De Slag om Trônes Wood (1916)

Soldaat-schrijvers aan het westelijk front 1914-1918
/
18 minuten leestijd
7th Royal West Kents in de verdediging van Trônes Wood, 13-14 juli 1916 - Ed. H.W. Wilson
7th Royal West Kents in de verdediging van Trônes Wood, 13-14 juli 1916 - Ed. H.W. Wilson
In Oorlog. Soldaat-schrijvers aan het westelijk front (Aspekt) beschrijft Ad van der Logt meer dan veertig Franse, Britse en Duitse bekende of bijna vergeten auteurs die tijdens de Eerste Wereldoorlog in de frontlinie vochten. In het tweede hoofdstuk ‘De strijd om de Paardenhoefbossen, zomer 1916’ worden hun lotgevallen in de bossen bij de Somme beschreven tegen de achtergrond van de militair-historische context. Op Historiek een fragment over de gevechten bij Trônes Wood ten zuiden van Longueval.

Trônes Wood

Trônes Wood werd doorsneden door de spoorlijn van Montauban-de-Picardie naar Guillemont en kon bij een aanval door beide partijen gebruikt worden. Het bos zelf was sinds twee jaar niet meer onderhouden en bestond uit dicht struikgewas, wat het voor de soldaten extra moeilijk maakte zich een weg erdoorheen te banen. Langs de bovenste rand van de heuvelrug tussen Montauban en Bernafay Wood lag Trônes Alley, een Duitse communicatieloopgraaf.

Voor de verovering van dit peervormige bos van 370 bij 1300 meter zette de Britse legerleiding twee divisies in: de 30ste divisie en vanaf 12 juli de 18de (Eastern) divisie.1 De Duitse tegenstand kwam voornamelijk van een drietal verschillende regimenten: het 4 Niederschlesisches Reserve-Infanterie Regiment Nr. 51, dat de eerste aanval van de Britten opving, werd de volgende dag versterkt met het 16. Königlich Sächsische Infanterie-Regiment Nr. 182 en vanaf 10 juli met het Reserve-Infanterie-Regiment Nr. 106.

Levensgevaarlijk gebied

Trônes Wood werd aangevallen, omdat het maar iets meer dan vijf kilometer van het door de Duitsers bezette spoorwegknooppunt Combles lag. Bovendien zou het na verovering de rechterflank van de aanval tegen Longueval en Delville Wood veilig stellen en de Britse artillerie in staat stellen haar kanonnen naar Caterpillar Valley te verplaatsen. Het probleem was echter niet zozeer het bos aan te vallen, maar het in bezit te houden. Voor zowel de Britse als Duitse infanterie was het een levensgevaarlijk gebied omdat elke vijandelijke artillerie ook na het verlies ervan het hele gebied zou kunnen blijven bestrijken. In totaal verwisselde het bos tijdens de gevechten achttien keer van eigenaar.

Duitse militaire kaart van Trônes Wood, 14 juli 1916
Duitse militaire kaart van Trônes Wood, 14 juli 1916 (Oö. Landesbibliothek)
De Britse divisies wilden op 7 juli 1916 het zuidelijk gedeelte van Trônes Wood, Maltz Horn Trench tot aan Maltz Horn Farm innemen, terwijl de Franse 39ste divisie op de rechterflank het restant van Maltz Horn Trench en het gebied tot aan het dorp Hardecourt-au-Bois voor haar rekening zou nemen. De aanval werd echter met een dag uitgesteld. Na inleidende artilleriebeschietingen, die trouwens de hele dag zouden voortduren, probeerde het 2nd Yorkshires vanuit Bernafay Wood de vierhonderd meter naar het aanvalsdoel te overbruggen, maar hevig machinegeweervuur zorgde voor zware verliezen. De Fransen slaagden er verrassend snel in hun doelen te bereiken. ’s Middags rond 13.00 uur ondernam het Britse leger, in eerste instantie het 2nd Wiltshires, een nieuwe aanvalspoging die dankzij het nog steeds voortdurende bombardement nu wel succesvol was. Een tegenaanval werd teruggeslagen. Het 2nd Royal Scots Fusiliers veroverde vervolgens Maltz Horn Farm en het 18th Manchesters kwam de gelederen van het 2nd Wiltshires versterken. Ook het 17th Manchesters slaagde erin in het bos door te dringen, maar moest dat door hevig granaatvuur en gebrek aan eigen artilleriesteun opgeven en zich via Trônes Alley terugtrekken naar Bernafay Wood. Een poging van het 16th Manchesters om hen te helpen moest worden opgegeven.

De volgende dag kreeg dit laatste bataljon bevel om opnieuw het zuidelijk deel van Trônes Wood te bezetten en vast te houden. Ook het 17th Manchesters kon dit deel bereiken, maar was gedwongen door de aanwezigheid van Duitse sluipschutters een nieuwe linie aan de rand van het bos te graven, zodat de manschappen ondersteund door het 4th South African Infantery (South African Brigade van de 9de divisie) op 10 juli met hun opmars zouden kunnen beginnen. In de nacht van 9 op 10 juli was het weer raak: een groots Brits bombardement zorgde ervoor dat de vijand zich aan de oostkant van Trônes Wood, dus vlak voor Guillemont, terugtrok. Het gevolg was dat het gevechtsterrein zo goed als leeg was. Dit was tevens de gelegenheid om overdag de moegestreden troepen te vervangen en met kleine eenheden plaagstoten uit te delen, die echter geen succes opleverden.

In de vroege ochtend van 11 juli viel het 20th King’s (Liverpool) het bosgebied ten zuiden van Trônes Alley aan met de opdracht de 2nd Royal Scots Fusiliers in Maltz Horn Trench te ontlasten. Het 2nd Bedfords moest tegelijkertijd het gebied tussen Trônes Alley en de spoorlijn aanvallen en vandaar doorstoten naar de oostkant van het bos. Dit laatste regiment werd, het wordt een bekend verhaal, door zwaar vijandelijk vuur teruggedreven naar Bernafay Wood, waardoor Trônes Wood voor het grootste deel weer in Duitse handen was.

Tijdens de gevechten werd een Duitse officier met plannen voor een nieuwe aanval gevangen genomen. Daarop legden de Britten voor de rest van de dag een spervuur aan tussen het bos en Guillemont. Om 22.30 uur ging het 17th King’s het bos in en werd ontdekt door het Königlich Sächsische 16. Infanterie-Regiment Nr. 182 maar dat werd na een paar uur weer teruggeslagen. Op 12 juli werd er een nieuwe loopgraaf aangelegd om de verbinding tussen het 17th King’s en 2nd Bedfords te versterken. ’s Avonds loste de 18de divisie de moegestreden eenheden af. De 30ste divisie telde na vijf dagen strijd 250 gesneuvelden, 1272 gewonden en 412 vermisten. De 55ste brigade nam de loopgraven in de frontlinie over: het 7th Buffs kwam in de Maltz Horn Trench terecht, het 7th Royal West Kents werd in het zuiden van Trônes Wood ingezet terwijl het 7th Queen’s Regiment dat later vanuit Longueval Alley het noorden van het bos moest veroveren en het 8th East Surreys in reserve bleven.

Op 13 juli om 19.00 uur begon het slotoffensief, waarbij het 7th Royal West Kents door artillerievuur zware verliezen leed. Ook de twee andere regimenten die ten strijde trokken, bereikten hun doelen niet, waarop besloten werd dat de 54ste brigade de 55ste onmiddellijk moest vervangen. Met het inzetten van twee nieuwe regimenten (het 6th Northhamptons en 12th Middlesex) en de restanten van het 7th Royal West Kents werd de volgende ochtend om 09.00 uur de noordelijke rand van het bos bereikt.

Nu Trônes Wood in geallieerde handen was kon je er wellicht van uitgaan dat er begonnen zou worden met het begraven van de gesneuvelden. Toen tweede luitenant J.T. Godfrey van de 104th Field Company Royal Engineers op 18 augustus op weg ging voor de aanval op Guillemont, moest hij het oude loopgravenstelsel tussen Bernafay Wood en dit bos oversteken. Wat hij daar zag, tart elke beschrijving:

‘Veel slachtoffers waren nog altijd niet begraven en lagen naast de dierenkadavers in de hete zon op te zwellen. De grootste schrik kreeg ik toen we in een loopgraaf de hoek omsloegen en op de borstwering een mannentorso zonder benen zagen staan, volkomen zwartgeblakerd en met witte tanden die ons aangrijnsden. Op alle slachtoffers krioelden natuurlijk de glimmende, alomtegenwoordige vliegen. We liepen snel door en kwamen in Trônes Wood: alle bomen van dit bos en de andere bossen aan de Somme waren gespleten, beschadigd en bijna bladerloos.’ Barton, 2006: 210

De aanval op Guillemont werd een mislukking.

Kapotgeschoten bomen in Trônes Wood, augustus 1916
Kapotgeschoten bomen in Trônes Wood, augustus 1916

Soldaat-schrijvers in Trônes Wood

Gilbert Frankau

Voor wat betreft de verovering van Trônes Wood (8-14 juli 1916) zijn we aangewezen op slechts één bron: de Britse artillerieofficier Gilbert Frankau. Hij had op 6 oktober 1914 dienst genomen bij het 9th East Surrey Regiment en was in maart 1915 overgeplaatst naar de 107de brigade van de Royal Field Artillery. Voor hij naar de Somme kwam, had hij de Slag bij Loos (25 september – 8 oktober 1915) meegemaakt. Op 22 februari 1918 werd hij wegens shellshock ongeschikt verklaard voor frontdienst en als invalide naar Engeland gerepatrieerd. In de Engelstalige literatuur wordt Frankau tot de ‘War Poets’ gerekend, alhoewel sommige critici het literaire gehalte van zijn oorlogsroman Peter Jackson, Cigar Merchant: A Romance of Married Life (1919) als ‘an odd, intriguing and sometimes annoying novel’ bestempelen.2 Naast deze roman schreef hij talrijke oorlogsgedichten waarvan er in één – The other Side – de notatie ‘Trônes Wood’ voorkomt.3

‘Well, here’s a picture for you: Montauban –
Last year – the flattened village on our left –
On our right flank, the razed Briqueterie,
Their five-nines pounding bits to dustier bits –
Behind, a cratered slope, with batteries
Crashing and flashing, violet in the dusk,
And prematuring every now and then –
In front, the ragged Bois de Bernafay,
Bosche whizz-bangs bursting white among its trees.
‘Nou, hier is een foto voor je: Montauban –
Vorig jaar – het platgewalste dorp aan onze linkerzijde –
Op onze rechterflank, de verwoeste Briqueterie,
Hun 59 mm. zware granaten tot stoffelijke resten –
Daarachter, een kraterhelling, met batterijen
Knallend en flitsend, violet in de schemering,
en af en toe een aanval –
Aan de voorkant, het ruige Bos van Bernafay,
Duitse lichte granaten barsten wit uiteen tussen de bomen.
You had been doing F.O.O. that day;
(The Staff knows why we had an F.O.O.:
One couldn’t flag-wag through Trônes Wood; the wires
Went down as fast as one could put them up;
And messages by runner took three hours.’4
Je had die dag als F.O.O. dienst gedaan;
(De legerstaf weet waarom we een F.O.O. hadden:
Je kon niet zomaar door Trônes Wood lopen; de draden
Gingen net zo snel naar beneden als men ze kon ophangen;
En berichten deden er per koerier drie uur over.’

De hoofdpersoon uit zijn roman Peter Jackson, Cigar Merchant is een typische Engelsman met een stiff upperlip die tot de upper middle class behoort. Hij is eigenaar van verschillende tabakszaken, die hij na zijn aanmelding bij het leger moet verkopen. Hij maakt net als Frankau de Slag bij Loos mee en raakt tijdens de Slag van de Somme gewond aan het hoofd. Thuis stelt zijn schoonvader, een psychiater met een praktijk in Harley Street, de diagnose shellshock. Dit maakt het boek interessant, omdat het een van de eerste grote oorlogsromans is – het manuscript dateert uit 1917 – waarin neurasthenie of shellshock uitgebreid beschreven wordt.

In hoofdstuk 28 ‘In the Night’ beschrijft Fankau de Slag bij de Somme vanuit het perspectief van een artillerieofficier, het daaropvolgende hoofdstuk ‘The Last Ounce’ schildert de verschrikkingen in Trônes Wood. Met drie andere soldaten (Finlayson, Blenkinsop en Mucksweat) vertrekt Peter Jackson, verbindingsofficier bij de artillerie, vanuit zijn positie ten westen van Barnafay Wood. Het kost ze vanwege de dichte ondergroei veel moeite de andere kant van het bos te bereiken. Daar staat de infanterie al te wachten; ze besluiten Blenkinsop daar als operator achter te laten. Hun eerste indruk:

‘Het hout stonk nog steeds naar rottend vlees. Het prikkeldraad lag in rollen in het achtergebleven kreupelhout. Hier leunde een door granaten gespleten boom dronken tegen zijn door kogels getekende, pokdalige buurman aan. Daar verraadde vers omgekeerde aarde de aas etende pikhouweel. Voorbij de boomstammen schemerde de dag. Daarboven, zwarte takken, een grijze lucht. Een sloot vol water stroomde door deze plek van de dood.’ Peter Jackson, Cigar Merchant, 306

Mannen proberen modder te verwijderen uit een geul bij Trônes Wood, 1916
Mannen proberen modder te verwijderen uit een geul bij Trônes Wood, 1916 (IWM)

Als ze eenmaal in het bos zijn wordt de tocht zwaarder en zwaarder; ze zakken met hun doorweekte leren schoenen en een veel te zware uitrusting in de modder weg. Om 09.00 uur bereiken ze – ze hebben dan een halve mijl afgelegd – het hoofdkwartier, een voormalige Duitse dug-out dertig voet onder de grond. De ontvangst is niet allervriendelijkst, want de daar aanwezige kolonel van de infanterie snapt niet waarom ze hiernaartoe gestuurd zijn. Er is voor hen niets te doen. Als Jackson en kompanen terug zijn in een modderige loopgraaf hebben ze een beeld van de omgeving:

‘Onmiddellijk onder hem [Jackson] liep een verbrijzelde spoorlijn naar het noorden, eindigend in de hitte van verdraaid metaal, omhoog gekromd als de ribben van het skelet van een paard, dat het voormalige station van Guillemont geweest was. Over de spoorlijn, recht voor hem uit, kale in het groen gedompelde grond, doorsneden door de smalle bruine spleet van onze eigen frontlinie. Daarachter, 400 yards verderop, markeerden grote molshopen van witte kalk de positie van de vijand. Maar tussen de smalle bruine spleet en de witte molshopen lag de verzonken weg die zo vaak de aanval getrotseerd had.’ Peter Jackson, Cigar Merchant, 309

Peter Jackson, Cigar Merchant
Peter Jackson, Cigar Merchant
De strijd in Trônes Wood kent voor de drie soldaten twee episodes. Twee en een half uur voor de aanval bestoken Duitse vliegtuigen het bos met granaten. Terwijl ze daar gehurkt neerzitten komt één ervan vlak in hun buurt terecht en granaatsplinters vliegen over hen heen. Tegelijkertijd start de vijand met een spervuur van granaten, waardoor Jackson bedolven raakt en verwoede pogingen doet naar het licht toe te kruipen. Hij is gedesoriënteerd en gek van angst. Kort daarna wordt hij door Mucksweat onder de kalk en modder vandaan getrokken en eenmaal boven ziet hij het lijk van een gesneuvelde infanteriesoldaat. In paniek denkt hij dat het Finlayson is en hij begint Mucksweat uit te schelden, omdat hij hem ervan verdenkt Finlayson vermoord te hebben. Als deze weer bij kennis komt moeten ze vaststellen dat de gesneuvelde soldaat een bekende is, die door de explosies naar de oppervlakte gekomen is. Ook Finlayson slaat door en wil in zijn eentje wraak nemen op de Duitsers, maar de beide anderen houden hem tegen. Terwijl de granaten om hen heen inslaan, vechten beide mannen met hem in de loopgraaf totdat hij weer bij zinnen komt. Dan horen ze een soldaat schreeuwen: ‘Artillery Liaison Officer. Colonel wants the Artillery Liaison Officer’. Jackson rept zich naar de dug-out waar de kolonel hem vraagt of hij iets kan doen om het granaatvuur te stoppen. Volgens Jackson ontbreekt de tijd om een bericht te sturen.

Terug in de loopgraaf merkt hij dat het spervuur is afgenomen. Hij zoekt zijn mannen op en hoort van Finlayson dat het nog een half uur duurt voor de aanval begint. Als die eenmaal aanvangt krijgen we de tweede belangrijke episode:


‘Vijf minuten nog,’ riep hij [Jackson] over zijn schouder…. ‘Drie minuten.’… ‘Twee.’… ‘Een’…
Finlayson en Mucksweat hoorden een enorm geruis van vleugels boven hun hoofd; zagen Peter over de borstwering klauteren; volgden hem blindelings in een gekke, struikelende loop. De drie vielen hijgend bij elkaar op de grond.
Tot nu toe, gaat het goed,’ hijgde Peter en trok zijn hoofd tussen Finlaysons benen vandaan. Hij kroop met zijn ellebogen omhoog naar de zijkant van de krater, keek over de rand. Een 100 meter voor hem markeerde een rij helmen de frontlinie. Voorbij deze helmen loeide een bulderende muur van vlammen en rook. Boven de muur schoten rode en groene vuurpijlen wanhopig omhoog. Onafzienbare aantallen granaten floten onophoudelijk over hem heen in de richting van de muur. En steeds loeide de muur hoger, waardoor de vuurpijlen vervormd raakten. Nu kwamen de helmen uit de grond, werden mannen, een lange rij mannen, die langzaam naar de brandende muur liep en aan de voet ervan ging liggen. Verzonken weg, kalkkuilen, woestijn daarachter, horizon – alles was verdwenen. Peter kon alleen de muur van vlammen zien en de kwetsbare figuren aan de voet ervan.
Plotseling doofden de vlammen in de muur uit: de figuren kwamen omhoog en ze wierpen zich naar voren in de rook…. Van achter de rook klonken de scherpe knallen van ontploffende bommen, het gehinnik van machinepistoolvuur…. De muur werd dunner en onthulde de verzonken weg, een glimp van kalkheuvels, van vormen die worstelden met vormen …. Maar buiten de worstelende vormen, gingen andere vormen vooruit met de bewegende rook.
Peter riep over zijn schouder, ‘Kom op, jongens, we hebben ém. De drie stonden op hun voeten, storten neer.
Peter Jackson, Cigar Merchant, 313-314

Een eind verder wordt Peter bij zijn helm door een granaatscherf geraakt en hij voelt een stekende pijn in zijn hart. Hij valt voorover op de grond en verliest het bewustzijn. Mucksweat en Finlayson draaien hem op zijn rug en zien dat zijn mond met bloed bedekt is. Mucksweat brengt hen terug naar een dug-out, terwijl Finlayson verder gaat om zo veel mogelijk informatie te verzamelen om die via signalen of per telefoon naar kapitein Sandiland van zijn artilleriecompagnie over te brengen. Hij slaagt erin een bericht door te geven dat de infanterie om 12.50 uur de weg naar Ginchy overgestoken is en Jackson gewond geraakt is. Later op de dag wordt Jackson in een dug-out wakker; Mucksweat heeft zijn arm verbonden. Na dertien maanden krijgt zijn vrouw Pat een telegram van het ‘War Office’ dat haar gewonde echtgenoot naar Engeland gerepatrieerd wordt.

Frederic Manning

Her Privates We - Frederic Manning
Her Privates We – Frederic Manning
Maar ook na half juli waren er soldaat-schrijvers in dit gebied actief. De Australiër Frederic Manning vertrok op 11 augustus 1916 uit Engeland naar het front aan de Somme. Door zijn zwakke gezondheid – hij leed sinds zijn jeugd aan astma – en zijn slechte levensstijl – hij was een stevige drinker – kostte het hem verschillende pogingen om bij een regiment ingedeeld te raken. Dit lukte hem tenslotte in oktober 1915 bij het 7th King’s Shropshire Light Infantry waar hij dienstnummer 19022 kreeg, dat hij later zou gebruiken bij de publicatie van Her Privates We, de gekuiste versie van zijn memoires The Middle Parts of Fortune (1929). Zijn militaire opleiding kreeg hij bij Pembroke Dock in het zuiden van Wales. Wegens zijn klassieke opleiding werd hij uitgekozen voor de officiersopleiding, maar die maakte hij niet af.

Op 17 augustus voegde hij zich bij zijn bataljon dat in bivak lag bij Talus Bois tussen Carnoy en Maricourt. Zijn bataljon had van 14-20 juli op de heuvelrug bij Bazentin gevochten waar het zware verliezen geleden had en daarom naar Montauban teruggetrokken werd. Twee dagen later kwam het bevel een Duitse loopgraaf ten noorden van Waterlôt Farm te veroveren en een communicatieloopgraaf te graven tot aan Delville Wood. Twee compagnieën werden daarvoor ingezet, maar alleen de B-compagnie slaagde erin deze loopgraaf geschikt te maken als vuurlinie. Tot 26 juli bleven ze op hun positie waarna ze in bivak gingen bij Méaulte.

In samenwerking met de Fransen ondernam het Britse Vierde Leger op 18 augustus een poging om het door de Duitsers versterkte dorp Guillemont en de bijbehorende loopgraven ten zuiden daarvan te veroveren.5 Na een inleidend bombardement van 36 uur zou het 7th Shropshire’s, het 1st Gordon Highlanders en 10th Royal Welch Fusiliers ondersteunen bij de aanval die op 02.45 uur gepland stond.6 De Duitse troepen lagen aan de andere kant van Maltz Horn Valley, ook wel Death Valley genaamd, zodat zij het Britse artilleriebombardement gelijktijdig beantwoordden. Het aanvalsdoel was de weg van Angle Wood naar Guillemont. Manning maakte deel uit van de A-compagnie die om 14.50 uur uit de loopgraven werd gestuurd om de aanval van het 10th Royal Welch Fusiliers te versterken. ’s Middags slaagden beide bataljons erin met de A- en B-compagnie van Mannings bataljon in hun kielzog, het zuidelijk deel van Lonely Trench, een vooruitgeschoven Duitse loopgraaf, te veroveren; het zuidelijk deel bleef ondanks een aantal pogingen van het 1st Northumberlands in Duitse handen. In het begin van de avond stuurden het 7th Shropshire’s een patrouille naar Lonely Trench die nu voor een groot deel onbemand was. De Duitsers waren bezig zich met de duisternis als dekmantel terug te trekken uit dit gebied. Desalniettemin waren de Britten zeer koelbloedig en pas tegen de late avond van 19 augustus werd Lonely Trench bezet en door hen omgedoopt tot Shropshire Trench.

Frederic Manning (1882-1935), Shropshire Light Infantry
Frederic Manning (1882-1935), Shropshire Light Infantry
Deze actie van het 7th Shropshire’s op 18 en 19 augustus is dezelfde als in het openingshoofdstuk van de roman Her Privates We (in het Nederlands vertaald als Geslacht) wordt beschreven. Bourne, het alter ego van Manning probeert zijn weg naar de Britse linies terug te vinden.7 De Schotse soldaten die hij in een dug-out tegenkomt behoren hoogstwaarschijnlijk tot het 1st Gordons. Als hij de restanten van zijn compagnie gevonden heeft, dalen de mannen van de heuvelrug af naar Happy Valley. Deze vallei ligt ten noordwesten van Bray-sur-Somme in de richting van Méaulte, die samen met het Sand-Pitkamp en het Bois des Tailles een gebied vormde waar regimenten verbleven die in reserve gehouden werden. Het eerste hoofdstuk is dus eigenlijk een terugblik op de gevechten van de dagen ervoor. Het grootste gedeelte van de roman bestrijkt een periode van vier maanden: van de Slag van de Somme tot en met het front aan de Ancre bij Serre. Met Kerstmis 1916 vertrok Manning naar Londen om een officiersopleiding te volgen maar door veelvuldig drankgebruik liep ook deze scholing op een mislukking uit:

‘Ik leed […] al geruime tijd aan slapeloosheid en nerveuze uitputting. Ik had in het algemeen een uiterst zwakke gezondheid en moest gezien de omstandigheden mijn toevlucht nemen tot stimulantia.’ Geslacht, 18

Dit citaat, geschreven door de Schotse romanschrijver William Boyd, staat in het voorwoord van de roman en Boyd voegt er onmiddellijk aan toe dat deze zelfdiagnose van Manning in deze tijd van posttraumatische stressproblemen gemakkelijk te begrijpen valt. In de Eerste Wereldoorlog was het ook begrijpelijk dat Manning op weinig sympathie kon rekenen. Zijn loopbaan was na herhaalde waarschuwingen in 1918 ten einde.

Tijdens de eerste nacht na de aanval verzet de uitgeputte Bourne zich tegen de slaap en flarden van de gevechten komen boven:

‘Hij [Bourne] zag dat grote secties van de Duitse linie waren opgeblazen door de artillerie die een weg voor hen baande; wolken stof en rook onttrokken hun opmars aan het zicht, maar de moffen zochten nauwgezet naar hen. De lucht ritselde van het suizen en fladderen van vleugels; hij werd verscheurd door gillende granaten, siste als tonnen gesmolten metaal die plotseling in het water belandden, er was de dreun en de schok van de explosie, mannen werden uiteengereten, gefragmenteerd in plotselinge erupties van grond, aan stukken gescheurd en in bloederige fragmenten rondgestrooid, granaten als helse katten die met gekromde rug en sissend wachtten, kleine geluiden, onaangenaam dichtbij, alsof er aan strakgespannen snaren werd geplukt, en iets waarin zijn voeten verward raakten, wat aan zijn broek en beenwindselen rukte terwijl hij erover struikelde, en toen plotseling een gezicht, een onvoorstelbaar verwrongen gezicht, dat tegen hem raasde en snikte terwijl hij er samen mee in een granaattrechter viel. Verbaasd keek hij naar het naakte achterste van een Schot, die met alleen een kilt aan ten strijde was getrokken, en toen kwamen ze overeind en keken elkaar aan, verbijsterd en vernederd.’ Geslacht, 30

Aan het eind van het hoofdstuk krijgt de lezer een tweede herinnering voorgeschoteld, die in de kritiek als een van de meest aangrijpende passages van de roman beschouwd wordt: de doden van de veldslag:

‘Opeens herinnerde hij [Bourne] zich de doden in Trônes Wood, de onbegraven doden waarmee hij, zou hij kunnen zeggen, schouder aan schouder had geleefd. Brit en mof zonder onderscheid door elkaar gesmeten, zwerende, van vliegen vergeven rotternij, een paradijs voor ratten, zwart kleurend in de hitte, gezwollen met opgezette buiken, of verschrompeld in hun beschimmelde vodden. En zelfs als de nacht hen toedekte, rook je in de wind de stank van de dood.’ Geslacht, 36-37

Om Trônes Wood, ten noordwesten van Maltz Horn Farm, werd in de weken voorafgaand aan de actie van het 7th Shropshire’s bij Lonely Trench, bitter gevochten en Manning zou zich via dit ‘bos’ een weg naar de frontlinie gebaand hebben. De aanval op 18 augustus was geen catastrofe, er was zowel in het noorden als het zuiden van de sector terrein veroverd, maar het dorp Guillemont was nog steeds in vijandelijke handen en dit zou tot half september voortduren. De Shropshires verloren 170 mannen bij de aanval onder wie 42 gesneuvelden.

Naast Her Privates We schreef Frederic Manning een tweetal gedichten die aan het front bij de Somme ontstaan zijn. The Face en Bois de Mametz geven echter geen duidelijke extra informatie over de gevechten.8

Frank Richards

Oorlog. Soldaat-schrijvers aan het westelijk front 1914-1918
Oorlog. Soldaat-schrijvers aan het westelijk front 1914-1918
Begin november 1916 ging Frank Richards met het 2nd Royal Welch Fusiliers naar de rand van dit bos. In Old Soldiers Never Die beschreef hij als eerste ervaring zijn ontmoeting met een dode Duitser:

‘De seiners en enkele koeriers verbleven in een grote hut. De volgende ochtend ging Hammer Lane, die nu de ordonnans van de kolonel was, en ik in alle vroegte op zoek naar hout. Toen we naar buiten stapten zagen we als eerste een dode Duitser zodanig aan een boomtak hangen, dat het leek of hij onze hut zorgvuldig in het oog hield. Hij was natuurlijk door een exploderende granaat weggeblazen en in zijn val door een omhoogstekende tak door zijn jas gespiest. Het leek erop dat hij aan zijn lot overgelaten was nadat hij aan de haak geslagen was, want verder zag hij er ongeschonden uit.’ De oorlogsherinneringen, 186

In de korte periode dat Richards daar vertoefde werd samen met de Fransen een geslaagde aanval uitgevoerd.

~ Ad van der Logt

Boek: Oorlog. Soldaat-schrijvers aan het westelijk front 1914-1918

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Bronnen

1 – De beschrijving van de gevechten om Trônes Wood is voornamelijk gebaseerd op Gliddon (20092: 686-690).
2 – Een van die historici is George Simmers, zie https://greatwarfiction.wordpress.com/2007/02/08/gilbert-frankau/. De roman is digitaal te lezen op: https://archive.org/details/peterjacksonciga00franiala. De bladzijdenummers van de fragmenten stammen uit deze editie.
3 – Digitaal te lezen op: https://archive.org/details/othersideotherpo00franiala.
4 – The other side van Gilbert Frankau telt 18 onregelmatige strofen en 170 regels. Het afgedrukte fragment maakt deel uit van strofe 12 en 13. Het gedicht is digitaal te lezen op: https://www.gutenberg.org/files/53756/53756-h/53756-h.htm. De Briqueterie stond ook bekend als Sucrerie, een suikerfabriek waar ook snoepgoed werd gemaakt. F.O.O.: Forward Observation Officer; hij is verantwoordelijk voor het richten van artillerie- en mortiervuur op een doelwit.
5 – Het brigadehoofdkwartier lag in de buurt van Maltz Horn Farm, dit markeerde het punt waar de Britse en Franse troepen elkaar flankeerden.
6 – De beschrijving van de gevechten op 18 en 19 augustus waaraan Mannings bataljon deelnam en zijn weergave daarvan is ontleend aan een artikel van geschiedenisleraar en militair historicus David Blanchard in de Battlefields Review. Digitaal te lezen op: Great War Forum.
7 – Bourne is ook de naam van een plaatsje in Lincolnshire waar Manning bij zijn vriend ds. Arthur Galton introk.
8 – The Face is digitaal te lezen op: https://en.wikisource.org/wiki/A_treasury_of_war_poetry,_British_and_American_poems_of_the_world_war,_1914-1919/Poets_Militant#cite_ref-1; Bois de Mametz op: https://archive.org/details/eidolama00mannuoft/page/18/mode/2up.