Een rooskleurig briefje

Op 29 november 1650 schrijft Johan de Witt uit Den Haag een brief naar zijn neef Cornelis van Hoogeveen (1). Johan is op dat moment een jonge advocaat aan het Hof van Holland onder hoede van de gerenommeerde meester Johan van Andel, bij wie hij tevens in huis woont.

Cornelis van Hoogeveen is na de dood van zijn vader met zijn moeder Cornelia de Witt (zuster van Johans vader Jacob de Witt) in het huisje in de langgerekte achtertuin van de De Witten in Dordrecht getrokken.(2) Een knusse boel daar in Dordrecht, want Johans zussen wonen in de buurt en broer Cornelis de Witt heeft zich met zijn jonge gezin naast dat pand gevestigd. Deze brief aan zijn neef Cornelis van Hoogeveen kan gediend hebben om ook de rest van de familie in te lichten. (Zie hier de transcriptie en verdere uitleg van deze brief.)

Nationaal Archief, archief NL-HaNA Raadpensionaris De Witt, 3.01.17, A1. - Brief van Johan de Witt aan neef Van Hoogeveen, 29 november 1650
Nationaal Archief, archief NL-HaNA Raadpensionaris De Witt, 3.01.17, A1. – Brief van Johan de Witt aan neef Van Hoogeveen, 29 november 1650

Kwestie Hoogeveen

Op het moment van schrijven is neef Hoogeveen in een vervelende kwestie verwikkeld geraakt: hij heeft van zijn oom Jacob de Witt diens taak als belastinginner (‘ontvanger van de gemene middelen’) overgenomen, maar is niet in staat gebleken het bedrag dat hij aan de Staten van Holland had moeten afdragen, op te brengen. Een faillissement hangt hem boven het hoofd. Johan heeft zich bij het Hof van Holland met de zaak bemoeid. Uit deze brief blijkt dat de zaak niet wil vlotten: de zaak is nog niet ter zitting gekomen. Het is Johan pas net gelukt om van de openbare aanklager (‘procureur’) Hijselendoorn te horen te krijgen dat de zaak over veertien dagen in behandeling zal worden genomen door de Hoge Raad. Ondertussen zal de zaak in ‘cas petitoir’ (een juridische term enigszins vergelijkbaar met de huidige term ‘kort geding’) bij het Hof van Holland behandeld worden.

U.E. missive van date den IIen deser, soude aleer beantwoort hebben, doch niet voor vandaege van den Procure[u]r Hijselendoorn bescheydt hebbende connen becomen van ’t leggen van een comparitie, nietjegenstaende de continue aenmaeningen aen hebbe gedaen, hebbe sulx van tijdt tot tijdt uytgestelt. Ende is die dach van denselve comparitie voor den Hoogen Raede geleyt op huyden ende veerthien daegen, waervan U.E. noch naeder bericht door den Procur[eu]r sal worden gedaen. Ondertusschen sal de saecke in cas petitoir voor den Hove van Hollandt op hope van een goedt accoort blijven in stats.

Wanneer Johan hoopt op een snelle afwikkeling van de zaak (‘op hope van een goedt accoort’), dan heeft hij het mis. De kwestie Hoogeveen zal nog enige jaren voortwoekeren en pas in 1653 eindigen met een faillissement en Hoogeveens vlucht naar de provincie Utrecht. Doordat de De Witten afstand nemen van Hoogeveen en diens handelingen heeft de kwestie geen noemenswaardige smet op de familie-eer nagelaten.(3)

- advertentie -
Frans van Bleyswyck (1671-1746)
Frans van Bleyswyck (1671-1746)

Staatsgreep prins Willem II

Romeyn de Hooghe, Witten Wonder Spiegel, 1675, Collectie Stadsarchief Amsterdam
Romeyn de Hooghe, Witten Wonder Spiegel, 1675, Collectie Stadsarchief Amsterdam
De kwestie Hoogeveen kwam voor de familie De Witt op een zeer ongunstig moment: vanaf de zomer van 1650 hadden de staatsgezinde Hollandse regenten veel macht verloren aan de jonge prins Willem II (geboren in 1626). Stadhouder Willem II had in augustus 1650 een staatsgreep gepleegd waarbij hij een verrassingsaanval op Amsterdam had uitgevoerd en een zestal regenten in Slot Loevestein gevangen had genomen. Een van die gevangenen was Jacob de Witt. De Witt was pas vrijgekomen, nadat hij afstand had gedaan van al zijn ambten. Op dezelfde wijze waren andere bestuurders die in deze brief worden genoemd (de gebroeders Bicker, De Wael en Ruyl en Duyst van Voorhout) hun bestuurlijke invloed kwijtgeraakt.(4) Stadhouder Willem II had met succes de macht in Holland (en daarmee zelfs in de hele Republiek) naar zich toegetrokken.

