De CPN en de strijd om de zendtijd (1948-1965)

In de loop van 1948 nam de regering een hele serie maatregelen tegen de Communistische Partij van Nederland (CPN). Eén van die maatregelen was de uitsluiting van de CPN van radiozendtijd voor de verkiezingen (de zendtijd voor politieke partijen). Na 1959 ging het ook om zendtijd op televisie.

Conflicten in de CPN (1958)

Op 3 april 1958 barstte de bom. Vier van de zeven Tweede Kamerleden van de Communistische Partij van Nederland (CPN) werden uit de partij gezet. Het ging om Bertus Brandsen, Frits Reuter, Gerben Wagenaar en Henk Gortzak. Een vijfde Kamerlid, Rie Lips-Odinot kreeg een lichtere ‘straf’: zij werd uit het partijbestuur gezet.

De CPN en de Praagse Lente (1968)

De Communistische Partij van Nederland (CPN) veroordeelde de inval in Tsjechoslowakije in scherpe bewoordingen. In een op 26 augustus in de CPN-krant De Waarheid gepubliceerd Manifest verklaarde het partijbestuur nadrukkelijk dat de inval ‘onaanvaardbaar’ was; dit had niets meer met het communisme te maken.

/

De CPN en de Hongaarse opstand (1956)

Na de toespraak van Russische partijleider Nikita Chroetsjov tijdens het twintigste partijcongres van de Communistische Partij (februari 1956), waar hij de door Stalin gepleegde misdaden veroordeelde, volgde een onrustige periode in het Oostblok, de communistische staten in Midden- en Oost-Europa.

De CPN en de affaire-Ben Polak (1953)

Begin 1953 speelde in de Sovjet-Unie het zogenoemde ‘dokterscomplot’. Het zou gaan om een samenzwering van negen artsen, van wie zes van joodse afkomst, met als doel het vermoorden van Sovjetleiders. Eén of meerdere leiders zouden al vermoord zijn; anderen zouden nog volgen.