Nijmegen-padvindstersPadvindsters lopen mee met de Nijmeegse Vierdaagse. (Bron: Regionaal Archief Nijmegen)

Hoe sport van nationale betekenis werd

Nederland sterker met de kracht van sport

Aan het einde van de negentiende eeuw was sport een activiteit voor een handvol elitaire jonge mannen. Vijftig jaar later waren sportvelden in alle uithoeken van het land te vinden, was gymnastiek een verplicht onderdeel van de lesprogramma’s en deden Nederlanders buiten school- en verenigingsverband fanatiek aan lichamelijke opvoeding en sport. Op 26 mei 2021 promoveert historicus Jelle Zondag op de vraag waarom sport kon uitgroeien tot alomtegenwoordig nationaal fenomeen.

De opmars van sport vanaf het einde van de negentiende eeuw was het resultaat van de arbeid van een bont gezelschap sport- en beweegpropagandisten: gymnastiekonderwijzers, sportbestuurders, jeugdwerkers, militairen, artsen, journalisten en anderen. Ze schreven bibliotheken vol en reisden stad en land af om het grote publiek en de politiek het belang van dit nieuwe maatschappelijke verschijnsel duidelijk te maken. Sport was voor deze propagandisten namelijk veel meer dan een plezierige vrijetijdsbesteding. Sport was voor hen een instrument dat in dienst stond van een hoger doel: de versterking van Nederland.

In zijn proefschrift analyseert Jelle Zondag de ideeën en inspanningen van deze pleitbezorgers van lichamelijke opvoeding en sport, vanaf de opkomst van sport aan het einde van de negentiende eeuw tot de Tweede Wereldoorlog. Aan de hand van de geschiedenis van het bewegingsonderwijs, het Nederlands Olympisch Comité en de Nederlandse scoutingbeweging onderzoekt hij hun idealen en gaat hij na hoe zij deze in praktijk probeerden te verwezenlijken.

Turnfeest Koninklijk Nederlands Gymnastiek Verbond KNGV 1908 Amsterdam achter het Rijksmuseum. Bron: Documentatiecentrum KNGU
Turnfeest Koninklijk Nederlands Gymnastiek Verbond KNGV 1908 Amsterdam achter het Rijksmuseum. Bron: Documentatiecentrum KNGU

Propagandisten krijgen Nederland in beweging

Sebastiaan van Aken, een gymnastiekleraar en beweegpropagandist, is een van de hoofdrolspelers in het boek. In 1900 schreef hij in het liberale tijdschrift De Gids dat gymnastiekonderwijs noodzakelijk was om de Nederlandse bevolking…

‘…uit zijn verval op te heffen en weer geschikt te maken om, zowel in economische strijd der volken, als ter handhaving van zijn vrijheid en koloniaal bezit, kracht en zelfbewust te kunnen optreden.’

Pieter Scharroo, beroepsofficier en bestuurder van het NOC, was in het interbellum een van de belangrijkste propagandisten van lichamelijke opvoeding en sport. Hij verwachtte na de Eerste Wereldoorlog een felle economische concurrentiestrijd tussen landen:

‘Alleen een physiek goed ontwikkeld ras […] zal in staat zijn te voldoen aan de eisen die een meer intensieve, industriële productiewijze zal stellen. Wil Nederland niet achterblijven in de wedstrijd voor commerciële macht […] dan zal het zaak zijn, dat de opvoeding van ons volk rekening houdt met de taak, welke voor ons is weggelegd. M.a.w. aan de sociale en lichamelijke opvoeding’

Sterke natie door sport

‘Mensen als Van Aken en Scharroo hadden het ideaal om de Nederlandse natie sterker te maken met behulp van sport’, licht Zondag toe. ‘Ze stelden dat sport je een sterk lichaam geeft maar ook begerenswaardige karaktereigenschappen zoals moed, wilskracht, doorzettingsvermogen, discipline of verantwoordelijkheidsgevoel. Sport werd door hen gepresenteerd als activiteit met een collectief doel: de versterking van de natie. Bovendien zouden sporters goede soldaten zijn die de gebrekkige landsverdediging op orde brachten.’

Volkskracht - Jelle Zondag
Volkskracht – Jelle Zondag
Door de inspanningen van deze pleitbezorgers werd gymnastiek een standaard onderdeel van het onderwijs en groeide de scouting als plek om te bewegen en de natuur te beleven. Vanuit dezelfde sportidealen kwamen ook activiteiten als vierdaagse wandelmarsen in zwang. Zondag:

‘Door te wandelen zouden de burgers het eigen land leren kennen en genieten van de schoonheid ervan. Volgens pleitbezorgers zou zo als vanzelf een nationalistisch gevoel ontstaan onder de deelnemers.’

Het lijken idealen een uit een vervlogen tijd, maar volgens Zondag leven dit soort ideeën nog steeds binnen de Nederlandse sportorganisaties. ‘In de huidige plannen over sport, zoals het Nationaal Sportakkoord en de rapporten van de Nederlandse Sportraad wordt nog steeds gedacht over sport als een collectief ideaal. En op de website van NOC*NSF staat letterlijk “Wij maken Nederland sterker met de kracht van sport”‘.

Een publiekseditie van het proefschrift verschijnt bij uitgeverij Boom onder de titel ‘Volkskracht. Sport, lichamelijke opvoeding en de versterking van Nederland, 1880-1940’.

~ Radboud Universiteit

Ook interessant: Jaap Eden – De eerste nationale sportheld
Boek: Volkskracht – Jelle Zondag