Eed op de Fazant (1454) – Filips de Goede als redder van het christendom

Banket van de Fazant

Volgens de Franse kroniekschrijver Mathieu d’Escouchy (ca. 1420-1482) mag “De Eed op de Fazant” die Filips de Goede in 1454 uitsprak beschouwd worden als het orgelpunt van wat wellicht het grootste schrans- en drinkgelag was dat ooit in de late middeleeuwen plaatsvond. Het verhaal:

Wat voorafging

Filips de Goede, met de keten van de Orde van het Gulden Vlies
Filips de Goede, met de keten van de Orde van het Gulden Vlies
Toen begin januari 1430 Filips de Goede (1396-1467), de hertog van Bourgondië en heerser over een groot deel van onze gewesten, in het huwelijk trad met Isabella van Portugal richtte hij bij die gelegenheid in Brugge de Orde van het Gulden Vlies op. De hertog vernoemde de Orde naar de gouden ramsvacht die Jason en de Argonauten volgens de Griekse mythologie konden ontfutselen aan koning Aietes van Colchis. Met de stichting van de Gulden Vliesorde, die zich als verdediger van het christelijk geloof opwierp en waarvan enkel de ridders die tot de hogere adel behoorden mochten toetreden, wist Filips zich van de steun te verzekeren van zowel de edelen als van de katholieke kerk. Doordat bovendien het Franse koningshuis onder Charles VII (1403-1461) sterk verzwakt was geraakt door de aanhoudende strijd met de erfvijand Engeland, werd Filips de Goede veruit de machtigste landsheer op het Europese vasteland.

De politieke situatie medio vijftiende eeuw

Toen in het voorjaar van 1453 het nieuws bekend raakte dat de Ottomaanse sultan Mehmed II (1432-1481) Constantinopel had ingenomen, daverde de katholieke wereld op haar grondvesten. Paus Nicolaas V vreesde zelf dat Rome het volgende doelwit zou worden van de Turken. Filips de Goede zag in de val van Constantinopel zijn kans schoon om een oude droom te realiseren en zijn naam voor altijd te vereeuwigen als redder van het christendom. Algauw nam het idee vaste vorm aan en begon hij plannen uit te werken om met een kruistocht de Byzantijnse hoofdstad te bevrijden van de Ottomanen. Eind januari 1454 riep Filips de ridders van het Gulden Vlies en andere notabelen uit zijn hertogdom in Rijsel bijeen om tijdens een groots opgezet feest zijn voornemen kenbaar te maken.

Nooit eerder geziene slempartij

Filips had kosten noch moeite gespaard om iedereen voor zijn idee te winnen. In een stadspaleis had hij meerdere ruimtes rijkelijk laten versieren met de meest uiteenlopende op allegorische thema’s geïnspireerde wandtapijten en extravagante podia en decorstukken. Zo was er in één van de zalen een windmolen opgesteld en zelfs een kasteel nagebouwd dat vanuit de torens drank spoot in een nagebootste slotgracht. De festiviteiten die verscheidene dagen duurden, begonnen met een somptueuze feestdis ter gelegenheid van de verloving van hertog Jan van Kleef met Elisabeth van Bourgondië.

- advertentie -
Banket van de Fazant (Rijksmuseum SK-A-4212)
Banket van de Fazant (Rijksmuseum SK-A-4212)

Pas de zeventiende februari 1454, ruim twee weken later, bereikte het feest zijn hoogtepunt toen tot ieders verbazing in de banketzaal een olifant zijn entree maakte. Op de rug van de kolos had een jonkvrouw plaatsgenomen die de Kerk verbeeldde en de aanwezige edellieden smeekte haar te verlossen van de ongelovige heidenen. In de bijna doodse stilte die daarop volgde schreed de hofmeester, Olivier de La Marche (ca. 1426-1502), plechtig de zaal binnen met in zijn handen een levende goudgele fazant. Het dier met rond zijn nek een gouden ketting versierd met kostbare edelstenen en parels symboliseerde het Gulden Vlies dat de Argonauten hadden meegebracht uit Colchis. Daarop kwam de hertog naar voren en overhandigde met de nodige ceremoniële geplogendheden aan de hofmeester een perkament waarin hij zijn intentie om een kruistocht te leiden tegen de Turken had neergeschreven. Nadat de tekst aan de ridders was voorgelezen legde Filips de volgende eed af:

“Je voeu à Dieu, mon créateur, à la glorieuse Vierge Marie, aux dames et au phaisant, que je feray et entretiendray ce que je baille par escript”. – Vrij vertaald: “Ik zweer aan God, mijn schepper, aan de glorierijke maagd Maria, aan de dames en de fazant, dat ik zal doen en mij zal houden aan wat ik in dit document heb verklaard”

De hertog was echter wel zo voorzichtig geweest om een slag onder de arm te houden door in zijn manuscript het nodige voorbehoud in te lassen. Zo bepaalde één van de clausules dat hij enkel de kruistocht zou ondernemen indien zijn gezondheid het toeliet. Uiteindelijk kwam er van de plannen niets terecht en waren het zijn bastaardzonen Anton en Boudewijn die tien jaar na Filips’ fameuze “Eed op de Fazant” aan het hoofd van een legermacht oprukten tegen de Ottomanen. Zonder veel succes trouwens, want de expeditie kende reeds op de Noord-Afrikaanse kust een vroegtijdig einde. Filips de Goede, de vorst die zich geroepen voelde het christendom te redden, stierf drie jaar later in Brugge op 15 juni 1467.

~ Rudi Schrever
Brusselse stadsgids | Rondleidingen op aanvraag | rudi.schrever@skynet.be

Lees ook: Kruistochten (1095-1271) – Samenvatting, oorzaken, tijdlijn & gevolgen
Boek: De Bourgondiërs – Bart Van Loo

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

De klassieke wereld in 52 ontdekkingen - Leonard RutgersDe jodenvervolging in foto'sDe keuze - Leven in vrijheidDe Bourgondiërs - Bart Van LooDe geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten
Gelijk naar geschiedenisboeken over: