Het merk Al Capone
De eerste keer dat Al Capone probeerde om de publieke opinie rechtstreeks te beïnvloeden was in januari 1927, vlak nadat het lichaam van Theodore ‘Tony the Greek’ Anton was gevonden. Anton was zodanig gemarteld, bevroren en gedumpt dat het moest dienen als een waarschuwing dat de moordenaars ongestraft hun gang konden gaan als ze wilden. Verschillende dagen later en zonder naar Anton te verwijzen hield Al Capone een bijzondere persconferentie. Het bijzondere ervan was dat hij de journalisten niet naar zijn hoofdkwartier in het hotel liet komen, maar uitnodigde in zijn huis aan Prairie Avenue. Daar ontving hij hen op slippers en gehuld in een roze schort(!), zwaaiend met de grote houten lepel waarmee hij in zijn moeders spaghettisaus had staan roeren (niet zelfgemaakt want hij at graag maar had een hekel aan koken). Hij trakteerde hen op een maaltijd in de eetkamer, bestaande uit allerlei door Teresa bereide gerechten, en vergezeld van een goede rode wijn (die ze uiteraard niet vermeldden in hun artikelen over de goede, vriendelijke en gelukkige huisvader die hij was). De persconferentie had tijdelijk het kalmerende effect dat hij beoogde: in hun artikelen over de bendeoorlogen merkten de journalisten terloops op hoezeer Al Capone het geweld betreurde.

Capone had het ook in 1927 druk met het vereffenen van rekeningen, het bedenken van overnames, en het ontwijken van onderzoeken naar zijn zakelijke praktijken, dus zijn contacten met de pers bestonden meestal uit impulsieve reacties op recente gebeurtenissen, en geïmproviseerde, spontane opmerkingen. Hij was een meester in het ‘spinnen’, lang voordat dat begrip bestond, een slimme manipulator die voor de vuist weg kon denken en meestal precies wist wat hij kwijt wilde en wat niet. Heel af en toe ontstond er een probleem als een van de journalisten, even gewiekst als hijzelf in het omkeren van een uitspraak, erin slaagde om zijn woorden tegen hem te gebruiken. Hij wist dat hij het zich niet kon veroorloven om te worden afgeschilderd als een pias, en dat betekende dat spontane reacties niet voldoende waren als hij zich in een netelige positie bevond. Hij realiseerde zich dat hij het resultaat van iedere ontmoeting met de pers moest sturen en onder controle moest hebben.
Een van de manieren daarvoor was journalisten op zijn loonlijst zetten, zoals hij naar verluidt had gedaan met Jake Lingle van de Chicago Tribune, maar er waren te veel onkreukbare journalisten die zich niet lieten omkopen. Robert St. John in Cicero was de voornaamste van hen; hij doorzag Al’s machinaties en weigerde daaraan mee te werken. Anderen, zoals Harry Read, een stadsredacteur bij de Chicago Herald and Examiner, erkende de lange arm van Capone en probeerde te werken op een voor-wat-hoort-wat-basis; Read sloot geen financieel contract maar stemde in met een deal waarbij beiden kregen wat zij wilden: Capone zou tips geven voor exclusieve verhalen en interviews die Read kon uitzetten bij journalisten van wie hij dacht (en hoopte) dat ze eerlijk en onafhankelijk waren, en Read zou in ruil daarvoor Capone adviseren hoe hij zich moest gedragen zodat de artikelen vleiend en positief zouden zijn.
De fotograaf Anthony ‘Tony’ Berardi sr., die de meeste opdrachten kreeg om Capone te fotograferen, complimenteerde Read met het feit dat hij ‘die vent in dat opzicht had opgevoed’. Volgens hem had Read tegen Al Capone gezegd dat hij nu te bekend was om ‘zich als een gangster te gedragen’ en dat hij moest leren ‘geen verstoppertje meer [te] spelen maar aardig moest zijn voor mensen’. Berardi’s foto’s vormen een van de volledigste archieven van Capone’s jaren in Chicago, en hij fotografeerde Capone onbevooroordeeld, ook al verachtte hij hem omdat hij de Italo-Amerikanen een slechte reputatie bezorgde. Berardi was van mening dat zij over één kam werden geschoren, alleen maar omdat hun achternaam op een klinker eindigde:
‘Ik wist wat hij was en wat hij deed […] Hij bezorgde de Italianen een slechte naam.’
Berardi fotografeerde zonder te ensceneren, ongeacht hoe Capone zich gedroeg: als ze geflatteerd waren, prima; zo niet, dan gaven ze de realiteit weer.

