Markante symboliek van de doopkapel van de Halse Sint-Martinusbasiliek

Dé kerk van Halle werd in 1946 een basiliek en is opgedragen aan de heilige Martinus. Het onderste deel van de toren, schip en zijbeuken, crypte en laag- en hoogkoor werden gebouwd van 1341 tot 1409. Ze is een van de mooiste en bijzonderste gotische kerken uit de vroegere ‘Nederlanden’. Kunstschatten voor de kerk gemaakt, zijn omdat de kerk nooit geplunderd is, nog in situ. Ik vermeld zonder volledig te zijn het beeld van de zwarte madonna, geelkoperen wijwatervat, doopvont en lezenaar, triomfkruis, apostelbeelden, sacramentshuis en Mariabeelden aan de vier toegangsportalen. Helaas overleefden de meeste muurschilderingen de neogotische restaurateurs niet.


De doopkapel van de Halse Sint-Martinusbasiliek is uniek. Ze is een complex geheel uit drie delen: kapel-op-zich, doopvont en bolvormige bekroning.

De kapel dateert uit 1440 en is uitgesproken vertikaal. Het achthoekige grondplan baadt in overvloedig licht dat door slanke, elegante lancetvormige glasramen naar binnen valt. Zeven van de acht muren hebben stenen zitbanken. Een opening in de achtste muur geeft vanuit de zijbeuk toegang tot de kapel.

De koperen doopvont van 2,46 meter hoogte is voor de kapel gemaakt: door haar achthoekig grondvlak past ze er perfect in. Een opschrift op de sokkel vermeldt dat Guillaume Le Fèvre uit Tournai ze in 1446 heeftgemaakt:

- advertentie -

ces fonts fits Willaume le fevre fondeur a tournay lan mil cccc.xlvj.

De verticale opbouw heeft twee niveaus. De sokkel van de doopvont steunt op acht liggende leeuwen met op de sokkel Ambrosius, Augustinus, Gregorius de Grote en Hiëronymus, de vier grote kerkvaders. Op het deksel staan de twaalf apostelen met daarboven patroonheilige Martinus die in de kerk nauwelijks afgebeeld is, en Hubertus en Joris, twee andere ruiters en daarboven als bekroning en in het water Christus en Johannes de Doper die hem doopt.

Bol op de doopkapel van de Halse Sint-Martinusbasiliek – Foto: Rik Wouters

De kapel is bekroond door een bol. Tijdens de neogotische restauratie in de tweede helft van de negentiende eeuw werd hij bijna door een spits vervangen: men dacht dat hij een latere toevoeging was. Dendrochronologie heeft aangetoond dat de bol dateert van rond 1440 is. Bij het bouwen is de middeleeuwse scheepsbouwtechniek gebruikt: balken en planken werden in water gelegd en tot de gewenste kromming verbogen. Het ging duidelijk niet om een ‘follie’-tje van de architect. De Halse bol is de eerste in Europa en heeft model gestaan voor ‘nakomelingen’ in afgezwakte vorm.
De binnenzijde van de bol is via twee wegen toegankelijk. De korte en gemakkelijkste weg is langs een laag en smal deurtje tussen de deuren van het Driekoningenportaal en die van het tochtportaal erachter, en een draaitrap. Een langere weg begint op de eerste torenverdieping en loopt via een trapje, het triforium, de zolder van een zijbeuk en enkele stappen in open lucht naar de bol. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is hij schuilplaats geweest voor personen die door de Duitsers gezocht werden.

Dopen is in de christelijke en vooral katholieke wereld belangrijk. Enkele bijbelteksten over de doop:

De doop van Christus – Francesco Trevisani, 1723
Nu kwam ook Jezus van Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen. Maar Johannes verzette er zich tegen en sprak: Ik moet gedoopt worden door U, En Gij komt tot mij? Jezus antwoordde hem: Laat het nu toe; want zo betaamt het ons, alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij Hem toe. Nadat Jezus de doop ontvangen had, steeg Hij onmiddellijk uit het water.

Mattheüs, 3:13-16

In die dagen kwam Jezus van Galilea en werd in de Jordaan door Johannes gedoopt. Maar onmiddellijk steeg Hij uit het water op.

Marcus, 1:9-10

Toen nu al het volk zich liet dopen, en ook Jezus gedoopt was, ging eensklaps, terwijl Hij aan het bidden was, de hemel open.

Lucas, 3:21

Dit gebeurde te Betanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes toen doopte. Daags daarna zag hij Jezus tot zich komen; en hij zeide: Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Deze is het, van wien ik sprak: Na mij komt een Man, die mij is voorafgegaan; want Hij bestond eerder dan ik. Ook ik kende Hem niet; maar Hij die mij zond, om met water te dopen, Hij sprak tot mij: Op wien Gij de Geest ziet nederdalen en rusten, Hij is het, die doopt met den Heiligen Geest. Ik heb het gezien, en ik heb getuigd: Hij is de Zoon van God.

Johannes, 1:28-34

Doopvont in de Halse Sint-Martinusbasiliek – Foto: Rik Wouters

Deze scene is op het hoogste punt van het deksel weergegeven. Het doopwater wordt beklemtoond. Het is immers tweemaal aanwezig: letterlijk in de doopvont en figuurlijk in koper. Het belang van de doop kan dan ook niet geloochend worden. De evangelisten hebben het over de doop, één van de zeven sacramenten, gehad. Drie van hen hebben er iets aan toegevoegd.

En zie, een stem uit de hemel sprak: Deze is mijn beminde Zoon, in wien Ik mijn welbehagen heb.

Mattheüs, 3:17

Hij (…) zag de hemel geopend (…) En er kwam een stem uit de hemel: Gij zijt mijn welbeminde Zoon, in U heb Ik welbehagen.

Marcus, 1:10-11

Toen (…) ging eensklaps (…) de hemel open, (…) En er klonk een stem uit de hemel: Gij zijt mijn welbeminde Zoon, in U heb Ik welbehagen.

Lucas, 3:21-22

Alledrie schreven ze over een open hemel en die is ook in de doopkapel aanwezig. Aan de smeedijzeren hefboom, die dient om het deksel op te heffen, hangt een plaatje in de vorm van een wolk. De evangelisten hadden het ook over een stem uit de hemel. Een restauratie heeft een schilderijtje op de wolk blootgelegd: God de Vader met een wereldbol in zijn rechterhand. De symboliek liegt niet: de wereld wordt door Christus’ doop verlost. De bol illustreert treffend het Stat crux dum volvitur orbis (het kruis staat terwijl de wereld beweegt). Bedoeld wordt dat het katholieke geloof met het kruis als symbool het enige blijvende én zekere of standvastige in de wereld is.

De bol in Gods rechterhand wordt net als het water herhaald: buiten de kerk als bekroning van de kapel. Hij toont kerkgangers en bedevaarders dat men in die kerk moet zijn om deel te nemen aan de verlossing van de wereld.

Is het verhaal van de Halse doopkapel af? Neen, Mattheüs heeft Christus in 28:19 tot de apostelen laten zeggen:

Gaat dus heen; (…) doopt alle volkeren in de naam van den Vader en van den Zoon en van den Heiligen Geest.

Vader en Zoon zien we in de doopkapel afgebeeld tegengekomen, de Geest niet hoewel hij volgens Mattheüs bij het doopsel een belangrijke rol speelt. Die heeft hij ook bij Christus’ doop gehad. Mattheüs 3:16-17:

En zie, de hemelen opende zich, en Hij zag den Geest Gods als een duif nederdalen en over Zich komen.

Hij […] zag de hemel geopend, en den Geest op Zich neerdalen als een duif.

Marcus, 1:10

Toen (…) ging eensklaps (…) de hemel open, en daalde de Heilige Geest in de lichamelijke gedaante als een duif op Hem neer.

Lucas, 3:21

Hij sprak tot mij: Op wien Gij de Geest ziet nederdalen en rusten, Hij is het, die doopt met den Heiligen Geest

Johannes, 1:31

Halse Sint-Martinusbasiliek
Het is duidelijk dat bij de doop de Drievuldigheid een rol speelt. De aanwezigheid van God en Christus in de doopkapel staat vast. Naar de Geest is het zoeken. Duif of vlam, symbolen die meestal gebruikt worden om hem voor te stellen, zijn niet terug te vinden. De diepere of geestelijke betekenis van de Geest is dat hij voor de aanwezigheid van God in elke gelovige staat. Het is zijn taak om de gelovige bij te staan in zijn poging om Christus te benaderen. Kan het zijn dat de Geest de ruimte van de doopkapel vult tijdens de doop en dan ook slechts tijdens die doop aanwezig is in kapel?

Ik heb het gehad over doop, dopen en vooral de doopkapel van de kerk van Halle. Die kapel is in de meest-uitbreidende betekenis die eraan gegeven kan worden, een visuele en artistieke verbeelding in steen, koper, verf en hout van Christus’ doop. God en Christus zijn er aanwezig. Naar de figuur van de Geest is het zoeken: slechts katholieken die zich geestelijk openstellen, zullen hem tegenkomen. De voorstelling van de Drievuldigheid zoals in de doopkapel van de kerk van Halle, vinden we terug in de werken van tal van Vlaamse Primitieven.

De citaten uit de evangelies heb ik ontleend aan: DDAA. De Heilige Schrift. Vertaling uit de grondtekst met aantekeningen in opdracht van de apologetische vereniging “Petrus Canisius” ondernomen met goedkeuring van de hoogwaardige bisschoppen van Nederland. Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen. 1973.

~ Rik Wouters
Toeristische gids voor Vlaanderen, Barcelona
en gidsingen op aanvraag én maat
e-mail: rik.wouters@pandora.be

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier

1 Comment Join the Conversation →