Eerherstel na de plotselinge dood Willem II

De situatie had er niet hopelozer voor de De Witten uit kunnen zien als er niet iets totaal onverwachts was gebeurd. Op 6 november 1650 sterft Willem II plotseling aan de pokken. Zijn opvolger zal pas acht dagen later geboren worden en nog jaren te jong zijn om te regeren. Het eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650-1672) vangt aan. De Oranjes zijn nu opeens de onderliggende partij. Binnen mum van tijd weten de oud-bestuurders hun posities in de politiek weer in te nemen. Johan de Witt doet er in de rest van de brief verslag van in zijn brief aan Cornelis van Hoogeveen.

“Mijnheer ende eer[waerdi]ge vader heeft al in den eerste weecke naer ’t o[ver]lijden van Sijne Hooc[hey]t in den vergaderinge van Hollandt wederom gecompareert, gelijck oock corts daeraen d’heer Duyst van Voorhoudt, wederomme in den Gecommitteerde Raeden sessie genomen heeft. D’heeren De Wael ende R[e]uyl sijn mede gisteren hier gecomen, ende hebben vandaege, soo vertrouwe, de Vergaderinge bijgewoont. Van den redintegratie der heeren Bickers sal U. Ed. al tijdinge becomen hebben, maer sijn deselve noch niet ter vergaderinge gecompareert geweest.”

Johan somt op hoe enkele betrokkenen in ere zijn hersteld: zijn eerwaardige vader heeft (al in de eerste week na het overlijden van Zijne Hoogheid) de vergadering van de Staten van Holland bijgewoond en Duyst van Voorhout, burgemeester van Delft, had zijn plek in de Gecommitteerde Raden weer ingenomen. Ook De Wael en Ruyl, respectievelijk burgemeester en pensionaris van de stad Haarlem, hebben weer vergaderd in Den Haag. Johan heeft de Amsterdamse gebroeders Bicker, van wie hij vermoedt dat men in Dordrecht reeds over hun eerherstel vernomen had, nog niet gezien. Dat klopt, want de Bickers zullen nooit meer in staat zijn hun oude bijkans onaantastbare machtspositie in de magistraat te heroveren (die is tijdens de verwikkelingen in de zomer van 1650 overgegaan naar de gebroeders De Graeff en die zullen daar geen afstand meer van doen).

Rooskleurig

Cornelis de Graeff in 1636 door Nicolaes Eliasz. Pickenoy, Gemäldegalerie, Berlijn
Cornelis de Graeff in 1636
door Nicolaes Eliasz. Pickenoy, Gemäldegalerie, Berlijn
Wat het herstel van zijn vader betreft schetst Johan een te rooskleurig beeld. Ten tijde van de coup van Willem II was Jacob de Witt lid geweest van de Gecommitteerde Raden, maar daarin is hij op 29 november 1650 nog steeds niet hersteld. Dat feit moet Johan geweten hebben, want er zijn twee brieven bewaard gebleven waarin zijn achterneef Johan de Witt en zijn broer Cornelis de Witt aan hem verslag doen van de vergadering te Dordrecht waarop bepaald werd dat een stemming over de terugkeer van Jacob de Witt in de Gecommitteerde Raden uitgesteld zal worden naar Driekoningenavond 1651.(5) Uiteindelijk zal blijken dat het, net als de Bickers, ook Jacob de Witt niet zou lukken zijn zetel terug te veroveren. Maar Johan besluit hierover te zwijgen in deze brief aan zijn achterneef.

Een andere neef

In de laatste alinea geeft Johan informatie die hij alleen van zijn patroon, advocaat Van Andel, kon hebben gekregen.

“D’heeren Raeden van Sijn Hoocheyt sijn bij ’t Hoff van Hollandt bij provisie geauthoriseert omme d’opsicht op den naergelaeten goederen te hebben, sulxdat ons neef van Persijn in sijn bedieninge alsnoch blijft continueeren, ende naer apparentie wel verder continuatie sal vallen.”

Johans patroon, advocaat Van Andel, was namelijk een van de gerenommeerde advocaten die was aangesteld om toezicht te houden op een juiste afwikkeling van de nalatenschap van Willem II. Blijkbaar heeft Van Andel aan Johan verteld hoe de controle op de erfenis zou plaatsvinden. De andere neef die Johan hier noemt is Marten van Persijn, auditeur (in de betekenis van ‘onderzoeker’) van de rekeningen van de prins van Oranje. (6) Johan schatte in dat er ondanks het overlijden van Willem II nog voldoende werk over zou zijn voor hun neef. Daarin had hij gelijk, want Persijn is tot aan zijn dood in 1666 auditeur gebleven.

Romeyn de Hooghe, Witten Wonder Spiegel, 1675, Collectie Stadsarchief Amsterdam
Romeyn de Hooghe, Witten Wonder Spiegel, 1675, Collectie Stadsarchief Amsterdam

Hart onder de riem

Dit briefje van Johan aan neef Hoogeveen lijkt bedoeld om de familie in Dordrecht een hart onder de riem te steken. Alsof hij probeert te zeggen dat er na de moeilijke periode volgend op de staatsgreep van Willem II en het dreigende faillissement van neef Hoogeveen nu betere tijden zullen aanbreken. Hij doet dat op een hem zo kenmerkende manier: een droge opsomming van gebeurtenissen en feiten, waarbij hij negatieve elementen weglaat en ook zijn eigen twijfels nauwelijks uitdrukt. Hij probeert zijn neef (en daarmee waarschijnlijk de hele familie in Dordrecht) op zijn manier te zeggen dat het allemaal wel goed komt.

Hij weet niet dat de grootste opsteker nog moet komen: in december 1650 wordt Johan aangesteld als pensionaris van Dordrecht. Het wordt dan zijn officiële taak om geregeld dit soort verslagen uit Den Haag naar het thuisfront te sturen.

~ Jean-Marc van Tol

Boek: De ware vrijheid – De levens van Johan en Cornelis de Witt
Noten

(1) Cornelis van Hoogeveen (geboren ca. 1610) is de zoon van Amelis Gerritszn van Hoogeveen en Cornelia de Witt, tante van Johan de Witt. Johan de Witt en Cornelis van Hoogeveen waren derhalve volle neven.
(2) Luc Panhuijsen, De ware vrijheid. De levens van Johan en Cornelis de Witt (2005), 19.
(3) Herbert H. Rowen, John de Witt, Grand Pensionary of Holland, 1625-1672 (Princeton 1978), 60-61.
(4) Zie: Wijnne, J., De geschillen over de afdanking van ’t krijgsvolk in de Vereenigde Nederlanden in de jaren 1649 en 1650 en de handelingen van Prins Willem II, Utrecht, 1885 en: Groenveld, S., De Prins voor Amsterdam. Reacties uit pamfletten op de aanslag van 1650 (Bussum, 1967).
(5) Brieven aan Johan de Witt. Eerste deel 1648-1660, ed. R. Fruin en N. Japikse (Amsterdam 1919), 55.
(6) Mr. Marten Anthonisz van Persijn (?-1666) was gehuwd met Johanna de Witt (1608-1666), dochter van Andries de Witt, oom van Johan. Marten Persijn was dus een aangetrouwde neef.
Brieven aan Johan de WittHuygens ING werkt momenteel aan de digitalisering van een deel van het brievenarchief van raadpensionaris Johan de Witt (1625-1672). Het gaat in eerste instantie om brieven uit de zesdelige bronneneditie van Nicolaas Japikse en Robert Fruin: Brieven aan en Brieven van Johan de Witt (Den Haag 1906-1919). Deze digitale collectie wordt de komende jaren uitgebreid met gegevens van de ongepubliceerde brieven, om zo een digitale catalogus te worden voor de volledige correspondentie van Johan de Witt. Met een team van stagiaires en gastonderzoekers onder leiding van Ineke Huysman (onderzoeker Huygens ING) wordt momenteel hard gewerkt aan de invoer van de metadata van de brieven van en aan Johan de Witt. Projectmedewerkers bloggen zo nu en dan over het project. Sommige van die blogs, zoals bovenstaande, worden ook op Historiek gepubliceerd.
Casper Luyken, Maius, 1700. Collectie Amsterdam Museum, A 44732
De maand mei ontleent haar naam deze keer niet aan een Romeinse,…
Nag Hammadigeschriften - cc
Vandaag een onderwerp dat ik al vaker heb genoemd, maar desondanks centraal…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier