Eerder publiceerde je een goed ontvangen boek over de geschiedenis van Flevoland. Je hebt nu een heel ander onderwerp beetgepakt.

Voor mijn eerste boek – Het Nieuwe Land. Het verhaal van een polder die perfect moest zijn – ondernam ik een zoektocht naar de bijzondere ontstaansgeschiedenis van Flevoland. De eerste generaties bewoners ondergingen een strenge selectieprocedure. Het is de provincie die de theorie van de maakbaarheid moest waarmaken. De Helpende Hand onderzoekt hoe de mal van de maakbaarheid gezinnen inkapselde.
De gezinsverzorging ontstond in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Onder het motto ‘Volksherstel door Gezinsherstel’ dienden de vrouwen als stootkussen van de wederopbouw. De gezinsverzorgsters ontwikkelden zich tot huishoudsters met een maatschappelijke taak: de hoedsters van de hoeksteen van de samenleving. Iedere zuil kreeg zijn eigen organisatie om probleemgezinnen te ondersteunen en te behoeden voor verval.
Het Nieuwe Land ging over de maakbare polder, De Helpende Hand handelt over het maakbare gezin. Voor mij verschillen de onderliggende thema’s van de twee boeken dus niet zo.
Hoe kwam je zo op dit thema?
“De thuiszorg is volop in het nieuws. De bezuinigingen lopen op tot 40 procent en de gemeenten zijn er sinds 1 januari 2015 volledig verantwoordelijk voor. Met alle gevolgen van dien. Er verandert veel, niet in de laatste plaats voor de werkneemsters en de mensen die thuiszorg ontvangen.
Wij hadden vroeger thuis gezinsverzorging. Mijn moeder kreeg in 1978 kanker – ik was toen vijf jaar – en sindsdien bestierden gezinsverzorgsters ons huishouden. Tien jaar lang. Anieta, Renske, Geeske, Anja, Tineke, Rina, Alie, Maria, een hele rij namen paradeert door mijn geheugen.
De gezinsverzorging is de voorloper van de thuiszorg van vandaag. Ik begon me af te vragen hoe het kon dat wij zo vanzelfsprekend hulp kregen. Hoe is dat vak ontstaan? Wat was toen het idee? En hoe is dat veranderd? In de jaren negentig van de vorige eeuw fuseerden de gezinsverzorgingsorganisaties met de wijkverpleging in de grote thuiszorgorganisaties zoals we die vandaag kennen. Met mijn boek wil ik het actuele debat de noodzakelijke, historische context bieden.
Je hebt gekozen voor een heel persoonlijke benadering. Het boek staat vol met verhalen van gezinnen die gezinshulp ontvingen en ook je eigen gezin komt uitgebreid aan bod. Waarom heb je gekozen voor deze benadering?

Mijn moeder werkte in de jaren zestig zelf als gezinsverzorgster in Amsterdam. Toen zij zelf ziek werd, moest ze een beroep doen op het beroep waarvoor ze zelf was opgeleid. Het vraagstuk van de thuiszorg probeer ik voelbaar te maken aan de hand van deze persoonlijke verhaallijn.
Hoe heb je die als kind ervaren?
“Ik wist niet beter. Ik was vijf jaar toen de eerste gezinsverzorgster kwam. Er liep gewoon altijd iemand door ons huis. We konden natuurlijk niet met iedereen even goed opschieten, en dat was wel eens vervelend en ingewikkeld. Dankzij mijn onderzoek weet ik nu beter. Onze moeder overleed in 1983, toen ik vijf jaar was. De gezinsverzorging was op zijn hoogtepunt. Zo’n 100.000 vrouwen waren erin werkzaam. Wij hebben veel aan de toen nog royale, publieke zorgvoorziening te danken. Mede dankzij de gezinsverzorgsters bleef ons huishouden functioneren. Lang leve de drie R’en – Rust, Reinheid en Regelmaat – die zij bij ons thuis in stand hielden. Als wij uit school kwamen, zat de gezinsverzorgster klaar met een kopje thee.

april 1982. (Nationaal Archief/Anefo/Hans van Dijk/cc by)
De gezinszorg heeft zich in de loop der tijd flink ontwikkeld. Wat zijn volgens jou de belangrijkste veranderingen?
“Voor een kopje thee was steeds minder tijd. Het beroep werd langzamerhand uitgehold en het sociale aspect raakte in de verdringing. Wij hadden in 1978 nog volle dagen hulp, vandaag de dag beperkt de voorziening zich bij mensen thuis vaak tot een paar uurtjes of zelfs een paar minuten.

Kan de gezinszorg van vandaag nog wat leren van die van vroeger? Of misschien wel andersom?
“Idee was toen dat de gezinsverzorgsters erger konden voorkomen. Door gezinnen die in het nauw kwamen tijdig hulp te bieden, konden ze niet afglijden, zo was het idee. Interessant is dat dat idee nu weer langzamerhand aan populariteit wint. Staatssecretaris Van Rijn heeft december vorig jaar een branchecode laten opstellen waarvan hij hoopt dat alle gemeenten zich daaraan gaan houden bij het inkopen van thuiszorg. Hierin rept hij van zogenoemde ‘integrale functies’. Integraal, de thuiszorgmedewerksters moeten meerdere verantwoordelijkheden gaan integreren. Huishouden, verzorgen, maar ook sociaal-maatschappelijke taken, net als de gezinsverzorgsters van toen.
1 februari 2016
De vermaatschappelijking van de zorg
Verzorgingsstaat – betekenis, kenmerken en korte geschiedenis
‘Ouderenzorg werd mensen vroeger bijna opgedrongen’
Nederland dankt ziektekostenstelsel aan rijkskanselier Bismarck
De bouw van het moderne Nederland in beeld
Geuzen bezorgden verdeelde Lage Landen een gemeenschappelijke identiteit
François van ’t Sant: harer majesteits loyaalste onderdaan