Mirakel van Amsterdam (1345) – Stille Omgang

//
4 minuten leestijd
De processie, afgebeeld door Antoon Derkinderen, te zien in de Begijnhofkapel - Detail
De processie, afgebeeld door Antoon Derkinderen, te zien in de Begijnhofkapel - Detail

Het is 15 maart 1345, enkele dagen voor Palmzondag, als de vijfenzestigjarige Ysbrant Dommer zich zo ziek voelt dat hij een pastoor naar zijn woning aan de Amsterdamse Kalverstraat laat komen. De pastoor geeft de doodzieke man een heilige hostie en verleent hem het sacrament der zieken. Korte tijd hierna braakt de man de hostie uit. Om ontheiliging te voorkomen werpt zijn vrouw het braaksel met daarin de hostie in het vuur, maar het wonder wil dat het stukje gewijde brood in het vuur blijft zweven. De volgende dag ziet een jonge vrouw de hostie nog altijd in het vuur zweven. Ze steekt daarop haar handen in de vlammen en pakt de ongeschonden hostie, zonder daarbij haar handen te verbranden. Ze legt de hostie in een kledingkist naast de stervende man.

Mirakel van Amsterdam
Het mirakel op een bedevaartprentje – Jacob Cornelisz. van Oostsanen, 1518
De pastoor van de parochiekerk, de Sint-Nicolaaskerk (tegenwoordig Oude Kerk), wordt er al snel bijgehaald. Hij neemt de hostie mee naar de kerk en geeft opdracht het verhaal stil te houden. De volgende dag ligt de hostie tot ieders verbazing echter weer in de kist naast de zieke Ysbrant. De pastoor wordt er opnieuw bijgeroepen en hij neemt de hostie voor de tweede keer mee terug naar de kerk. Opnieuw geeft hij opdracht niemand over de gebeurtenis te vertellen. De volgende dag ligt de gewijde ouwel opnieuw in de kist bij de zieke.

Wonder

Nu de hostie zich tweemaal op wonderlijke wijze heeft verplaatst, begint men ervan overtuigd te raken dat God door dit wonder spreekt. Al snel weet de hele stad wat zich heeft voorgedaan. De hostie wordt hierna, in bijzijn van verschillende geestelijken, in een plechtige optocht naar de Oude Kerk gebracht. De hostie verplaatst zich vervolgens niet meer. Een jaar later verklaart bisschop Jan van Arkel de gebeurtenis officieel tot wonder. En weer een jaar later wordt op de plek van het wonder een kapel gebouwd, de Heilige Stede. Pelgrims stromen toe en de bedevaart brengt de stad extra welvaart. Ook Rome erkent het ‘Mirakel van Amsterdam’ officieel als wonder en ziet het als bewijs dat Christus aanwezig is in de eucharistie. Vanwege de toestroom van pelgrims wordt vanaf het dorp Sloten een pad aangelegd naar de kapel, de Heilige Weg.

Keizerskroon

Maximiliaan verleent Amsterdam het recht de Keizerskroon in het stadswapen te voeren - Tekening van Jan Gerritsz van Bronckhorst, ca. 1648
Maximiliaan verleent Amsterdam het recht de Keizerskroon in het stadswapen te voeren – Tekening van Jan Gerritsz van Bronckhorst, ca. 1648
Onder deze pelgrims bevinden zich ook prominenten. Een van hen is in 1482 Maximiliaan van Oostenrijk. Deze aartshertog, die later keizer van het Heilige Roomse Rijk zal worden en naar wie de Amsterdamse Keizersgracht is vernoemd, wordt tijdens een bezoek aan de stad Den Haag zo ziek dat artsen zelfs voor zijn leven vrezen. De aartshertog smeekt god hem te sparen en belooft naar verluidt dat hij de Heilige Stede zal bezoeken als hij blijft leven. Maximiliaan overleeft de ziekte inderdaad en lost zijn belofte twee jaar later: hij brengt als pelgrim een bezoek aan Amsterdam. Aan de Mirakel-kapel schenkt hij tijdens dit bezoek onder meer een gouden kelk, kostbare misgewaden en een grote waskaars.

Enige tijd later geeft de keizer Amsterdam toestemming om de keizerskroon op het stadswapen te voeren. Volgens sommigen verleent Maximiliaan deze gunst vanwege zijn genezing en pelgrimage naar de Heilige Stede, en als dank voor zijn vorstelijk onthaal aldaar. Volgens andere bronnen verleent de keizer de gunst als dank voor enkele geldleningen die hij ten tijde van de Hoekse en Kabeljauwse twisten van de stad Amsterdam ontving.

Stille Omgang

De gebeurtenis wordt lange tijd jaarlijks herdacht. Katholieken houden rond 15 maart een sacramentsprocessie door de Amsterdamse straten. Hieraan komt in 1578 een einde als het bestuur van de stad overstapt op het gereformeerd geloof. Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie wordt de processie eind negentiende eeuw, ook wel Stille Omgang genoemd, weer in ere hersteld.

De processie, afgebeeld door Antoon Derkinderen, te zien in de Begijnhofkapel
De processie, afgebeeld door Antoon Derkinderen, te zien in de Begijnhofkapel

De vrienden Lousbergh en Elsenburg besluiten dan om, aan de hand van de middeleeuwse route van de sacramentsprocessie, jaarlijks een stille tocht te lopen. Er blijkt veel animo voor deze Stille Omgang. De omgang groeit in de negentiende en twintigste eeuw uit tot hét ritueel waarmee Nederlandse katholieken hun identiteit en herwonnen maatschappelijke positie markeren.

Aan het begin van de twintigste eeuw lopen er jaarlijks ongeveer twintigduizend mensen mee en in 1928 wordt zelfs besloten om, vanwege de grote interesse van buitenaf, twee omgangsnachten te organiseren. Eén voor Amsterdammers en één voor mensen van buiten de stad. In 1946, zeshonderd jaar na het Mirakel wordt er een grote manifestatie gehouden in het Olympisch Stadion. Eigenlijk had deze manifestatie een jaar eerder plaats moeten vinden, maar vanwege de oorlog ging dat niet door.

Tegenwoordig nemen jaarlijks ongeveer tienduizend mensen deel aan de Stille Omgang. Het Mirakel van Amsterdam is venster nummer 3 van de Canon van Amsterdam.

Ook interessant: Sacrament van Niervaert – Een middeleeuws hostiewonder
Boek: Het mirakel van Amsterdam

Mirakel van Amsterdam, gravure van J.Walter
Mirakel van Amsterdam, gravure van J.Walter

Korte video over het Mirakel van Amsterdam

Bronnen

-https://www.verhalenbank.nl/items/show/41875
-De paus van Amsterdam: biografie van Huub Oosterhuis – Marc van Dijk (2013)
-https://hart.amsterdam/en/page/41971/maximiliaan-van-oostenrijk
-https://www.amsterdam.nl/toerisme-vrije-tijd/over-amsterdam/geschiedenis-wapen/
-https://www.amsterdam.nl/stadsarchief/stukken/historie/keizerskroon/
Vorige verhaal

Celibaat – een korte geschiedenis

Volgende verhaal

Bonifatius VIII (1235-1303) – En zijn ‘Unam Sanctam’

×