Tweede Kamerverkiezingen 1967 – D’66 komt in het parlement

‘D’66 won boven verwachting’, kopte het Algemeens Handelsblad op 16 februari 1967, een dag na de verkiezingen voor de Tweede Kamer. En de krant vervolgde:

‘De grote winnaar van de verkiezingen voor de Tweede Kamer is D’66 gebleken. Naarmate de avond gisteren verstreek en de resultaten uit verschillende delen van het land binnendruppelden, steeg bij de aanhangers van deze nieuwe partij de hoop op een groots resultaat. Geslingerd tussen verwachting enerzijds, en een gevoel van-dat-zal-toch-niet-mogelijk-zijn zagen mr. H.A.F.M.O Van Mierlo en de zijnen de score oplopen tot 7 zetels.’

Verkiezingsposter van D'66
Verkiezingsposter van D’66
De dag ervoor, op woensdag 15 februari ging Nederland naar de stembus. Het was een kille, onbewolkte winterdag met een temperatuur van 4 graden. Secretaris-generaal U. Thant van de Verenigde Naties riep de Amerikaanse regering op om te stoppen met de bombardementen op Noord-Vietnam. In de Nederlandse Top 40 stond het nummer Het land van Maas en Waal van Boudewijn de Groot op de eerste plaats. De roerige jaren zestig waren volop aan de gang, Nederland telde 12,5 miljoen inwoners en eind 1966 was een nieuwe partij opgericht, Democraten 66, die het bestuur wilde vernieuwen en democratiseren.

Nacht van Schmelzer

Er kwamen nieuwe verkiezingen omdat het kabinet Cals voortijdig was gevallen door de roemruchte Nacht van Schmelzer. Het rooms-rode kabinet onder leiding van de katholiek Jo Cals kon niet meer rekenen op de steun van zijn eigen partij de KVP. In de nacht van 13 op 14 oktober 1966 diende KVP-fractievoorzitter Norbert Schmelzer een motie in over het financieel-economische beleid. De motie werd aangenomen, maar deze was voor Cals onaanvaardbaar. Zijn kabinet trad in de vroege ochtend af.

De relatie tussen de KVP en de PvdA was bekoeld en ook binnen de KVP waren er spanningen gerezen. Er moest nu een interim-regering komen. Deze werd gevormd door het zogenaamde rompkabinet Zijlstra dat aantrad tussen 22 november 1966 en 5 april 1967, de kortste periode waarin een kabinet heeft geregeerd.

Een rompkabinet is een overgangskabinet dat meestal een minderheidsregering is. Ze behandelen alleen de lopende zaken en bereiden de volgende verkiezingen voor. Een rompkabinet is niet hetzelfde als een demissionair kabinet. Bij een demissionair kabinet geeft de Tweede Kamer aan welke onderwerpen omstreden of controversieel zijn. Deze kunnen dan niet behandeld worden. Bij een rompkabinet kan dat wel. Een rompkabinet is voor beslissingen daarom aangewezen op de oppositiepartijen waardoor een rompkabinet ook voorzichtig moet zijn met controversiële voorstellen.

Verkiezingen

Er kwamen dus nieuwe verkiezingen in februari 1967 en de leeftijdsgrens om te mogen stemmen was verlaagd van 23 naar 21 jaar. Voor het pas eind 1966 opgerichte D’66 kwam alles in een stroomversnelling en moest er hard aan de nieuwe partij gewerkt worden. Hans van Mierlo die als journalist voor het Algemeen Handelsblad werkte, was aangewezen als de partijleider en werd het charismatische boegbeeld van de vernieuwingsdrang in de Nederlandse politiek van de jaren zestig. De partij baarde opzien met zijn campagnespot op televisie waarin Van Mierlo de hoofdrol speelde als politieke personality van een nieuwe en jonge generatie.

De verkiezingen betekende een entree voor D’66 in de Tweede Kamer met zeven leden. De KVP en de PvdA waren de verliezers van de verkiezingen. Hieronder de zetelverdeling na de uitslag.

KVP 42 (-8)
PvdA 37 (-6)
VVD 17 (+1)
ARP 15 (+2)
CHU 12 (-1)
Boerenpartij 7 (+4)
D’66 7 (+7)
CPN 5 (+1)
PSP 4 (0)
SGP 3 (0)
GPV 1 (0)

Ook de Boerenpartij had het als protestpartij goed gedaan. De Partij Voor Ongehuwden haalde geen zetel, al hadden er wel ruim 43.000 mensen op de partij gestemd.

Bordesfoto kabinet De Jong bij Huis ten Bosch
Bordesfoto kabinet De Jong bij Huis ten Bosch

Kabinet De Jong

Er werd nu een nieuw kabinet gesmeed met als informateur Jelle Zijlstra. Louis Beel werd de adviseur van de koningin. De informatieperiode verliep voorspoedig en Barend Biesheuvel van de ARP en vervolgens Piet de Jong van de KVP werden de formateurs van het eerste kabinet De Jong dat bestond uit KVP, ARP, CHU en VVD. Samen hadden ze een meerderheid van 86 zetels. Het hele proces had 49 dagen geduurd en op 5 april 1967 werd het kabinet beëdigd.

In het nieuwe kabinet De Jong zat onder meer Joseph Luns op Buitenlandse Zaken. Het zou zijn laatste termijn als minister zijn. Hij werd hierna secretaris-generaal van de NAVO. Op onderwijs kwam Gerard Veringa (KVP), Johan Witteveen van de VVD kwam op Financiën en de enige vrouwelijke minister werd Marga Klompé (KVP) op de post Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk, afgekort CRM. Berend Jan Udink van de CHU werd de minister zonder portefeuille voor Ontwikkelingshulp. Hij hoorde zijn benoeming bij toeval op de autoradio en wist nergens van.

Het kabinet De Jong zou de de hele periode van vier jaar tot 1971 uitzitten en werd daarmee het tot dan langstzittende na-oorlogse kabinet. Na het kabinet De Jong volgde het eerste kabinet Biesheuvel. De jaren zeventig traden aan.

~ DirkJan Vos

Meer politieke geschiedenis
Boek: Redelijk radicaal – Vijftig jaar D66
Boek: Een krankzinnig avontuur – Hans van Mierlo

Basiliuskathedraal in Moskou - cc
Iemand die zich tijdens de Koude Oorlog zo fanatiek afzette tegen de…
Premier Mark Rutte in het Torentje - cc
Nog nooit is er een verkiezingscampagne geweest waarin zoveel lijsttrekkers zich nadrukkelijk…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net