De Behistuninscriptie – Overwinningsreliëf van Darius de Grote

Rosettasteen van de Babylonische taal

Het is misschien wel de bekendste Known Unknown uit de oudheidkunde: de Behistuninscriptie. Eigenlijk heeft iedereen die een gangbare auteur als Herodotos heeft gelezen, ervan gehoord, maar werkelijk bekend is de Perzische inscriptie niet. Het leek me zinvol eens een artikel te wijden aan dit monument, dat zich bevindt in het westen van Iran, zo’n honderd meter boven de weg van Mesopotamië naar de Iraanse hoogvlakte. Het bestaat uit een reliëf en een inscriptie in drie soorten spijkerschrift en drie talen.

Het reliëf is een imitatie van een ander reliëf, wat verder naar het westen, in Sar-e Pol-e Zahab. Dat is rond 2000 v.Chr. gemaakt en toont een koning die een verslagen vijand vertrapt en neerziet op nog meer verslagen tegenstanders, met stroppen om hun nek. De Perzische koning Darius moet dit oeroude reliëf in de jaren van zijn staatsgreep – laten we zeggen tussen 522 en 520 v.Chr. – hebben gezien en hebben besloten dat hij ook zo’n reliëf wilde hebben. U ziet het hierboven. Van links naar rechts zijn er twee hovelingen, koning Darius die een vijand vertrapt en een reeks verslagen tegenstanders. Opnieuw met stroppen om de nek. De gevleugelde figuur bovenaan is de Perzische oppergod Ahuramazda. (Moderne zoroastrianen houden het op het zichtbare aspect van de ene god.)

Ontcijfering spijkerschrift

Het reliëf mag dan de originaliteitsprijs niet verdienen, de inscriptie is een van de allerbelangrijkste die we hebben. Ze documenteert Darius’ staatsgreep – daarover later meer – en levert ons veel informatie op over de werkwijze van Herodotos. De inscriptie heeft echter ook een sleutelrol gespeeld bij de ontcijfering van het spijkerschrift. De inscriptie is in feite vergelijkbaar met de steen van Rosetta, die belangrijk was voor de ontcijfering van de Egyptische hiëroglyfen.

Het Perzische spijkerschrift kent ongeveer drie dozijn tekens. Het is dus geen lettergrepenschrift, want dat heeft zo’n honderd karakters. Evenmin is het een schrift waarin elk teken een woord weergeeft, want dat kent al gauw zesduizend karakters waarvan tweehonderd voor algemeen gebruik. Het moet gaan om een alfabet en dat maakt de ontcijfering eenvoudiger, vooral als de gebruikte taal min of meer bekend is. Dat was ook dit keer het geval, want de heilige literatuur van de zoroastriërs is gedeeltelijk geschreven in een taal die wat lijkt op het Perzisch van de Perzische koningsinscripties. In 1835 slaagde Henry Rawlinson erin de Behistuninscriptie te lezen.

Met een eerste vertaling bewapend stortte hij zich nu op het tweede spijkerschrift, het Babylonische. Het duurde enkele jaren voor hij daar uit was, want dit is een veel complexere schriftsoort. (Het hielp wel dat het ging om een semitische taal.) In 1857 vond de zogeheten “London Proof” plaats, waarbij vier mensen die beweerden het Babylonische spijkerschrift te kunnen lezen, dezelfde pas-ontdekte tekst voorgelegd kregen. Toen ze onafhankelijk van elkaar vergelijkbare vertalingen inleverden, kon worden geconcludeerd dat ook deze tekst nu bekend was. De derde taal, het Elamitisch, werd pas later ontcijferd.

Voor wie het weten wil: er is, gemeten aan het aantal geschreven woorden, momenteel evenveel in het Babylonische spijkerschrift bekend als in het voorchristelijke Latijn. Dat is minder dan in het klassieke Grieks, maar het spijkerschriftbestand groeit nog met honderden, duizenden kleitabletten per jaar. Alleen al in het British Museum liggen ongeveer 100.000 tabletten te wachten op een wetenschappelijke uitgave.

Terug naar de Behistuninscriptie: een monument dus uit de wetenschapsgeschiedenis, vergelijkbaar met pakweg de telescoop van Galilei in Florence, de microscoop van Van Leeuwenhoek, het laboratorium van Pasteur, de werkplaats van Edison en de deeltjesversnellers van het CERN.

Een papyrus uit Elefantine met een deel van de tekst van de Behistuninscriptie, vertaald in het Aramees, illustreert hoe Darius zijn versie van de gebeurtenissen aan alle onderdanen liet weten. (Neues Museum, Berlijn)
Een papyrus uit Elefantine met een deel van de tekst van de Behistuninscriptie, vertaald in het Aramees, illustreert hoe Darius zijn versie van de gebeurtenissen aan alle onderdanen liet weten. (Neues Museum, Berlijn)

Maar wat staat er nou in de inscriptie?

Eerst even iets over de situatie. In 522 was koning Kambyses overleden, die Egypte had toegevoegd aan het rijk dat Cyrus de Grote had gesticht. Als we de Griekse onderzoeker Herodotos mogen geloven, was Kambyses niet goed bij zinnen geweest en had hij onder meer zijn broer Smerdis laten doden. Terwijl hij uit Egypte terugkeerde, had hij echter gehoord dat Smerdis niet alleen in leven was, maar ook de troon had opgeëist. Op weg naar huis was Kambyses toen overleden. Herodotos verklaart de wederopstanding van Smerdis als een dubbelganger: het was een magiër, die samen met zijn broer de macht had overgenomen. Een magiër is overigens geen tovenaar maar een specialist die de offerliturgieën kon opzeggen.

Dat de Smerdis op de troon niet de echte Smerdis was, lezen we ook in de Behistuninscriptie, al is de naam van echte Smerdis daar Bardiya, wat ruwweg dezelfde naam is, en heet de plaatsvervanger Gaumata.

Kambyses doodde Bardiya. Toen Kambyses hem doodde, was het niet aan de mensen bekend dat Bardiya was gedood. Daarna ging Kambyses naar Egypte. Toen Kambyses naar Egypte was vertrokken, werden de mensen vijandig en de leugen regeerde in het land, zelfs in Perzië en Medië en ook in de andere gebieden.

Daarna was er een zekere man, een magiër, Gaumata geheten, die in opstand kwam. … Op 11 maart 522 rebelleerde hij. Hij loog tegen de mensen en zei “Ik ben Bardiya, de zoon van Cyrus, de broer van Kambyses.” Toen kwam iedereen in opstand en liep over van Kambyses naar hem, zowel in Perzië en Medië en ook in de andere gebieden. Hij greep de macht. … Daarna stierf Kambyses een natuurlijke dood. (Behistuninscriptie 10-11)

U hebt hier meteen het spreektaalachtige karakter van de inscriptie geproefd. Het punt dat ik hier wil maken is dat Herodotos dus de officiële versie van de gebeurtenissen – zeg maar de Perzische propaganda – blijkt te kennen en op eigen wijze navertelt. Er zijn echter ook verschillen, zoals dat de magiër bij Herodotos een broer heeft die in de Behistuninscriptie niet staat vermeld.

Vrijwel zeker heeft Herodotos zich laten informeren door iemand die de officiële versie kende maar die deze mondeling doorgaf. Dit lijkt wel vaker Herodotos’ aanpak te zijn geweest: hij geeft mondeling verkregen informatie door en zoekt niet echt naar de stukken. Wat hij ook was, een archiefrat was hij niet. Zijn tolk – of was hij het zelf? – lijkt zijn best te hebben gedaan maar is niet feilloos geweest. Een fraai voorbeeld daarvan is het door Herodotos vermelde niet-bestaande Perzische legeronderdeel der Onsterfelijken (Perzisch: Anauša), waarvan we weten dat het eigenlijk de Metgezellen des Konings (Anûšiya) heette.

In zijn nadruk op mondelinge verklaringen en zijn voortdurende hoor en wederhoor is hij in feite vooral een reporter. Herodotos is niet de vader van de geschiedschrijving, zoals niet-historici beweren. Hij kan het beste worden gezien als de vader van de journalistiek.

Darius vertrapt Gaumata (detail van het Behistunreliëf)
Darius vertrapt Gaumata (detail van het Behistunreliëf)

Gaumata vertrapt

Volgens Herodotos ontdekten hovelingen de waarheid en begonnen ze te overleggen hoe ze de valse broer van de inmiddels overleden koning Kambyses konden verwijderen. De Griekse onderzoeker kende zes aristocraten: Otanes, Gobryas, Intaphrenes, Hydarnes, Megabyzus en Aspathines. Ze aarzelen nog als de zevende samenzweerder aankomt: Darius, een verre verwant van Kambyses. Geen enkele lijfwacht durft het zevental tegen te houden als ze naar het koninklijke paleis in Susa gaan, waar Darius de valse koning doodt. Zie het plaatje hierboven.

Er was niemand die tegen Gaumata de Magiër durfde op te treden, tot ik arriveerde. Ik bad tot Ahuramazda en Ahuramazda kwam me te hulp. Op 29 september 522 doodde ik, samen met een paar anderen. Gaumata de Magiër en de voornaamsten onder zijn volgelingen. In een fort genaamd Sikayauvatiš in het district Nisaia in Medië doodde ik hem en ontnam ik hem het koninkrijk. Door de genade van Ahuramazda werd ik koning; Ahuramazda gaf me het koninkrijk. (Behistuninscriptie 13).

Er zijn wat verschillen tussen het verhaal van Herodotos en de inscriptie. Kwam de valse koning aan zijn einde in Susa of in Sikayauvatiš? Desondanks is duidelijk dat het gaat om hetzelfde verhaal: er is geen veldslag, het is een paleiscoup waarbij aristocraten ingrijpen en Darius persoonlijk zijn voorganger doodt. De namen van de samenzweerders zijn ook dezelfde, op één na: in de inscriptie is sprake van Ardumaniš, waar Herodotos het heeft over Aspathines. Een vergeeflijke fout, want dat zou later een van de voornaamste edelen zijn in het Perzische Rijk.

Natuurlijk blijven er puzzels. Eén daarvan is hoe Gaumata maandenlang niet herkend is geweest als de bedrieger die hij was. Het is niet ongebruikelijk te zeggen dat Darius simpelweg heeft gelogen toen hij zei dat Kambyses zijn broer had gedood zonder dat iemand dat wist; met andere woorden, de magiër Gaumata was in feite de rechtmatige vorst. Toch is dat misschien een tikje te cynisch.

Dat wij het vreemd vinden dat iemand niet wordt herkend, wil niet zeggen dat het in de Oudheid vreemd was. Wij hebben spiegels en weten hoe we er zelf uitzien, wij hebben foto’s om te herinneren hoe iemand eruitzag. In de Oudheid ontbraken die allebei en er zijn diverse gevallen bekend van mensen die zich met succes uitgaven voor een ander. In de eerste eeuw n.Chr. zijn bijvoorbeeld drie valse keizers Nero geattesteerd en ik beschreef al eens enkele hellenistische bedriegers.

Naqš-e Rustam

Over Darius’ greep naar de macht heeft Herodotos nog twee interessante dingen te vertellen. Eén daarvan is dat de samenzweerders een discussie hielden over de wijze waarop Perzië voortaan bestuurd zou worden. Het andere leuke aspect is dat de samenzweerders, als ze eenmaal hebben gekozen voor een monarchie, een vorst moeten kiezen. Hier is hoe Herodotos het vertelt.

Wat het koningschap betreft spraken zij het volgende af: die man zou koning worden wiens paard na zonsopgang het eerst zou hinniken tijdens hun rijtoer buiten de stad.

Nu had Darius een slimme paardenknecht. Hij heette Oibares. Na afloop van de zitting zei Darius tegen hem: “Hé Oibares, luister eens. Wij hebben de volgende afspraak gemaakt in verband met het koningschap: de man wiens paard na het aanbreken van de dag het eerst gaat hinniken tijdens onze rijtoer, wordt de nieuwe koning. Misschien heb jij er een oplossing voor. Breng die dan in praktijk en zorg dat ik en niemand anders de uitverkorene word.”

Daarop antwoordde Oibares: “O, als het daarvan afhangt, is er geen probleem, heer. Reken er maar op dat u en niemand anders koning wordt. Voor mij is dat een koud kunstje.”

Darius zei toen: “Wanneer jij zo goed je weetje weet, maak dan maar voort, want er is geen tijd te verliezen: morgen valt de beslissing.”

Oibares ging hierna als volgt te werk. In de nacht bond hij de lievelingsmerrie van Darius ergens in het veld aan de rand van de stad vast. Daarna haalde hij de hengst van Darius, die hij een aantal keren rakelings om de merrie heen liet lopen. Ten slotte liet hij de merrie dekken. Bij het ochtendgloren kwamen de zes volgens afspraak te paard aan en reden door de voorstad. Toen ze op de plek waren waar de vorige nacht de merrie was vastgebonden, galoppeerde Darius’ hengst erheen en begon te hinniken.

Op precies hetzelfde moment kwamen er donder en bliksem bij heldere hemel. Dat werd een extra bevestiging van de uitverkiezing van Darius, het leek wel afgesproken werk. De anderen sprongen van hun paard en brachten hulde aan Darius. (Herodotos, Historiën 3.84-87; vert. Hein van Dolen)

Dit is vanzelfsprekend een sprookje over iemand die de wereld te slim af is. Hiervan gaan er dertien in een dozijn. Omdat slimmigheidjes geen werkelijke legitimatie zijn heeft iemand – Herodotos zelf, misschien een bron – er de goddelijke bekrachtiging aan toegevoegd door middel van donder en bliksem.

De investituur van Ardašir (Naqš-e Rustam)
De investituur van Ardašir (Naqš-e Rustam)

Het punt dat ik eruit licht is de associatie van paarden en koningschap. Hierboven ziet u een Perzisch reliëf uit Naqš-e Rustam, waarop is te zien hoe de oppergod Ahuramazda een ring overhandigt aan Ardašir, de eerste koning van het huis der Sasanieden. Het is zo’n zeven, acht eeuwen jonger dan de troonsbestijging van Darius, maar het is een verleidelijke gedachte dat er in de Perzische cultuur een associatie was tussen paardrijden en de koninklijke macht. Verleidelijk, zeker, maar in laatste instantie ontoetsbaar, dus hier stop ik ermee.

Burgeroorlog

De Behistuninscriptie beschrijft hoe Darius koning werd, een verhaal dat ook Herodotos vertelt, al lijkt er een mondelinge tussenschakel geweest. We zagen ook dat de Griekse onderzoeker moeiteloos overschakelt op een oosters sprookje als hij dat blijkt te kennen. En soms laat hij iets liggen. Hij weet bijvoorbeeld van een opstand van de Meden (vermeld in Historiën 1.130) maar gaat er nauwelijks op in. Het past blijkbaar niet in het plan van zijn boek. Als het gaat om de stad Babylon, zo zullen we zien, kiest Herodotos eveneens voor een fantastisch verhaal en niet voor de zakelijke beschrijving die hij uit de mondeling doorgegeven Behistuninscriptie moet hebben gekend. Babylon moest voor in zijn Historiën iets bijzonders zijn.

Welk verhaal liet hij liggen? Wat ontdekte Rawlinson over de geschiedenis van Perzië dat in zijn tijd niet al bekend was? Dat is het verhaal van de burgeroorlog na Darius’ troonsbestijging: hij moest negentien keer slag leveren in één jaar. Het verslag is redelijk slaapverwekkend en je begrijpt dat Herodotos het liet liggen. Cyrus en Kambyses hadden de volken van Azië onderworpen en Gaumata zou ze, althans volgens Herodotos, een belastingvrijstelling hebben verleend. Dat lijkt op een concessie aan groepen die geen eenheidsstaat wilden. Darius wilde die wél en moest optreden tegen separatisten. Hijzelf zegt:

Nadat ik Gaumata de Magiër had gedood kwam een zekere Aššina, de zoon van Upadarma, in Elam in opstand. Tegen de mensen van Elam zei hij: “Ik ben koning in Elam.” Daarna werden de mensen van Elam opstandig en ze liepen over naar die Aššina. Hij werd koning van Elam.

En een zekere Babyloniër, Nidintu-Bel, de zoon van Kin-Zer, kwam in Babylon in opstand. Hij loog tegen de mensen, zeggend “Ik ben Nebukadnezar, de zoon van Nabonidus.” Daarna liep de hele provincie Babylonië over naar die Nidinut-Bel en kwam Babylon in opstand. Hij veroverde het hele koninkrijk Babylonië. (Behistuninscriptie 16)

Het eerste regeringsjaar van deze Nebukadnezar III staat vermeld in een brief van 3 oktober 522, vier dagen na de dood van Gaumata. Het leek erop dat Darius heerser was geworden van een snel desintegrerend koninkrijk. We zullen nog zien dat er meer rebellen waren, waaronder ook een Perzische opstandeling.

Een Perzische soldaat (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Een Perzische soldaat (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Darius zelf bevond zich met de andere samenzweerders in Medië, in het westen van Iran, waar ze Gaumata hadden gedood. Het zou nog even duren voordat ze Elam of Babylonië hadden bereikt, maar ze hadden één troef: het leger dat met Kambyses naar Egypte was gegaan, was intact. Darius rukte snel op, langs Ekbatana, langs de rots van Behistun waar hij enkele maanden later zijn inscriptie zou laten aanbrengen, en hij bereikte de Tigris. Daar werd hij opgewacht door het leger van de Babylonische rebel Nebukadnezar, maar Darius wist de rivier over te steken en zijn tegenstander te verslaan. Het was 13 december.

Het moet een duidelijke overwinning zijn geweest, want Darius kon een gezant sturen naar de hoofdstad van Elam, Susa, die de uitlevering eiste van Aššina. De Elamieten deden meteen wat werd gevraagd. Darius doodde de opstandeling hoogstpersoonlijk.

Ondertussen rukte het Perzische leger op naar Babylon. Volgens Herodotos, die nooit een stoer verhaal onvermeld zal laten, verliep de belegering moeizaam en werd de stad pas ingenomen toen Zopyros, de zoon van de samenzweerder Megabyzos, zichzelf had verminkt en had aangediend bij de belegerde stad, waar men hem vertrouwde als iemand die onterecht door Darius was bestraft en een reden had om over te lopen. Zopyros zou het commando hebben gekregen over een Babylonisch leger – en de Perzische vijand hebben binnengelaten.

Dit verhaal is een van Herodotos’ vele verwijzingen naar de Trojaanse Oorlog. De Behistuninscriptie vertelt iets anders. Op 18 december 522 versloeg Darius de Babyloniërs opnieuw en de inname van de stad ging daarna in een moeite door. “Toen doodde ik die Nidintu-Bel daar in Babylon”, zegt Darius in de Behistuninscriptie. Hij moet hebben gedacht dat de burgeroorlog voorbij was. Maar dat was verkeerd gedacht. Want in de laatste dagen van het jaar 522 ontving de nieuwe koning slecht nieuws.

Terwijl ik verbleef in Babylon, kwamen deze provincies tegen mij in opstand: Persis, Elam, Medië, Assyrië, Egypte, Parthië, Margiana, Sattagydia en Skythië. (Behistuninscriptie 21)

Uiteraard waren dit geen opstanden. Dat veronderstelt immers dat er een moment was geweest waarop deze gebieden Darius als heerser hadden erkend en dat was niet het geval. Dit waren gebieden die na de dood van Kambyses en Bardiya/Gaumata voor zichzelf waren begonnen en niet van zins waren hun herwonnen onafhankelijkheid op te geven. De lijst is overigens niet eens compleet: Herodotos weet dat de satraap van Lydië (in wat nu Turkije is) eveneens een nogal onafhankelijke koers was gaan varen.

Darius en zijn verslagen tegenstanders
Darius en zijn verslagen tegenstanders

Opstand

Het enige conflict dat je “opstand” zou mogen noemen, was de situatie in het centraal gelegen Medië. Hier had Darius immers de macht gegrepen. Hij moet zijn geschrokken dat ook de Meden zich niets meer aan hem gelegen lieten liggen en zal zéker zijn geschrokken toen de Meden begonnen hun oude territoria te hernemen: Armenië en Sagartië. Extra problematisch was dat Darius’ leger voor een deel bestond uit Medische soldaten, en dat Darius geen nieuwe Perzische troepen kon rekruteren aangezien hij Persis niet beheerste. Zoals ik al aangaf, vermeldde zelfs Herodotos deze revolte, wat suggereert dat zijn informant het belang heeft benadrukt.

De rebellenleider heette Fraortes en beweerde af te stammen van de aloude Medische leider Kyaxares – een claim die Darius in de Behistuninscriptie niet tegenspreekt. Hij zou de tijd hebben om zijn macht te consolideren, want de winters in westelijk Iran zijn koud en nat en sneeuw maakt de passen in het Zagrosgebergte onbegaanbaar.

Toch vermeldt Darius dat Hydarnes, een van de zeven samenzweerders, erin slaagde de passen te blokkeren tussen Medië en Persis. Waarschijnlijk was Hydarnes al eerder op pad gestuurd, kort na de moord op Gaumata in Medië, en in dat geval was het Darius’ vooruitziende blik die zijn troon veilig stelde, want Hydarnes wist te beletten dat de twee rebellerende gebieden contact maakten. Op 12 januari 521 bestormden de opstandige Meden Hydarnes’ kamp bij het huidige Meriz (zo’n dertig kilometer ten zuiden van het huidige Yazd) en werden teruggeslagen. Vervolgens marcheerde Hydarnes naar Kampanda, wat verderop, waar hij zijn winterkwartier inrichtte en alle wegen tussen Persis en Medië blokkeerde.

In het noorden gebeurde hetzelfde. Armenië sympathiseerde met de Medische opstand, maar een van Darius’ generaals versloeg de Armeniërs op 31 december. Het zal geen afgetekende zege zijn geweest, want hij rukte niet verder op naar het noorden, maar in elk geval konden Fraortes’ Meden geen contact maken met de Armeniërs.

Ondertussen probeerde Vahyazdâta, de leider van het nu onafhankelijke Persis, zijn macht uit te breiden naar de oostelijke gebiedsdelen. Hier kon Darius echter rekenen op zijn vader Hystaspes, de satraap van Parthië (in het noordoosten van het huidige Iran), en zijn collega’s in Baktrië en Arachosië (beide in Afghanistan). De laatste, Vivâna, versloeg op 29 december 522 het leger van Vahyazdâta.

Patstelling

Toen de winter in januari werkelijk koud begon te worden, was in zekere zin een patstelling ontstaan. Darius beheerste in feite het voormalige Babylonische Rijk: het huidige Irak, Syrië, Libanon, Jordanië en Israël. In het oosten waren de Meden opstandig en erkende Vahyazdâta in Persis zijn macht niet, maar Hydarnes had belet dat zij contact maakten en de oostelijke satrapen waren trouw aan Darius. In Elam, in het zuidwesten van Iran, was het onrustig, maar de Elamieten hadden een eerdere leider al uitgeleverd, wat bewijst dat Darius hier in elk geval op steun kon rekenen.

Het was een complexe situatie en het is begrijpelijk dat Herodotos, voor wie de interne crisis van het Perzische Rijk bijzaak was, dit verhaal heeft laten liggen. Pas in maart, als de lente kwam en het nieuwjaarsfeest werd gevierd, zou de oorlog worden hernomen. Alle partijen probeerden hun posities te versterken, maar Darius mocht met enig vertrouwen kijken naar de toekomst.

Fraortes

Er waren nog wat kleinere verzetshaarden, zoals in Elam (Zuidwest-Iran), maar Darius mocht optimistisch zijn. Alles zou afhangen van de veldtocht tegen Fraortes, die Darius persoonlijk leidde. Na het nieuwjaarsfeest, dat de Iraniërs nog altijd vieren rond 21 maart, rukte hij – Behistun passerend – op naar het centrum van Medië. Een zekere Uštânu bleef achter als satraap van Babylonië, terwijl een Artavardiya oprukte naar Persis. Hun legers zullen hebben bestaan uit Meden: manschappen die Darius liever niet mee zal hebben willen nemen naar Medië. Zijn eigen leger zal hij hebben samengesteld uit Perzen en mensen uit de westelijke gebiedsdelen. Hij rukte langzaam op: pas na ruim vijf weken, op 8 mei, stuitte Darius op Fraortes. (Als de plaats van de veldslag, Kunduruš, inderdaad het huidige Kangavar is, heeft hij tien kilometer per dag afgelegd.)

Ik rukte op vanuit Babylon en bereikte Medië. Toen ik in Medië was, kwam die Fraortes die zichzelf koning van Medië noemde, me tegemoet bij een stad in Medië genaamd Kunduruš, om daar slag te leveren. We leverden slag. Ahuramazda kwam me te hulp. Door de genade van Ahuramazda versloeg mijn leger het rebellenleger volledig. Op 8 mei werd deze slag geleverd.

Daarop vluchtte die Fraortes met een paar ruiters naar een district in Medië genaamd Rhagai [Teheran]. Ik stuurde een leger om hem te achtervolgen. Fraortes werd gearresteerd en bij mij voorgeleid. Ik sneed zijn neus, zijn oren en zijn tong af, ik stak hem een oog uit en hield hem gevangen bij de ingang  van mijn paleis, zodat iedereen hem kon zien. Toen kruisigde ik hem in Ekbatana. De eersten onder zijn volgelingen, die in Ekbatana in het fort waren, vilde ik en ik hing hun huiden op, gevuld met stro. (Behistuninscriptie 31-32)

Deze bestraffing treft ons als wreed, en we hoeven ons voor dat oordeel niet te schamen. Het was echter de in Iran gangbare manier om hoogverraad te bestraffen. Alexander de Grote executeerde de moordenaar van Darius III op dezelfde wijze. De executie van Fraortes was echter nog niet het einde van de Medische opstand, want een van Fraortes’ verwanten, Tritantaichmes, vocht verder vanuit Sagartia. Een van Darius’ getrouwen nam hem gevangen, waarna een eveneens afzichtelijk verminkte Tritantaichmes zijn leven eindigde aan het kruis in Arbela, het huidige Erbil in noordelijk Irak.

Ook de andere legers die trouw waren aan Darius hadden succes. De troepen waarmee Artavardiya naar Persis oprukte, versloegen de lokale heerser Vahyazdâta op 24 mei en joegen hem op naar het oosten. Tegelijkertijd versloeg een Perzisch leger de Armeniërs: op 20 mei, 30 mei, 11 juni en 20 juni. In het oosten capituleerden de opstandige Parthen op 11 juli. Vier dagen later arresteerden Artavardiya’s manschappen de gevluchte Vahyazdâta. Hij werd verminkt en met zijn voornaamste volgelingen gekruisigd in een Perzische stad die Uvâdaicaya heette.

Graf van Cyrus, Pasargadai: de plaats van het Perzische koningsritueel
Graf van Cyrus, Pasargadai: de plaats van het Perzische koningsritueel

Darius was inmiddels op weg naar Persis en zal als koning zijn ingehuldigd bij het graf van Cyrus te Pasargadai, waar dit soort rituelen plaatsvonden (meer). Hier vernam hij dat de Elamieten hun opstand hadden beëindigd en een einde hadden gemaakt aan de heerschappij van hun leider Martiya. Onderweg terug naar Medië vernam Darius dat de Babyloniërs opnieuw in opstand waren gekomen. Hij lijkt niet onder de indruk te zijn geweest: hij liet het wat het was en gaf marsorders aan zijn hoveling Intafrenes. Die maakte eind november 521 korte metten met Nebukadnezzar IV, die in het echt overigens Arakha heette.

Hoewel er nog wat kleine verzetshaarden waren, was de burgeroorlog in feite voorbij. De laatste veldslag die in de Behistuninscriptie staat vermeld vond op 27 december plaats in Margiana, in het zuiden van het huidige Turkmenistan. Volgens de Perzische kalender (die in 522/521 een schrikkelmaan had) hadden Darius’ legers, sinds zijn eerste overwinning bij de Tigris, negentien overwinningen behaald in één jaar. Het volgende jaar, 520, werd benut om in het achterland van Margiana te strijden tegen een groep nomaden.

Stil

Het Nabije Oosten was tot rust gekomen. Op 16 februari 519 had de joodse profeet Zacharia, vér in het westen, in Judea, een visioen: hij zag een man op een roodbruin paard, die aan het hoofd stond van een groot leger van nog meer ruiters. Een engel legde aan Zacharia uit wat dit betekende: God had deze mannen uitgezonden om te zien wat op aarde gebeurde. Daarop zeiden de ruiters:

“Wij hebben de hele aarde doorkruist. Overal is het vredig en stil.”

~ Jona Lendering

Jona Lendering is historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken. Zie ook zijn blog: mainzerbeobachter.com

Boek: Iran – Bakermat van de beschaving

Over het oude Perzië is tot 18 november een puike expositie in het Drents Museum.

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

1001 vrouwen in de 20ste eeuw - Els Kloek Napoleon - De man achter de mythe (Adam Zamoyski) De rechtvaardigen - Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde (Jan Brokken) Reconquista - Miquel Bulnes Leonardo da Vinci - Sprekende gezichten De bokser - 
Het leven van Max Moszkowicz (Biografie) 80 jaar oorlog - Gijs van der Ham / NTR Het goede leven - Annegreet van Bergen Hitlers Derde Rijk in 100 voorwerpen - Roger Moorhouse De Zonnekoning - Glorie en schaduw van Lodewijk XIV (Johan Op de Beeck)
Gelijk naar geschiedenisboeken over: