TuinTuin

De CPN – De partijbonzen

Deel 18 van de serie ‘CPN in de Koude Oorlog’

De partijleider van de Communistische Partij van Nederland (CPN), Paul de Groot, omringde zich na 1945 met een groep jonge en zeer loyale partijbestuurders. Dit waren in het algemeen mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet waren gegaan en toen ook lid van de partij waren geworden. In dit artikel laat ik enkele van deze partijprominenten de revue passeren.


Marcus Bakker

Marcus Bakker (midden), algemeen secretaris van de CPN-jongerenorganisatie ANJV, 1947
Marcus Bakker (midden), algemeen secretaris van de CPN-jongerenorganisatie ANJV, 1947 (CC BY-SA 2.0 – IISG – wiki)
Marcus Bakker was lang het gezicht van de CPN in de Tweede Kamer. Hij was geboren in 1923 in Zaandam in een sociaaldemocratisch gezin en overleed daar in 2009. Tijdens de oorlog kwam hij in het verzet terecht. In 1943 werd hij lid van de CPN. Aan de bezettingstijd hield hij een rotsvaste overtuiging over, het communisme, en een hoge mate van loyaliteit aan de partij.

Na de bevrijding ging Bakker studeren, maar stopte daarmee toen hij voor de CPN ging werken. Hij was redacteur en later hoofdredacteur bij partijkrant De Waarheid, lid van het partijbestuur en voorzitter van de jongerenorganisatie. Hij was een vertrouweling van partijleider De Groot, aan wie hij zeer toegewijd was en voor wie hij ook wel vuile klusjes opknapte. Verder was hij onvoorwaardelijk solidair met de Sovjet-Unie en had hij een enorme bewondering voor Stalin.

In 1956 werd hij – pas 33 jaar oud – lid van de Tweede Kamer. Hij had toen al een reputatie als een strijdvaardig en rechtlijnig stalinist. In 1966 werd hij fractievoorzitter. Hij was ruim vijfentwintig jaar Kamerlid (tot 1982), waarvan zo’n vijftien jaar als fractievoorzitter. Gaandeweg wist hij in de Kamer – en ook bij het grote publiek – een reputatie op te bouwen als een humoristisch en scherp spreker, een gevreesd debater en een gezaghebbend Kamerlid. Voormalig premier Van Agt merkte eens op dat veel ministers bang voor hem waren, omdat hij zo hard kon ‘uitpakken’.

- advertentie -

Begonnen als stalinist is Bakker gaandeweg de parlementaire democratie gaan waarderen. En hij voelde zich in de Tweede Kamer ‘als een vis in het water’. Toch waren er – toen in 1991 werd besloten in de Tweede Kamer een zaal naar hem te noemen – nogal wat mensen die zich afvroegen of dat niet wat teveel eer was voor een ‘democraat’ met een twijfelachtig verleden. Volgens Van Agt waren er anderen die daarvoor eerder in aanmerking zouden moeten komen.

Bakker is altijd een communist gebleven – het communisme als ideologie was zijns inziens een eerlijke zaak. Wel was er ‘zeer diepgaande kritiek’ op de Sovjet-Unie ‘mogelijk en noodzakelijk’, zei hij in 1982. Maar eigenlijk wilde hij daar niet al te ver in gaan. Hij stond en bleef staan voor wat hij eerder had gedaan:

‘Ik ga niet mijn eigen verleden verloochenen. Ik ga niet natrappen want dan trap ik mezelf.’


Joop Wolff in de Tweede Kamer, 1980
Joop Wolff in de Tweede Kamer, 1980 (CC BY-SA 3.0 NL – Collectie SPAARNESTAD PHOTO/NA/Anefo/Fotograaf onbekend – wiki)

Joop Wolff

Joop Wolff was lange tijd actief voor de CPN, waaronder als lid van de Tweede Kamer. Hij was geboren in Velsen in 1927 in een sociaaldemocratisch arbeidersgezin en overleed in Amsterdam in 2007. Zijn broer Jaap was eveneens een vooraanstaand CPN’er. Hij kwam in 1943 – als zestienjarige – in zijn toenmalige woonplaats Haarlem in het verzet terecht. Ook werd hij lid van de toen illegale CPN. Hij bleef lid tot de opheffing van de partij in 1991.

