Plein 4 – Van stadslogement naar ministerie

Ten tijde van de Republiek der Verenigde Nederlanden hadden de afgevaardigden van de stad Rotterdam bij de Staten van Holland hun eigen logement in Den Haag op Plein 4. Lekker centraal gelegen en niet ver van het Binnenhof. Het pand was in handen van de stad gekomen dankzij het geldtekort van de Engelse koning Charles I.

Plein 4

Plein 4

De Staten van Holland en West-Friesland in Den Haag werden gevormd door afgevaardigden van de achttien steden en een edelman voor de Ridderschap. Zij moesten stemmen over allerlei staatsaangelegenheden en vormden met de staten van de andere gewesten de Staten-Generaal. Er moest dus regelmatig naar Den Haag worden gereisd voor langdurige vergaderingen. Heeft het woon-werkverkeer tegenwoordig te lijden van files en vertraagde treinen, destijds ging de koets of trekschuit nog een stuk langzamer.

Daarom hadden Rotterdam, Amsterdam en de andere steden vaak een eigen huis of logement in de officieuze hoofdstad. Dat was niet alleen uit luxe en prestige, maar ook uit noodzaak, want de afgevaardigden hadden de neiging onder invloed van alcohol in de herbergen hun mond voorbij te praten. In 1746 liet Rotterdam een nieuw, statig pand bouwen op Plein 4. Op de plek van de nieuwbouw had Rotterdam al een ouder pand, dat op curieuze wijze in zijn bezit was gekomen.

Kroonjuwelen

In 1642 bezocht de Britse koningin Henriëtte Maria Den Haag. De van oorsprong Franse prinses was gehuwd met koning Charles I van Engeland en Schotland. Hun tienjarige dochtertje Mary, de Princess Royal, was het jaar daarvoor in het huwelijk getreden met de zestienjarige prins Willem, de oudste zoon van stadhouder Frederik Hendrik. Even terzijde: zo’n politiek kindhuwelijk werd niet direct ‘geconsumeerd’: pas op negentienjarige leeftijd zou de prinses bevallen van de latere stadhouder Willem III.

- advertentie -

Koningin Henriëtte Maria door Antoon van Dyck

Koningin Henriëtte Maria door Antoon van Dyck

Koning Charles verkeerde in een burgeroorlog met het Engelse parlement en zat in geldnood. Koningin Henriëtte had daarom de Britse kroonjuwelen meegenomen in de hoop deze in Holland te kunnen verpanden in ruil voor een stevige lening. Maar omdat het Engelse parlement dit nadrukkelijk had verboden, wilde niemand zich er openlijk aan branden. Daarop gaf stadhouder Frederik Hendrik zijn thesaurier Thijman van Volbergen opdracht de kroonjuwelen onder zijn eigen naam te verpanden aan Rotterdam. Maar toen Charles I de strijd tegen het parlement verloor – en op 30 januari 1649 ook zijn hoofd – kon het huis Stuart de rente op de lening niet meer betalen.

Rotterdam verkocht de juwelen, maar die bleken de lening bij lange na niet te dekken. Het restant moest worden opgebracht door de ongelukkige Van Volbergen, die zich gedwongen zag zijn huis aan het Plein in 1650 te verkopen aan de Maasstad. Niet lang daarna stierf hij en begon er langdurig juridisch getouwtrek tussen Rotterdam, de erfgenamen van Van Volbergen en stadhouder Willem II die ook schuldeiser was, maar in hetzelfde jaar stierf. De Hoge Raad van Holland en Zeeland oordeelde jaren later in 1669 ten gunste van de Oranjes en veroordeelde de burgemeesters van Rotterdam tot betaling van de koopsom, de opgelopen rente en de proceskosten aan prins Willem III, de toekomstige stadhouder. De aankoop van het huis was al met al een dure grap.

Nieuwbouw

In eerste instantie verhuurde Rotterdam zijn Haagse onroerend goed. Vanaf 1655 bracht de stad zijn afgevaardigden er onder. Rond 1730 kocht de stad twee belendende percelen met oog op nieuwbouw. Negen jaar later werd begonnen met de sloop van de oude panden. Het ontwerp voor het nieuwe logement was van de Rotterdamse stadsbouwmeester Adriaan Moens. Op 23 september 1746 vond de opening plaats. Het eindresultaat was een statig herenhuis in Louis XIV-stijl met midden op de daklijst het wapen van Rotterdam.

De pensionaris of stadsadvocaat, feitelijk de enige beroepsbestuurder van de stad, had op de eerste verdieping zijn werkkamer. Op de begane grond lagen een speel- of conversatiezaal, de grote zaal en de eetzaal. Aan de achterkant lag een 46 meter diepe tuin. Het interieur was versierd met beeldhouwwerk, pleister- en houtsnijwerk. In totaal bedroegen de kosten zo’n 240.000 gulden; in die tijd een fortuin. Daarmee had Rotterdam het duurste logement van de Hollandse steden.

De werkkamer van de minister van Defensie (Defensie)

De werkkamer van de minister van Defensie (Defensie)

Defensie

Lang heeft het prijzige, nieuwe huis geen dienst gedaan als logement. Toen in 1795 de Patriotten en de Fransen een einde maakten aan de Republiek kwam er ook een eind aan de Staten van Holland. Het nut van een eigen logement verviel daarmee ook. De stad zette het gemeubileerde pand daarom te huur voor duizend gulden per jaar. Na verschillende huurders werd Plein 4 in 1798 gehuurd door de patriottische officier en ‘agent van Oorlog’ Gerrit Jan Pijman, min of meer de eerste minister van Defensie van Nederland.

Agent van Oorlog Gerrit Jan Pijman

Agent van Oorlog Gerrit Jan Pijman

Ook na Pijman en de Franse tijd bleven zijn opvolgers het voormalige logement bevolken. Na eerdere mislukte pogingen om van het pand af te komen, kon Rotterdam het in 1806 kwijt aan de landsregering van koning Lodewijk-Napoleon. Het gebouw werd door de jaren heen aangepast aan de veranderende gebruikseisen. De meest opmerkelijke aanpassing is het ‘ministerstrapje’ van minister Menno graaf van Limburg-Stirum. De minister had als officier in de Belgische Opstand zijn rechteronderbeen verloren. Omdat het met een houten poot moeizaam traplopen was, liet hij in 1872 een privétrap aanleggen, waar hij zonder gadegeslagen te worden door ambtenaren en bezoekers zich op zijn gemak van de begane grond naar de eerste verdieping kon slepen.

Vandaag maakt Plein 4 deel uit van een groot aaneengeschakeld kantorencomplex waarin het ministerie van Defensie is gehuisvest. In de werkkamer van de Rotterdamse pensionarissen zit tegenwoordig de minister van Defensie. Kijkend uit het raam heeft zij uitzicht op het Plein en het standbeeld van Willem van Oranje.

~ Edwin Ruis

Bron: NIMH, Plein 4. De geschiedenis van een logement en een departement (2006). Foto’s: Ministerie van Defensie en Wikipedia.

Standbeeld Willem van Oranje besmeurd
Een standbeeld van Willem van Oranje op het terrein van het Willem…
Atari 2600
De markt voor gameconsoles is sinds zijn bestaan roerig. Vrijwel nergens is…

- advertentie-


Historiek heeft een gratis mobiele app



Geschiedenis zoeken


Gerelateerde uitgaven:



Yuri Visser

About Yuri Visser

view all posts

Yuri Visser (1979) is de oprichter van Historiek. Vanuit Ermelo - waar hij samen met zijn partner en dochter van 4 woont - voert hij redactie over het platform (en de aanverwante projecten). Email: yurivisser@gmail.com | Twitter: yvisser



Download onze gratis app voor smartphone en tablet!

Historiek heeft een mobiele app, zowel beschikbaar voor Android als voor iPhone en iPad. Via de geschiedenis-app blijft u altijd op de hoogte van onze laatste berichten. Ook boekbesprekingen, blogs en onze historische achtergrondverhalen zijn via de app te lezen. Alle berichten die online staan, staan ook in de app. De geschiedenis-app wordt voortdurend uitgebreid en is natuurlijk helemaal gratis. Geschiedenis in de broekzak!

Download de app via de volgende links: