‘Voor de revolutie zijn flinke porties hartstocht en lef nodig’

Brieven van Ché Guevara (1956)
//
6 minuten leestijd
Che Guevara
Ernesto Che Guevara was van jongs af aan een avonturier. De brieven die hij tijdens zijn reizen door Zuid-Amerika schreef laten zijn ontwikkeling zien van student medicijnen naar arts, en van geëngageerd vrijwilliger naar de revolutionair strijder die hem iconisch maakte. Deze brieven verschijnen deze week in het boek Een gloedvolle revolutionaire groet (Athenaeum). We leren Guevara kennen als zoon, echtgenoot en vader, maar ook als guerrillastrijder, politiek leider en filosoof. De chronologisch samengestelde verzameling geeft inzicht in de motieven, gevoelens en daden van beroemde revolutionair. Op Historiek twee brieven uit 1956 aan zijn ouders die niet helemaal achter zijn keuzes staan.


Brief aan zijn ouders, Mexico, 6 juli 1956

Cárcel de la Gobernación [Staatsgevangenis]

Lieve pa en ma

Papa, ik heb je brief ontvangen, hier in mijn nieuwe, chique villa in de calle Miguel Schultz, tijdens het bezoek van Petit, die me liet weten dat jullie je zorgen maken. Om jullie een idee te geven zal ik vertellen hoe het zit.

Een behoorlijke tijd geleden alweer heeft een jonge Cubaanse leider die zijn vaderland middels de gewapende strijd wil bevrijden, me uitgenodigd om me aan te sluiten bij zijn beweging. (Een verwijzing naar Fidel Castro en zijn revolutionaire beweging, die is vernoemd naar 26 juli (1953), de dag waarop ze kazernes in Bayamo en Santiago de Cuba bestormden red.) Natuurlijk zei ik ja. De afgelopen maanden heb ik tegenover jullie gelogen dat ik als docent werkte, terwijl ik meehielp met het trainen van een groep jongens die voet aan wal gaan zetten in Cuba. Op 21 juni (toen ik al een maand niet meer thuis was geweest omdat ik op een boerderij buiten Mexico-Stad zat) werd Fidel samen met een groep compañero’s gevangengenomen, en omdat ons adres ergens in dat huis lag, werden we allemaal in de val gelokt. Ik had een pas bij me waarop stond dat ik student Russisch was, reden genoeg om me als een belangrijke schakel in de organisatie te zien, waarna papa’s geliefde persbureau’s veel tamtam maakten.

Ernesto "Che" Guevara   met zijn eerste vrouw Hilda Gadea op huwelijksreis in Yucatán, 1955. (Publiek domein/wiki)
Ernesto “Che” Guevara met zijn eerste vrouw Hilda Gadea op huwelijksreis in Yucatán, 1955. (Publiek domein/wiki)
Tot zover een samenvatting van de laatste gebeurtenissen, de toekomst is onder te verdelen in twee categorieën: die op korte en op middellange termijn. Op middellange termijn verbind ik mijn toekomst aan de Cubaanse revolutie. Daarin zal ik zegevieren of sterven. (Dit is een toelichting op de enigszins raadselachtige en romantische brief die ik een tijdje geleden naar Argentinië stuurde.) Over mijn toekomst op de korte termijn kan ik niet veel zeggen omdat ik geen idee heb wat er met me zal gebeuren. Ik ben overgedragen aan de rechter en het zou zomaar kunnen dat ze me naar Argentinië deporteren, tenzij ik in een tussenliggend land asiel kan aanvragen, wat voor mijn politieke welzijn wel goed zou zijn, denk ik. Er komen hoe dan ook nieuwe tijden aan, of ik nu hier in de gevangenis blijf of vrijkom. Hilda keert terug naar Peru omdat de nieuwe regering er amnestie heeft verleend.

‘Nu ik mijn weg heb gevonden en een dochter heb die me onsterfelijk maakt, is de cirkel rond.’

Het spreekt voor zich dat ik niet veel zal schrijven, bovendien heeft de Mexicaanse politie de prettige gewoonte om brieven te onderscheppen, dus hou het als jullie me schrijven maar op simpele huis-tuin-en-keukennieuwtjes. Niemand vindt het fijn als een of andere klootzak over zijn persoonlijke problemen leest, hoe banaal ze ook zijn. Geef Beatriz een kus van me, leg haar maar uit waarom ik niet schrijf en zeg maar dat ze voorlopig geen kranten hoeft te sturen.

We staan op het punt om voor onbepaalde tijd in hongerstaking te gaan vanwege de onrechtmatige arrestaties en het martelen van een aantal van mijn compañero’s. Het moreel van de groep is hoog.

Blijf vooralsnog maar naar mijn huisadres schrijven. Als ik om wat voor reden dan ook niet meer kan schrijven en het onderspit moet delven, wat ik niet verwacht, beschouw deze brief dan als een afscheidsbrief, hij is niet heel hoogdravend maar wel gemeend. Met vallen en opstaan heb ik in mijn leven naar mijn eigen waarheid gezocht, en nu ik mijn weg heb gevonden en een dochter heb die me onsterfelijk maakt, is de cirkel rond. Vanaf nu zal ik mijn dood niet zien als een teleurstelling, hoogstens zoals de Turkse dichter Hikmet zegt: ‘Ik neem alleen het verdriet om een onaf lied mee in mijn graf.’

Een kus voor jullie allemaal,

Ernesto


De zeventienjarige Ché Guevara (links) met zijn familie, 1941
De zeventienjarige Ché Guevara (links) met zijn familie, 1941 (Publiek domein/wiki)

Brief aan zijn moeder

Mexico, 15 juli 1956

[Ma. Ik heb je brief ontvangen en krijg de indruk dat je een nogal zware tijd achter de rug hebt. Er staan veel rake dingen in en ook dingen die ik niet van je ken.]

Ik ben geen Jezus of filantroop, ma, ik ben het tegenovergestelde van een Jezusfiguur en filantropie vind ik iets voor [origineel onleesbaar], maar ik vecht voor waar ik in geloof met alle wapens die ik tot mijn beschikking heb en zal eerder proberen een ander uit te schakelen dan dat ik mezelf aan een kruis of wat dan ook laat nagelen. Met die hongerstaking zit je er helemaal naast, we zijn er twee begonnen, bij de eerste zijn 21 van de 24 gevangenen vrijgelaten, bij de tweede zeiden ze dat ze Fidel Castro, de leider van de Beweging, zouden vrijlaten, dat zou morgen zijn; als ze zich aan hun woord houden, blijven we met twee man over in de gevangenis. Ik wil niet dat je denkt, zoals Hilda suggereert, dat wij, de achterblijvers, worden opgeofferd; wij zijn gewoon de twee die hun papieren [niet] op orde hebben en daardoor niet de middelen hebben die onze compañero’s wél hadden. Ik ben van plan om te vertrekken naar het dichtstbijzijnde land waar ze me asiel willen verlenen, wat nog best lastig kan worden gezien het Inter-Amerikaanse imago dat inmiddels aan me kleeft, en daar paraat te staan voor wanneer mijn diensten nodig zijn. Ik herhaal nog maar eens dat het heel wel mogelijk is dat ik jullie gedurende een min of meer lange periode niet zal kunnen schrijven.

Che Guevara, Raúl Castro en Fidel Castro (vlnr)
Che Guevara, Raúl Castro en Fidel Castro (vlnr)
Waar ik [echt] van schrik, is jouw gebrek aan begrip voor dit alles en je adviezen over gematigdheid, egoïsme, etc., ofwel, de walgelijkste eigenschappen die een mens kan hebben. Niet alleen ben ik niet gematigd, ik doe zelfs mijn best dat nooit te worden; wanneer ik dan merk dat er van het heilige vuur in mij nog slechts een flakkerend votiefkaarsje over is, kan ik in elk geval nog over mijn eigen stront kotsen. Wat betreft jouw oproep tot gematigd egoïsme, dat wil zeggen, tot een banaal en bangelijk individualisme, de deugden van X.X., kan ik je zeggen dat ik alles op alles heb gezet om die kant van mezelf uit te bannen – niet zozeer die onbekende, benepen figuur, als wel de bohemien die zich niet om zijn buurman bekommert en zelfgenoegzaam is omdat hij, terecht of onterecht, overtuigd is van zijn eigen kracht. Gedurende deze dagen in de gevangenis en eerder tijdens de trainingen heb ik me volkomen vereenzelvigd met mijn compañero’s, ik herinner me nog een uitspraak die me destijds achterlijk of althans vreemd voorkwam, over een volledige identificatie tussen de leden van een strijdcorps, waarbij het besef van een ‘ik’ helemaal was verdwenen om plaats te maken voor een ‘wij’. Dat was de communistische moraal, die natuurlijk overdreven streng is, maar het was (en is) echt mooi om te voelen hoe je zo met elkaar versmolten kunt raken. (Dit zijn geen vlekken van tranen, maar van tomatensap.)

“Ik ben het tegenovergestelde van een Jezusfiguur.”

Het is een grote misvatting van je dat uit ‘gematigdheid’ of ‘gematigd egoïsme’ grootse uitvindingen of meesterwerken zouden voortkomen. Voor een belangrijk kunstwerk is hartstocht nodig en voor de revolutie zijn flinke porties hartstocht en lef nodig, dingen die wij mensen als collectief bezitten. Iets anders raars wat me aan je opvalt, is dat je het zo vaak over Onze-Lieve-Heer hebt, ik hoop echt dat je niet terugkeert naar de kudde van je jeugd. Ik waarschuw ook maar meteen dat de reeks noodsignalen die jullie uitzenden geen enkel effect hebben: Petit heeft in zijn broek gescheten, Lezica heeft de benen genomen en Hilda (die niet deed wat ik zei) een preek gegeven over de plichten die bij politiek asiel komen kijken. Raúl Lynch, die zo ver weg zit, heeft zich keurig gedragen en Padilla Nervo zei dat een ander ministerie verantwoordelijk was. Ze konden me allemaal helpen, maar alleen op voorwaarde dat ik mijn idealen zou verloochenen; ik kan niet geloven dat jij liever een zoon hebt die leeft maar een slecht mens is, dan een zoon die dood is, maar die overal heeft gehandeld naar wat hij zag als zijn plicht. De [pogingen] te helpen brengen mij en hen alleen maar in verlegenheid.

Een gloedvolle revolutionaire groet - Che Guevara
Een gloedvolle revolutionaire groet – Che Guevara
[Maar soms sla je de spijker op zijn kop (in mijn ogen althans), vooral met die interplanetaire raket – leuk woord ook.] Het klopt dat ik na [het uitroeien van] onrecht in Cuba naar elders zal vertrekken en het klopt ook dat ik beroerder af zou zijn als ik opgesloten zou zitten tussen de vier muren van een bureaucratisch kantoor of in een allergiekliniek. Al met al denk ik dat ik je verdriet, het verdriet van een ouder wordende moeder die haar zoon graag levend terugziet, serieus moet nemen, dat wil ik ook en dat ben ik aan je verplicht, en ik zou je dolgraag willen zien om jou, maar ook mezelf, te kunnen troosten op mijn spaarzame, onuitspreekbare momenten van heimwee. Ma, een kus en een belofte dat ik naar je toe kom als er geen nieuwe dingen gebeuren.

Je zoon Che

Boek: Een gloedvolle revolutionaire groet -Che Guevara
Ook interessant: Che Guevara (1928-1967) – Revolutionair en guerrillaleider

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Vorige verhaal

Geschiedenis van het vaktijdschrift

Volgende verhaal

Hoe de huidskleur van de oude Egyptenaren telkens van tint verandert

×