Dirk Hannema, ‘Napoleon van de Nederlandse museumwereld’

De glorie en gekte van de kunstwereld

Bij uitgeverij Prometheus verschijnt volgende week het boek Hannema: museumdirecteur, een biografie van de meest omstreden figuur uit de twintigste-eeuwse Nederlandse museumgeschiedenis. Door zijn tentoonstellingen en goede relaties bezorgde Dirk Hannema (1895-1984) museum Boijmans in Rotterdam een internationale reputatie. Maar Hannema was ook de man die zijn tijdgenoten betoverde met de ‘Vermeer’-imitaties door Han van Meegeren. Tijdens de Duitse bezetting ontpopte hij zich als nationaalsocialist, die zich in 1943 in het schaduwkabinet van Anton Mussert liet benoemen tot Gemachtigde voor het Museumwezen. Op Historiek de inleiding van het boek.

Dirk Hannema (1895-1984)

Dirk Hannema (1895-1984) is een van de meest controversiële figuren uit de Nederlandse kunstwereld van de twintigste eeuw. Als briljante en dynamische jonge directeur slaagde hij erin Museum Boijmans in Rotterdam om te vormen van een provinciale instelling tot een voorbeeldig modern museum met een snel groeiende collectie en tentoonstellingen van wereldniveau. Hannema wist met een mengeling van tact, trefzekerheid en gevoel voor propaganda talrijke donateurs aan het museum te binden. Hij kon vermogende verzamelaars als D.G. van Beuningen en Willem van der Vorm, maar ook vele anderen, telkens weer bewegen tot belangrijke schenkingen. Tegelijkertijd haalde hij het Rotterdamse gemeentebestuur ertoe over te investeren in een passend onderkomen voor het stedelijke kunstbezit. Het nieuwe museumgebouw, deels naar zijn eigen ontwerp, werd geopend in 1935. Het gold destijds als het beste wat er op dit gebied was gerealiseerd.

Nationaalsocialisme

Affiche tentoonstelling Vermeer, oorsprong en invloed. Bron: Hannema, museumdirecteur.
Affiche tentoonstelling Vermeer, oorsprong
en invloed. Bron: Hannema, museumdirecteur.
Glansrijke hoogtepunten uit Hannema’s loopbaan waren de grote tentoonstellingen over Vermeer (1935) en Jeroen Bosch (1936), en de jubileumtentoonstelling van 1938, waar een aantal spectaculaire aanwinsten voor het eerst aan het publiek werd getoond. Na de Duitse inval in mei 1940 bleek echter al vrij snel dat Hannema welwillend stond tegenover het nationaalsocialisme. In de periode tot 1945 was hij, zonder zelf lid van de partij te zijn, zodanig bij sommige activiteiten en organisaties van de NSB betrokken, dat hij na de bevrijding niet in zijn functie als directeur van Museum Boijmans kon worden gehandhaafd. Hij werd als politiek delinquent ruim een jaar in een strafkamp vastgehouden. In diezelfde tijd bleek dat de aanwinst die hij als zijn grootste triomf beschouwde, het aan Johannes Vermeer toegeschreven schilderij De Emmaüsgangers, een vervalsing was. Hannema had zich als ambtenaar en als kunstkenner tegelijk onmogelijk gemaakt.

Toch is hij, schijnbaar onverstoorbaar, met het verwerven van kunst doorgegaan, nu als particuliere liefhebber. Hannema vestigde zich eerst op kasteel Weldam bij Goor en sinds 1958 op kasteel Het Nijenhuis bij Heino, dat hij met zijn inmiddels aanzienlijke persoonlijke collectie als een openbaar museum inrichtte. De stichting waarin hij zijn verzameling onderbracht, de Hannema-De Stuers Fundatie, is met het kunstbezit van de provincie Overijssel de basis geworden van het huidige Museum De Fundatie in Heino en Zwolle.

Vermeer-obsessie

Door de academische kunstwereld werd hij op een afstand gehouden, maar hij genoot nog steeds veel gezag bij individuele verzamelaars. Het werk van Vermeer werd voor hem tot een obsessie. Op het laatst meende hij dat niet minder dan zes werken in zijn eigen bezit van de hand van deze kunstenaar waren. Niet te ontkennen viel echter dat hij met beperkte middelen, maar met veel smaak en gevoel voor kwaliteit, een geheel bij elkaar had gebracht dat als zelfstandig museum zonder meer bestaansrecht had. Zo is hij tot aan zijn dood omstreden geweest, bewonderd om zijn grote verdiensten als organisator en ondernemer in kunstzaken, maar evenzeer verguisd om zijn politieke misstappen en zijn dwaalwegen in het kennerschap.

Er bestaan over Hannema talrijke legenden. Het gegeven dat hij ‘fout’ was tijdens de Duitse bezetting maakt het gemakkelijk om achter alles wat hij deed misdadige intenties te veronderstellen. In de pers wordt hij regelmatig opgevoerd als de ‘grootste collaborateur van allemaal’, de enige pro-Duitse museumdirecteur, de man die de ‘entartete Kunst’ uit zijn verzameling weerde, die delen van de collectie-Koenigs en van de collectie-Kröller-Müller aan de Duitsers te koop aanbood, die zich stelselmatig schuldig maakte aan handel in roofkunst, die uit naam van de Führer hoge functies in het museumwezen aannam, die in zijn redes de ‘Germaanse’ identiteit beklemtoonde en die via de Nederlandsche Kultuurraad een gelijkschakeling van het Nederlandse kunst bedrijf nastreefde. Al deze kwalificaties zijn onjuist of overtrokken.

Paradox

In een groot artikel in Vrij Nederland van december 1984, een half jaar na Hannema’s dood, heeft Max Pam gewezen op het paradoxale van Hannema’s houding: hij was een nationaalsocialist die niet hield van Duitsland, die de kunst van het Derde Rijk niet de moeite waard vond om te exposeren, die bij de Duitse intocht in Rotterdam in 1940 uitriep ‘Die schoften!’, die niet bewogen werd door antisemitisme en die vele malen pogingen deed om vervolgden en verzetsmensen te beschermen. Wat betekent het als we zeggen dat zo iemand ‘pro-Duits’ was of ‘sympathie had voor de bezetter’?

Beëdiging van de Gemachtigden van Mussert, Den Haag, 8 februari 1943. Hannema staat op de achterste rij, derde van rechts, als enige niet in uniform. Bron: Hannema, museumdirecteur
Beëdiging van de Gemachtigden van Mussert, Den Haag, 8 februari 1943. Hannema staat op de
achterste rij, derde van rechts, als enige niet in uniform. Bron: Hannema, museumdirecteur

Er is in Nederland veel gediscussieerd over kwesties van ‘goed’ en ‘fout’, eerst over de vraag wie tot welke categorie behoorde, vervolgens over de vraag waar de grens precies moest worden gelegd, daarna over de vraag of een groot deel van de Nederlandse bevolking zich niet aan deze tweedeling onttrok, en ten slotte over de vraag of het wel zin heeft om in deze categorieën te denken. In deze biografie gaat het er niet om Hannema’s gedragingen tijdens de Tweede Wereldoorlog te verontschuldigen. Dat hij op beslissende momenten verwerpelijke keuzes heeft gemaakt en steun heeft verleend aan een onmenselijk politiek systeem staat niet ter discussie. Maar het soort geschiedschrijving dat slechts wil vaststellen of iemand ‘fout’ was ligt nu achter ons.

Motivatie

Interessanter is het onderzoek naar de motivatie. Hoe komt iemand die afkomstig was uit wat destijds de ‘betere kringen’ heette, die een behoorlijke opleiding had gehad en die niet getuigde van bekrompen opvattingen, ertoe om toenadering te zoeken tot een regime dat een groot deel van zijn eigen maatschappelijke waarden wilde vernietigen? Wat voor ervaringen moet iemand doormaken voor hij deze stap neemt? Welke vrijheid heeft iemand, gezien zijn werkkring, zijn familieomstandigheden, zijn materiële en immateriële belangen, om zoiets te beslissen? Door welke toekomstvoorstellingen laat zo iemand zich leiden?

“Hannema was niet onverschillig. Hij was een man met opvallende verdiensten en opvallende gebreken.”

In Hannema, museumdirecteur heb ik geprobeerd op deze vragen, en diverse andere, een antwoord te vinden. Dat ik me allereerst heb gericht op het begrijpen wil, nogmaals, niet zeggen dat ik Hannema tracht te excuseren op de punten waar hij niet te excuseren valt. Mijn uitgangspunt is geweest dat hij de dingen die hij deed, hoe tegenstrijdig vaak ook, welbewust en uit overtuiging heeft gedaan. Twee overwegingen hangen hier direct mee samen. Ten eerste: dit boek is geen bijdrage aan de voorstelling van een ‘grijs verleden’, waarin bijna de hele Nederlandse bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog een beetje ‘goed’ en een beetje ‘fout’ en vooral nogal onverschillig was. Hannema was niet onverschillig. Hij was een man met opvallende verdiensten en opvallende gebreken. Ook al bestaat er natuurlijk een relatie tussen beide, meestal zijn deugd en ondeugd bij hem duidelijk te onderscheiden. Als we de beeldspraak van de kleuren willen volhouden, dan is het beeld dat dit boek oproept naar ik hoop niet ‘grijs’, maar contrast rijk en scherp van tint.

Hannema in museum Boijmans bij de terracotta Christuskop uit de collectie-Domela Nieuwenhuis. Bron: Hannema, museumdirecteur
Hannema in museum Boijmans bij de terracotta Christuskop uit de collectie-Domela Nieuwenhuis. Bron: Hannema, museumdirecteur
Ten tweede: ik geloof niet dat het mogelijk is om bij het bespreken van een onderwerp als dit morele oordelen te vermijden. In de geschiedschrijving is dit hoe dan ook moeilijk, en wanneer het gaat om de Tweede Wereldoorlog is het een onbereikbaar doel. Alleen al de termen die noodzakelijk moeten worden gebruikt: woorden als ‘fascisme’ en ‘nationaalsocialisme’ zijn zozeer beladen met meningen en gevoelens dat zij nooit in neutrale zin kunnen functioneren. Dat hoeft ook niet, wanneer het betoog voldoende nuance en toelichting bevat. Het zorgvuldig afwegen van de waarde van iemands handelingen is iets anders dan het opgelegde vertoon van verontwaardiging dat sommige oudere publicaties kenmerkt. Ik heb overal waar dat aan de orde was duidelijk laten doorschemeren hoe ik over het optreden van mijn hoofdpersoon denk.

Dit boek gaat – het zou haast uit het zicht verdwijnen – voor het grootste deel over beeldende kunst. Carel Blotkamp heeft Hannema onlangs ‘wellicht de beste Nederlandse museumdirecteur uit de eerste helft van de twintigste eeuw’ genoemd. Alleen al in die hoedanigheid verdient hij een biografie. Maar ook zijn omgang met kunst vertoont van begin tot eind grote tegenstrijdigheden. Hannema was een man van smaak die kritisch kon kiezen maar die zich ook gemakkelijk door zijn eigen verbeelding liet meeslepen. Vandaar de ondertitel. ‘Kunst en illusie’ is uiteraard een verwijzing naar het beroemde Art and Illusion van E.H. Gombrich uit 1960. Gombrich doelde op de manier waarop kunst ons een eigen wereld kan voorspiegelen die niet bestaat maar waarin wij toch, zolang wij het beeld voor ogen hebben, willen geloven. In Hannema, museumdirecteur is een van de hoofdthema’s de manier waarop hij, en veel van zijn tijdgenoten, zich lieten beheersen door de illusies die zij koesterden over de kunst en het kunst bedrijf in het algemeen, en over bepaalde kunstwerken in het bijzonder.

Roman en werkelijkheid

Hannema: museumdirecteur - Wessel Krul
Hannema: museumdirecteur – Wessel Krul
Om niet ook zelf aan illusie ten prooi te vallen, ben ik zoveel mogelijk afgegaan op oorspronkelijk archiefmateriaal. Lucette ter Borg schreef alweer vele jaren terug in NRC Handelsblad:

‘Kasteel Het Nijenhuis bij Heino (Overijssel), zijn laatste bewoner en diens hier tentoongestelde verzameling: het zouden met gemak de componenten van een roman kunnen zijn, een spectaculaire roman over collaboratie, kunstvervalsing en gezichtsverlies.’

De verleiding is voorstelbaar, maar ik heb die roman niet geschreven. De werkelijkheid is vaak al wonderlijk en fascinerend genoeg, ook zonder dat er fictionele elementen aan worden toegevoegd. Bovendien was Hannema zelf zozeer verstrikt in denkbeeldige werelden, dat het beter is zijn leven van de buitenkant te bekijken, met nuchterheid en hoogstens zo nu en dan wat ironie. Hannema’s leven begint met een familiegeschiedenis. Het verslag daarvan lijkt misschien wat ver uitgesponnen, maar het is van belang te bedenken dat Hannema sterk gehecht was aan de verhalen over zijn krijgshaftige voorouders en zichzelf zag als behoeder van het familiearchief. Zijn voorvaderen vochten met of tegen Napoleon en vereerden diens nagedachtenis. Daarom verbaast het niet dat Hannema soms over zichzelf dacht als de Napoleon van de Nederlandse museumwereld.

~ Wessel Krul

Boek: Hannema: museumdirecteur -Wessel Krul
Ook interessant: Museumdirecteur Ralph Keuning over Museum de Fundatie

Bestel dit boek bij:

Bestel dit boek bij de Historiek Geschiedeniswinkel

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

1001 vrouwen in de 20ste eeuw - Els Kloek Napoleon - De man achter de mythe (Adam Zamoyski) De rechtvaardigen - Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde (Jan Brokken) Reconquista - Miquel Bulnes Leonardo da Vinci - Sprekende gezichten De bokser - 
Het leven van Max Moszkowicz (Biografie) 80 jaar oorlog - Gijs van der Ham / NTR Het goede leven - Annegreet van Bergen Hitlers Derde Rijk in 100 voorwerpen - Roger Moorhouse De Zonnekoning - Glorie en schaduw van Lodewijk XIV (Johan Op de Beeck)
Gelijk naar geschiedenisboeken over: