Veertigdagentijd, vastentijd of lijdenstijd – Betekenis

2 minuten leestijd
De vastende kerkhervormer Carolus Borromeus
De vastende kerkhervormer Carolus Borromeus - Schilderij van Daniele Crespi

De vastentijd, ook wel veertigdagentijd of lijdenstijd genoemd, is de periode van veertig dagen voorafgaand aan Pasen, waarbij de herrijzenis van Jezus na zijn kruisdood op Goede Vrijdag wordt herdacht. De vastentijd begint op Aswoensdag en staat in de christelijke traditie in het teken van bezinning en vasten.

De veertigdagentijd is afgeleid van de veertig dagen die Jezus volgens de Bijbel zelf vastend in de woestijn doorbracht. Het Paasfeest wordt overigens niet precies veertig dagen maar zesenveertig dagen na het begin van de vastentijd gevierd. Dit verschil zit hem in de zondagen die in de vastenperiode vallen. Op deze zondagen wordt van oudsher niet gevast.

Verbeelding van de Vastentijd met in het midden een trap waarvan de 40 treden de veertigdagentijd representeren. R
Verbeelding van de Vastentijd met in het midden een trap waarvan de 40 treden de veertigdagentijd representeren. Rechts zeven scènes uit het leven van Christus. – Valerio Spada, ca. 1653-1654
De eerste dag van de veertigdagentijd staat in de katholieke kerk bekend als Aswoensdag, een verwijzing naar het askruisje dat priesters op deze dag traditioneel op het voorhoofd van gelovigen zetten, als teken van berouw en herinnering aan de eindigheid van het leven.

Binnen de katholieke kerk is de veertigdagentijd, die direct na het carnaval begint, ook een periode van boetedoening. Op de website van de KRO-NCRV is daarover het volgende te lezen:

De Kerk heeft steeds geleerd, dat bekering niet eens en voor altijd gegeven kan zijn, maar steeds opnieuw moet worden beleefd en nagestreefd. De gelovige christen zondigt immers regelmatig, en raakt daardoor het zuivere zicht op God kwijt. Hij moet zich steeds opnieuw bekeren, en boete doen voor zijn misstappen. De veertigdagentijd is in de katholieke traditie bij uitstek de tijd van hernieuwde bekering, en dus ook de tijd voor boetedoening.

De traditie om tijdens de veertigdagentijd te vasten is vooral bekend vanuit het katholicisme. Het protestantisme kent deze gezamenlijke traditie officieel niet. Individuele gelovigen besluiten echter geregeld om zelfstandig een periode te vasten. Veel christenen bezinnen zich tijdens het vasten op het leven en lijden van Jezus en de eigen doop.

Mensen met zware beroepen waren vroeger soms vrijgesteld van het vasten.

Snoeptrommeltje

De manier waarop wordt gevast verschilt. Sommige mensen besluiten bijvoorbeeld veertig dagen geen snoep of vlees te eten of ze nuttigen geen alcohol. Katholieke kinderen kregen vroeger vaak een trommeltje waarin ze het snoep bewaarden dat ze in de vastentijd kregen, maar dus niet mochten opeten. Na afloop van de vastenperiode kon men dit trommeltje dan openen en het buikje rond eten.

Ook dagelijkse gewoontes kunnen betrokken worden bij het vasten. Zo kan men ook vasten door bijvoorbeeld minder televisie te kijken of social media tijdelijk op pauze te zetten.

Ook buiten de christelijke gemeenschap wordt tegenwoordig geregeld deelgenomen aan de vastentijd, met als idee dat enige soberheid kan leiden tot rust en zelfinzicht en om zelfdiscipline en zelfcontrole te trainen. De periode van onthouding wordt ook vaak gebruikt om meer na te denken over de meer wezenlijke levenszaken.

Bronnen

-https://inekestrouken.nl/tradities/feesten/vasten/
-https://kro-ncrv.nl/katholiek/encyclopedie/v/veertigdagentijd
-https://historiek.net/aswoensdag-begin-veertigdagentijd/93791/
×