Tegenwoordig zouden we zeggen dat Al Capone een Bekende Amerikaan geworden was, en de toenmalige paparazzi smulden van zijn doen en laten. Alles wat hij zei of deed werd eindeloos herkauwd in de media, en in het journalistieke wereldje van Chicago had hij een grote schare bewonderaars en aanhangers die altijd uit waren op een sensationeel verhaal. Hij kon nergens verschijnen zonder dat er een drom journalisten en fotografen stond te wachten om ieder woord en iedere beweging vast te leggen, in de hoop dat ze op een dag de magische uitroep konden laten klinken die overigens meer mythe dan realiteit was in de krantenwereld: ‘Stop de persen!’ (De uitdrukking stamt uit de tijd dat gedrukte kranten de voornaamste nieuwsbron vormden; ze geeft aan dat de persen letterlijk stopgezet moeten worden omdat er extreem belangrijk nieuws is. Vert.) Omdat al zijn bewegingen werden gevolgd, had Al Capone geen privacy meer, wat op zich al gevaarlijk was want wie wist welke vijanden er op de loer lagen om hem kwaad te doen.

Capone was nooit alleen, en hij had geen tijd voor een persoonlijk leven. Toen Tony Berardi hem op een middag uitnodigde om mee te gaan naar de sportschool voor een partijtje boksen sloeg hij dat af, zeggend dat er zoveel mensen buiten zijn kantoor stonden te wachten om hem ‘aan het werk’ te zien, dat hij eenvoudig geen tijd kon vrijmaken. Evenmin kon hij tijd nemen voor zijn gezin, omdat zelfs een bezoek aan zijn huis voor het zondagsmaal van Teresa gecompliceerd en gevaarlijk was. Om tijd te kunnen doorbrengen met Mae en Sonny [zijn zoon red.] zou het goed zijn om hen mee te nemen naar Los Angeles. Dat zou ook een goede manier zijn om zaken en ontspanning te combineren, want de Outfit had een begin gemaakt met het infiltreren en afpersen van vakbonden, en de bonden in de filmindustrie waren rijp voor de pluk.
Op dit punt lopen de bronnen uiteen. Volgens sommige krantenartikelen en de daarop gebaseerde biografieën liet hij zijn vrouw en zoon thuis en nam alleen Ralph en een paar lijfwachten mee, en zei hij tegen Mae dat hij op verkenning ging en als alles geregeld was haar en Sonny later op zou halen. Andere bronnen zeggen dat hij iedereen meenam: Ralph, de lijfwachten, en ook Mae en Sonny. Volgens zijn nakomelingen is dit laatste waar, omdat Mae Capone later dikwijls vertelde dat ze op deze reis voor het eerst de Westkust zag en dat ze heel graag langer had willen blijven.

Capone had opzettelijk vlak voor zijn vertrek een persconferentie gegeven, waarop hij, zoals een van zijn eerste biografen het formuleerde, ‘zijn verbeelding de vrije loop liet’. Hij wilde de inhoud van het vraaggesprek sturen door zelf het initiatief te nemen tot vragen waarop hij antwoorden kon geven die hem het beste uitkwamen en, met een moderne term, uitstekende soundbites vormden. Hij begon met te vragen wat hij had gedaan dat ze ‘hem zo op de hielen zaten’. Hij vertelde zijn gehoor dat zijn handen brandschoon waren, dat hij nooit iemand had vermoord, en zeker nooit iets te maken zou hebben met ‘een bordeel’. Hij had het juist altijd als zijn missie beschouwd om gangsters, inbrekers en rovers te rehabiliteren, te veranderen in verantwoordelijke burgers en hen opnieuw te integreren in een rechtschapen, godvrezende en de wet nalevende gemeenschap. En wat leverde al dat goede maatschappelijke gedrag hem op? Niets anders dan ‘de voortdurende minachting van het publiek’. Het was allemaal zo oneerlijk, klaagde hij. Zijn moeder en zijn gezin voelden zich gekwetst door de leugens over zijn afschuwelijke misdaden; het ‘werd hun te veel en zelf heb ik er ook genoeg van’.

‘Ik heb de beste jaren van mijn leven gegeven voor het welzijn van de mensen,’
…besloot hij, en de meeste krantenlezers waren dat met hem eens. In hun ogen was Al Capone een held.
Niettemin verliet hij Chicago en zijn vertrek zo vlak voor Kerstmis leek erop te wijzen dat het een permanente verhuizing was; daardoor maakte iedereen die op een van zijn loonlijsten stond zich zorgen over zijn kerstgratificatie. Voor hij vertrok zei hij dat hij de vrienden ‘die hem tijdens deze onrechtvaardige beproevingen trouw waren gebleven’ wilde bedanken. Hij schonk ‘vergiffenis’ aan zijn vijanden en zei dat de ‘smerissen’ op zoek moesten ‘naar een nieuwe gangsterbaas’ om achteraan te jagen. ‘Misschien vinden ze een nieuwe held voor de krantenkoppen,’ mijmerde hij, maar dat was wensdenken, want hij begon nog maar net bekend te worden.