Na de bevrijding werd Wolff actief in de weer legale CPN. Hij vervulde in de partij vele functies en was een loyale volgeling van de autoritaire partijleider Paul de Groot. Vanaf 1945 tot 1978 werkte hij voor de partijkrant De Waarheid, de laatste twintig jaar als hoofdredacteur. Hij was ook vele jaren lid van het partijbestuur. In 1967 werd Wolff lid van de Tweede Kamer. Dat bleef hij – met een korte onderbreking in 1977 – tot 1982. Hij was een gezaghebbend Kamerlid en maakte zich sterk voor de belangen van oorlogsgetroffenen en oud-verzetsdeelnemers en voor het levend houden van de herinnering aan de oorlog.

Achteraf erkende Wolff dat het Sovjetsysteem had gefaald, dat het had geleid tot terreur, corruptie, achterlijkheid en leugens. Toch wist hij dat al in de jaren vijftig, toen hij voor de partij en de krant in Beijing en in Moskou was en de kwalijke kanten van het systeem met eigen ogen had gezien. Toen had hij daarover niet geschreven of gesproken. Dat durfde hij pas veel later.

Over Wolff doet nog een hardnekkig gerucht de ronde. Hij zou vanaf eind jaren vijftig als informant werkzaam zijn geweest voor de Binnenlandse Veiligheidsdienst, de BVD. De dienst zou hem hebben gechanteerd met zijn homoseksualiteit. Keiharde bewijzen zijn er niet, maar een feit is dat de dienst – dat blijkt uit haar rapporten – een zeer goede informatiepositie had binnen de CPN, tot in de top van de organisatie, het partijbestuur.

- advertentie -

Annie Averink

Annie Averink was een van de weinige prominente vrouwelijke communisten. Zij was geboren in Enschede in 1913 in een middenstandsgezin en overleed in Amsterdam in 1991. Al op jeugdige leeftijd werd ze actief in de communistische beweging. En daar werd ze al snel ontdekt als een vrouw met talenten. In 1930, ze was pas zeventien jaar oud, ging Averink voor het eerst naar de Sovjet-Unie, naar een kamp van de communistische jeugdbeweging. Op de boot maakte ze kennis met Paul de Groot. Tussen De Groot en Averink groeide er in de loop der jaren een hechte vriendschap; het waren allebei echte ‘doeners’. Tijdens de oorlog was ze actief in het communistische verzet.

Na de bevrijding werd Averink actief in de weer legale CPN. Ze was zeer loyaal aan en een vertrouweling van partijleider De Groot; ze was zijn steun en toeverlaat. Ze was lid van het partijbestuur en actief binnen de Nederlandse Vrouwenbeweging (NVB), de vrouwenorganisatie van de CPN. Verder was ze lid van de Controle Commissie, de commissie die waakte over de beveiliging van de partij. Die commissie toetste onder meer kandidaten voor bestuursfuncties op politieke betrouwbaarheid. Ze wist zo veel nieuw en jong kader aan te trekken voor de partij.

Viering 500 jaar Staten-Generaal in de zaal van de Eerste Kamer (1964); aan de tafel rechts Annie Averin
Viering 500 jaar Staten-Generaal in de zaal van de Eerste Kamer (1964); aan de tafel rechts Annie Averink (CC0 1.0 – Jack de Nijs / Anefo
– wiki)

Averink was voor de CPN lid van diverse vertegenwoordigende organen. Ze was lid van de gemeenteraad van Haarlem (1946-1949). Ze was lid van de Eerste Kamer (1957-1966 en 1967-1969), in de laatste periode als fractievoorzitter. En ze was lid van de Tweede Kamer in de jaren 1966-1967. Daar hield ze zich vooral bezig met onderwijs, volksgezondheid, cultuur en maatschappelijk werk. In 1969 verliet ze vanwege gezondheidsproblemen de actieve politiek.

Averink was een invloedrijk CPN’er, maar bleef meestal op de achtergrond. Bij de voortdurende interne strijd binnen de partij stond ze altijd loyaal achter De Groot. In een rapport uit 1957 omschreef de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) haar als volgt:

ze is goed onderlegd in de theorie van het marxisme-leninisme, maar haar algemene ontwikkeling is verder niet erg groot; in haar optreden maakte ze een ‘enigszins plompe en onbehouwen indruk’.

Op het laatst van haar leven maakte Averink nog net de ineenstorting van het ‘reëel bestaande socialisme’ in Oost-Europa en de Sovjet-Unie mee. Onthullingen over de wandaden van de regimes daar grepen haar sterk aan. Enkele maanden na haar dood werd de CPN opgeheven.

Averink was een strijdbare vrouw, onvermoeibaar in touw voor haar ideaal: een rechtvaardige wereld zonder oorlog. Ze was moedig in het verzet en zeer loyaal aan de partij. Partijgenoten noemden haar een ‘erg aardige’ vrouw. Anderen – mensen met wie ze het politiek aan de stok kreeg – omschreven haar echter als een keiharde vrouw; na een partijconflict liet ze je vallen als een baksteen.


Fré Meis

Fré Meis spreekt het Volkscongres in Groningen toe (1972)
Fré Meis spreekt het Volkscongres in Groningen toe, 1972 (CC0 – Punt / Anefo – wiki)
Fré Meis was een belangrijk man voor de partij omdat hij een succesvol stakingsleider was en vooral in Groningen een sterke achterban had. Hij was geboren in 1921 in Oude Pekela en overleed in 1992 in Groningen. Hij kwam uit een groot en arm gezin. Tijdens de oorlog werkte hij in Duitsland (Arbeidseinsatz) en speelde geen rol in het verzet.

Direct na de bevrijding sloot hij zich aan bij de CPN, naar eigen zeggen uit bewondering voor haar rol in het verzet. Binnen de partij behoorde hij tot de ‘gestaalde kaders’ voor wie trouw aan de Sovjet-Unie voorop stond. Daarnaast had hij een diep ontzag voor partijleider Paul de Groot.

Meis werd na de oorlog actief binnen de communistische vakbond, de EVC. Vanaf 1952 was hij lid van het landelijk bestuur. Verder was hij voor de bond actief als stakingsleider. In de jaren vijftig en zestig leidde hij stakingen in de havens van Amsterdam en Rotterdam. Na 1968 was hij vooral actief in Oost-Groningen, als stakingsleider bij de strokartonfabrieken aldaar. Dit leverde hem landelijke bekendheid op. Hij kwam krachtig op voor de belangen van de arbeiders in Oost-Groningen en voor het behoud van de werkgelegenheid daar. Hij wist Oost-Groningen op de kaart te zetten en stem te geven aan de gevoelens van onvrede die bij de bevolking daar leefden.

Door zijn successen als vakbondsleider was Meis een van de boegbeelden van de partij geworden. Hij behaalde een groot electoraal succes in 1970 bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten. In de provincie Groningen veroverde de CPN toen bijna 15 procent van de stemmen en was de derde partij geworden: het ‘Fré Meis-effect’.

- advertentie -
Fré Meis in de Tweede Kamer
Fré Meis in de Tweede Kamer (CC0 – wiki – Fotograaf Onbekend / Anefo)

Vanaf 1946 was Meis voor de CPN lid van diverse vertegenwoordigende organen in Groningen; de gemeenteraad en Provinciale Staten. Van 1971 tot 1977 was hij lid van de Tweede Kamer. Daar speelde hij een weinig opvallende rol.

In 1978 stopte Meis op doktersadvies met zijn politieke werkzaamheden. Hij richtte zich daarna op het adviseren van gewone mensen bij sociale problemen. Tot 1990 hield hij geregeld spreekuur in Groningen.

