De beginperiode van de Nederlandse muziekindustrie

De beginperiode van de Nederlandse muziekindustrieHet Joods Historisch Museum (JHM) besteedt de komende tijd aandacht aan de beginperiode van de Nederlandse muziekindustrie.

Een fluitje van een cent, Als ik tweemaal met m’n fietsbel bel, Goedenacht en
Oh Pimprinella!, 1926. collectie Jaap van Velzen welterusten, Meneer Dinges weet niet wat swing is…
Bekende en minder bekende liedjes waarvan de tekst, muziek of uitvoering van joodse artiesten, componisten, ‘humoristen’ of tekstschrijvers is, zullen in het Prentenkabinet van het museum in Amsterdam te zien én te horen zijn.

De tentoonstelling heeft de naam Lach… en Vergeet!. In de beginperiode van de muziekindustrie was ongeveer 70 procent van de componisten en zangers joods. Te zien is onder mer een grote verzameling bladmuziek. Het materiaal is deels afkomstig uit de eigen collectie, maar vooral uit de grote verzameling bladmuziek en oude grammofoonplaten van verzamelaar Jaap van Velzen. Middels een audiotour worden de bezoekers meegenomen naar vroeger tijden waarin onder meer liedjes en geluidsopnamen van onder andere Eduard Jacobs, Louis en Heintje Davids, Stella Fontaine en Max van Praag te beluisteren zijn.

Lach… en Vergeet! is van 6 maart tot en met 21 juni te zien in het JHM in Amsterdam.

- advertentie -

Naar aanleiding van de tentoonstelling zendt de Joodse Omroep op zondag 15 maart 2009 van 19.30 tot 20.30 uur op Radio 5 de radiodocumentaire Maestro, Muzik uit over de invloed van vooroorlogse joodse kleinkunstenaars op de Nederlandse lichte muziek en kleinkunst.

Detail van het doek Panorama Mesdag in Den Haag
Heilig Maagschap, H. Anna temidden van haar legendarisch nageslacht
Heilig Maagschap, H. Anna temidden van haar legendarisch nageslacht…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier