‘Selfies’ van vroeger: de snelfotograaf

Een geschiedenis van het moderne portret
/
9 minuten leestijd
Kino-Foto, spiegelfoto van Julius Marmelstein, vóór 23-10-1912 – 1915. Ontwikkelgelatinezilverdruk, Rijksmuseum.
Kino-Foto, spiegelfoto van Julius Marmelstein, vóór 23-10-1912 – 1915. Ontwikkelgelatinezilverdruk, Rijksmuseum. Bron: De snelfotograaf
Selfies werden honderd jaar geleden ook al gemaakt, ‘snapshotesthetiek’ bestond al voor de Polaroidcamera en pasfoto’s zijn ouder dan de identificatieplicht. Het vandaag verschenen boek De snelfotograaf, een geschiedenis van het moderne portret (Walburg Pers) gaat over de voorlopers van de pasfoto, de automaatfoto en zelfs de selfie. Voor het eerst is deze geschiedenis in kaart gebracht en beschreven. Van instantanés, pingpongs en kilometerfotografie naar de snelfotograaf en het allereerste fotohokje in Nederland. Op Historiek een fragment over de snelfotografie in Nederland. En laagdrempelige manier om (zelf-)portretten te maken met een simpele druk op de knop.


Snelfotografie in Nederland

‘Eén woord. Laat je Tip Toppen! Druk even op den knop en gij staat er op. Londen, New York, Keulen en Parijs. Kom gerust per fiets.’

Snelfotografen hielden ervan om te strooien met buitenlandse stadsnamen, met ingewikkelde en lange firmanamen (zoals de American Royal Foto Tip Top Cy. of de New York Cito Foto Cy.). Ze hielden ervan zich voor te doen als medewerker van een Amerikaanse fotostudio en schotelden de Nederlanders trots hun exotische fotootjes en terminologische potpourri voor. De invloed van het grote Amerika overheerste, klonk niet alleen door in termen als tiptopjes of amerikaantjes, maar sijpelde door in alle berichten en signalen naar de klanten toe, van advertentie tot ontvangst en toezending. Maar de Hollandse nuchterheid was niet makkelijk uit de volksaard te verdrijven. Een photo was dikwijls gewoon een foto, een kiek, een portret of een kniestuk en klanten moesten vooral niet schromen met de fiets te komen.

American Automatic Photo Cy., envelop, gericht aan de heer A. Mooldijk in Zuidland, ná 04-1912 – 25-01-1918. Collectie Dirk Kome.
American Automatic Photo Cy., envelop, gericht aan de heer A. Mooldijk in Zuidland, ná 04-1912 – 25-01-1918. Collectie Dirk Kome. Uit: De snelfotograaf

Van alle tientallen Nederlandse snelfotografen is er maar een handvol bij naam bekend. De meesten daarvan werkten niet bij de grootste firma’s maar bestierden op eigen initiatief een studio. Van de American Automatic Photo Cy., met welgeteld zo’n twaalf Nederlandse vestigingen, kunnen we slechts vier fotografen bij naam noemen: S. Hirsch, M. Curth, Th.J.J. de Jongh en Jonny Harret, de eerste drie uit hetzelfde filiaal. Harrets filiaalhouder was een man genaamd A.J. Brusse (mogelijk Albert J. Brusse, een bekende persfotograaf uit dezelfde tijd en streek). Brusses filiaal in Enschede heeft, maar een klein jaar bestaan. S. Hirsch, fotograaf in de Rotterdamse vestiging van de American Automatic Photo Cy., was mogelijk eerder al werkzaam in het filiaal aan de Nieuwstraat in Brussel. Hij werd in 1917 opgevolgd door M. Curth en Th.J.J. de Jongh. Een vijfde fotograaf zou Cornelis Brinkman kunnen zijn, een man die al in 1913 vanuit Rotterdam naar Den Haag verhuisde en in 1915 de studio van de American Automatic Photo Cy. aan de Wagenstraat in Den Haag overnam. Het is mogelijk dat Brinkman dit filiaal leidde voordat hij hier zijn (nog steeds bestaande) firma Foto Americaine opende.

Van de kleinere studio’s kennen we meer namen. Al is dat niet vaak te danken aan hun verdiensten als snelfotograaf. Cornelis Henning uit Middelburg, Eugène de Jong uit Den Bosch, Frans Blöte uit Groningen, Jacob de Boer uit Den Helder, Johannes Muns uit Utrecht, Johannes Couwenberg uit Eindhoven, allemaal werkten zij als regulier fotograaf voordat ze een snelfotostudio openden. Vaak naast hun eigenlijke ateliers. Soms in de vorm van filialen op aparte locaties maar vaker nog rechtstreeks aan, of zelfs ín, hun andere studio. Cornelis Henning maakt zo ook reclame. Hij attendeerde klanten op zijn extra snelfotografeerinrichting waar zowel bij dag als bij avond gefotografeerd kon worden. De inrichting was in hetzelfde huis gevestigd,

‘…doch geheel gescheiden van het Fotografisch Atelier. Ingang winkel eerste deur rechts.’

Anoniem, twee snelfoto’s van een man en vrouw, 1912-1925. Ontwikkelgelatinezilverdruk, Historische vereniging Zuytlant.
Anoniem, twee snelfoto’s van een man en vrouw, 1912-1925. Ontwikkelgelatinezilverdruk, Historische vereniging Zuytlant. Uit: De snelfotograaf

Lucratieve uitstapjes

Andere snelfotografen oefenden zelfs een heel ander beroep uit. De fotografie was voor hen een lucratief uitstapje. Zo was de ‘Electrische Snelfotografie’ in Leeuwarden eigendom van boekhandelaar Rinze van der Velde en van advocaat Mindert Hepkema. Hun snelfotostudio heeft vier jaar bestaan, Boekhandel van der Velde bestaat nog steeds. Mindert Hepkema staat in de geschiedenisboeken als de directeur van het Nieuwsblad van Friesland en het Leeuwarder Nieuwsblad, en als de organisator van de eerste Elfstedentochten. Geen woord over zijn aandeel in de portretfotografie. Frans Blöte uit Groningen was aanvankelijk sigarenhandelaar en heeft, waarschijnlijk het fotografenvak van zijn broer Jan afgekeken. Hij opende tussen 1912 en 1915 de Elite Kino Foto American die alleen op zondagen, maandagen en woensdagen open was. De rest van de week werkte Blöte als douanier. Misschien dat hij reizigers zonder de eventueel benodigde pasfoto’s op hun papieren naar zijn eigen studio doorverwees.

Aan de meeste snelfoto’s valt helaas geen fotograaf toe te schrijven en veel adressen (die zo handig op bijna elke foto in beeld zijn gebracht) verwijzen naar doorsneeplekken, naar straten die in zowat elke stad wel voorkwamen: Donkersteeg, Grote Straat, Raadhuisstraat, Haarlemmerstraat. Daarnaast waren de locaties waar de studio’s gehuisvest waren, op bovenverdiepingen of in andere bedrijven, niet altijd erg opvallend. Snelfotostudio’s waren, ondanks hun getetter en bombastische aanprijzingen, verweven in een stedelijk rumoer. In hoofdstraten met theaters, cinema’s, warenhuizen en tussendoor een cafetaria, een schoenmaker, een bakkerij, een kleine snelstudio, een fourniturenzaak of een boekhandel. Sommigen zaten maar een aantal jaar, of zelfs maar een paar maanden, op dezelfde locatie voordat ze ophielden te bestaan of met een ander adres adverteerden. Soms lijkt de snelfotografie slechts een van de vele producten in een warenhuis te zijn. Net zoals de Photomaton later een service van de Bijenkorf zou worden had ook het Kaufhaus des Westens in Berlijn een snelfotograaf in dienst en kon het in Nederland zomaar gebeuren dat je een snelfotograaf tegenkwam in of bij een theater of bioscoop.

Diverse fotografen, fragment van een pagina uit het fotoalbum van de familie Petri uit Utrecht, 1912-ca. 1920. Rijksmuseum.
Diverse fotografen, fragment van een pagina uit het fotoalbum van de familie Petri uit Utrecht, 1912-ca. 1920. Rijksmuseum. Uit: De snelfotograaf

Kermis en bioscoop

In Kino de Kroon in Zwolle was de Kino Snel-Foto de Kroon actief en ook bij de pas geopende Chicago Bioscope in Nijmegen en bij Bioscoop Modern in Winschoten zat een drukbezochte ‘Druk op de knop’. De filmwereld en de snelfotografie kregen door de jaren heen steeds meer met elkaar te maken. Dat zagen we al bij de pingpongfoto’s, waar de losse opnamen allerhande acteerwerk en verkleedpartijen uitlokten, maar ook tiptop- en amerikaantjesfotografen refereerden steeds vaker aan het bewegende beeld. Twee gelijk genaamde studio’s in Groningen, de Elite Kino Foto Americans van Frans Blöte en van Jan Steenmeijer, waren niet rechtstreeks verbonden aan een naastgelegen bioscoop (of aan elkaar) en toch noemden zij zich Kino Foto. Dat had alles te maken met populariteit en klantenkring. De beginjaren 1910 waren namelijk net zo belangrijk voor de snelfotografie als voor het bioscoopwezen in Nederland. Zoals de goedkoopste fotoportretten nog geen tien jaar eerder bijna altijd door kermisfotografen werden gemaakt, vonden filmvertoningen van oudsher plaats in rondreizende kermistenten. In ‘mutoscopen’, ‘kinetoscopen’ of publiekelijk door een lichtprojectie op een doek met een ‘vitascoop’.

‘De cinematograaf en de snelfotograaf delen een geschiedenis’

Gelijktijdig met de snelfotografie in studio’s – het adres prijkt trots op elk fotootje (!) – werden rondreizende filmvertoningen verruild voor avondprogramma’s en speelfilms in speciaal voor film ingerichte bioscopen. Die verschenen kort na elkaar in de centra van de meeste grotere Nederlandse steden en boden cultureel vermaak op veel structurelere basis dan de terloopse kermiscinematograaf. Bioscopen waren populair en daarnaast waren het grote en opvallende gebouwen. Locaties, zeker in de begindagen van het bioscoopbezoek, waren erg belangrijk voor de economische successen van de ondernemingen. Centrale liggingen betekenden goede bereikbaarheid en gemakkelijke aanloop, net zoals bij de snelfotograaf. Het is daarom niet verwonderlijk dat veel snelfotostudio’s in de nabijheid van een filmtheater zaten. Misschien kon de American Automatic Photo een graantje meepikken van de clientèle van Cinema Parisien vijf deuren verder en bewoog de American Automatic Fotografie overdag mee met de golven winkelaars op de Kalverstraat om ’s avonds het publiek van de Cinema Palace naar binnen te lokken. Twaalf uur per dag kon iedereen zich laten portretteren bij de snelfotograaf.

Opkomende beeldcultuur

De cinematograaf en de snelfotograaf delen een geschiedenis. Ze zijn naast elkaar opgegroeid, de een kwam voort uit de ander en ze werkten op verschillende manieren samen. Allebei danken ze hun succes en ontwikkeling aan ongeveer dezelfde stappen op technisch gebied. En allebei schikten ze zich in veel gevallen naar de markt en de roerselen van de tijdgeest. Hun aandeel binnen de opkomende beeldcultuur, hun gebruik van fabrieksmatig geproduceerde nitraatfilms en hun intercontinentale referentiekaders waren grotendeels gelijk. Zelfs de namen klinken hetzelfde: Chicago Bioscope, Cinéma Royal Elite Bioscope, Royal American Bioscope, Elite-Bioscoop-theater Union. Alleen, de één vertoonde beelden, de ander schoot beelden, bij de één kon je acteurs hun rollen zien vertolken en bij de ander moest je zelf spelen.

Affiche voor de Chicago Bioscop
Affiche voor de Chicago Bioscope. (CC0 – Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen – wiki)

De Nederlandse klanten van de snelfotograaf waren schijnbaar niet zo happig op verkleedpartijen met gekke hoedjes, nepbaarden of andere attributen, en lieten dat maar al te graag aan de Fransen over. Van alle snelportretten wereldwijd vertonen de Nederlandse exemplaren misschien wel de meest stugge, serieuze, ernstige of nerveuze koppen. Van de Franse flamboyance of de Amerikaanse uitbundigheid was bijna geen sprake. Maar dat betekende niet dat de Nederlanders geen lol hadden bij het modelleren. Ons ‘acteerwerk’ op de snelfoto’s zat ’m in de kleine dingen, in een type bijvoorbeeld. Jonge vrijgezellen kleedden zich op hun paasbest en deden zich deugdelijk voor, oudere echtparen hadden alle wijsheid in pacht en alle mannen van middelbare leeftijd waren ernstige zakenlieden, statig in pak.

Spiegelportretten

‘In de versnelde westerse wereld was het wachten tot een betere, snellere en voordeliger soort portretfotografie op de markt kwam’

Sommige snelfotografen boden echter een aardigheidje om het ‘spelen’ wat meer te stimuleren. Naast de gebruikelijke portretmaten (pasfoto, vierkant, kniestuk of liggend) kon je in sommige snelstudio’s een spiegelportret laten nemen. Driehoog, aan de Raadhuisstraat in Amsterdam, zat zo’n studio (vijf deuren naast de Cinématographes Pathé Frères). Jan Steenmeijer in Groningen en H. Dijk in Steenwijk adverteerden er ook mee. Bij een spiegelportret zat de geportretteerde aan een tafel, met zijn of haar rug naar de camera toe. De wanden van het decor vormden een hoek met spiegels en gaven de illusie dat de geportretteerde niet alleen, maar met vier vrienden rond de tafel zat – als in een spiegelpaleis op de kermis (zie openingsafbeelding). Zulke trucfoto’s waren écht Amerikaans en komen al vanaf de jaren 1890 voor. Multigraphs werden ze genoemd, spiegelfoto’s in het Nederlands.

Sommige grotere snelfotostudio’s, zoals de internationale American Biofix Cy., lijken maar kortstondig in Nederland te zijn geweest. Hun filialen werden al na enkele maanden overgenomen door Tip-tops of de American Photo Cy. American Biofix stortte zich juist op de Aziatische markt, een werelddeel waar de Duitse American Automatic Photo niet veel voeten in de aarde had. Alleen op Java, Nederlands-Indië, aan het marktplein (Pasar Besar) in Surabaya zat een American Photo Automatic Company. De Duitse Carl Ahrenhold was de eigenaar nadat hij de portretstudio van Hans Versnel verspeeld had.

De snelfotograaf - Róman Kienjet
De snelfotograaf – Róman Kienjet
De korte bestaansduur van de snelfotografie lijkt al vroeg bij de fotografen zelf doorgedrongen te zijn geweest. In de versnelde westerse wereld van begin twintigste eeuw was het wachten tot een betere, snellere en voordeliger soort portretfotografie op de markt kwam. Daar was menig studio zich overduidelijk van bewust. De American Royal Foto Tip Top Cy. in Den Bosch besteedde er in elke advertentie wel enkele woorden aan. ‘Maak van deze gelegenheid gebruik, want het duurt slechts kort’. ‘Denkt er aan, wij blijven niet altijd hier. De tijd begint op te schieten.’ Tegelijkertijd noemt de studio eind maart 1913 het vertrek van Circus Wilke uit de stad en de geruststellende gedachte dat hun fotostudio daarentegen nog steeds bezocht kon worden. Na augustus 1913 waren zij echter ook verdwenen. In tegenstelling tot de grote internationale American Automatic Photo en Tip Top waren de meeste kleinere Nederlandse snelstudio’s wat langer actief, al raakte de nieuwigheid van de fotografie begin jaren 1920 wel wat sleets. Nieuwe toepassingen binnen de snelfotografie maakten hun opmars.

~ Róman Kienjet

Boek: De snelfotograaf – Róman Kienjet

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Vorige verhaal

De meidagen – Ooggetuigen van 17 mei 1940

Volgende verhaal

Krijgsvrouwen in de Vikingtijd

×