Dark
Light

De Sint-Elisabethsvloed van 1421

3 minuten leestijd
De Sint-Elisabethsvloed van 1421
De Sint-Elisabethsvloed van 1421

In de nacht van 18 op 19 november 1421 werden grote delen van Zuidwest Nederland geteisterd door een zware storm. Ook Kennemerland en Westfriesland en het rivierengebied tot aan Tiel en Arnhem hadden er onder te lijden. Het gevolg was dat op sommige plekken in de dagen erna dijken doorbraken en grote overstromingen volgden. Aangezien 19 november vroeger de naamdag van de heilige Elisabeth van Thüringen was, werd de overstroming naar deze heilige vernoemd: Sint-Elisabethsvloed. Tegenwoordig valt de naamdag van de heilige op 17 november.

Beeld van Elisabeth van Thüringen in Dresden
Beeld van Elisabeth van Thüringen in Dresden (CC BY-SA 2.5 – Kay Körner – wiki)
Van een springvloed, zoals sommigen het noemen, was in 1421 geen sprake: het was de combinatie van een zware storm met hoge vloed die de ramp veroorzaakte. Op het moment van de overstroming stond bovendien het water in de rivieren tot ver in Gelderland door zware regenval in de periode daarvoor al erg hoog. Diverse kroniekenschrijvers hebben in de eeuwen daarna het aantal slachtoffers steeds weer verhoogd, zonder dat ze daar bewijs voor hadden. Sommigen noemden tienduizend mensen die overleden ten gevolge van de overstromingen, anderen gingen wel tot honderdduizend. Er bestond nog geen bevolkingsadministratie en de geschiedschrijvers hadden geen harde cijfers over het aantal verdronkenen. Een aantal van ongeveer tweeduizend in het geheel en ongeveer tweehonderd in de Grote Waard lijkt realistischer.

De Sint-Elisabethsvloed is nog steeds een van de meest aansprekende overstromingen van de Middeleeuwen. Zeker waar het de Zuid-Hollandse Grote Waard betreft. Daar liepen achtentwintig dorpen, waaronder Almsvoet, Houweninge en Cruyskerke, onder water. Dat de impact van de vloed in de omgeving van Dordrecht zo groot was, had ook te maken met het feit dat dijken op kwetsbare plekken in de waard door veenafgravingen (moernering) verzwakt waren. In de late veertiende eeuw en het begin van de vijftiende waren na eerdere overstromingen die dijken steeds gerepareerd. De politieke situatie na 1417 zorgde echter voor geldgebrek en onrust die het bijhouden van de dijken verstoorde.

De Groote Waard in 1421 - W.J. Thieme & Co
De Groote Waard in 1421 – W.J. Thieme & Co (Publiek Domein – wiki)

De Biesbosch en de Sint-Elisabethsvloed

Het landschap in de Grote Waard zou na de dijkdoorbraken nog tientallen jaren bestaan uit resten van de dijken en oeverwallen en van dorpen op terpen die bij laag water zichtbaar waren. Ook bomen staken nog lang boven het water uit evenals de wat hoger liggende stroomruggen. Het water vormde kreken en killen die door de getijdenwisselingen slikken of zandbanken opwierpen die op hun beurt aangroeiden tot met riet en biezen begroeide schorren. Het natte gebied werd aanvankelijk door de omgeving de Verdronken Waard, later het Bergse Veld genoemd.

In de kreken viste men op zalm en de producten van de schorren werden geoogst door rietdekkers en biezenvlechters. Het zou nog tientallen jaren duren voor de naam Biesbosch voor dit landschap werd gebruikt. Voor Dordrecht had de watersnood desastreuze gevolgen. De stad verloor door het water haar achterland en daarmee ook veel van haar invloed, al probeerde ze die naarstig voort te zetten. Hierbij werden de Zwijndrechtse en Alblasserwaard gebruikt als nieuw aanleveringsgebied van landbouwprodukten.

Sint Elisabethsvloed 1421 - Meester van de Heilige Elisabeth-Panelen
Sint Elisabethsvloed 1421 – Meester van de Heilige Elisabeth-Panelen (Rijksmuseum)

De overstroming van 1421 wordt ook wel Tweede Sint Elisabethsvloed genoemd. Op 19 november 1404 vond namelijk ook al een overstroming plaats waarbij delen van Holland, maar vooral Zeeland en Vlaanderen onder water liepen. Deze ramp wordt de Eerste Sint Elisabethsvloed genoemd. Men ging na 1421 snel aan de slag om de gaten te dichten en het water weg te malen en men was in 1422 al een aardig eind op weg. Op Sint-Elisabethsavond 1424 werden deze reparaties echter teniet gedaan door een derde inbraak van dezelfde dijken en een even grote overstroming. Toen gaf men het op.

Boek: De grote en vreeselike vloed

Video over de Sint-Elisabethsvloed

Literatuur

Literatuur (chronologisch):

  • M.K.E. Gottschalk, Stormvloeden en rivieroverstromingen in Nederland II (Assen 1975) 7-19, 51-104, 107-118.
  • J. Buisman, Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen (Franeker 1996) 372-375, 450-456, 470-472.
  • J. van Herwaarden, e.a., Geschiedenis van Dordrecht tot 1572 (Hilversum 1996) 159-163.
  • H.A. van Duinen en C. Esseboom, red., Verdronken dorpen boven water. Sint Elisabethsvloed 1421: geschiedenis en archeologie (Dordrecht 2007), hierin:
    • J. Alleblas, ‘Het kindje in de wieg en de Elisabethsvloed van 1421’, 92-97.
    • J. Hendriks, ‘De watersnoodrampen van 1421 en 1424’, 98-129.
  • V. Wikaert, e.a., red., ‘Nijet dan water ende wolcken’. De onderoekscommissie naar de aanwassen van de Verdronken Waard (1521-1523)(Tilburg 2009), hierin:
    • K. Leenders, ‘’Zoe lanck ende breedt alst oijt hadde geweest bij staende lande’. Het landschap van de Grote Waard vóór 1421’, 33-43.
    • K. Leenders, ‘’Die inundacie ende inbreck an onsen Grooten Waert’. De verdrinking van de Grote Waard’, 65-71.
    • I. Zonneveld, ‘’Schoen riet, rijs ende grienten’. Begroeiing en benutting van de Verdronken Waard’, 109-117.
×