Week van de koloniale geschiedenis

‘Pot uit beerput werd door Rembrandt gebruikt’

In 1997 werden in de beerput bij de Amsterdamse woning van Rembrandt van Rijn twee potten gevonden. Een van deze potten is waarschijnlijk door de kunstenaar in zijn atelier en voor zijn werk gebruikt. Dat zegt Museum Het Rembrandthuis, dat in de voormalige woning van de meester is gevestigd, en de potten uitvoerig heeft laten onderzoeken.

Rembrandthuis in Amsterdam - cc
Rembrandthuis in Amsterdam (Publiek Domein – wiki)
In één van de gevonden potten (zogeheten grapen) is een restant van zogeheten kwartsgrond aangetroffen. Volgens het museum gebruikte alleen Rembrandt dit mengsel om zijn doeken te prepareren, voordat hij ging schilderen. Het Rembrandt acht het hierdoor “zeer waarschijnlijk” dat de potten door Rembrandt zelf zijn gebruikt in zijn atelier.

Huishoudelijke voorwerpen

Grapen werden in de zeventiende eeuw gebruikt als kookpotten. Maar ze werden – waar nodig – ook voor andere doeleinden gebruikt. Zo blijkt uit afbeeldingen van schildersateliers, waarop ze bijvoorbeeld te zien zijn als houders voor penselen. Schilders maakten in hun atelier dus ook gebruik van huishoudelijke voorwerpen die voorhanden waren.

In 1997 is archeologisch onderzoek verricht in de beerput op de binnenplaats van Museum Het Rembrandthuis. Bij de opgraving zijn onder andere twee kookpotten gevonden, één met een wit laagje aan de binnenkant en één met een beige laagje. Deze laagjes zijn destijds chemisch onderzocht. Het witte laagje in de ene pot bleek een krijtsubstantie waarmee schilders houten panelen konden prepareren. Van het beige laagje is alleen overgeleverd dat er wat lood in zat.

- advertentie -

Recent onderzoek naar de éénorige pot met het beige laagje echter heeft nog meer resultaat opgeleverd: naast de aanwezigheid van een minimaal spoor van lood, bleek er een mengsel van gemalen kwarts (zand), wat aardepigmenten en krijt in te zitten. Het Rembrandthuis:

“Deze samenstelling komt overeen met de zogeheten kwartsgrond, die door Karin Groen, een van de belangrijkste Rembrandt-onderzoekers in het toenmalige Centraal Laboratorium, in Rembrandts schilderijen is ontdekt. Haar onderzoek liet zien dat Rembrandt pas een kwartsgrond is gaan gebruiken voor zijn schilderijen op doek in de periode dat hij in de Jodenbreestraat woonde en werkte, in het huidige Museum Het Rembrandthuis.”

Relieken

Deze grondering zou niet door andere schilders in de zeventiende eeuw zijn toegepast. Leonore van Sloten, conservator van Museum Het Rembrandthuis, is vanzelfsprekend opgetogen met de ontdekking.

“We kunnen de potten beschouwen als komend uit het bezit van Rembrandt. Dat maakt ze tot echte relieken.”

Archeoloog in de beerput bij het Rembrandthuis, 1997 (Foto: Rembrandthuis)
Archeoloog in de beerput bij het Rembrandthuis, 1997 (Foto: Rembrandthuis)

Het museum bezit ook Rembrandts begrafenispenning van het schildersgilde. Van Sloten vermoedt dat Rembrandt het mengsel van kwarts en klei uit praktisch én financieel oogpunt handig vond.

“Doorgaans bereidden schilders hun doeken voor met twee lagen verf: eerst een laag rode oker om de structuur van het doek te egaliseren, gevolgd door een grijze laag loodwithoudende verf. Dat was een kostbaar proces door de benodigde pigmenten, maar ook omdat het lang duurde voor alles droog was. Kwarts was niet alleen betaalbaarder en in één laag dekkend als ondergrond voor een schilderij, maar kwartsgrond houdt bovendien het doek flexibel. Heel handig voor grote formaten.”

Het Rembrandthuis toont de twee grapen vanaf 21 september in de tentoonstelling Laboratorium Rembrandt. Rembrandts techniek ontrafeld.

Ook interessant: ‘Rembrandt evenzeer als Vermeer meester van de fijne motoriek’
Overzicht van Boeken over Rembrandt van Rijn


Archiefstukken:

Meer tips ➱

Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister