Dark
Light

Gemeente onterecht teruggefloten bij dodenherdenking Vorden

2 minuten leestijd

Gemeente onterecht teruggefloten bij dodenherdenking Vorden
Een jaar geleden bepaalde de voorzieningenrechter dat vertegenwoordigers van de gemeente Bronckhorst niet mochten meewerken aan de herdenking van Duitse soldaten in Vorden binnen het kader van de jaarlijkse Dodenherdenking op 4 mei. De gemeente ging in hoger beroep en de rechtbank in Arnhem heeft de gemeente dinsdag in het gelijk gesteld.


Monument voor de tien Duitse militairen op de begraafplaats in Vorden

Over de Dodenherdenking in het Gelderse dorpje Vorden ontstond afgelopen jaar veel commotie nadat bekend werd dat ook enkele Duitse soldaten herdacht zouden worden. Op de begraafplaats in Vorden liggen tien Duitse militairen begraven. Zij kwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van Vorden om het leven. Het nationale herdenkingscomité koos er voor om in 2012 ook Duitse soldaten bij de herdenking te betrekken.

Federatief Joods Nederland (FJN) spande hierop een kort geding aan tegen de gemeente. De organisatie stelde dat het “grievend voor de levenden en beledigend voor de doden” zou zijn als ook de Duitsers zouden worden herdacht. De rechtbank in Zutphen besloot uiteindelijk dat de herdenking alleen door mocht gaan in de traditionele vorm en dat de gemeente Bronckhorst niet mocht meewerken aan de herdenking van de Duitse soldaten. Dit hield onder meer in dat de burgemeester en andere vertegenwoordigers van de gemeente tijdens of na de herdenking niet langs de Duitse graven mochten lopen.

Uitzonderlijke situaties

Burgemeester Henk Aalderink ging hierna in hoger beroep. Naar eigen zeggen omdat hij helder wil hebben “in hoeverre een rechter zich mag bemoeien met het handelen van een burgemeester bij openbare gelegenheden”. In hoger beroep heeft de rechtbank in Arnhem de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd. Volgens de rechtbank is het aan gemeenten zelf om te bepalen wie en wat ze herdenken. Alleen in hele uitzonderlijke situaties kan een rechter eventueel besluiten in te grijpen. De rechtbank:

Denkbaar is dat een bepaalde voorgenomen wijze van herdenken zodanig onzorgvuldig is dat het organiseren daarvan door het comité en/of de feitelijke betrokkenheid van de lokale overheid daarbij als onrechtmatig jegens bepaalde derden moet worden gekwalificeerd. Daarvan zou met name sprake kunnen zijn als met de voorgenomen wijze van herdenken wordt beoogd bepaalde personen, hun nabestaanden en/of hun nagedachtenis te kwetsen.

Volgens de rechtbank was daar in het geval van de herdenking in Vorden geen sprake van. Dat er personen waren die zich gekwetst voelden door de voorgenomen herdenking, wil volgens het hof nog niet zeggen dat de herdenking onrechtmatig was.

Zeker niet indien deze personen niet tot de (lokale) kring van mensen behoren voor wie een dergelijke (lokale) herdenking wordt georganiseerd.

Gerelateerde boeken:

×