Dark
Light

Wandelende beelden op Paaseiland

2 minuten leestijd
Moai op Paaseiland
Moai op Paaseiland (CC BY-SA 3.0 - LuxoDresden - wiki)

De Nederlander Jacob Roggeveen ontdekte in 1722 in de Grote Oceaan Paaseiland. Dit kleine eiland, dat Paasch-Eyland genoemd werd omdat het op paaszondag werd ontdekt, is vooral bekend vanwege de grote hoeveelheden stenen beelden die er te vinden zijn. Mensen plaatsten ze ooit langs de kust, met de rug naar de oceaan. Hoe de beelden op hen plek werden gezet is nog altijd niet helemaal duidelijk. Er zijn verschillende theorieën.

De beelden, moai, zijn gemaakt van zacht vulkanisch gesteente. Het gaat waarschijnlijk om zogenaamd voorouderbeelden. Op het eiland zijn meer dan duizend van deze beelden te vinden. Ze hebben een gemiddelde hoogte van ongeveer vijf meter maar de grootste zijn maar liefst twintig meter hoog. Veel van de beelden zijn echter nooit voltooid.

Hoe wisten de voormalige bewoners van het eiland de duizenden kilo’s zware beelden te verplaatsen? Die vraag hield ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen ook al bezig. Toen Roggeveen arriveerde was er namelijk al geen boom meer op Paaseiland te vinden. Nadat hij de enorme beelden had gezien schreef de reiziger verwonderd in zijn logboek:

“…hoe ’t mogelijk was dat die menschen, die ontbloot zijn van swaer en dik hout om eenige mechine te maaken, mitgaders van kloek touwerck, echter soodanige beelden hadden konden oprigten.”

In vroeger tijden waren er wel bomen op het eiland. En meestal gaat men er van uit dat de beelden destijds met behulp van deze bomen naar hun plek werden gebracht. De stammen fungeerden als rollers. En toen de bomen verdwenen zou er een eind zijn gekomen aan de beeldcultuur.

Lopende beelden

Er is ook wel eens gesuggereerd dat de beroemde beelden als het ware over het eiland liepen. De bewoners van Paaseiland zouden de beelden dan ongeveer verplaatst hebben zoals wij nu wel eens zware koelkasten verplaatsen. Als die te zwaar zijn om te tillen, schuiven we ze stukje bij beetje vooruit net zolang tot ze op de gewenste plaats staan.

Deze oude theorie over de ‘lopende beelden van Paaseiland’ is onlangs door wetenschappers getest. Ze bouwden een replica van een van de beelden en bonden vervolgens drie touwen om het hoofd van het beeld. Vanuit verschillende hoeken werd vervolgens druk op het beeld uitgeoefend. Net zolang tot er beweging in het beeld kwam en deze langzaam, wiebelend verplaatst kon worden. Een touw aan de achterzijde zorgde er voor dat het beeld tijdens het ´wandelen´ niet vooraf viel.

De wetenschappers schrijven deze week over hun onderzoek in het Journal of Archaeological Science. Ze legden hun project ook op video vast:

×