Architecte d’intérieur, zo liet Truus Schröder-Schräder zich registreren. In Utrecht. In het Frans. In het Interbellum. Truus had duidelijk haar ideeën over hoe een huis – een woonmachine – er uit diende te zien. Samen met Gerrit Rietveld bedacht en bouwde ze – precies honderd jaar geleden – een leef- en werkplek. Het Rietveld-Schröderhuis – het witterige ‘blokkendoosje’ – is nu UNESCO wereldpatrimonium. Een boek vertelt het verhaal van twee geliefden en hun radicaal nieuwe architectuur.
Het begon met een blik. Een blik van verstandhouding. Met zijn vader-meubelmaker bezorgde Gerrit Rietveld (1888-1964) een werktafel ten huize van advocaat Schröder, de echtgenoot van Truus Schräder (1889-1985). Truus vond het huis een gedrocht met teveel krullen en frullen. Gerrit begreep wat ze bedoelde. Ook hij hing een meer hedendaagse stijl aan. De Stijl.

Truus – Geertruida – Schräder, geboren in Deventer, werd naar het Pensionnat des Sœurs de Notre-Dame in Amersfoort, een katholieke nonnenkostschool, gestuurd. Nadien een jaartje naar Londen om Engels te leren en – en passant – naar modernistische architectuur te monsteren. Nadien ging ze in Hannover ook Duits en kunst studeren. Samen met haar vader, ’handelaar in manufacturen en confecties’, wandelde ze als kind al door de straten: huisjes kijken.
Truus wilde – meer dan ze droomde – een artistieke job maar dat was uitgesloten in dat conformistische milieu. Ze haalt een deftig diploma van apothekersassistente. Op haar tweeëntwintigste trouwt ze in Utrecht met de katholieke advocaat Frits Schröder. Een conform huwelijk. Truus voelt zich in de maling genomen:
Hij heeft me er feitelijk ingeluisd.
Er was haar namelijk voorgehouden dat ze na haar huwelijk mocht studeren en dat er niet zo nodig kinderen hoefden te komen. Eén jaar na de trouwbeloftes werd Binnert geboren. Nog een jaar later volgde Marjan en nog later Han(neke).
Ik vond het onmenselijk om met al die regels te moeten leven. Ik was veel te angstvallig en nauwgezet. Ik had een enorme vrijheidsdrang. Truus Schröder

Advocaat Schröder zei dan weer: Kijk, mijn vrouw is een communiste! Dat was bij het tonen aan zijn vrienden van haar kamer met ‘mooie grijzen’ (zoals ze ze noemde). Hij weigerde er een voet binnen te zetten en verafschuwde de ruimte. Een kamer die Truus liet inrichten door… Gerrit Rietveld.
Het was een leefruimte niet in het statige familiale pand in Utrecht, wel in Villa Berkenbosch, een buitenverblijf door vader Schräder aan zijn dochter geschonken, om de spanningen ten huize Schröder-Schräder wat te temperen. Vrijgevochten Truus gruwde van de sombere, bruine houten meubels die misschien wel standing uitstraalden maar niet pasten bij haar temperament en overtuigingen. Vooruitstrevende ‘woon’ideeën had Truus.
Het was een mooi kamertje. Heel mooi kamertje met allemaal hele lichte grijzen, verschillende tinten grijs. Truus Schröder

Elk apart gaan Truus en Gerrit op zoek naar een lap grond om een nieuw pand – naar hun ideeën – te construeren. Samen (maar afzonderlijk van elkaar) komen ze uit op dezelfde lap grond, dan gelegen aan de rand van Utrecht: een terrein van niemendal. Tegen een blinde muur, aan de Prins Hendriklaan. Maar aan de overzijde van de straat ligt een prachtig landschap. Die polders zijn Truus zo dierbaar dat, wanneer het terrein aan de overkant te koop wordt gesteld, zij dat lot koopt om haar panorama te vrijwaren.
Panorama want zo zijn de ramen ook gebouwd: geen verticale, antropomorfe vensters maar horizontale bandramen.
Ik vertelde hem dat dat dominerende verticale in het huis me zo hinderde en zo dodelijk vermoeide. Ik zocht het horizontale niet alleen in een nieuwe maatschappij, maar ook in de lijnen van de architectuur.Truus Schröder

Het uitzicht dat ook ‘sprekender’ is vanaf de eerste verdieping. Daarom wordt de benedenverdieping voorbestemd als kantoor- en werkruimte van Truus en van Gerrit en een keuken met liftje en rustkamer voor Juffie, de dienstmeid. Zij aan zij werken ze aan een houten tafel met zicht op de Erasmuslaan waarvoor ze samen een rij huizen en flats ontwerpen. En daar ontstaan nog meer creaties.
Op de eerste verdieping – met dat weidse zicht – ligt het leefgedeelte. Eén groot open plan, zoals Truus wilde en dat Gerrit in zijn plannen aan de gemeente verdonkeremaant omdat hij vreest dat er bezwaar tegen een open leefruimte zou kunnen komen.
Het idee van het huis zo te bewonen kwam in principe van mij.Truus Schröder
Zestig jaar lang blijft Truus in dat huis wonen. Van 1925 tot 1985, het jaar van haar overlijden. Ze leeft er vrolijk en – zoals ze het uitdrukt – in eenvoud in het leven.
Eigenzinnig vertrekpunt
Truus vertrekt bij het ontwerpen van dat huis vanuit de binnenkant, niet hoe het er buiten moet uitzien. Ze werkt met een open plan, met een woonkamer, badkamer en drie slaapkamers. Met open- en toeschuivende schotten worden ruimtes afgesloten of opengesteld. Het ligbad, bijvoorbeeld, kan achter een schuifwand worden weggemoffeld en zo een doorgang tussen kamers vrijmaken. Bij gebruik van de badkamer zorgen andere schuifpanelen voor intimiteit. In de slaapkamer van zoon Binnert staat een (baby)vleugelpiano die zowel privé als voor feestjes kan worden gebruikt. Die wendbaarheid is een omwenteling.
Een belangrijke vernieuwing in het ontwerp is dat de kamers zelfstandige entiteiten zijn. Dat wil zeggen: elke ruimte heeft stromend water, centrale verwarming, stopcontacten en een balkon. Vooruitstrevende wensen zeker voor die tijd.

De meeste meubels, zoals kasten maar ook zitgelegenheid, werden tegen de muren ingebouwd. Zo ontstond niet alleen een grote ruimtelijkheid met vernuftige vondsten maar ook een multifunctionaliteit.
De kasten, divanbedden en tafels zijn neergezet als huizen in een stad, zodat er als het ware straten en pleinen overblijven waarover men zich kan bewegen. L. Lissitzky, de Russische avant-garde kunstenaar

Voor de verwarming aan het raam zijn opklapbare planken bevestigd waaraan de kinderen kunnen tekenen of lezen. De planken kunnen naar beneden hangen en met behulp van een steunbalkje op 45 graden gekanteld worden om aan te kunnen schetsen of vlak worden gelegd, zodat boeken erop blijven liggen.
Truus ’eigen slaapkamer ligt op het oosten, zodat ze wakker wordt met het ochtendlicht. Soms al om 5 uur ’s ochtends. Elke kamer heeft ook een balkon. Op haar terras staat op een oude foto de beroemde lattenstoel van… Rietveld.
Die oude foto’s tonen de ontvangsten en feestjes die plaatsvinden in die zich aanpassende oppervlakten. Zwart-wit foto’s uit de tijd, die wel de helderheid van de ruimte evoceren maar niet de primaire kleuren – rood, geel, blauw – typisch voor de artistieke opvattingen van het tijdschrift en kunststroming De Stijl.
De Stijl waaraan Truus ook meewerkte. Truus die weggeschreven werd in de geschiedenis. Truus Schröder-Schräder is duidelijk meer dan de ‘aangeefster’, de geliefde en de ‘muze’ van Gerrit Rietveld.
Nadat Rietveld in 1964 overlijdt, legt ze zich toe op zijn nalatenschap door een groot deel van zijn archief dat zich in hun huis bevindt, te ordenen. Het Huis dat eens zo leeg en strak was, staat vol dozen, mappen en stapels papier. Natalie Dubois en Jessica van Geel, auteurs van het boek

Haar creatieve visie blijkt cruciaal voor hun gezamenlijke projecten. Zoals haar dochter Han haar moeder en haar ‘partner’ omschreef: 1 + 1 = 1.
Het was een duidelijke zielsverwantschap tussen Gerrit en Truus, die toch ook behoorlijk feministisch was. Ze schreef artikels voor De Werkende Vrouw, het feministisch tijdschrift van haar zus An Schräder. Ze was lid van Soroptimist, de vereniging voor vrouwen met een eigen economische activiteit. Maar ‘Riet’ was haar levenskameraad:
Rietveld gaf mij het medicijn waarmee ik zou durven leven. Leven vanuit je zintuigen. Wat je zintuigen ervaren, dat moet je hoog aanslaan. Elementair zijn. Niet de hoeveelheid die telt, maar de kwaliteit. Truus Schröder

Dit huis was ons kind. Bij een kind vraag je dat toch ook niet?
Biografie van een huis
Het volumineuze boek over het Rietveld Schröderhuis, een biografie van het huis door onderzoeksters Natalie Dubois en Jessica van Geel, geeft een mooi inzicht in de ontstaansgeschiedenis en de evolutie van dat eigenzinnige huis en de ferme, kordate opdrachtgeefster. Met nooit eerder gepubliceerde en unieke (familie)foto’s, ontwerptekeningen, de briefwisseling met opdrachtgevers en met persoonlijke brieven is het een kloeke, zeer gedocumenteerde uitgave van Hannibal Books.