Binnen de CPN sloot hij zich aanvankelijk aan bij de ‘Horizontalen’, de conservatieve communisten die zich keerden tegen de vernieuwing van de partij. Toen die in 1985 de partij verlieten ging hij niet mee. Hij bleef CPN’er, maar bleef gekant tegen de vernieuwing van de partij. In 1991 ging hij – toen de CPN werd opgeheven – mee naar GroenLinks, maar begin 1992, een klein jaar voor zijn dood, verliet hij die partij weer. Hij voelde zich er niet thuis.

Meis was en bleef een communist in hart en nieren. Zijn geloof in de toekomst van het communisme gaf hij nooit op, ook niet na de val van de Sovjet-Unie en de teloorgang van de CPN. Hij was een echte doener, een vakbondsman en stakingsleider die de taal van de arbeiders sprak en de demagogie daarbij zeker niet schuwde.


Tot slot

Alle vier hier besproken partijprominenten waren zeer loyale uitvoerders, apparatsjiks (partijfunctionarissen). Ze waren trouw aan het marxisme-leninisme, aan de Sovjet-Unie en aan Paul de Groot. Ze volgden trouw alle zwenkingen van het Sovjet-beleid. Als ze misschien ooit twijfelden – bijvoorbeeld door de nieuwste strapatsen van de Sovjet-Unie – dan hielden ze dat voor zich. Ze wisten wat de consequenties waren als je dat niet deed: uitstoting uit de communistische beweging.

Ze hadden veel ontzag voor De Groot. Die had veel meer kennis en ervaring dan zijn – meestal veel jongere – medebestuurders. En verder genoot hij de steun van Moskou. De Groot duldde ook geen figuren van formaat naast zich; wie zich verzette tegen zijn leiderschap werd uit de partij gezet.

De hier besproken partijprominenten waren en bleven communist in hart en nieren, ook na de val van het communisme in Oost-Europa en de Sovjet-Unie rond 1990. Wel waren enkelen (met name Wolff en Averink, en ook wel Bakker) teleurgesteld over de ware aard van het communisme. Daarvóór wilden ze die niet zien, of – als ze wél wisten hoe het in de praktijk werkte (zoals Wolff) – er niet over praten of schrijven.

~ Jan de Vetten

Dit artikel maakt onderdeel uit van de serie De CPN in de Koude Oorlog

Ook interessant: CPN (Communistische Partij van Nederland)
…of: De Koude Oorlog – Samenvatting & Tijdlijn

Bronnen

Boeken, artikelen
– Bakker, Marcus, Wissels. Bespiegelingen zonder berouw (Weesp 1983).
– Molenaar, Leo, Nooit op de knieën. Marcus Bakker (1923-2009) communist en parlementariër (Amsterdam 2015).
– Schreuders, Gijs, ‘Joop Wolff (1927-2007)’, in: Carla van Baalen e.a. (eds.), Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2007, 167-170 (Nijmegen 2008).
– Siepe, Lejo, en Gerrit Voerman, Fré Meis (1921-1992). Handelsreiziger in revoluties (Zutphen 2002).
– Stutje, J.W., De man die de weg wees. Leven en werk van Paul de Groot 1899-1986 (Amsterdam 2000).
– Verrips, Ger, Dwars, duivels en dromend. De geschiedenis van de CPN 1938-1991 (Amsterdam 1995).

Documentaire
– Kameraden (IKON 1993). Een documentaire over Annie Averink van Anita van Ommeren en Pauline Senn. Zie: https://www.vpro.nl/speel~WO_VPRO_402503~kameraden~.html

Online
– M. (Marcus) Bakker. Korte biografie op Parlement.com.
– H.J. (Annie) van Ommeren-Averink. Korte biografie op Parlement.com.
– J.F. (Joop) Wolfſ. Korte biografie op Parlement.com.
– F. (Fré) Meis. Korte biografie op Parlement.com.


Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister


Uit het archief:

Meer tips ➱