Afsluitdijk Enkhuizen-Stavoren al in 1834 bedacht

Onderzoek werpt nieuw licht op 19de eeuwse Zuiderzeeplannen
Zeilschepen op de Zuiderzee. ca. 1890
Zeilschepen op de Zuiderzee. ca. 1890

Kranten en een tijdschrift publiceerden in de negentiende eeuw de eerste voorstellen om de Zuiderzee af te sluiten. Een dijk tussen Stavoren en Enkhuizen wordt het meest genoemd, voor het eerst in 1834, in het tijdschrift de Algemeene Konst- en Letterbode. Journalist Bas Sleeuwenhoek schrijft dit in een artikel op de website van museum Batavialand. Hij onderzocht de eerste Zuiderzeeplannen die in de negentiende eeuw verschenen.

In het algemeen wordt aangenomen dat Pieter Faddegon en Jakob Kloppenburg in 1848 de eerste bedenkers waren van een afsluitingsplan, maar volgens Sleeuwenhoek hebben zij slechts voortgeborduurd op ideeën in de kranten. Vanaf 1845 vond daarin een debat plaats over de vraag of de Zuiderzee kon worden afgedamd, waarbij briefschrijvers met verschillende suggesties kwamen.

‘In de Arnhemsche Courant bijvoorbeeld, verscheen in 1846 een voorstel voor een afsluitdijk tussen Wieringen en Stavoren. Het was zo’n interessante optie dat plannenmaker Bernhard van Diggelen het traject later uitgebreid heeft onderzocht.’

Het eerst bekende denkbeeld van een afgesloten Zuiderzee in de negentiende eeuw werd volgens Sleeuwenhoek al veel eerder gepubliceerd, namelijk in 1834, in de Algemeene Konst- en Letterbode, een tijdschrift voor de cultuur en de wetenschap. Een onbekend gebleven schrijver somt de voordelen op van een afsluitdijk tussen Stavoren en Enkhuizen, zoals een lagere waterstand, waardoor kustbewoners bij een storm gevrijwaard bleven van dijkbreuken. De auteur betwijfelde of een afsluiting van de Zuiderzee mogelijk was. ‘Maar hij waagde zich toch aan het idee’.

Een merkwaardige afsluiting tussen Wieringen en Workum, in 1847 voorgesteld door een lezer van het Algemeen Handelsblad.
Een merkwaardige afsluiting tussen Wieringen en Workum, in 1847 voorgesteld door een lezer van het Algemeen Handelsblad.

Het eerste plan om de Zuiderzee af te sluiten verscheen in 1846 in de kranten. Belgische en Nederlandse ondernemers sloegen de handen ineen voor een afsluitdijk tussen Medemblik en Stavoren, waarna de zuidelijke kom zou worden drooggemaakt. Van het project, dat 61 miljoen gulden moest kosten, werd al snel niets meer vernomen. In de archieven is er niets van terug te vinden. Sleeuwenhoek:

‘Daardoor blijft onduidelijk of het om een serieus plan ging. Niettemin is dit het eerste ‘ontwerp’ waarmee het publiek kennismaakte.’

Zakenlieden bedachten in 1845 een plan om het eiland Marken, de Gouwzee en omliggende kustgronden in te dijken. Onmogelijk en onwenselijk, vond de minister van Binnenlandse Zaken, die er een streep doorheen haalde.
Zakenlieden bedachten in 1845 een plan om het eiland Marken, de Gouwzee en omliggende kustgronden in te dijken. Onmogelijk en onwenselijk, vond de minister van Binnenlandse Zaken, die er een streep doorheen haalde.
Sleeuwenhoek vond in het Nationaal Archief interessante stukken van groepen ondernemers die in de jaren veertig gronden langs de Zuiderzeekust wilden droogmaken. Het ging onder meer om de indijking van Marken en de Gouwzee (4000 hectare in 1845) of de inpoldering van Schokland (40.000 hectare in 1845).

‘Totaal praat je over meer dan 100.000 hectare aan plannen. Een gigantische oppervlakte. Zuiderzeegronden waren zeer geliefd als belegging.’

Hoewel er van de meeste plannen niets terechtkwam, ze waren vaak slecht onderbouwd, hadden ze veel invloed op het debat in de kranten. Het Algemeen Handelsblad was daarin leidend, zegt Sleeuwenhoek.

‘De krant zag een afsluiting aanvankelijk helemaal niet zitten, dat was iets voor een ‘krank brein’, een onmogelijk werk. Maar door alle plannen langs de kust ging de redactie er toch in geloven. In 1847 was de afsluiting van de Zuiderzee niet langer een hersenschimmige zaak.’

Aan het artikel werkte ook Jurjen Battjes mee, oud-hoogleraar vloeistofmechanica van de TU in Delft. Hij analyseerde de waterbouwkundige aspecten in het plan van Faddegon en Kloppenburg. Het Steunfonds Freelance Journalisten verstrekte subsidie voor het project.

Link: Uitgebreid artikel van Bas Sleeuwenhoek
Artikelserie: Van Zuiderzee tot Flevoland
Boek: Biografie van de Zuiderzee

Bekijk meer over:

Maritieme geschiedenis

Categorieën

Vorige verhaal

Onder zeil gaan – Betekenis en herkomst

Volgende verhaal

De Zuiderzee als transportlandschap