Domitianus en de Openbaring van Johannes

//
3 minuten leestijd
Johannes op Patmos. Fantasieschilderij uit ca. 1489 door Jheronimus Bosch
Johannes op Patmos. Fantasieschilderij uit ca. 1489 door Jheronimus Bosch

In zijn beroemde roman De kellner en de levenden laat Simon Vestdijk twaalf mensen aanwezig zijn bij iets dat verdraaid veel lijkt op het Laatste Oordeel. Het geestige is dat de verhoudingen zijn omgekeerd: de mensen moeten oordelen over de schepper. Het boek, dat ik u aanraad, wemelt van de verwijzingen naar de Openbaring van Johannes, het laatste boek van het Nieuwe Testament. Vestdijk is maar één van de vele auteurs die aan die tekst inspiratie ontleenden.

De Openbaring van Johannes heeft niet alleen gediend als inspiratie. Er gaat invloed van uit. De door Johannes van Patmos beschreven ideeën over een rampzalig einde der tijden hebben eeuwenlang structuur gegeven aan ons denken. Zonder de urgentie van de klimaatproblematiek te willen ontkennen: de wijze waarop ze wordt gepresenteerd, als een eindtijd die met het juiste gedrag valt te overleven, is gevormd door de Openbaring van Johannes.

Apocalyptiek

De Openbaring van Johannes is een schoolvoorbeeld van het genre dat bekendstaat als apocalyptiek. Simpel samengevat krijgt een ik-figuur in een apocalyptische tekst een droom of visioen vol informatie. Die kan gaan over óf de aard van de schepping óf de toekomst. In het eerste geval is het dus een kosmologische tekst, in het tweede geval is het eschatologisch: de eindtijd nadert. De meeste apocalyptische literatuur lijkt geschreven in tijden van repressie en wil de mensen aansporen vol te houden. Voorbeelden zijn het boek Daniël, de henochitische literatuur en de Oorlogsrol. Maar het bekendst is dus de Openbaring van Johannes.

Het getal van het beest

In de negentiende eeuw was men er nog vrij zeker van dat Johannes de Openbaring had geschreven ten tijde van keizer Nero. Het argument daarvoor was dat er in 13.18 sprake was van “het getal van het beest” dat 666 zou zijn. Inderdaad kom je, door het Latijnse Nero Caesar eerst om te zetten in het Griekse Νέρων Καῖσαρ, dat vervolgens om te zetten in Hebreeuwse letters נרונ קסר, en daar dan getalwaardes aan te geven (100+60+200 en 50+200+6+50), uit op het getal 666.

Dit is natuurlijk vergezocht. Als je de regels soepel toepast, kun je elke naam wel herleiden tot het getal 666. De christelijke auteur Eirenaios (c.140-c.200) noteerde dat iemand die Evanthas of Latinus heette eveneens voldeed aan de profielschets. Los daarvan: iemand die het woord Caesar in het Hebreeuws wilde noteren, zou eerder קיסר schrijven. De extra letter brengt het rekensommetje echter op 676. We weten simpelweg niet wie Johannes heeft bedoeld.

Is zo dus een argument vóór een datering ten tijde van Nero vervallen, er bestaat nog wel een argument daartegen. In de Openbaring wordt Rome, naar goed joods gebruik, cryptisch aangeduid: de stad heet Babylon. Dat veronderstelt een overeenkomst en dat kan alleen zijn dat zowel de Babyloniërs als de Romeinen Jeruzalem hebben verwoest en een tijd inluidden zonder tempelcultus. Daarmee dateert de Openbaring van na 70.

Domitianus

Inmiddels plaatsen vrijwel alle oudheidkundigen de Openbaring in de laatste jaren van keizer Domitianus. Het staat namelijk gewoon in onze bronnen. De zojuist genoemde Eirenaios weet dat Johannes de Openbaring “nog niet zo lang geleden” had geschreven:

“…nog bijna in onze eigen generatie, in de laatste regeringsjaren van Domitianus” Tegen de ketterijen 5.30.3

Domitianus (Musée Grand Curtius, Luik)
Domitianus (Musée Grand Curtius, Luik)
Nu schrijven christelijke auteurs wel meer dat de toets der historische kritiek niet kan doorstaan. Dit valt echter niet zomaar terzijde te schuiven. Eirenaios was een leerling van Polykarpos van Smyrna, die op zijn beurt de Johannes zou hebben gekend die de Openbaring heeft geschreven. Leerling-van-leerling-argumentatie kan uiteraard ook fictie zijn, maar dit was controleerbaar kort. En bovendien: Eirenaios kwam uit de regio.

We weten dat Domitianus’ strenge toepassing van de Fiscus Judaicus, feitelijk een vorm van institutioneel antimonotheïsme, de zaken behoorlijk op scherp heeft gezet. Johannes van Patmos had een goede aanleiding om een apocalypse te schrijven en de mensen aan te sporen vol te houden. De Openbaring van Johannes is een van de duurzaamste herinneringen aan Domitianus’ regering.

~ Jona Lendering
Historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken. Zie ook: mainzerbeobachter.com