Dark
Light

De flessentrekkker, een sluwe oplichter

1 minuut leestijd
Vaten met drank
(CC0 - Pixabay - mipla71a)

Wie anderen in het ootje neemt en op een oneerlijke manier aan geld of goederen komt, wordt weleens een flessentrekker genoemd. Zo iemand opereert op een sluwe manier en licht mensen zonder scrupules op.

Met deze zegswijze wordt hoogstwaarschijnlijk verwezen naar personen die, bijvoorbeeld in een kroeg, een fles onder een vat met drank hielden om deze snel even te vullen, zonder daarvoor te betalen en zonder ook rekening te houden met het vat dat door dergelijke oplichting natuurlijk steeds meer van zijn inhoud verloor. De uitdrukking zou zijn afgeleid van:

Bier of wijn op flessen trekken.

In Vlaanderen was het lange tijd gebruik om het laatste bier van een vat, dat altijd van mindere kwaliteit was, in flessen te doen en door toevoeging van suiker en gerst weer drinkbaar te maken. Als men dergelijke drank vervolgens aan klanten voorzette, was in zekere zin dus ook sprake van oplichting. De klanten werden “geflest”.

In Delpher, het online krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek, komen we het begrip ‘flesschentrekker’ voor het eerst tegen in een artikel uit 1887. In het Rotterdamsch nieuwsblad wordt dan met de volgende woorden gewaarschuwd voor een oplichter: “Wij ontvingen wederom bericht van een flesschentrekker, zich noemende A.H. Mol Dz.”

Flessenschraper
Flessenschraper (CC BY-SA 4.0 – I980808 – wiki)

Schrapers

Moderne flessenschrapers, bedoeld om de laatste resten vloeistof mee uit flessen te halen, worden ook wel eens flessentrekkers genoemd. Dit object heeft echter geen negatieve connotatie. Of het moet zijn dat de gebruikers zeer zuinig zijn. Maar positiever is het natuurlijk om hen gewoon efficiënt of duurzaam te noemen.

Bronnen

-https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011009079:mpeg21:a0038
-https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/flessentrekkerij
-https://etymologiebank.nl/trefwoord/flessentrekker
-Nederlandse spreekwoorden spreuken en zegswijzen – K. ter Laan, p.85
×