De zeven hoofdzonden vormen in de christelijke traditie de basis van veel andere zonden. Paus Gregorius I (590-604) stelde de zonden in de zesde eeuw officieel vast. Bij deze zonden gaat het in de theologie niet zozeer om concrete handelingen, maar eerder om neigingen en gedachten.
De zeven hoofdzonden
- Superbia (trots – hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid)
- Avaritia (hebzucht – gierigheid)
- Luxuria (onkuisheid – lust – wellust)
- Invidia (nijd – jaloezie – afgunst)
- Gula (onmatigheid – gulzigheid – vraatzucht)
- Ira (woede – toorn – wraak – gramschap )
- Acedia (gemakzucht – traagheid – luiheid – vadsigheid)
In de dertiende eeuw werden deze ideeën verder systematisch uitgewerkt door de theoloog Thomas van Aquino, onder meer in zijn Summa Theologiae. De zeven hoofdzonden spelen verder een belangrijke rol in de Divina Commedia van moraalfilosoof Dante Alighieri. Ze zijn ook veelvuldig afgebeeld op kunstwerken. Het bekendste voorbeeld is het vijftiende-eeuwse werk De Zeven Hoofdzonden van Jheronimus Bosch, te bewonderen in het Prado.
De Duitse theoloog Peter Binsfeld (ca. 1540-1598) publiceerde een lijst van demonen die geassocieerd werden met de zeven hoofdzonden. Dit ging om: Satan/Lucifer (Superbia), Mammon (Avaritia), Asmodeus (Luxuria), Leviathan (Invidia), Beëlzebub (Gula), Amon (Ira) en Belfagor (Acedia).

De zeven deugden
Naast deze hoofdzonden kent de katholieke traditie ook zeven deugden, bestaande uit vier kardinale deugden en drie goddelijke of theologale deugden. Dit zijn:
- Prudentia (Voorzichtigheid – verstandigheid – wijsheid)
- Iustitia (Rechtvaardigheid – rechtschapenheid)
- Temperantia (Gematigdheid – matigheid – zelfbeheersing)
- Fortitudo (Moed – sterkte – vasthoudendheid – standvastigheid – focus)
- Fides (Geloof)
- Spes (Hoop)
- Caritas (Naastenliefde/Liefde – liefdadigheid)
De eerste vier zijn de kardinale deugden en gaan al terug tot de oudheid. Deze vier deugden zijn bijvoorbeeld te vinden in Plato’s Politeia. Aristoteles ging dieper in op deze deugden in zijn Ethica Nicomachea. De benaming ‘kardinale deugden’ is afkomstig van het Latijnse woord cardo, wat zoveel betekent als scharnier(pin). Dit woord werd vaak gebruikt voor de hengsels waarop deuren rusten. De kardinale deugden worden kortom beschouwd als de belangrijkste deugden waar het in het leven om draait.
In de christelijke traditie worden de zeven hoofdzonden vaak gekoppeld aan deugden, die dan als een soort tegenwicht kunnen dienen. Trots wordt hierin bestreden door nederigheid, hebzucht door naastenliefde, lust door kuisheid, afgunst door dankbaarheid, gulzigheid door matigheid, woede door geduld en luiheid door ijver.
In de Middeleeuwen werd trots beschouwd als de zwaarste zonde
Chemiseband, ca. 1460
Jan Van Eyck: mysterie, mythe en mens
Stone of Scone – De Schotse ‘Steen van het Lot’