Ook Utrecht spreekt excuses uit voor slavernijverleden

/
1 minuut leestijd
Sculptuur van vier geketende mannen ter hoogte van de Oudegracht 20 in Utrecht
Sculptuur van vier geketende mannen ter hoogte van de Oudegracht 20 in Utrecht (CC BY-SA 3.0 - Brbbl - wiki)

De Utrechtse burgemeester Sharon Dijksma heeft woensdag officieel excuses aangeboden voor het aandeel van het stadsbestuur in het slavernijverleden van de stad. Afgelopen jaar presenteerde de gemeente een onderzoek waaruit bleek dat de stad nauw verbonden was met de Nederlandse slavernijgeschiedenis, hoewel Utrecht zelf geen grote koloniale instituties huisvestte.

De burgemeester noemde het maken van excuses een “belangrijke stap” en riep ook de landelijke overheid op excuus aan te bieden. Dijksma:

“Erkenning van dit akelige en pijnlijke hoofdstuk in onze geschiedenis maakt dat we lessen kunnen trekken voor de toekomst. Daarnaast laten we nazaten van slachtoffers zien dat wij onze geschiedenis niet vergeten, maar juist het gesprek aangaan over het slavernijverleden en de gevolgen hiervan. Laat dit als laatste een voorbeeld zijn voor het kabinet om op landelijk niveau excuses te maken, want dit is breder dan Utrecht alleen.”

Rotterdam en Amsterdam maakten vorig jaar ook al excuses voor hun slavernijverleden.

Het onderzoek naar de Utrechtse banden met het slavernijverleden werd in 2019 gestart na een motie van de gemeenteraad. Uit dit onderzoek bleek dat er vanaf het begin van de zeventiende eeuw tot diep in de negentiende eeuw “intensieve banden” tussen Utrecht en de koloniën bestonden. Ongeveer veertig procent van de leden van het Utrechtse stadsbestuur, waaronder diverse burgemeesters, had belangen in het koloniale systeem en de slavenhandel. Dijksma:

“Zij investeerden veel geld in de slavernij en verdienden hier goed aan. Voor de stedelijke elite waren investeringen in koloniale ondernemingen een vanzelfsprekendheid. Neem bijvoorbeeld Belle van Zuylen. We kennen haar als succesvol romanschrijver en voorvechter van vrouwenrechten. Minder bekend is dat zij dankzij koloniale inkomsten in grote rijkdom leefde en zich daardoor helemaal kon wijden aan het schrijven van haar romans.”

Tot 1795 werkten er volgens de onderzoekers ongeveer 2800 Utrechters bij de VOC. Ook waren er veel vooraanstaande Utrechters die afreisden naar Amerika, Afrika en Azië om daar vervolgens belangrijke posities te bekleden bij handelscompagnieën of zelf plantages runden. Wie vanuit de koloniën terugkeerde naar Utrecht had soms zoveel geld verdiend dat men zich een stadspaleis kon veroorloven. Volgens de burgemeester laat dit alles zien hoezeer haar Utrecht toch op talloze manieren diep betrokken was bij de slavernij.

Naamswijziging

Een jaar geleden jaar diende de Utrechtse gemeenteraad ook een motie in om achternaamswijziging voor nazaten van tot slaafgemaakte mensen eenvoudiger en goedkoper te maken. Momenteel onderzoekt het Rijk in hoeverre dit mogelijk is. De gemeente Utrecht heeft alvast bekendgemaakt een financiële tegemoetkoming te bieden voor nazaten die in 2022 een verzoek naamswijziging doen.

Categorie: Slavernij
Boek: Slavernij en de stad Utrecht

Vorige verhaal

“Afrika is de spil geweest van de machine van moderniteit”

Volgende verhaal

Het slavenschip als kapitalistisch martelwerktuig

×