Dwalen langs de Romeinse wegen van de Peutingerkaart

Lag Lugdunum bij Katwijk of in Gent?
///
6 minuten leestijd
Deel van de Peutingerkaart met enkele plaatsen in België en Nederland
Deel van de Peutingerkaart met enkele plaatsen in België en Nederland

In 1507 vond de Duitse humanist en handschriftenjager Konrad Celtes in een bibliotheek een kaart van het Romeinse rijk die helemaal terugging op Agrippa, veldheer en vriend van keizer Augustus. Jammer genoeg vond Celtes niet het origineel maar een dertiende-eeuwse kopie. Celtis schonk de kaart in 1508 aan zijn vriend Konrad Peutinger, waarna deze onder diens naam uiteindelijk in de Hofbibliothek in Wenen belandde. Op die beroemde kaart staan ook de oudste wegen in Nederland, gelegen langs de limes, de grens tussen het Romeinse Rijk en de wereld ten noorden daarvan. Deze twee wegen liepen van Nijmegen door de Betuwe naar Katwijk, dat op de Peutingerkaart is aangeduid als Lugdunum, zie bijvoorbeeld deze website.

Portret van Konrad Peutinger door Christoph Amberger (1543)
Portret van Konrad Peutinger door Christoph Amberger (1543)
Tot zover de standaardopvatting.

In zijn net bij Uitgeverij Verloren verschenen boek Op zoek naar Romeinse wegen in Nederland en België stelt Joep Rozemeyer dat dit niet kan kloppen. De twee ‘Nederlandse’ wegen op de Peutingerkaart liepen in werkelijkheid, zegt hij, niet door de Betuwe naar Holland, maar zuidelijker via Brabant naar Vlaanderen. Het Lugdunum van de Peutingerkaart is Katwijk noch Leiden, maar… Gent, dat toen nog aan zee lag. Alleen bij zo’n route kloppen de afstandsbepalingen op deze oude kaart. Die afstanden worden weergegeven in ‘leuga’ en slaan op de Gallische mijl, zo’n 2500 meter lang. Bij nameting elders, dus buiten het huidige Nederland blijken ze steeds min of meer te kloppen. Waarom zou dat in deze perifere regionen van het Romeinse Rijk niet het geval zijn? Echter, alle afstanden opgeteld leveren zoveel kilometers op dat beide wegen, als ze toch langs de limes zouden liggen, ver in zee zouden eindigen. Kortom, deze wegen lagen in werkelijkheid op een andere plek.

Een ruige stelling dus, al gaat Rozemeyer niet zo ver als wijlen de dwarsdenker archivaris Albert Delahaye, die zelfs in Nijmegen geen Romeinse stad zag en eigenlijk ‘onze’ hele Romeinse geschiedenis in Noord-Frankrijk plaatste. De auteur van dit boek, hoewel geïnspireerd door Delahaye, neemt er afstand van.

Deel van de Peutingerkaart met de plaatsen in België, Nederland, Frankrijk en Duitsland
Deel van de Peutingerkaart met de plaatsen in België, Nederland, Frankrijk en Duitsland

Oprolbare kaart

Hoe zit het nu met deze Peutingerkaart? Om te beginnen had deze al in de Oudheid zo zijn beperkingen. Zo was de oprolbare kaart bijna 7 meter lang maar slechts 34 cm hoog. Handig om opgerold mee te nemen, minder gemakkelijk om te raadplegen. In elf bladen toont de perkamenten kaart wegen, zeeën, rivieren, meren, steden, wegen, afstanden en lege ruimtes en noemt de namen van al die locaties. Zo liggen beide wegen waar het hier om gaat in een streek die op de kaart Patavia heet, wat toch wel verdacht op Bataafs lijkt. Langs de wegen staan halteplaatsen aangegeven in diverse ordes van grootte en de leuga’s om ergens te komen. Nadeel is dat de kaart niet op schaal is, alles is louter schematisch weergegeven. Een TomTom dus die evenveel lijkt op moderne landkaarten als een getekende beslisboom op een echt besluitvormingsproces.

Toch had de kaart ook zijn charmes: wie van Italië naar de grensstreken in bijvoorbeeld de Lage Landen moest reizen, was gebaat bij enig inzicht in het aantal dagtochten dat nodig was om in X of Y te komen en welke rivieren of zeeën zoal in de weg lagen. Na de veroveringen in Gallië door Julius Caesar vanaf het jaar 58 voor Christus had keizer Augustus geïnvesteerd in een goed wegennet in het Romeinse rijk. Een overzicht met afstanden en rudimentaire gegevens was dus cruciaal. Dat bood deze kaart.

Kortom, de Peutingerkaart moet je niet onderschatten. De kaart is grotendeels goed bewaard gebleven, al ontbreekt het (titel)blad met kaarten van Spanje en Groot-Brittannië. Verder is het blad met de Rijndelta op twee plekken beschadigd, wat de afstandsaanduidingen slecht leesbaar maakt. Dat monniken grossierden bovendien in het maken van fouten bij hun kopieerwerk, is algemeen bekend. Lastig is verder dat de oorspronkelijke kaart eeuwenlang werd aangevuld, zodat er steden op staan die niet gelijktijdig bestonden. Pompeii en Herculaneum, die bij de uitbarsting van de Vesuvius onder de lava verdwenen, figureren op de kaart naast veel jongere steden met namen met een christelijke achtergrond. Sommige plaatsnamen zijn nog altijd herkenbaar, andere al in de Oudheid of later onherkenbaar veranderden.

De tempel van Isis in Pompeii - Niccolini
De tempel van Isis in Pompeii – Niccolini (Publiek Domein – wiki)

Terug naar Rozemeyer.

In het kielzog van revisionist Delahaye is deze voormalige oogarts gaan speuren naar de routes op deze kaart. Zijn kernvraag is: waar liepen die wegen nu echt? Omdat de afstanden op de kaart niet kunnen passen bij de veronderstelde route door de Betuwe, draait Rozemeyer vanaf Nijmegen de routes zóver in zuidwestelijke richting om, dat de afstanden wel kloppen. Daarna volgt een tweede zet. Dan verlaat onze auteur zijn studeerkamer en begint te wandelen, te verkennen, te onderzoeken, te meten en te gissen. Waar liepen die routes dan wel? De charme van het boek zit voor een groot deel in de waarnemingen en ontdekkingen die de schrijver onderweg doet. Zo verlaat hij Nijmegen in zuidwestelijke richting en peinst waar de op de kaart genoemde knooppunten zich hebben kunnen bevinden, gelet op de Gallische mijlen op de kaart. De schrijver schetst uiteindelijk een alternatief, dat deels overtuigt, al was het maar omdat het bij (veel) van die potentiële haltes wemelt van de Romeinse vondsten. Uiteindelijk plooit hij beide routes zo, dat ze niet langer ver voor de Hollandse kust eindigen, ver in zee, maar in Gent, dat naar zijn overtuiging in de Romeinse tijd aan de delta van de Schelde grensde, aan zee. Niet Katwijk, maar Gent zou dus het Lugdunum van de Peutingerkaart zijn.

Rustig

Zoals gezegd, het gaat hier om alternatieve feiten, maar of het hier om een vorm van ‘historisch kwakdenken’ gaat, is nog maar de vraag. Rozemeyer, die in 2021 overleed, presenteert zijn bevindingen in dit boek op een rustige toon, hij beweert niet de waarheid in pacht te hebben met zijn alternatieve routes, maar wil bijdragen aan de discussie. Veel van zijn conclusies zijn speculatief maar de bewijsvoering is ook lastig. Zo passen in zijn constructie de waarschijnlijkste halteplaatsen vaak wel, maar niet steeds bij de op de kaart gegeven afstanden. Rozemeyer benadrukt zijn keuzes verder met de ter plekke gedane archeologische vondsten. Dat roept wel vragen op: wie lang zoekt vindt ten zuiden van de limes heel vaak wel ergens Romeinse resten. Een probleem blijft ook dat de Peutingerkaart de wegen plaatst in de regio Patavia, dat in deze visie nu een heel andere ligging krijgt.

Op zoek naar Romeinse wegen in Nederland en België
Op zoek naar Romeinse wegen in Nederland en België
Los van deze stellingname kun je het fraai geïllustreerde boek ook lezen als een uitnodiging om behalve in Brabant ook eens in België op zoek te gaan naar sporen van het rijke Romeinse verleden. Behalve de Gentse route komen ook Romeinse invloeden in Tongeren en Luik en omgeving uitgebreid aan bod. De schrijver wijst op kaarsrechte wegdelen van d via Romana, grafheuvels, villa’s, bewonings- en architectonische resten en zelfs op plekken waar de brute Julius Caesar zijn slachtoffers maakte tijdens zijn acht jaar durende verovering van Gallië. Wie de auteur – met Caesars De Bello Gallico in de hand – op zijn speurtochten volgt, stuit zomaar op oude Keltische oppida waar de Romeinse veldheer kwam, zag en overwon en de lokale bevolking zoals Aduatukers en Eburonen bedroog, versloeg, vermorzelde of verslaafde, net zoals hij dat wat verder naar het noorden deed met Tencteren en Usipeten.

Rozemeyer stimuleert, zonder helemaal te overtuigen. De Peutingerkaart geeft zijn geheimen nog niet helemaal prijs. Met zijn vragen en mooie veldwerk stelt de schrijver de lezer in staat mee te denken en laat bovendien de Romeinse tijd herleven. Wetenschap kan wel tegen een stootje en leeft van beargumenteerde tegenspraak. De bijvangst van het boek is dat je nog eens met nieuwe verbazing naar dat oude Romeinse rijk kijkt en naar zijn vroege TomTom-systemen met de taaie raadsels die deze ons bezorgen.

~ Joost Eskes

Boek: Op zoek naar Romeinse wegen in Nederland en België

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Abonneer
Stuur mij een e-mail bij
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Eerder gepubliceerd

Politiek in de jaren zeventig: tussen optimisme en no-nonsense

Hierna verschenen

Forum Hadriani, de noordelijkste Romeinse stad op het Europese vasteland

0
Reageren op dit bericht?x