Het einde van de CPN (1977-1991)

In 1991 viel na ruim tachtig jaar het doek voor de Communistische Partij van Nederland (CPN), een van de oudste communistische partijen ter wereld. Dat jaar fuseerde de CPN met de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP), de Politieke Partij Radikalen (PPR) en de Evangelische Volkspartij (EVP) tot de nieuwe partij GroenLinks.

De CPN – De opposanten

In dit artikel komt een aantal vooraanstaande leden van de Communistische Partij van Nederland (CPN) aan de orde die op enig moment in aanvaring kwam met de partijleiding. Wie waren zij, waar gingen die conflicten over en op welke wijze werden ze aan de kant gezet?

//

De CPN en de Berlijnse Muur (1961)

Op 13 augustus 1961 begon de bouw van de Berlijnse Muur. Zo’n drie maanden later, op 9 november, was het westelijke deel van Berlijn door een betonnen muur en prikkeldraad afgegrendeld van Oost-Berlijn en Oost-Duitsland. Pas in 1989 kwam er een einde aan de verdeling van Berlijn; op 9 november van dat jaar viel de Muur. Dit artikel gaat in

De CPN en de strijd om de zendtijd (1948-1965)

In de loop van 1948 nam de regering een hele serie maatregelen tegen de Communistische Partij van Nederland (CPN). Eén van die maatregelen was de uitsluiting van de CPN van radiozendtijd voor de verkiezingen (de zendtijd voor politieke partijen). Na 1959 ging het ook om zendtijd op televisie.

Conflicten in de CPN (1958)

Op 3 april 1958 barstte de bom. Vier van de zeven Tweede Kamerleden van de Communistische Partij van Nederland (CPN) werden uit de partij gezet. Het ging om Bertus Brandsen, Frits Reuter, Gerben Wagenaar en Henk Gortzak. Een vijfde Kamerlid, Rie Lips-Odinot kreeg een lichtere ‘straf’: zij werd uit het partijbestuur gezet.

De CPN en de Praagse Lente (1968)

De Communistische Partij van Nederland (CPN) veroordeelde de inval in Tsjechoslowakije in scherpe bewoordingen. In een op 26 augustus in de CPN-krant De Waarheid gepubliceerd Manifest verklaarde het partijbestuur nadrukkelijk dat de inval ‘onaanvaardbaar’ was; dit had niets meer met het communisme te maken.

/

De CPN en de Hongaarse opstand (1956)

Na de toespraak van Russische partijleider Nikita Chroetsjov tijdens het twintigste partijcongres van de Communistische Partij (februari 1956), waar hij de door Stalin gepleegde misdaden veroordeelde, volgde een onrustige periode in het Oostblok, de communistische staten in Midden- en Oost-Europa.

De CPN en de affaire-Ben Polak (1953)

Begin 1953 speelde in de Sovjet-Unie het zogenoemde ‘dokterscomplot’. Het zou gaan om een samenzwering van negen artsen, van wie zes van joodse afkomst, met als doel het vermoorden van Sovjetleiders. Eén of meerdere leiders zouden al vermoord zijn; anderen zouden nog volgen.