Recent werd bekend dat Gerrit Hiemstra in september zijn laatste weersverwachting zal presenteren in het NOS Journaal van 20.00 uur. Door dat nieuws zweven de gedachten onwillekeurig naar eerdere weermannen en in de allereerste plaats naar Jan Pelleboer (1924-1992), de eerste die de weersvoorspelling bracht als entertainment.

Lange tijd werd het weerbericht op televisie gekenmerkt door nogal formeel KNMI-taalgebruik – feitelijk juist, maar weinig onderhoudend. Hoe anders was dat veel later, met bijvoorbeeld Piet (‘oant moarn’ – tot morgen) Paulusma en Erwin Kroll met zijn vaak zwaaiende armen en wapperende handen. Met hun losse stijl van presentatie waren zij ontegenzeglijk schatplichtig aan Jan Pelleboer. Kroll noemde Pelleboer niet voor niets ‘de aartsvader van de Nederlandse weersverwachting’, zo noteerde RTV Noord in 2001.
In de lucht kieken
Jan Hendrik Pelleboer werd op 2 mei 1924 geboren in het Overijsselse ’s-Heerenbroek, tussen Zwolle en Kampen. Zijn ouders zullen er vanuit zijn gegaan dat hij op termijn hun veehouderij zou overnemen, maar als tiener bleek Jan belangstelling te hebben voor heel andere dingen. Aan zijn moeder is dan ook deze uitspraak toegeschreven:
“Ie’j mut niet zo in de lucht kieken, ’t wark ligt op de grond.”
Maar Jan mocht dan vanaf 1936 leerling zijn van de Christelijke Lagere Landbouwschool in Kampen (die hij in 1943 voltooide), de lucht boeide hem mateloos. Als veertienjarige maakte hij al dagelijkse weerbulletins, die hij met punaises bevestigde aan de houten schuur van herberg De Kroon in zijn geboortedorp. Twee jaar later schreef hij – over zonnevlekken die hij had waargenomen – een brief aan KNMI-directeur H.G. Cannegieter. Het contact bleef bestaan en in maart 1943 plaatste het KNMI een officieel ‘termijnstation’ in de tuin van Pelleboers ouders, bestaande uit een thermometer en een regenmeter.
Pelleboer had niet het vereiste HBS-diploma, maar werd in augustus 1945 in De Bilt toch toegelaten tot de één maand durende scholing tot ‘synoptisch waarnemer’. Op 1 oktober trad hij in dienst van het KNMI en daarna begon hij met drie anderen de meteodienst op vliegveld Eelde (Drenthe). In verband daarmee verhuisde hij naar Paterswolde, waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen. Om te beginnen ging hij er in de kost bij de familie Huizinga. Dochter des huizes Jantje Diewerke Jelkelina (Jannie) beviel hem zo goed (en hij haar) dat ze in 1951 trouwden. Het paar kreeg twee zoons en een dochter.
‘Jan Pelleboer met het weerbericht’
Pelleboer was toen naast zijn KNMI-werk al druk aan het freelancen. De eerste krant die zijn weerberichten afnam, was in 1947 de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, in 1948 gevolgd door het Nieuwsblad van het Noorden. In totaal leverde Pelleboer gedurende zijn werkende bestaan weerberichten aan 42 opdrachtgevers, op het hoogtepunt aan twintig tegelijk. Aan de Zwolse Courant en het Nieuwsblad van het Noorden zou hij zelfs tot zijn overlijden verbonden blijven.
Op redactieburelen her en der in Nederland rinkelde elke werkdag op een afgesproken tijdstip de telefoon. Wie opnam, kreeg steevast die kenmerkende hoge stem te horen: “Ja Jan Pelleboer met het weerbericht’’. Uit eigen waarneming bij Haarlems Dagblad, we schrijven eerste helft jaren tachtig, weet ondergetekende dat redacteuren het opschrijven van Pelleboers bevindingen een vervelend corvé-klusje vonden. De lezers dachten over het resultaat uiteraard een stuk positiever.
Tegelijk met de eerste dagbladen bediende Pelleboer in het noorden landbouwverenigingen en afdelingen van de Bond van Plattelandsvrouwen. Voor hen hield hij lezingen over de vraag: ‘Hoe komt het weerbericht tot stand?’
Een waarschuwing

In 1954 trok de nieuwe KNMI-directeur de touwtjes strakker aan. Medewerkers werd verboden journalistiek werk te doen en lezingen over het weer te houden. Pelleboer zag daarin aanleiding ontslag te nemen (wat hem op 16 juni 1954 eervol werd verleend) en voor zichzelf te beginnen.
Een van de extra klussen die hij aannam, was het op zondagavonden bij het Nieuwsblad van het Noorden, toen nog aan het Gedempte Zuiderdiep in Groningen, verzamelen van sportuitslagen. Veertien jaar bleef hij dat doen, tot in 1968. Geheel vlekkeloos verliep dat niet altijd. Nieuwsblad-redacteur Jacques d’Ancona vertelde veel later dat in Pelleboers handen 1-0 weleens veranderde in 0-1. Daarop aangesproken merkte de weerman volgens d’Ancona droogjes op: “Wat maakt dat nou uit’’.
Op de radio was Pelleboer voor het eerst te horen bij de Wereldomroep. Iedere ochtend verzorgde hij een internationaal weerpraatje (1972-1986). Nationaal was hij vanaf 1974 te beluisteren bij de TROS-radio. Vanaf 1977 tot zijn overlijden in 1992 werkte hij ook voor regiozender Radio Noord.
Op televisie
Vooral door zijn radio-optredens bij de TROS (in het programma ‘Vijftig pop of een envelop’) nam Pelleboers landelijke bekendheid een enorme vlucht. Zijn tv-optredens voor ‘TROS Aktua’ (tot in augustus 1984) deden daar nog een flinke schep bovenop. Pelleboer kwam daarvoor niet naar Hilversum, een TROS-cameraploeg reisde ervoor naar Paterswolde.
Op radio en tv werd hij niet alleen bekend door zijn erg hoge stem met een accent dat volgens kenners bestond uit een mengeling van Gronings, Drents en Overijssels. Vooral de toegankelijke manier waarop hij het weer besprak, ging er bij luisteraars en kijkers in als koek. Zo maakte hij er een gewoonte van het weer een cijfer te geven van 1 tot 10. Ook snedige ‘wijsheden’ debiteerde hij geregeld. Bijvoorbeeld: “Sluit het klaverblad, regen in het vat’’ of ,,Plonst en duikelt eend en gans, ja dan is er regenkans’’. Het bekendst was vermoedelijk deze:
“Kijk nooit verder dan je neus lang is, en je neus is maar drie dagen lang’’.
Weerlijn

Zijn grote bekendheid werd nog eens onderstreept doordat diverse artiesten hem persifleerden of gebruikten als aanleiding voor een lied. Denk aan André van Duin, Jan Boezeroen (‘Jammer, Jantje Pelleboer’) en Robert Paul (‘’t Kan Vriezen, ’t Kan Dooien’). Die landelijke bekendheid had voor Pelleboer ook een nadeel: voor hem hoefde het niet zo dat hij overal werd herkend. Soms begaf hij zich daarom op straat met een pet en een zonnebril en naar verluidt een enkele keer ook met een opgeplakte snor.
Intussen bleef Pelleboer ook altijd actief in zijn eigen woonomgeving. Zo verzorgde hij in het tweelingdorp Eelde-Paterswolde met Ab Odding jarenlang (1956-1986) het weekblad Dorpsklanken, waarbij Oddings hart lag bij de PvdA en dat van Pelleboer bij de VVD. Na Pelleboers overlijden viel in een mede door Odding samengesteld biografisch boekje te lezen:
“Voor Eelde staan de moord op Kennedy en de dood van Pelleboer op één lijn’’.
Dat overlijden van de weerman, als gevolg van een hartaanval, kwam plotseling, op 18 juli 1992. “Nooit ziek geweest en zomaar ineens was het ’s morgens afgelopen’’, citeerde Radio Noord weduwe Jannie. Pelleboer werd 68 jaar.
Zijn woonplaats Paterswolde kreeg in 2003 het Jan Pelleboerplein, zijn geboorteplaats ’s-Heerenbroek in 2018 de Jan Pelleboerstraat. In 2002 maakte Pieter de Hart voor RTV Noord een 29 minuten lange documentaire over Pelleboer met de veelzeggende titel: ‘Hij was het weer’.