens de Koude Oorlog steeds verder buitengesloten. In haar complotdenken stond de Française alleen, maar dat betekende niet dat alle andere aanwezige persmensen dolenthousiast over het proces waren. De rechtszittingen duurden eindeloos en waren, op bijvoorbeeld een sensationeel kruisverhoor tussen hoofdaanklager Robert H. Jackson en Göring na, behoorlijk saai. “Het symbool van Neurenberg was een geeuw”, aldus Rebecca West over het proces dat ook wel ‘het proces van de eeuw’ werd genoemd. Het perscentrum raakte gaandeweg steeds leger en tijdens de door de Amerikanen gevoerde vervolgprocessen was de mediabelangstelling bijna opgedroogd.

Het schrijverskasteelIn Het schrijverskasteel noemt Neumahr het perskamp zowel een “concretisering van het ideaal van een vrije en democratische pers” als een “mondiale herberg”, waar Duitse journalisten overigens niet welkom waren, tenzij ze, zoals Willy Brandt en Markus Wolf, een tweede nationaliteit hadden.

In zijn goed onderbouwde en afwisselende boek brengt de auteur beide typeringen samen: het Faber-kasteel fungeerde enerzijds als locatie waar journalisten uit allerlei landen samen kwamen om, zonder overheidscensuur, verslag te doen van een tribunaal dat doorslaggevend was voor de internationale rechtspraak. Anderzijds was het de plek waar de verslaggevers klaagden over het eten en het interieur, roddelden, relaties aangingen, feestvierden en bijkwamen van de gruwelijke feiten die in de rechtszaal aan de orde kwamen. De afkeer die velen van hen voelden voor het ‘wanstaltige’ kasteel was een uiting van hun weerzin voor de gruweldaden waar de nazidaders van werden beschuldigd. Het is mede aan het werk van deze journalisten te danken dat de wereld hierover te weten kwam.

Boek: Het schrijverskasteel – Uwe Neumahr

Kevin Prenger (1980) is hoofdredacteur artikelen van TracesOfWar.nl. Zijn aandacht gaat vooral uit naar de 20ste eeuw, in het bijzonder de geschiedenis van de Holocaust en nazi-Duitsland. In 2015 publiceerde hij het boek Oorlogszone Zoo, over de geschiedenis van de Berlijnse dierentuin tijdens de naziperiode en de Tweede Wereldoorlog. Verschillende boeken over minder bekende verhalen uit de Tweede Wereldoorlog volgden: De boodschapper uit de hel, Een rechter in Auschwitz, Het masker van de massamoordenaar, Kerstmis onder vuur en Kolberg. In 2021 verscheen zijn boek Meer dan alleen Auschwitz, gevolgd door In de schaduw van Schindler in 2022. Momenteel werkt hij aan een boek over onderwijs en indoctrinatie van de jeugd in nazi-Duitsland. Zie ook zijn website of X-account.

Gratis geschiedenismagazine

Ontvang, net als ruim 50.000 anderen, iedere week de gratis nieuwsbrief van Historiek:
×