Heimwee naar Bourgondië

De Bourgondiërs. Aartsvaders van de Lage Landen – Bart Van Loo

Als de lezer het nieuwe boek van Bart van Loo over de geschiedenis van de Bourgondiërs als ‘aartsvaders’ van de Lage landen dichtslaat, dan blijven er twee gevoelens over. Het eerste is dat hij of zij een heerlijk boek heeft gelezen, verteld door ja, een rasverteller, zoals de achterkaft van het boek al aankondigt. Met zijn aanstekelijke humor en fijne beeldspraken doet Van Loo dat verhaal over al die exotische Bourgondische vorsten met hun archaïsche namen (Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede, Karel de Stoute, Maria de Rijke) nog eens helemaal uit de doeken. Het leest lekker weg. Daarover verderop meer. Het andere gevoel is dat de Vlaamse schrijver, Frankrijkkenner en humorist, ook een boodschap heeft: wat jammer dat Bourgondië definitief voorbij is, het had ook heel anders kunnen lopen. Er zit in Bart van Loo’s dikke turf, vooral in de slothoofdstukken, een beetje spijt, een beetje heimwee misschien wel.

Vlaams verdriet

Karel de Stoute
Karel de Stoute
Wat als het nu es anders gelopen was en aan het einde van de vijftiende eeuw vorstin Maria de Rijke alias Maria van Bourgondië niet van haar paard gedonderd was? Wat als haar zoon Filips de Schone in 1506 niet al op zijn 28ste was overleden? Had het Bourgondische rijk met als kern Vlaanderen, Brabant, Zeeland en Holland dan kunnen voortbestaan? Had de scheiding tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden kunnen worden vermeden? Zou dan ‘Vlaanderen’ niet het belangrijkste gewest zijn gebleven? Of … wat als na de val van Napoleon – zo’n vierhonderd jaar later – die tweede poging om beide lage landen terug te rijgen in dat ene Bourgondische gewaad niet in 1831/39 was stuk gelopen op Belgische branie en Hollandse houterigheid? Met dat heimwee biedt Van Loo een typisch Vlaams perspectief op die eerste staatsvorming in de lage landen: het had allemaal anders kunnen lopen, die Bourgondische eenwording was al met al zo gek nog niet, de scheiding tussen Noord en Zuid was vermijdbaar, pijnlijk en spijtig.

Dat Vlaamse verdriet is voor een Noord-Nederlander moeilijk invoelbaar. Hier is heimwee afwezig. Na dat eerste staatsontwerp met dat stempel van de Bourgondiërs volgde immers een tweede, dat van de Republiek der Zeven Provinciën. Dat ontwerp beviel boven de grote rivieren uitstekend. Het Groot Privilege van 1477 als eerste ‘grondwet’ van de Lage Landen werd vrijwel vergeten, in de zestiende eeuw moeiteloos ingeruild voor de Acte van Verlatinghe en de Unie van Utrecht. Weliswaar werd in 1815 de hereniging met het zuiden geaccepteerd maar over de nieuwe scheiding in 1839 mokte en murmelde alleen koning Willem I heel lang. Misschien dat de geschiedenis van Bourgondië daarom voor Nederlanders exotisch blijft, te Frans, sterk Vlaams, maar … Nederlands?

Bornholm

Dan naar het verhaal, dat zoals gezegd zeer leesbaar is. Maar … het duurt wel even voor Van Loo op gang komt. De neiging om alles te willen vertellen is nooit zo’n goed idee voor een historicus. Van Loo keert terug naar de jaren rond het begin van de jaartelling toen de eerste proto-Bourgondiërs zich vanaf het Deense Oostzee-eiland Bornholm door Polen en Duitsland spoedden om eeuwen later aan de oevers van de Rhône en Saone eindelijk hun tenten op te slaan. Daar breidden ze hun rijk uit, krompen dan weer eens in, liepen een zware nederlaag op tegen de Hunnen, maar verspreidden desondanks hun genen dermate succesvol dat het Scandinavische haplogen Q – aldus Van Loo – er nog altijd terug te vinden is. We hebben dan nog zo’n duizend jaar te gaan voor we bij het eigenlijke verhaal zijn. De aanloop is kortom lang.

Valois-Bourgondië op haar sterkst, ±1475 (CC BY-SA 4.0 - Marco Zonali - wiki)
Valois-Bourgondië op haar sterkst, ±1475 (CC BY-SA 4.0 – Marco Zonali – wiki)
Maar dan krijgt deze geschiedenis ook wel vaart. Ik pik er een paar elementen uit. Typerend voor Bourgondië bij al die voortdurende uitbreidingen en opsplitsingen, erfopvolgingskwesties en -drama’s, huwelijken, oorlogen en dynastieke zorgen was het uiterlijk vertoon. Ze beheersten de fijne kneepjes van grandeur, propaganda, indruk maken en imponeren tot in hun vingertoppen. Kosten speelden geen rol, de rijke steden van Vlaanderen trokken hun beurzen wel als ze tenminste niet genadeloos door de hertogelijke mangel gehaald wilden worden. De reiskaravaan waarmee ze langs hun vele hoven trokken, was een kijkspel van je welste. Fouragisten namen meubelen, wandtapijten en beddengoed mee, sleepten waterkannen aan, pookten het haardvuur op, legden stro op de vloer en regelden logies voor het hooggeëerd gevolg; een tweede ploeg pakte bij vertrek alles weer in en ruimde op. Narren en minstrelen zorgden voor een lach en een traan, een maarschalk roste de paarden, bakkers, schenkers, fruiteniers dienden culinaire hoogstandjes op; herauten rechtvaardigden al die pracht en pronk door te verwijzen naar de juiste titels en genealogische huzarenstukjes van hun meesters.

Ander punt: een Vlaams schrijver kan ook niet om taal heen. De Bourgondiërs spraken Frans en zouden Vlaanderen een taalregime opleggen dat pas in de negentiende eeuw werd afgeschud. Toch was taal ook in de late middeleeuwen al wel een dingetje. Zo nodig verzoetten de hertogen hun fiscale aanslagen op de Vlaamse burgers door een mondje Diets te spreken. Toch zouden de lokale talen al in de dertiende eeuw uit hun schulp kruipen. Vlaanderen ging daarin voorop: van de 2000 Middelnederlandse teksten van voor 1300 is 70% Vlaams, 7% Hollands en 11% Brabants. Eind dertiende eeuw populariseerde Jacob van Maerlant, de man die “met twee handen tegelijk kon schrijven”, de volkstaal verder. Met de ijver voor het eigene kwam de afkeer van het vreemde. Van Maerlant muntte “wat wals is, vals is”, hij vond de Franse dichters van zijn tijd maar fantasten, al liet hij zich ook door hen inspireren. De flamingant Hendrik Conscience maakte er in de negentiende eeuw van: “Wat wals is vals is. Slaat al dood”. Het is een echo van de geschiedenis die voor de meeste Nederlandse lezers nieuw zal zijn.

Misogyn

Miniatuur van Christine de Pizan, aan het werk in haar studeerkamer (Publiek Domein - wiki)
Miniatuur van Christine de Pizan, aan het werk in haar studeerkamer (Publiek Domein – wiki)
Voor de Bourgondiërs waren prinsessen vooral instrumenten om hun aanzien en rijkdom te vergroten – zo snel als enigszins kon zochten ze geschikte, rijke partners. Eenmaal getrouwd was het taak van de dames zo snel mogelijk zonen te baren en verder niet te veel te mekkeren. Bourgondië was een ‘fallocratische maatschappij’, schrijft Van Loo. Toch namen Filips de Stoute en Jan zonder Vrees rond 1390 Christine de Pisan in dienst. Ze schreef gedichten, filosofische en politieke essays en nam het voor vrouwen op, die waren, schreef ze, vaak “intelligenter, vlugger van begrip en scherpzinniger dan menig man”.

Natuurlijk was ze een uitzondering. Naast minachting en onderdrukking vierde ook de hoofse liefde triomfen. Die bleef adellijke dames op een voetstuk zetten, waar jonge ridders om heen zwierven; bevallige jongedames wierpen hen hun adellijke zakdoeken toe.

Vaders en zonen

Het meest dramatische deel van het boek is het slot, als van Loo toekomt aan de verhouding tussen de succesvolle hartenjager Filips de Goede en zijn even getalenteerde maar hyper kuise en snel gekrenkte zoon Karel de Stoute. Hoogtepunt is als Filips na een vermetel ‘nee’ van zijn zoon uit het lood geslagen is, er vandoor gaat en dagen onbereikbaar is. Hij stuurt zijn paard en zichzelf letterlijk het bos in. Vader en zoon verzoenden zich maar het vertrouwen was weg. Filips zou in de jaren daarna geleidelijk de greep op zijn rijk verliezen en min of meer dementeren. Eenmaal aan de macht zou de getroebleerde Karel Russische roulette gaan spelen met zijn rijk: tot drie keer dolven zijn legers het onderspit tegen Zwitserse landsknechten. Karel luisterde niet naar raadgevers, meer dan wat dan ook zon hij op wraak en eerherstel. Het kostte hem, in de slag bij Nancy van 5 januari 1477, uiteindelijk het leven. Het was een klap die de dynastie niet meer te boven kwam. De Franse koning zag zijn kans schoon en pikte het Franse stamland van het Bourgondische rijk meteen in. Zo ging dat in die dagen.

Groot Privilege

Karel’ s dochter Maria de Rijke moest na de dood van haar vader meteen concessies doen aan de steden die de dure oorlogen zat waren en tekende nog in hetzelfde jaar het Groot Privilege: het gaf de Staten Generaal, die al in 1464 voor het eerst bijeen gekomen waren, veel macht. Maria trouwde met Maximiliaan van Oostenrijk, een Habsburger, die keizer van het Duitse rijk zou worden. Maria en zoon Filips de Schone overleden jong, Filips vrouw Johanna de Waanzinnige was niet regeringsbekwaam. In 1515 kreeg Karel V de macht. Karel voelde zich nog Bourgondiër, maar moest zich er bij neerleggen dat de zuidelijke provincies Frans bleven. Zijn zoon Filips II had er geen boodschap meer aan. Bourgondië werd daarmee uitgeboend.

De Bourgondiërs - Bart Van Loo
De Bourgondiërs – Bart Van Loo
Er komt nog veel meer langs: het mecenaat van schrijvers, schilders (Van Eyck!), miniaturisten; de leescultuur, de gildes en de lakenhandel, de opkomst van Brugge, Gent en Antwerpen en – met mate – ook steden en landsdelen uit het Noorden. Van Loo vertelt een boeiend verhaal en stelt – zie begin – goede vragen. En dat alles in een … ja, Bourgondische stijl, met alle pracht en praal en verbale overdaad die daar bij horen. Af en toe leiden de krullen af van de lijn in het verhaal, er valt wel eens een haar te veel in de boter. Misschien moet die lezer ook helemaal geen al te gestroomlijnd verhaal willen, maar zich laten meevoeren op de stroom van alle meanders, die Van Loo’s grote voorganger Johan Huizinga al zo mooi typeerde als ’s ‘levens felheid, toen de wereld vijf eeuwen jonger was’.

~ Joost Eskes

Boek: De Bourgondiërs – Bart van Loo

Bestel dit boek bij:

Bart Van Loo over zijn boek ‘De Bourgondiërs’:


Archiefstukken:

Meer tips ➱

Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister