Chinezen aan het Westelijk Front

Wie over de Eerste Wereldoorlogbegraafplaats Lijssenthoek bij Poperinge in West-Vlaanderen zwerft, stuit op een aantal verrassende graven. Die van Wang Yung Fa en een aantal andere Chinezen. Wat hadden die mannen te zoeken aan het Westelijke Front in het verre Vlaanderen?

Tijdens de Eerste Wereldoorlog is de Republiek China in eerste instantie neutraal. Maar de aanwezigheid van de Europese koloniale machten in het land, waaronder ook Duitsland, maakt dat ingewikkeld. Vooral Japan dat zich aan geallieerde zijde schaart, maakt het de Chinezen moeilijk door Duitse concessies over te nemen en eisen te stellen. Als ook de Verenigde Staten de oorlog verklaren aan Duitsland en zijn bondgenoten, volgt China op 14 augustus 1917 het Amerikaanse voorbeeld. Een Chinees aanbod om duizenden militairen naar Frankrijk te sturen, wordt door de Europese mogendheden geweigerd. Maar Frankrijk en Groot-Brittannië maken wel gebruik van het aanbod om Chinese arbeiders te ronselen.

Chinese arbeiders in de haven Boulogne (1917) - Wiki Commons
Chinese arbeiders in de haven Boulogne (1917) – Wiki Commons

Chinese Labour Corps

De Chinezen in Franse dienst krijgen een arbeidscontract van vijf jaar. Na afloop hebben zij het recht om in Frankrijk te blijven. Ze werken vooral in de industrie en de havens waar ze de lege plekken overnemen van Franse mannen die naar het front moeten. In Engeland is daar geen sprake van door sterk verzet van de vakbonden. Die zitten niet te wachten op goedkope buitenlandse arbeiders. De Britten richten daarom het Chinese Labour Corps (CLC) op, dat alleen op het Europese vasteland, achter het front wordt ingezet in Frankrijk en België.

Het CLC rekruteert vooral in de arme noordoostelijke Chinese provincie Shandong. Ook vóór de Chinese oorlogsverklaring aan Duitsland worden er al zogenaamde contractkoelies geworven. De koelies krijgen een contract voor drie jaar en moeten daarna terug naar huis. Tussen 1917 en 1920 nemen zo’n 95.000 Chinezen dienst in het CLC, dat een onderdeel is van de British Expeditionary Force (BEF) van het Britse leger. Ze worden georganiseerd in compagnieën onder leiding van een Britse officier, die wordt geassisteerd door Britse en Chinese onderofficieren en Chinese tolken. De reis van China naar Europa verloopt via Canada en de door Duitse U-boten onveilige Atlantische Oceaan.

- advertentie -
Britse soldaat en Chinese arbeiders bij Kaaster in 1917 - Wiki Commons
Britse soldaat en Chinese arbeiders bij Kaaster in 1917 – Wiki Commons

Ze ontvangen een voor Europese begrippen mager loon, maar in China is het goed geld. Bovendien krijgen ze kost, inwoning en medische zorg. Ze hebben dus weinig uitgaven. Een keer per week hebben ze een halve dag vrij en op Chinese feestdagen zijn ze meestal ook vrij. Vrij betekent niet dat ze overal kunnen gaan en staan. Ze mogen in eerste instantie zelfs hun kampen achter het front niet verlaten. Later mogen de Chinezen wel in de omgeving wandelen, maar Britse horeca en clubs blijven voor hen gesloten. De arbeiders vermaken zich vooral met gokken en vogeltjes africhten.

Spaanse griep

Achter het front worden de Chinezen meestal ingezet voor constructie- en sloopwerk, het laden en lossen van schepen en treinen en het opruimen van slagvelden. Alhoewel de mannen nadrukkelijk niet worden gezien als strijders, worden ze na 14 augustus 1917 ook aan het front ingezet om loopgraven te graven en te herstellen en munitie aan te voeren. En soms liggen hun kampen binnen het bereik van Duitse artillerie.

In een kamp bij Busseboom, iets ten zuidoosten van Poperinge, steekt op 15 november 1917 een arbeider een sigaret op. Het licht van de peuk wordt in de lucht gespot door een Duitse vlieger, die direct aanvalt en een bom laat vallen op het kamp. Dertien Chinezen komen daarbij om het leven. In totaal sterven er zo’n tweeduizend leden van het CLC. De meesten van hen komen om het leven door de Spaanse griep-epidemie van na de oorlog.

Chineze arbeiders slopen bruikbare onderdelen uit een kapotte Britse Mark IV tank (1918) - Wiki Commons
Chineze arbeiders slopen bruikbare onderdelen uit een kapotte Britse Mark IV tank (1918) – Wiki Commons

Als de Eerste Wereldoorlog eindigt op 11 november 1918, blijven de Chinezen tot 1920 om de rotzooi op te ruimen. Dat betekent vooral met speurhonden lijken opsporen en herbegraven op oorlogsbegraafplaatsen in Frankrijk en België. Ze ruimen ook onontplofte munitie op. Niet de fijnste klussen.

Wang Yung Fa, arbeider in de 107e compagnie van het CLC, servicenummer 44720, verblijft in een kamp in het dorp de Klijte, ten zuiden van Poperinge en Ieper. Hij sterft op 7 april 1919 bij het opruimen van de Vlaamse velden rond Poperinge. Nu tiert daar welig de hop ten behoeve van lokale bierbrouwerijen. Ook Wang is hoogstwaarschijnlijk een slachtoffer van de Spaanse griep.

De Westhoek

In de Westhoek trekken de Chinezen bekijks onder de lokale bevolking. Ze worden vaak ‘Tsjings’ genoemd. De aan de 47e compagnie van het CLC verbonden tolk Gu Xingqing beschrijft hun leven in zijn in 2010 uitgegeven memoires. In de Westhoek herinneren diverse oorlogsmonumenten en -graven aan de inzet van de Chinese arbeiders. Rond Poperinge zijn er in 1919 circa 12.000 actief geweest bij opruimwerkzaamheden. Veel contact met de lokale bevolking is er niet geweest. Al hoewel er een geval bekend is van een West-Vlaamse die door een Chinees is bezwangerd. Althans dat is het vermoeden, want de vrouw verweet de Chinese trekken van haar zoon aan de wind die was gedraaid tijdens zijn geboorte. In Vlaanderen zijn zesentachtig Chinezen op naam begraven, waarvan zestig in de gemeente Poperinge. Op Lijssenthoek Military Cemetery liggen er vijfendertig begraven in hun eigen hoekje.

- advertentie -
Het graf van Wang Yung Fa op Lijssenthoek Military Cemetery - Foto Edwin Ruis
Het graf van Wang Yung Fa op Lijssenthoek Military Cemetery – Foto Edwin Ruis

Bezoekers van de Westhoek kunnen beginnend op de Grote Markt van Poperinge een fietstocht van achtentwintig kilometer maken langs bijzondere locaties die verbonden zijn met de Eerste Wereldoorlog en de Chinese arbeiders. In Busseboom is een monument voor hen. De begraafplaats Lijssenthoek is naast de laatste rustplaats voor Chinezen, ook bekend als een groot voormalig hospitaal waar vooral gewonden van de strijd om Ieper werden verzorgd. Poperinge is vanuit Nederland ook goed te bereiken met de trein.

~ Edwin Ruis

Boek: Gu Xingqing, Mijn herinneringen als tolk voor de Chinese arbeiders in WOI
Overzicht van boeken over de Eerste Wereldoorlog
Toerisme Properinge: www.toerismepoperinge.be/nl/aanbod

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

1001 vrouwen in de 20ste eeuw - Els Kloek Napoleon - De man achter de mythe (Adam Zamoyski) De rechtvaardigen - Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde (Jan Brokken) Reconquista - Miquel Bulnes Leonardo da Vinci - Sprekende gezichten De bokser - 
Het leven van Max Moszkowicz (Biografie) 80 jaar oorlog - Gijs van der Ham / NTR Het goede leven - Annegreet van Bergen Hitlers Derde Rijk in 100 voorwerpen - Roger Moorhouse De Zonnekoning - Glorie en schaduw van Lodewijk XIV (Johan Op de Beeck)
Gelijk naar geschiedenisboeken over: