Van wanten weten – Betekenis en herkomst

/
3 minuten leestijd
Twee wanten
Twee wanten (cc0 - Pixabay - MariaGodfrida)

Iemand die ‘van wanten weet’ is een echte ‘aanpakker’ en weet wat doorzetten is. Zo’n persoon staat dus z’n mannetje en gaat ervoor als zich een project aandient. Waar komt deze bijzondere uitdrukking vandaan?

Er zijn diverse theorieën over de mogelijke herkomst van ‘van wanten weten’. Maar het is, om meteen maar met de deur in huis te vallen,
onzeker wat de historische herkomst van dit gezegde precies is. Zo stelt het Woordenboek der Nederlandsche Taal:

“De eigenlijke historische oorsprong is niet te achterhalen.”

Van wanten weten: betekenis en variant

Iemand die van wanten weet is praktisch vaardig en een doorzetter. Hij of zij weet hoe dingen succesvol aangepakt moeten worden. Aanvankelijk gebruikte men – aldus F.A. Stoett – in Amsterdam tot circa 1900 een langere versie van het gezegde, die een mogelijke verklaring biedt voor de betekenis, namelijk:

“Wie in een kousenwinkel woont, weet van wanten.”

Duidelijk is dat deze variant letterlijk naar het woord ‘wanten’ verwijst. Bijzonder is echter dat hiermee nog niet verklaard is waar de betekenis ‘van wanten weten’ vandaan komt. Doorgaans verkopen kousenwinkels namelijk sokken en geen wanten. Dus deze langere versie van het gezegde biedt geen echte verklaring.

Scheepstouwen en zeilen

Zeilschip met wanten
Zeilschip met wanten (CC0 – Pixabay – AKrebs60)
Een andere mogelijke herkomst die geopperd is door taalkundigen heeft te maken met de scheepvaart. Deze uitleg gaat terug tot de zeventiende eeuw, toen de spreuk ‘zijn want wel kennen’ onder scheepslieden in gebruik was. ‘Want’ was een benaming voor allerlei soorten touwen en de visnetten op schepen. Een matroos die zijn want kende, wist dus wat hij moest doen. Een variatie hierop was ‘de wanten stellen’. Dit betekende dat een kapitein of opzichter op het schip het bevel gaf om de zeilen goed bij te stellen. Iemand die de want stelde, speelde als het ware de baas en kon andere scheepslieden opdrachten geven die ze moesten uitvoeren.

Het zou heel goed kunnen dat deze maritieme uitleg klopt, zo stelde dr. C. Meijer in diens werk Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C.H.Ph. Meijer (1919):

“De vergelijking met (…) het Engelse ’to know the ropes’ maakt de waarschijnlijkheid zeer groot.”

Ook volgens een onderzoek van Radio Rijnmond is ‘van wanten weten’ om deze reden een zeemansuitdrukking.

De want als oppervlaktemaat in de landbouw

Er zijn ook etymologen die een link leggen tussen de uitdrukking van wanten weten en de want als een oppervlaktemaat. In de landbouw vormde een ‘dagwant’ een landstuk dat binnen één dag kon worden geploegd. Een verklaring zou kunnen zijn dat boeren die van wanten wisten goede rekenvaardigheden hadden met dit systeem of dat ze hard konden werken. En dat ze dus binnen een dag een groot stuk landbouwgrond konden omploegen.

Het gebruik van ‘want’ als voegwoord

Ten slotte is er nog een laatste, maar onwaarschijnlijke verklaring van de uitdrukking. Zo zouden mensen die van wanten weten eigenwijze figuren zijn, die alles beter weten. Ze zeggen namelijk nogal vaak ‘want’, om uit te leggen waarom ze iets beweren. Onze Taal doet deze uitleg af als weinig waarschijnlijk.

Lees ook: Bij de pinken zijn
Of… Op het vinkentouw zitten
Boekentip: Atlas van de Nederlandse taal

Bronnen

Internet
-https://onzetaal.nl/taaladvies/van-wanten-weten
-https://www.rijnmond.nl/nieuws/126153/waar-komt-de-uitdrukking-van-wanten-weten-vandaan
-https://www.etymologiebank.nl/trefwoord/wanten
-https://www.ensie.nl/betekenis/van-wanten-weten
-https://www.ensie.nl/spreekwoorden-en-gezegden/van-wanten-weten