Dark
Light

Canadezen wilden in WOII Goudstikker-collectie vorderen

3 minuten leestijd
Herengracht 458, Amsterdam
Herengracht 458, Amsterdam (Google Street View)

Na de bevrijding hebben de Canadezen geprobeerd de Goudstikker-collectie als oorlogsbuit te vorderen. De Nederlandse Inlichtingendienst, in de persoon van majoor Cees Fock, heeft dit weten te voorkomen door de collectie in het geheim over te laten brengen naar de kluis van het Stedelijk Museum te Zandvoort.

Jacques Goudstikker (1938)
Jacques Goudstikker (1938)
Een en ander blijkt uit een door deze auteur in het Nationaal Archief gevonden brief van mr. J.P. van Swinderen, employé van het Bureau Herstelbetalingen en Recuperatiegoederen (HERGO). De brief is gestuurd naar mr. Jan Jolles, hoofd van dat bureau.

De handelsvoorraad van Goudstikker, de enorme kunstcollectie, bevond zich in het pand Herengracht 458 in Amsterdam. Ze was daar achtergebleven nadat de joodse Jacques Goudstikker en zijn gezin per boot waren gevlucht naar Engeland. Jacques Goudstikker overleefde de oversteek niet. Hij viel in het ruim van het schip en stierf. Zijn kunsthandel, waarin zich zo’n 1300 waardevolle schilderijen en andere kunstvoorwerpen bevonden, waaronder werken van Frans Hals, Rembrandt, Memling en Van Ruysdael, werd voor een bedrag van 2 miljoen gulden, een fractie van de werkelijke waarde, gekocht door Alois Miedl en rijksmaarschalk Hermann Goering.

Toen de bevrijding naderde, vluchtte Alois Miedl naar Spanje met medeneming van enkele schilderijen. Het grootste gedeelte van de handelsvoorraad bleef echter achter in het pand aan de Herengracht. In dat pand zetelden de British Council, het Militair Gezag, de Town Major en ook de Canadezen kwamen er vaak.

Van Swinderen schrijft in de brief van 2 juni 1945 dat hij de avond ervoor een onderhoud heeft gehad met majoor mr. C.L.W. Fock van de Inlichtingendienst, die zelfstandig heeft besloten de kunstcollectie in het Stedelijk Museum onder te brengen. Het gesprek is een eye-opener voor van Swinderen, die de actie van Fock eerst nogal vreemd vond. Hij schrijft:

‘…de ervaring heeft geleerd, dat de Canadezen alle zaken in Duitsch eigendom, welke zij in ons land aantreffen, beschouwen als buit. Hebben zij het gebouw met inhoud eenmaal gevorderd, dan zien wij van de schilderijen niets meer terug. Alleen al in de omgeving van Nijmegen hebben zij al voor 12.000.000 gulden gestolen. Dat de kans op vordering van Goudstikker groot is, moge hieruit blijken dat de Canadezen reeds driemaal pogingen in het werk hebben gesteld om hiertoe te geraken. Zij zijn begonnen met een kapitein, vervolgens is er een majoor geweest en de laatste officier die hierover gesproken heeft was een Brigade-generaal. Het is duidelijk dat de belangstelling van de Heeren hierop ten sterkste is gevestigd. Majoor Fock van de Inlichtingendienst meent dat het nodig blijft de schilderijen naar het museum te vervoeren en meent, dat dit de enige plek is, waar ze veilig staan….’

De brief van J.P. van Swinderen aan mr. Jan Jolles
De brief van J.P. van Swinderen aan mr. Jan Jolles (Foto: Cees van Hoore)

Kluis

De persdienst van het Stedelijk in Amsterdam bevestigt de overbrenging van de kostbare collectie naar het museum. Op 24 en 25 mei 1945 werden de kostbare schilderijen en andere kunstwerken veilig gesteld in de kluis van het Stedelijk Museum te Zandvoort. Dat was waarschijnlijk net op tijd. Op 11 juni 1945 meldde zich een geallieerde officier in gezelschap van een vrouw aan bij het pand aan de Herengracht 458. Hij wist de sleutel te bemachtigen van de kluis, waaruit hij enkele gouden munten weg nam.

Bladzijde uit inventaris handelsvoorraad kunsthandel Goudstikker
Bladzijde uit inventaris handelsvoorraad kunsthandel Goudstikker
Het is bekend dat de geallieerde troepen behoorlijk hebben geplunderd, vooral in en rondom Nijmegen. Maar ook in Amsterdam is dat gebeurd. In het zogenaamde Persilhuis was een grote verzameling schilderijen opgeslagen. Canadese officieren hebben daar drie luxe wagens ontvreemd en in de achterbak van een van de grootste wagens een aantal schilderijen verstopt. De klep van die achterbak werd dichtgelast. Deze wagen gingen met de twee andere auto’s op de boot naar New York, waar de diefstal werd ontdekt. Op zich was dit een kleine rooftocht geweest. In de documenten die over dit soort gevallen bestaan, worden de Canadezen met een onschuldige term ‘souvenirjagers’-genoemd. Wanneer echter de Goudstikker-collectie door onze bevrijders zou zijn meegenomen, had Nederland op zijn kop gestaan.

Ook interessant: Geallieerden plunderden op grote schaal in regio Nijmegen
Boek: Roofkunst, de zaak Goudstikker

×