Frontsoldaat

Dat Louwe Huizenga, over wie ik gisteren blogde, in Groningen een wereldrecord op de marathon kon lopen zonder dat de wereld dat in de gaten had, was niet zó vreemd: de wereld verkeerde in oktober 1915 immers in oorlog. Toen Huizenga zijn record liep, beschreef een in Parijs wonende Nederlandse, Wilma Knaap, hoe haar broer Arthur, een soldaat in het Vreemdelingenlegioen, streed tegen de Duitsers.

Het Eerste Regiment vocht in het noorden van Souain, in een verschrikkelijke actie. … Toen de eerste Duitse loopgraven genomen waren (hun kolonel had naar de eer voor zijn regiment bedongen om vooraan te marcheren en hijzelf marcheerde, met een geweer in de hand, voor zijn manschappen), hield een soort van kleine veldschans nog stand, die de infanteristen naar de order moesten innemen door een dubbele zijdelingse aanval.

Maar een afleiding was nodig, die de aandacht van de vijand op de voorhoede zou vestigen. Toen zag men een gedeelte van het Eerste Regiment, 247 mannen in het geheel, bij rotten voorwaarts gaan, bajonet op en in de pas, als op exercities! Daarop, overeind of liggend op de buik, vlakbij de vijand, schoten ze, opstaand, weer liggend, voorwaarts gaand. Men wist vervolgens door krijgsgevangenen dat de Duitsers, door bovengenoemd waagstuk voor het lapje gehouden, geloofd hadden aan een massieve aanval. Van de 247 man kwam precies 48 man terug.

Ik citeerde deze brief uit het een paar maanden geleden door Jorge Groen gepubliceerde boek Patria. Brieven uit de loopgraven van legionair Arthur Knaap. Hij en zijn Parijse zus Wilma waren bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk achtergebleven maar schreven met hun verwanten in Nederland. Zij stonden in contact met Willem Kloos, die er als redacteur van De Nieuwe Gids voor zorgde dat de ooggetuigenverslagen van de strijd in Frankrijk een groter publiek kregen. Knaap was daarvan op de hoogte en tenminste één brief is duidelijk voor publicatie geschreven.

Groen onderzocht of er nog meer materiaal was en vond het, deels in Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië en deels in bezit van de familie Knaap, zodat in Patria ook briefkaarten en kattebelletjes zijn opgenomen. Weliswaar bevatten die niet zo heel veel informatie – “Ik kan niet zeggen waar ik me bevind”, heet het ergens – maar ze dragen wel bij aan de directheid waarmee je als lezer contact krijgt met de frontsoldaat. Door ook de velddagboeken van Knaaps onderdelen erbij te betrekken, weet Groen het beeld mooi af te ronden.

Gastvrij Frankrijk

Patria. De oorlogsbrieven van legionair Arthur Knaap
Patria. De oorlogsbrieven van legionair Arthur Knaap
Knaap was in 1893 geboren in Nederlands-Indië, waar zijn vader zich onmogelijk had gemaakt, zodat de familie vanaf 1903 in Nederland verbleef. Ook daar kwam Knaap Senior in de problemen en vanaf 1907 woonden de Knaaps in Parijs. Toen de oorlog met Duitsland uitbrak, was Arthur Knaap dus al zeven jaar in Frankrijk en omdat hij maar zo kort in Nederland had gewoond, was het in 1914 geen moeilijke keuze om dienst te nemen van wat toch zijn feitelijke vaderland was.

- advertentie -

Ik vind het niet meer dan billijk, dat een Knaap zich opoffert, als het nodig is, voor Frankrijk, waar wij zoveel gastvrijheid hebben genoten. Ik ben niet bang voor de dood. Ik ben wel zeer voorzichtig, maar als het zover moet komen, zal ik tonen dat wij, Indische jongens, eveneens de dood niet achten.

De brieven documenteren allerlei aspecten van de oorlog. Trivialiteiten als de behoefte aan chocolade. Het steeds negatievere beeld van de tegenstander. De invloed die dat heeft op de eigen moraal: “Je wordt absoluut een woesteling, wanneer je aan zulke vijanden denkt.” Knaap schrijft er eenvoudig over, zonder veel franje. Groens verbindende teksten voegen veel toe – ik vond ze erg verhelderend.

Knaap rolde redelijk door de oorlog heen. Niet dat hij zich drukte: hij heeft hard gevochten en werd onderscheiden voor zijn moed. Hij raakte echter niet gewond en overleefde een gifgasaanval. De schade zat meer in de persoonlijke sfeer: aan het einde van de oorlog was de relatie met zijn vriendin gesneuveld. En uiteindelijk haalde de oorlog hem in: zijn longen bleven zwak en zijn nabestaanden waren er zeker van dat zijn vroege dood, op vierenveertigjarige leeftijd, het gevolg was van de gifgasaanval.

In een briefje uit juni 1915 prees Willem Kloos de “eenvoudige moed en heldhaftige resignatie” van Arthur Knaap. Die woorden zijn een eeuw oud maar zijn, denk ik, een heel goede typering van het door Jorge Groen bezorgde materiaal.

~ Jona Lendering

Boek: Patria. Brieven uit de loopgraven van legionair Arthur Knaap

Jona Lendering is historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken. Zie ook zijn blog: mainzerbeobachter.com

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: