Vrouwen en hun macht over de maan

Indiculus. Heidense en bijgelovige rituelen uit de vroege middeleeuwen
///
6 minuten leestijd
Initiaal met een demon en zijn slachtoffer in een getijdenboek uit Atrecht
Initiaal met een demon en zijn slachtoffer in een getijdenboek uit Atrecht (dertiende eeuw). Uit: Indiculus
Bij uitgeverij Omniboek verschijnt binnenkort het boek Indiculus. Heidense en bijgelovige rituelen uit de vroege middeleeuwen. Luit van der Tuuk beschrijft in dit boek de spiritualiteit in de vroege middeleeuwen. Als kapstok gebruikt hij de ‘Indiculus superstitionem et paganiarum’, Latijn voor ‘kleine lijst van bijgelovige en heidense gebruiken’. De daarin bijeengebrachte opsomming van soms moeilijk te doorgronden begrippen levert een verrassende verzameling van religieuze en magische gebruiken op. Luit van der Tuuk werpt in ‘Indiculus’ een helder licht op de spirituele beleving van de vroege middeleeuwers. Op Historiek een hoofdstuk uit het boek over één van de gebruiken uit de lijst.


Over hetgeen zij geloven, dat vrouwen macht over de maan uitoefenen, zodat zij volgens de heidenen de harten van mensen kunnen nemen

Dit artikel laat zich moeilijk vertalen zolang de betekenis voor ons niet duidelijk is. Het is wel uitgelegd als het geloof in de macht die de maan op mensen uitoefent. In de preek van Eligius is bijvoorbeeld sprake van de overtuiging dat mensen krankzinnig kunnen worden van (demonen van) de maan. We kwamen het belang dat het volk aan de maan hechtte al tegen bij het rumoerige ritueel vince luna.

Pagina uit Etymologiae, (8e eeuw), Brussel, Koninklijke Bibliotheek van Belgium. (Publiek domein/wiki)
Pagina uit Etymologiae, (8e eeuw), Brussel, Koninklijke Bibliotheek van Belgium. (Publiek domein/wiki)
Dichter bij de Latijnse betekenis van dit artikel komt de uitleg dat er vrouwen waren die macht over de maan konden uitoefenen. In de vroege zevende eeuw vermeldde Isidorus van Sevilla dit volksgeloof in zijn encyclopedisch werk Etymologiae.

We zouden de harten die deze vrouwen door hun magische verbond met de maan konden nemen, kunnen uitleggen als de zielen die zij hun slachtoffers ontnamen. Deze vorm van magie doet denken aan het geloof dat de demon bezit van iemand neemt.

Demonen

Volgens de geestelijkheid waren onverklaarbare zaken het werk van demonen. Voor het volk konden die goed of kwaad zijn, maar volgens de christelijke visie bestonden er louter kwade geesten. Demonen keren zich tegen zowel God als tegen de mensheid en hebben het kwaad in de wereld gebracht. Ze zijn de oorzaak van door de kerk verworpen occulte praktijken die door mensen openlijk of in het geheim worden bedreven, zoals magie, waarzeggerij en astrologie.

‘Kwade geesten waren overal en vormden voortdurend een bedreiging’

De christenen hadden het begrip demon van de Joden overgenomen in de betekenis van een onreine geest. Sommigen meenden dat het gevallen engelen waren die vanuit hemelse sferen naar de aarde waren afgedaald, waar ze zich in afgodsbeelden konden verschuilden.

Deze visie was door de kerkvader Augustinus verspreid. Volgens hem kunnen demonen slechts binnen de door God beschikte marges opereren, maar ze zijn meer ervaren en sneller dan de mens. Ze beschikken bovendien over scherpere zintuigen, waardoor het lijkt alsof ze de toekomst kunnen voorspellen.

Augustinus volgens Caravaggio
In de klassieke oudheid werden demonen slechts als intermediairs tussen mensen en goden gezien. Met hun ijle lichamen konden ze makkelijk door het luchtruim voortsnellen en daardoor tussen de goden en de mensen bemiddelen. Het waren spookachtige verschijnselen, heel anders dan dwergen, heksen of weerwolven met hun stoffelijke lichamen.

Kwade geesten waren overal en vormden voortdurend een bedreiging, daarover was de geestelijkheid het met de heidense bevolking eens. Voor de kerk waren ze louter een verschrikking, maar voor het volk konden ze vanwege hun bovennatuurlijke krachten ook nuttig zijn. Dan moesten ze wel met geschenken te vriend gehouden worden.

Kwaadwillende demonen moesten met bezweringen en amuletten afgeweerd worden, want ze konden zich meester maken van het lichaam en de geest van nietsvermoedende slachtoffers. Ze konden ook onheil brengen in de dagelijkse leefomgeving, bijvoorbeeld door gewassen op het land of het vee ziek te maken. Als we de titel van dit hoofdstuk juist interpreteren, dan konden ze daarbij blijkbaar in de gedaante van een vrouw gebruikmaken van natuurelementen als de maan.

Demeter rouwt om Persephone
Demeter rouwt om Persephone – Evelyn De Morgan, 1906
Het waren vooral vrouwen die vanouds met de maan werden geassocieerd. De Griekse godinnen Persephone, haar moeder Demeter en de driehoofdige Hekate werden in verband gebracht met de schijngestalten van de maan. De Griekse jachtgodin Artemis was zowel met vrouwen als met de maan verbonden. Het waren dan ook in het bijzonder vrouwen die de maan konden betoveren. Zij beschikten over magische krachten en hadden profetische gaven.

De handen van vrouwen konden een genezende kracht hebben. Door handoplegging, speciaal met hun rechterhand, konden ze mannen sterken in de strijd. Hun linkerhand werd in verband gebracht met de dood en de onderwereld.

Het bedrijven van magie in het algemeen werd met het vrouwelijke geassocieerd en als onmannelijk beschouwd, ook al waren er mannen die zich met deze kunst bezighielden. Mannen moesten echter oppassen dat ze daardoor een verwijfd imago konden oplopen.

‘…van sommige charismatische vrouwen werd aangenomen dat zij profetische gaven hadden en rechtstreeks met de godenwereld in contact stonden’

Ook de geestelijkheid associeerde het bovennatuurlijke vooral met vrouwen en beschouwde magische beïnvloeding van mens en natuur als een duivelse vrouwenzaak. Zij beschreven in boeteboeken dat vrouwen magie konden aanwenden om de liefde van een man te verkrijgen, zodat ze door hem meer bemind zouden worden.

Omgekeerd konden jaloerse vrouwen een man met behulp van hun toverkunsten juist impotent maken, wanneer zij erachter kwamen dat er een rivale in het spel was. Bovendien werd aangenomen dat ze met magische middelen een zwangerschap konden vermijden.

Wijze vrouwen

In het vorige hoofdstuk [Over houten voeten of handen volgens het heidense ritueel, red.] zagen we al dat het in het bijzonder vrouwen waren die hun genezende toverkunsten vertoonden en praktische raadgevingen aan hun zieke medemensen gaven. Bovendien werd van sommige charismatische vrouwen aangenomen dat zij profetische gaven hadden en rechtstreeks met de godenwereld in contact stonden.

Circe giet gif in de zee - Waterhouse
De tovenares Circe (Griekse mythologie) giet gif in de zee – Waterhouse
Deze vooral oudere, wijze vrouwen werden met hun magische talent en goddelijke inspiratie door het volk buitengewoon gewaardeerd. Daarvan zijn speciaal in Scandinavische bronnen allerlei voorbeelden te vinden, zoals dat van de oude vrouw die in De saga van Grettir de Sterke op een boomstronk een klein vlak glad liet schaven. Vervolgens nam zij een mes en kerfde runen in dat vlak. Zij smeerde het in met haar bloed, terwijl zij enkele bezweringen prevelde. Daarna liep zij achterwaarts, tegen de loop van de zon in, om de boomstronk heen en sprak daarbij allerlei machtige spreuken. Aan de oude vrouw werd de macht toegedicht het lot van Grettir te beïnvloeden.

Er zijn in het noorden van Europa ook archeologische aanwijzingen, zoals vrouwengraven die vanwege de bijzondere inhoud vermoedelijk aan vrouwelijke magiërs zijn toe te schrijven. In het Noorse Hordaland werd een rijk vrouwengraf gevonden met een toverstaf en een halssnoer met glazen kralen en zilveren, getwiste ringen waaraan drie amuletten hingen in de vorm van een opgerolde slang, een staf en een ring.

Romeinse auteurs hadden het al over wijze vrouwen bij de Galliërs en de Germanen. Volgens hen plachten vrouwen in Gallië de Romeinse godin Minerva aan te roepen, wanneer ze huiselijke werkzaamheden als spinnen en weven verrichtten. Want magie lag in het verlengde van de huiselijke taken van de vrouw die bezweringen in haar kleding stikte en haar spinrok, een stok voor de te spinnen wol, als toverattribuut gebruikte.

IJzeren toverstaven van vrouwengraven uit Søreim en Klinta (Zweden) en Fuldby (Denemarken). Uit: Indiculus
IJzeren toverstaven van vrouwengraven uit Søreim en Klinta (Zweden) en Fuldby (Denemarken). Uit: Indiculus

Net als magie was ook alles wat met de dood te maken had, het opbaren, de rituelen, de klaagzangen en de voorbereidingen voor de begrafenis, het domein van vrouwen. In de Germaanse wereld werd de dood, de donkere zijde van het bestaan, nogal eens als een vrouw voorgesteld. Mogelijk is de dood op meerdere Zweedse beeldstenen symbolisch als een vrouw weergegeven.

Indiculus -  Luit van der Tuuk
Indiculus – Luit van der Tuuk
Walkuren begeleidden in opdracht van Odin als doodsengelen de dappere gesneuvelden van het slagveld naar het hiernamaals. De godin Hel heerste over de onderwereld Niflheim, het Nevelrijk waar de úmegðar, de zwakkelingen, na hun dood terechtkomen.

Vrouwen waakten niet alleen over de stervenden, ze baarden ook nieuw leven. In veel culturen wordt de vrouw dan ook met de tegenpolen leven en dood geassocieerd. Net als de dood vinden we het leven-brengende aspect terug in allerlei magische rituelen. Vooral jonge vrouwen werden met vruchtbaarheid geassocieerd.

~ Luit van der Tuuk

Boek: Indiculus. Heidense en bijgelovige rituelen uit de vroege middeleeuwen – Luit van der Tuuk

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Vorige verhaal

Sagallo, Ruslands bijna-kolonie op de Somalische kust

Volgende verhaal

Dieren voor de rechter

×