Hendrik de Cock (1801-1842) – Nederlandse predikant

Initieerde Afscheiding van 1834

De predikant Hendrik de Cock (1801-1842) was een van de leidende figuren tijdens de Afscheiding van 1834, een afsplitsing van de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij wordt beschouwd als een belangrijke grondlegger van de Gereformeerde Kerken in Nederland, die in 1892 ontstonden.

Jeugd, opleiding en huwelijk van Hendrik de Cock

Hendrik de Cock werd geboren op 12 april 1801 in Veendam. Zijn grootvader was dominee, zijn vader Tjaarda de Cock was een herenboer (ook wel scholteboer: een boer met voldoende kapitaal en dus eigen personeel), schout en tegelijk burgemeester van Wildervank was.

De middeleeuwse kerk van Ulrum (cc - Drewes)
De middeleeuwse kerk van Ulrum (cc – Drewes)
In 1818 begon De Cock aan een studie theologie aan de Universiteit van Groningen, die hij in vier jaar voltooide. Op 11 februari 1824 trouwde Hendrik de Cock met Frouwe Venema (1803-1883), die na Hendriks dood nog 47 jaar leefde. Zij was de dochter van een rijke boer. Na hun huwelijk betrok het stel een pastorie in Eppenhuizen, waar De Cock per 7 maart 1824 voorganger was in de Nederlandse Hervormde Kerk. Samen kregen Hendrik en Frouwe een zoon, Helenius de Cock (1824-1894) – die later docent aan de Theologische Hogeschool Kmpen werd – en een dochter genaamd Eelbrin de Cock (1833-1907).

Predikant in Ulrum: aanloop en oorzaken Afscheiding

Kort na zijn intrededienst in Ulrum in november 1829 ontmoette Hendrik de Cock de orthodoxe ouderling J.J. Beukema. Deze wees hem op het belangen van de ‘oude schrijvers’. Mede door de contacten met Beukema en het lezen van de ‘oude schrijvers’ werd De Cock orthodoxer. Op 20 december 1833 – vlak voor Kerst dus – werd aan Hendrik de Cock bekendgemaakt dat hij voor drie maanden geschorst was. In april 1834 werd deze schorsing door het Provinciaal Kerkbestuur bekrachtigd, wat inhield dat hij niet meer mocht preken en zijn traktement verloor. De reden hiervoor was dat Hendrik de Cock kinderen uit andere gemeenten had gedoopt, voor mensen die een doopdienst door een orthodox-hervormde predikant wensten.

- advertentie -

Verder speelde een rol dat Hendrik de Cock een boekje had gepubliceerd waarin hij zich fel uitliet over collega-predikanten, die volgens hem een dwaalleer verkondigden. Deze brochure had een epische titel:

Verdediging van de gereformeerde leer en van de ware gereformeerden, bestreden en ten toon gesteld door twee zogenaamde Gereformeerde Leeraars, of de Schaapskooi van Christus aangetast door twee wolven en verdedigd door H. de Cock.

Nicolaas Pieneman, Portret van koning Willem II, 1849, Staatsmuseum Hermitage, St. Petersburg
Nicolaas Pieneman, Portret van koning Willem II, 1849, Staatsmuseum Hermitage, St. Petersburg
Verder speelde nog een rol dat De Cock openlijke kritiek uitte op de zogenoemde Evangelische Gezangen, die in 1806 ingevoerd waren in de kerk. Deze gezangen noemde de predikant…

“…een getier in de oren des Heeren, die de gereformeerden al zingende naar de leugenleer afvoeren.”

Eind april 1834 besloot Hendrik de Cock vanuit Ulrum op reis te gaan naar Den Haag, om op audiëntie te gaan bij koning Willem I (1772-1843), staatshoofd en sinds 1816 de ‘paus’ van de Nederlandse Hervormde Kerk. Maar tevergeefs.

Op 29 mei 1834 nam het Provinciaal Bestuur het besluit om De Cock definitief at te zetten als hervormd predikant.

De Afscheiding en de rol van Hendrik de Cock

De Afscheiding begon van 13 op 14 oktober 1834, na een onrustige zondag 12 oktober (waarin de kerk ’s middags gesloten was omdat er de vrijzinnige dominee voorging). In Ulrum scheidde Hendrik de Cock zich een dag erna met de meeste van zijn gemeenteleden van de Nederlandse Hervormde Kerk af. Hierbij formuleerden ze de Acte van Afscheiding of Wederkeer, waarin ze stelden dat…

…de Nederlandsche Hervormde Kerk niet de ware, maar de valsche Kerk is volgens Gods woord en Art. 29 van onze belijdenis, weshalve de ondergetekenden met dezen verklaren dat zij overeenkomstig het ampt aller gelovigen Art. 28 zich afscheiden van de gene die niet van de Kerk zijn, en dus geen gemeenschap te willen hebben, met de Nederlandsche Hervormde Kerk, tot dat deze terug keert tot de waarachtige dienst des Heeren.

Hendrik Scholte
Hendrik Scholte
In de jaren 1834-1836 vertrokken er meerdere predikanten uit de Nederlandse Hervormde Kerk, onder wie Hendrik P. Scholte, Anthony Brummelkamp, Huibert Jacobus Budding (Biggekerke, Zeeland) en Albertus C. van Raalte. Tot 1836 werden landelijk liefst 130 plaatselijke afgescheiden gemeenten gevormd. Omstreeks 1839 waren er inmiddels meer dan 150 gemeenten die afkomstig waren uit de Afscheiding.

In 1892 gingen de meeste afgescheidenen een fusie aan met de gereformeerden die in 1886 met de Doleantie – onder leiding van de neocalvinist en ARP-leider Abraham Kuyper (1837-1920) – meegegaan waren. Dit resulteerde in de Gereformeerde Kerken in Nederland (1892-2004), die in 2004 opgingen in de Protestantse Kerk in Nederland.

Na de Afscheiding

Het graf van De Cock op de Zuiderbegraafplaats in Groningen (cc - Hardscarf )
Het graf van De Cock op de Zuiderbegraafplaats in Groningen (cc – Hardscarf )
De volgelingen die met Hendrik de Cock uit de Nederlandse Hervormde Kerk traden, werden spottend ‘Koksianen’ genoemd. Ze werden aanvankelijk vervolgd door de overheid. Zo kreeg De Cock militairen ingekwartierd en werd hij met zijn gezin uit de pastorie gezet. Ook kreeg hij, vanwege ‘ordeverstoring’ (De Cock preekte in Ulrum vanuit de ouderlingenbank, terwijl gerechtsdienaars de preekstoel afschermden) een boete van 150 gulden en drie maanden gevangenisstraf opgelegd. Deze straf zat hij uit van 28 november 1834 tot 28 februari 1835.

In mei 1835 nam het gezin De Cock de trekschuit naar Smilde in Drenthe, zat van de pesterijen van de ingekwartierde soldaten in hun Ulrumse pastorie die de dominee en zijn vrouw sarden door ladderzat te worden van de wijn van de familie De Cock en hun serviesgoed stuk te slaan.

Opererend vanuit Smilde en in Groningen bleef De Cock in zijn laatste levensjaren in diverse hervormde kerken preken – waarvoor hij geregeld boetes kreeg van zo’n honderd gulden per keer, maar dat schrok hem niet af – en afgescheiden gemeenten institueren.

Hendrik de Cock overleed op 14 november 1842 in Groningen. Zijn lichaam werd vier dagen later ten ruste gelegd op de Zuiderbegraafplaats aan de Hereweg te Groningen.

Boekentip: Op ongebaande wegen. De Afscheiding in Amsterdam – J.H. Soepenberg
Lees ook: De Afscheiding (1834): oorzaken, samenvatting en gevolgen

Bronnen

Boeken
-Harm Veldman, Hendrik de Cock. Afgescheiden en toch betrokken (Bedum: Cedrus, 2004).

Internet
-https://gereformeerdekerken.info/ds-h-de-cock-1801-1842/
-https://www.deverhalenvangroningen.nl/alle-verhalen/ulrum-1834-hier-is-het-tijd-hier-moet-het-gebeuren
-http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=cock011
-http://www.dbnl.org/tekst/molh003nieu07_01/molh003nieu07_01_0584.php
-https://sites.google.com/site/beeldfiguren//hendrik-de-cock
-http://www.protestant.nu/Encyclopedie/tabid/359/Default.aspx?Page=Cock%2C%20Hendrik%20de
-https://jandirksnel.wordpress.com/tag/evangelische-gezangen/

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: