De Zeven Hoofdzonden & Zeven Deugden

Binnen de Rooms-Katholieke Kerk kent men het begrip ‘Zeven Hoofdzonden’. Deze zeven zonden (immorele handelingen of gedachten) staan aan de basis van veel andere zonden. Paus Gregorius I (590-604) stelde de zonden in de zesde eeuw officieel vast.

De Zeven Hoofdzonden

  1. Superbia (hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid)
  2. Avaritia (hebzucht – gierigheid)
  3. Luxuria (onkuisheid – lust – wellust)
  4. Invidia (nijd – jaloezie – afgunst)
  5. Gula (onmatigheid – gulzigheid – vraatzucht)
  6. Ira (woede – toorn – wraak – gramschap )
  7. Acedia (gemakzucht – traagheid – luiheid – vadsigheid)

De zeven hoofdzonden spelen een belangrijke rol in de Divina Commedia van moraalfilosoof Dante Alighieri. Ze zijn ook veelvuldig afbeelding op kunstwerken. Het bekendste voorbeeld is het vijftiende-eeuwse werk De Zeven Hoofdzonden van Jheronimus Bosch, te bewonderen in het Prado.

De Duitse theoloog Peter Binsfeld (ca. 1540-1598) publiceerde een lijst van demonen die geassocieerd werden met de zeven hoofdzonden. Dit ging om: Satan/Lucifer (Superbia), Mammon (Avaritia), Asmodeus (Luxuria), Leviathan (Invidia), Beëlzebub (Gula), Amon (Ira) en Belfagor (Acedia).

Jheronimus Bosch, De Zeven Hoofdzonden, detail. Eind 15e eeuw. Museo del Prado, Madrid.
Jheronimus Bosch, De Zeven Hoofdzonden, detail. Eind 15e eeuw. Museo del Prado, Madrid.

Zeven Deugden

Naast deze hoofdzonden stelde de paus ook zeven deugden vast, bestaande uit vier kardinale deugden en drie goddelijke of theologale deugden. Dit zijn:

- advertentie -
  1. Prudentia (Voorzichtigheid – verstandigheid – wijsheid)
  2. Iustitia (Rechtvaardigheid – rechtschapenheid)
  3. Temperantia (Gematigdheid – matigheid – zelfbeheersing)
  4. Fortitudo (Moed – sterkte – vasthoudendheid – standvastigheid – focus)
  5. Fides (Geloof)
  6. Spes (Hoop)
  7. Caritas (Naastenliefde/Liefde – liefdadigheid)

De eerste vier zijn de kardinale deugden en gaan al terug tot de oudheid. Deze vier deugden zijn bijvoorbeeld te vinden in Plato’s PoliteiaAristoteles ging dieper in op deze deugden in zijn Ethica Nicomachea. De benaming ‘kardinale deugden’ is afkomstig van het Latijnse woord cardo, wat zoveel betekent als scharnier(pin). Dit woord werd vaak gebruikt voor de hengsels waarop deuren rusten. De kardinale deugden worden beschouwd als de belangrijkste deugden waar het in het leven om draait.

Boekenrubriek: Religieuze geschiedenis

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: