Het visioen van Constantijn

Jona Lendering & Vincent Hunink
Deze week verschijnt Het visioen van Constantijn, een boek over de eerste christelijke keizer. Historicus Jona Lendering en classicus Vincent Hunink presenteren een bekende oudheidkundige puzzel: hoe kon een heidens visioen veranderen in een christelijke legende? Een volledig antwoord is er niet maar ze gebruiken de puzzel om en passant te wijzen op de problemen waar een oudheidkundige mee wordt geconfronteerd. In een kort vraaggesprek interviewen ze elkaar.

Een gebeurtenis
die de wereld veranderde

Jona: Je had zin in het vertalen van de Lofrede van 310, de tekst waarin het heidense visioen wordt gepresenteerd, omdat dit het hoge stijlregister betrof en laatantieke welsprekendheid. Wat is daar zo speciaal aan?

Vincent: Het is een genre dat wij eigenlijk niet meer kennen. Ook wie tegenwoordig een speech houdt tegenover de koning of minister-president zal zich uitdrukken in min of meer “gewoon” Nederlands. Maar in deze antieke speeches gaan echt alle remmen los. De redenaar pakt breed uit en hanteert alle talige middelen die hij kent om zijn lofzang te zingen. Of juist om onwelkome details te verdoezelen. Ik vond het spannend om te kijken of ik die talige “grandeur” enigszins in taal van nú kon uitdrukken, zonder te belanden in de valkuil van oubollig Nederlands. Of dat gelukt is mag de lezer beoordelen.


Constantijn de Grote
Constantijn de Grote

Jona: We hebben het eens gehad over de Latijnse woorden “instinctu divinitatis” op de Boog van Constantijn, die je hebt vertaald als “door ingeving van de godheid”, en “divino monitus instinctu” uit de Lofrede van 310, die je weergaf als “geleid door goddelijke inspiratie”. Ik vroeg me af of je de vertaling niet meer op elkaar kon laten lijken en je antwoordde toen dat een monumentale en een retorische context om een ander soort Nederlands vroegen. Kun je dat toelichten?

Vincent: Die twee frasen betekenen inhoudelijk natuurlijk zowat hetzelfde. Behalve dan dat de tweede iets langer en uitgebreider is. Dat is één reden om ze verschillend weer te geven in het Nederlands. Verder is er inderdaad het verschil van context. Op een antiek monument is de taal meestal strakker en minder uitgesproken dan in een lofrede die grossiert in bloemrijke uitdrukkingen. Dat “geïnspireerd door” hoort volgens mij niet thuis op het monument maar wel in de lofrede.


Jona: Wat hoop je dat Nederlandstalige lezers uit de lofrede zullen halen?

Vincent: De kern van “het visioen van Constantijn” is hier te vinden. Dus als lezers een goede reden zoeken om de tekst te lezen, dan hebben ze allereerst het historische argument: this is it. Maar ik hoop dat ze, net als ik, vooral ook plezier zullen beleven aan de klinkende retoriek van deze tekst. Het historische argument kan dus een excuus zijn om gewoon eens lekker los te gaan in een heerlijk ronkend betoog. Eindelijk mag het eens! Of het allemaal waar is wat er staat doet er niet toe.


Vincent: Om daar meteen een vraag aan vast te knopen: waarom heb jij ervoor gepleit om die hele lofrede op te nemen in ons boek? Als historicus had je kunnen volstaan met de twee, drie voor ons thema relevante frasen uit het slot van de tekst. Waarom dan toch zo’n lange lap laatantieke retorica?

Jona: Omdat ik vind dat je een tekst helemaal moet lezen. Het visioen aan het einde correspondeert met een claim aan het begin. Ook wordt ergens in de toespraak een natuurverschijnsel gepresenteerd als de manifestatie van een godheid, wat een interpretatierichting biedt voor het visioen. Los daarvan zijn teksten als deze ideaal om de lezer een indruk te geven van de complexiteit van tekstuitleg.


Vincent: Jij maakt je in je blogberichten vaak druk om de humaniora. Je hekelt vaak het gebrek aan goede, wetenschappelijke methoden, én verkeerde vormen van publieksvoorlichting. Hoe heb je die twee aspecten behandeld bij het maken van dit boek?

Jona: Te vaak is voorlichting het presenteren van trivialiteiten en feitjes. Oudheidkundigen leggen zelden uit hoe ze tot hun conclusies komen, hoewel elke nota over wetenschapsvoorlichting dat adviseert. Als mensen bijvoorbeeld vragen hebben over hermeneutiek, moet ik ze doorsturen naar de theologen. Ik heb nu een puzzel getoond – niet opgelost – en aangegeven waar de voetangels en klemmen zitten. Ik ben niet diep ingegaan op de methoden. Ik zou al heel gelukkig zijn als mensen begrijpen dát er problemen zijn waarover is nagedacht, dat de oudheidkundige disciplines methoden hebben en dat een opleiding zin heeft.


Het visioen van Constantijn
Het visioen van Constantijn

Vincent: Zijn we met dit boek het raadsel van Constantijns ‘bekering’ een beetje meer op het spoor gekomen? En komt er in de toekomst nog eens zo’n boek van jou?

Jona: De puzzel is niet op te lossen. Ik zou willen dat de lezer gaat begrijpen dat er haken en ogen zitten aan de uitleg van een bron. Zeker mensen met een achtergrond in de exacte wetenschappen onderschatten dat weleens. Ik zou nog eens zo’n boekje willen schrijven over de haken en ogen die zitten aan papyri, want ook daarover wordt lichtvaardig gedacht. Alleen heb ik de uitgever nog niet weten te overtuigen, maar dat komt wel als hij het eclatante verkoopsucces van Het visioen van Constantijn heeft gezien.

Boek: Het visioen van Constantijn – Jona Lendering & Vincent Hunink

Bestel dit boek bij:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: