Dark
Light

Fake news rond het vertrek van de Oranjes in mei 1940

22 minuten leestijd
Wilhelmina in Londen, februari 1941 in gesprek met met Harry Hopkins
Wilhelmina in Londen, februari 1941 in gesprek met met Harry Hopkins (de persoonlijke gezant van president Roosevelt in Londen). Andere personen van links naar rechts: vice-admiraal Furstner, minister Van Kleffens, prins Bernhard en premier Gerbrandy (Pix Photos London - Nationaal Archief)

Op 9 april 1940 viel nazi-Duitsland Denemarken en Noorwegen aan. De aanval leidde tot grote nervositeit en spanningen in het neutrale Nederland, waar op 28 augustus 1939 al de algemene mobilisatie van het leger was afgekondigd. Uiteindelijk stonden tegen de 300.000 slecht bewapende, matig geoefende Nederlandse militairen klaar om de potentiële Duitse aanval af te slaan. Terwijl de lucht zwanger was van naderend onheil, verscheen in de Nederlandse pers op 8 mei 1940 een bericht dat prinses Juliana een Amerikaans aanbod van veilig onderdak had afgewezen met de stellige belofte:

Onze plaats is hier in Nederland, of er gevaar dreigt of niet. Wij zullen nooit onze post verlaten.

In de vroege uren van 10 mei 1940 begon Fall Gelb, het Duitse militaire initiatief in West-Europa, met de gelijktijdige aanval van Duitse troepen op Nederland, België en Luxemburg. Een paar uur later kreeg minister van Buitenlandse Zaken mr. E.N. van Kleffens bezoek van de Duitse gezant in Den Haag Graf Zech von Burkersroda. Deze verklaarde dat een grote Duitse troepenmacht Nederland was binnengevallen omdat zijn regering over onweerlegbare bewijzen beschikte dat Engelse en Franse troepen op het punt stonden om België, Nederland en Luxemburg binnen te vallen, met voorkennis van de Nederlandse en Belgische regeringen, met als doel een aanval op het Ruhr-bekken. Elk verzet was zinloos volgens Zech.

Duitsland was bereid het Nederlands Europees gebied en de gebieden in de andere werelddelen te waarborgen, net als de dynastie, op voorwaarde echter dat elke tegenstand uitbleef. Zo niet, liep Nederland gevaar zijn grondgebied en politieke bestaan te verliezen. Een verontwaardigde Van Kleffens wees in een schriftelijk antwoord namens de Nederlandse regering de Duitse aantijging van de hand. Met blauw potlood schreef hij:

Gezien de ongehoorde Duitse aanval op Nederland, een aanval begaan zonder enige voorafgaande waarschuwing, was de Nederlandse regering van oordeel, dat thans een staat van oorlog was ontstaan tussen het Koninkrijk en Duitsland.1

Landing van Duitse parachutisten in Den Haag, 10 mei 1940
Landing van Duitse parachutisten in Den Haag, 10 mei 1940 (CC BY 3.0 – Omniversum – wiki)

Na het vertrek van de geëmotioneerde Zech, die nog een handdruk kreeg, liet Van Kleffens de boodschap van de Duitse gezant en zijn antwoord aan koningin Wilhelmina overbrengen via Van Tets van Goudriaan, de directeur van het kabinet der koningin, die hem bezocht. Later die chaotische dag vertrokken Van Kleffens, zijn vrouw Margaret en minister van Koloniën Welter vanaf het strand bij Scheveningen met een lek geschoten watervliegtuigje naar Engeland om bij de Britse regering om militaire hulp te vragen. Dat Welter meevloog was bepaald tijdens een ingelaste ministerraad bij Economische Zaken vanwege het belang van het contact met Indië en de West.

Twee uur later landde het vliegtuigje bij Brighton, waarna Van Kleffens in de daaropvolgende uren en dagen sprak met zijn Britse collega Halifax, koning George VI en de net aangetreden premier Winston Churchill. In de avond van zondag 12 mei, Tweede Pinksterdag, arriveerden prinses Juliana, prins Bernhard, de kleine prinsesjes Beatrix en Irene en enkele vertrouwelingen in Londen, na een avontuurlijke tocht in een gepantserde en geblindeerde auto van de Nederlandse Bank en een boottocht vanuit IJmuiden naar Harwich met de Britse torpedobootjager HMS Codrington. De dag erna weken ook koningin Wilhelmina, in klein gezelschap, via de destroyer HMS Hereward en de nog in Nederland verblijvende ministers aan boord van de destroyer HMS Windsor, uit naar Engeland toen het Nederlandse leger volkomen onder de voet werd gelopen.2

Na het bombardement op Rotterdam en de Duitse dreiging ook de grote steden Utrecht, Amsterdam en Den Haag te bombarderen, tekende opperbevelhebber generaal Winkelman op woensdag 15 mei 1940 de Nederlandse capitulatie, met uitzondering van Zeeuws-Vlaanderen en de overzeese gebiedsdelen.

Aankomst van de Oranjes in Londen:

Tijdgenoten reageerden geschokt op het verpletterende nieuws van de overgave na slechts vijf dagen vechten. Toen bekend werd dat de Oranjes en de ministersploeg naar Engeland waren uitgeweken, terwijl de strijd in het vaderland nog gaande waren, ontstond op dat psychologisch slechte moment jegens hen een verbitterde en verontwaardigde stemming. Het staatshoofd en het kroonprinselijke paar waren grote lafaards en verraders. Maar al gauw zou deze vijandige stemming tegen de Oranjes kenteren.

De Nederlandse regering-in-ballingschap zette vanuit Londen de strijd voort en in het bezette vaderland begon het publiek meer oog te krijgen voor de voordelen van het vertrek. Tijdens de oorlogsjaren groeide koningin Wilhelmina uit tot ‘Moeder des Vaderlands‘ en werd een belangrijk symbool van de strijd tegen de bezetter, die in redevoeringen voor Radio Oranje haar onderdanen regelmatig moed en vertrouwen insprak en elke vorm van samenwerking met ‘de moffen’ verwierp.

Dit artikel vloeit voort uit mijn lopende onderzoek naar oud-minister van Buitenlandse Zaken en Minister van Staat mr. Eelco Nicolaas van Kleffens, dat in de toekomst zal resulteren in de politieke biografie Zoon van Friesland, man van de wereld: mr. E.N. van Kleffens.3 Het stuk is gebaseerd op literatuur- en archiefonderzoek in het Van Kleffens-archief in het Nationaal Archief (NA) Den Haag en de particuliere archieven van koningin Wilhelmina, koningin Juliana en prins Bernhard, welke onderdeel uitmaken van de Koninklijke Verzamelingen (KV) en te raadplegen zijn in het Koninklijk Huisarchief bij Paleis Noordeinde in Den Haag.

Voorzijde van het Koninklijk Huisarchief in Den Haag
Voorzijde van het Koninklijk Huisarchief in Den Haag (CC BY-SA 2.0 – Ferdi De gier – wiki)

Per 1 januari 2024 heeft koning Willem-Alexander de openbaarheidstermijn van de particuliere archieven van het Koninklijk Huis verruimd tot 6 september 1948, waardoor de gehele regeerperiode van koningin Wilhelmina sinds 1898 toegankelijk is voor onderzoek. Ondergetekende heeft in het kader van zijn biografieproject toestemming gekregen voor het raadplegen van genoemde collecties uit de KV.

In het eerste deel van dit stuk worden enkele vooroorlogse aanbiedingen voor een veilig buitenlands verblijf voor de Oranjes en evacuatieplannen besproken. Het tweede deel behandelt eerdergenoemde verklaring van prinses Juliana van 8 mei 1940. Er zal worden betoogd dat de prinses nimmer heeft gezegd dat de Oranjes het vaderland nooit verlaten en dat die verklaring moet worden beschouwd als fake news.

Buitenlandse uitnodigingen en evacuatieplannen

Met het toenemen van de internationale spanningen ontving koningin Wilhelmina verschillende aanbiedingen voor veilig verblijf in het buitenland voor de koninklijke familie. De achterliggende gedachte hierbij was dat de Nederlandse monarchie gecontinueerd kon worden door de troonopvolging veilig te stellen. Zo bevindt zich in het archief van koningin Wilhelmina een persoonlijke uitnodiging van 12 november 1939 van de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt aan de vorstin waarin eerstgenoemde schreef dat hij in deze kritieke dagen4 veel aan haar en het Huis van Oranje moest denken. In geval van een invasie van Nederland zou het voor hem en zijn vrouw Eleanor een groot genoegen zijn om in Washington of het presidentiële buitenverblijf Hyde Park voor prinses Juliana en haar kinderen te zorgen alsof zij leden waren van de Roosevelt-familie.

E.N. van Kleffens, minister van Buitenlandse Zaken, verlaat het departement van Algemene Zaken na een ministerraad in verband met de gespannen internationale toestand, 24 september 1939 (Polygoon)
President Roosevelt verklaarde te willen helpen op elke persoonlijke manier die in zijn macht lag. Hetzelfde aanbod kreeg ook zijn oude vriend de Belgische koning Leopold III met betrekking tot zijn kinderen in geval van een nieuwe invasie van België. Minister Van Kleffens regelde daarop een audiëntie voor de Amerikaanse gezant George A. Gordon bij de koningin, waarin Wilhelmina vroeg haar grote dank over te brengen aan de president en zijn vrouw. Volgens de gezant had het staatshoofd op een bepaald moment zelfs gezegd ‘I really cannot find words to express myself’. En dat uit haar mond!5

Op 19 december 1939, toen het erop leek dat de internationale spanningen wat waren geweken, volgde een nieuwe, handgeschreven persoonlijke brief van Roosevelt. Hierin bood hij aan een kruiser te sturen naar een veilige plek om Wilhelmina’s kleinkinderen en hun moeder Juliana op te pikken om hen naar veilige oorden te brengen – hij noemde het Witte Huis of het buitenverblijf aan de rivier de Hudson -, waar zijn 85-jarige moeder graag voor ze wilde zorgen. De uitnodiging gold niet zozeer Wilhelmina, want Roosevelt schreef:

You, my good friend, I know will want to stick by the ship.

In de brief sprak de Amerikaanse president verder over zijn Nederlandse wortels, zijn eigen kleinkinderen en de gevaren van moderne oorlogvoering. Aan het eind sprak Roosevelt de hoop uit Wilhelmina ooit te ontmoeten en hij memoreerde hoe hij als kind ooit Wilhelmina had gezien in een van de Haagse parken. In haar bedankbrief verklaarde Wilhelmina geraakt te zijn door het aanbod, dat zij en de kinderen zeer waardeerden. Mocht het ergste gebeuren hadden de kinderen al plannen gemaakt om hun kinderen naar een veilige, meer zuidelijke plek te brengen.6

Volgens historicus en oud-directeur van het Koninklijk Huisarchief Flip Maarschalkerweerd bood ook prinses Alice, Wilhelmina’s Engelse nicht, die gehuwd was met Alexander Cambridge, de Earl of Athlone en toekomstig gouverneur-generaal van Canada, meerdere keren een veilige plek in die dominion aan. Een andere optie was uit te wijken naar Frankrijk waar de graaf en gravin (‘tante Alice’) De Kotzebue een toevluchtsoord in de buurt van Parijs boden.7

De route naar een zuidelijke, veilige plek keerde terug in een ongedateerd, zeer geheim evacuatieplan dat zich bevindt in het particuliere archief van prins Bernhard. Dit Memorandum evacuatie Koninklijk Huis onderscheidde twee mogelijkheden: een plotselinge oorlogstoestand (overval); en een na grote internationale spanningen tenslotte ingetreden oorlogstoestand. In beide gevallen moest worden uitgeweken naar een Nederlandse haven, vliegveld of plaats ten zuiden van de grote rivieren, van waaruit Juliana, Bernhard en de prinsesjes naar het buitenland kon worden geëvacueerd. In alle gevallen moest paleis Soestdijk zo spoedig mogelijk worden verlaten.8

Paleis Soestdijk in 1945
Paleis Soestdijk in 1945 (CC0 – Anefo – wiki)

In het particuliere archief van koningin Juliana bevindt zich een ander ongedateerd evacuatieplan dat, in rood geschreven, uit twee fasen bestond: een eerste fase van Soestdijk naar het zuiden (‘ergens bij Tilburg Breda’); en een tweede fase van het zuiden naar het buitenland. Bij de eerste fase stonden allerlei vragen genoteerd als:

Wanneer?; Bij telegram N? of al vroeger? Wie gaat er?; Alleen kinderen plus zooveel mogelijk aanhang die mee moet? Blijven J B nog op Soestdijk? Tot wanneer?

Bij de tweede fase vragen als:

Waar naar toe? West-Indië? Wanneer? Evtl. kinderen direct zonder oponthoud in het zuiden?

De achterzijde vermeldde dat de organisatie van de evacuatie van het Koninklijk Huis onder leiding van de Chef-Generale Staf moest staan, in medewerking met de Chef marine- en luchtmachtstaf en vooral ‘Niet onder leiding Kabinet Min.President.’ Op een ander los velletje staat in groen geschreven bij de eerste fase naar het zuiden de notitie ‘maakt helemaal geen opzien’ en bij fase twee…

…evacuatie naar buitenland niet later dan bij uitbreken oorlog. Kon fase één eventueel al eerder? En bij fase twee waar naar toe in eerste instantie? De West? Met of zonder tussenfase? Evacuatie over land was met militaire escorte onmogelijk, dat kon alleen incognito met eigen auto’s. Alles moest in handen zijn militairen, NIET in handen v. Fock.9

Van prinses Juliana’s hand is in haar archief ook een klein lijstje aangetroffen van spulletjes die in ieder geval mee moesten:

…pas(sen); geld enveloppe Handel Mij; blauwe tasch; bijoux (groote, uit kastje, & zilveren doos); eenige kleeren; kinderbagage & speelgoed; reismandje Ireen; leeren portretjes, dagboek enz.; woordenboeken; adresboek; lectuur; sleutels; gasmaskers.

Prinses Juliana verlaat een auto in Londen, 1940
Prinses Juliana verlaat een auto in Londen, 1940 (CC0 – Anefo)

Dit laatste item was in potlood toegevoegd.10 In die tijd liep in Londen iedereen met een gasmasker rond, zelfs kleine kinderen, uit vrees voor Duitse aanvallen met gifgassen tegen de bevolking. De ‘respirator’ was een onontkoombaar onderdeel van het dagelijks leven in Groot-Brittannië tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Alle plannenmakerij ten spijt was het na de Duitse inval door de gevechtshandelingen niet goed mogelijk weg te komen richting het zuiden want vluchtroutes waren afgesneden. Van Nederlandse vliegvelden was het nauwelijks mogelijk op te stijgen en de vliegtuigen die er waren, namen al deel aan de strijd. De Duitsers wierpen ook mijnen af in de havens. Treinen naar België reden niet meer en op de Nederlandse en Belgische wegen was de kans groot op opstoppingen door het militaire verkeer.

Op dat chaotische moment, onder grote tijdsdruk, terwijl er allerlei gevechtshandelingen plaatsvonden, ontstond bij minister Van Kleffens het denkbeeld om vanaf het strand van Scheveningen, dat een paar kilometer van het departement van Buitenlandse Zaken lag, met een watervliegtuig naar Engeland te vertrekken. Uiteraard waren er in de vooroorlogse neutraliteitsjaren contacten geweest met de Britse en Franse militaire autoriteiten om de mogelijkheden te verkennen voor het geval dat nazi-Duitsland zou aanvallen. Dit was volgens Van Kleffens in wezen geen inbreuk op de Nederlandse neutraliteit, aangezien het betrekking had op een fictieve situatie, waarin die neutraliteit door een Duitse aanval al zou zijn geschonden en niet meer zou bestaan. In dat licht is er ook gesproken met het Britse Foreign Office en vandaar dat de komst van de Codrington, de Hereward en de Windsor geen verrassingen waren.

HMS Hereward, het schip waarmee koningin Wilhelmina het land verliet.
HMS Hereward, het schip waarmee koningin Wilhelmina het land verliet. Foto uit 1939

Goede politiek – staatsmansinzicht zo men wil – vereiste dat rekening werd gehouden met de eventualiteit van een Duitse overval, zonder met zekerheid te durven zeggen dàt die aanval zou komen, noch wanneer. Daarnaar had Van Kleffens gehandeld in de neutraliteitsperiode, toen nazi-Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden nog bevriende mogendheden waren. Plannen maken, al was het maar in grote lijnen, hoorde daarbij. Dat deden niet alleen het ministerie van Buitenlandse Zaken maar ook andere departementen en elke generale staf van leger, marine, of luchtmacht, in elk land. Dat gebeurt in alle landen nog steeds en ook binnen de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), die in 2024 vijfenzeventig jaar bestaat.11

De memoires van koningin Wilhelmina
De memoires van koningin Wilhelmina: Eenzaam maar niet alleen
Het bekende verhaal uit Wilhelmina’s memoires Eenzaam maar niet alleen, dat zij naar Hoek van Holland afreisde en daar een Engelse jager aantrof, ‘die voor vertrek gereed lag’, wekt de indruk dat er toeval in het spel was. Maar dat is op grond van Britse documenten niet aannemelijk.12 Verschillende auteurs hebben de afgelopen jaren deze voorstelling afgewezen.13 Wilhelmina-biograaf Fasseur bestempelde het vertrek van de koningin achteraf als het enig juiste besluit in de uitzonderlijke oorlogsomstandigheden. De Grondwet, die in artikel 21 zetelverplaatsing naar het buitenland ‘in geen geval’ toestond, gold voor vredes- en niet voor oorlogstijd.

Fasseur wees op het lot van koning Leopold III die in België bij zijn verslagen leger achterbleef, een toeschietelijke, collaborerende houding tegenover de bezetter aannam en later in Duitse krijgsgevangenschap geraakte. Leopold werd na de oorlog de paria van de Europese vorstenhuizen en zijn land werd door de ‘Koningskwestie’ tot op het bot toe verdeeld, die bijna tot een burgeroorlog leidde.14

Toen Wilhelmina op 13 mei op het station in Londen aankwam, wachtten de Britse koning George VI en (toenmalige) koningin Elizabeth haar op. Van Kleffens was daar ook en kreeg na de vorstelijke ontvangst van Wilhelmina te horen: ‘Ik verwacht u straks op het paleis’.

Op Buckingham Palace, waar de koningin haar intrek nam, stelde Van Kleffens toen een koninklijke proclamatie op waarin duidelijk werd gemaakt waarom de regering was gevlucht en dat de strijd doorging. De toonzetting van het document was ferm, de landgenoten werd moed ingesproken en er werd verwezen naar eerdere rampen uit het verleden, waarna het vaderland óók was herrezen. De proclamatie eindigde met de woorden:

Dispereert niet. Doet allen wat U mogelijk is in ’s Lands welbegrepen belang. Wij doen het Onze. Leve het Vaderland.15

De verklaring was Van Kleffens’ idee en Wilhelmina heeft hem daarvoor na de oorlog in haar gesprekken met De Jong alle credits gegeven.16 Margaret van Kleffens bezocht die dag voor een half uur Juliana die bij oud-gezant De Marees van Swinderen logeerde. Zij overhandigde de prinses een bos oranje rozen met dito lint en vond haar gezien de omstandigheden ‘verbazingwekkend kalm’.

De daaropvolgende dagen en weken voerde Van Kleffens allerlei gesprekken met de Oranjes over het veiligstellen van de Nederlandse monarchie. Tegen de achtergrond van de enorm snelle opmars van het geoliede nazi-leger in West-Europa, de Blitzkrieg, moest rekening worden gehouden met een Duitse aanval op Groot-Brittannië, een eventuele Britse nederlaag en zelfs het wegvallen van koningin Wilhelmina.

Juliana en Bernhard met de prinsesjes in Ottawa, 1943
Juliana en Bernhard met de prinsesjes in Ottawa, 1943 (CC0 – Anefo – wiki)

Verschillende scenario’s over blijven, dan wel verplaatsen naar een andere geallieerde bondgenoot, Indië of de West zijn in die onzekere tijd besproken. Uiteindelijk werd afgesproken dat als het slecht zou gaan met de oorlog, men in Engeland moest blijven en pas op het laatste moment, eventueel met de Engelse regering, zou uitwijken naar een ander geallieerd land.

Maar in ieder geval moesten Juliana en de prinsesjes ver weg, op een veilige afstand, worden gebracht. De keuze viel op Canada, het geallieerde Britse dominion, waar Juliana eventueel de koninklijke macht zou kunnen uitoefenen mocht er iets gebeuren met haar moeder, zo liet Van Kleffens de Amerikaanse Secretary of State Cordell Hull telefonisch op 28 mei 1940 weten.17 Op dat kritieke moment werden meer dan 300.000 omsingelde Britse en Franse troepen op wonderbaarlijke wijze met allerlei schepen en boten geëvacueerd uit Duinkerken.

‘Wij zullen nooit onze post verlaten’

In De Telegraaf, die in de beeldvorming over de Tweede Wereldoorlog hét symbool is geworden van de foute krant die heulde met de bezetter en die na de oorlog als gevolg van de perszuivering een dertig jaar lang verschijningsverbod kreeg (het zouden er uiteindelijk vier worden), verscheen op 8 mei 1940 het volgende opvallende bericht:

Het Huis van Oranje verlaat zijn post nooit

AMERIKAANSCH AANBOD AFGEWEZEN

Een aanbod van den in Nederland geboren schrijver Hendrik van Loon om zijn huis op Long Island als toevluchtsoord ter beschikking te stellen van het Nederlandse koningshuis, in geval Nederland zou worden binnengevallen, is op hoffelijke, maar besliste wijze afgewezen.

De heer Van Loon heeft, zoo meldt de Daily Telegraph uit de Amerikaanse stad Greenwich, in antwoord op zijn telegram, een schrijven van prinses Juliana ontvangen, waarin zij namens Haar Moeder en prins Bernhard zegt, dat de schrijver als een geboren Nederlander en een student in de Nederlandse geschiedenis behoorde te weten, dat vijf eeuwen lang het Huis van Oranje voor geen enkel gevaar op de vlucht is geslagen. “Onze plaats is hier in Nederland,” zoo voegde de prinses er aan toe “of er gevaar dreigt of niet. Wij zullen nooit onzen post verlaten.”

Een kleine speurtocht met de bekende zoekmachine Delpher laat zien dat kranten als De Volkskrant, het Nieuwsblad van Friesland, de Winschoter Courant, De Courant/Het Nieuws van den Dag, het Dagblad van Noord-Brabant en allerlei kleinere bladen op 9 en 10 mei 1940 het opvallende bericht overnamen.

Toen bij het publiek bekend werd dat de Oranjes waren vertrokken, hetgeen zoals gezegd veel kwaad bloed zette, werd ook vaak gerefereerd aan het Telegraaf-bericht. Het Nationale Dagblad, de krant van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), deed het op 6 mei 1941 nog eens dunnetjes over toen in Berlijn bekend werd dat er ‘bewijs’ voor het vertrek van de koninklijke familie was gevonden.

Het bewuste bericht in De Telegraaf van 8 mei 1940
Het bewuste bericht in De Telegraaf van 8 mei 1940 (Delpher)
Het Telegraaf-bericht is de Oranjes altijd blijven achtervolgen, tot op de dag van vandaag. Uiteraard haalt ook de veel over het Oranjehuis publicerende historicus Gerard Aalders het Telegraaf-artikel in zijn Wilhelmina-biografie uit 2018 aan. Volgens hem gaf Juliana hierin blijk van ‘pijnlijke onbekendheid’ met haar familiegeschiedenis. Na te hebben gewezen op de vlucht van Willem de Zwijger voor de Hertog van Alva in 1567 en die van stadhouder Willem V en zijn familie naar Engeland in 1795, kwam hij uit bij koningin Wilhelmina, over wie de ‘republikein van het jaar 2018’ smalend opmerkte dat zij het ‘traditionele vluchtgedrag van de Oranjes’ had voortgezet.

Een minder activistisch historicus als Maarschalkerweerd voerde recent nog het Telegraaf-bericht op en vroeg zich serieus af of Juliana’s docenten vaderlandse geschiedenis haar soms de vlucht van de stadhouderlijke familie voor het Franse leger in 1795 hadden onthouden? Hij vond Juliana’s woorden misschien wel begrijpelijk om in die dreigende situatie de bevolking een hart onder de riem te steken, maar niet verstandig. Toch leek de oud-directeur van het Koninklijk Huisarchief niet helemaal zeker van zijn zaak te zijn, want koningin Wilhelmina had volgens hem in augustus 1940 tegen de Luxemburgse groothertogin Charlotte gezegd dat het een verzinsel was, uitgedacht door de Duitse propaganda. Wilhelmina-biograaf Fasseur nam prinses Juliana in bescherming en verzuchtte ‘Wat had ze anders moeten zeggen?’18 Maar wat als Juliana nooit heeft gezegd dat een Oranje niet vlucht?

Fake news

In het Nationaal Archief in Den Haag bevindt zich in het Van Kleffens-archief, dat inmiddels volledig openbaar is, een dik dossier waaruit Van Kleffens grote bemoeienis met Loe de Jongs geschiedschrijving Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog blijkt. Vanaf het begin is Van Kleffens bij dit grote project, dat de beeldvorming van het Nederlandse volk over de bezettingsjaren zou domineren, betrokken geweest: in eerste instantie als vraagbaak en later als meelezer van conceptteksten en -hoofdstukken van de dertiendelige reeks met zevenentwintig banden.

Loe de Jong in 1979
Loe de Jong in 1979, tijdens de presentatie van het negende deel van de boekenreeks Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (CC0 – Koen Suyk / Anefo)
De correspondentie maakt duidelijk dat De Jong altijd veel waarde hechtte aan Van Kleffens’ kritische opmerkingen, mededelingen, suggesties en correcties. De toenmalige directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (tegenwoordig NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies) was onder de indruk van de mondaine Minister van Staat, zeker toen Van Kleffens op een bepaald moment nog de enig resterende oud-minister uit de Londense oorlogskabinetten was. Als Van Kleffens-biograaf vind ik het knap dat hij zo scherp en snel inzag dat De Jongs geschiedschrijving bij het publiek het beeld van Nederland in de oorlogsjaren zou vestigen. In mijn toekomstige biografie van Van Kleffens zal ik vooral stilstaan bij zijn invloed op deel 9 dat handelt over de Londense ballingschap.19

Op 9 mei 1969 legde De Jong de kwestie van het Telegraaf-artikel van 8 mei 1940 aan Van Kleffens voor. De Jong schreef dat bij hem de vraag was gerezen of (inmiddels) koningin Juliana destijds in die geest een telegram aan Van Loon had geschreven en dat hij die vraag kortgeleden aan haar had voorgelegd.

Juliana liet daarop een onderzoek verrichten in het archief van het kabinet der koningin en in het Koninklijk Huisarchief, die beide niets opleverden. De vorstin had De Jong laten weten dat zij…

…het uitgesloten achtte dat zij de aangehaalde woorden gebruikt heeft: zij vond ze veel te theatraal. Het was haar bekend dat zij, als de Duitsers zouden aanvallen, met haar kinderen zou uitwijken: reden te meer om niet in de aangehaalde bewoordingen aan Van Loon te schrijven. De koningin achtte het wel mogelijk dat zij op een telegram van Van Loon geantwoord heeft, maar dat zou zij dan veel gereserveerder hebben gedaan.

Hendrik Willem van Loon
Hendrik Willem van Loon (Underwood & Underwood)
De Jong vroeg aan Van Kleffens wat hij ervan wist. Was het mogelijk dat Van Loon, dan wel de verslaggever van de Daily Telegraph het antwoord had aangedikt? Mocht het eerste kloppen, had de koninklijke familie volgens hem reden tot ernstige ontstemming. Daartegenover stond dat Van Loon in de oorlogsjaren nogal wat brieven aan de koningin had gestuurd. De Jong eindigde zijn brief met de opmerking dat hij ook in de Verenigde Staten onderzoek liet doen.20

Nadat ondergetekende eerder op het NA over deze kwestie niets had aangetroffen in het kabinet van de koningin, dat volledig openbaar is voor de oorlogsjaren, heb ik kortgeleden in de KV in het archief van koningin Juliana het Van Loon-dossier kunnen bekijken en de speurtocht nog eens mogen herhalen. De historicus, journalist, auteur, tekenaar en boekillustrator Hendrik Willem van Loon stond bij leven bekend als Amerika’s beroemdste Nederlander.21

Het is een prachtig dossier met een uitvoerige correspondentie vanuit Old Greenwich, Connecticut, met allerlei karikaturen, tekeningen, initiatieven voor radio-uitzendingen over het vaderland in de VS, plannen voor het drukken van Nederlandse kerstmiskaarten, aankondigingen van boeken over de Nederlandse geschiedenis, berichten over de Roosevelts wier huisvriend Van Loon was, etc. Het dossier maakt duidelijk hoezeer Van Loon zich tot aan zijn overlijden in 1944 inzette voor de Nederlandse zaak in de Verenigde Staten. Prinses Juliana genoot menig uurtje van de kunst die troost bracht en ook de prinsesjes vonden de tekeningen prachtig.

Maar het dossier bevat geen enkele verwijzing naar een aanbod voor een toevluchtsoord op Long Island of een afwijzing daarvan door de prinses zoals het Telegraaf-artikel van 8 mei 1940 suggereerde. Overigens deed Van Loon wel een aanbod voor een kist met appels die hij naar Ottawa stuurde, want hij beschikte over een appelboomgaard in Vermont en hij vond het belangrijk dat de kinderen en de prinses appels aten.22 Het onderzoek dat koningin Juliana in het Koninklijk Huisarchief liet uitvoeren, waarover De Jong in zijn brief sprak, heb ik (uiteraard) niet kunnen nagaan omdat de particuliere archieven van Wilhelmina, Juliana en Bernhard van na 6 september 1948, welke onderdeel uitmaken van de KV, nog niet openbaar zijn.

Minister Van Kleffens in Londen
Minister Van Kleffens in Londen (Anefo)
Terug naar de correspondentie Van Kleffens-De Jong. Drieënhalve maand later kwam De Jong met een update. Hij had inmiddels contact gehad met Van Loons zoon in de Verenigde Staten, die het archief van zijn vader beheerde. Deze had verteld dat er geen brief- of telegramwisseling uit april of begin mei 1940 aanwezig was. Van Loon had op 3 september 1939 het bedoelde asiel aangeboden in een telegram aan…Hendrikus Colijn (!). De oud-premier, wiens vijfde kabinet de maand ervoor was gevallen, had op 6 september 1939 dat aanbod afgeslagen in een brief, vermoedelijk zonder de koninklijke familie te raadplegen.

Volgens De Jong had Van Loon het asielaanbod herhaald in een telegram aan Juliana te Londen op 13 mei 1940, waarin hij spreekt van ‘repeating former offer’. Dat ‘offer’ stond in enkelvoud en niet in meervoud, merkte De Jong fijntjes op. Volgens hem was het volgende gebeurd:

Van Loon heeft in een gesprek met een journalist verteld van zijn aanbod van september 1939 en daar als zijn eigen vermoeden bij uitgesproken dat het Huis van Oranje Nederland nooit zou verlaten; de journalist, die wellicht slecht geluisterd heeft, heeft de zaak nog wat opgewerkt tot het bericht, dat in ‘The Daily Telegraph’ en vervolgens in ‘De Telegraaf’ verschenen is.23

In deel 3 van het Koninkrijk der Nederland over de meidagen van 1940, dat in 1970 verscheen, keerde deze voorstelling grotendeels terug – de eerdere woorden en het oordeel van koningin Juliana ontbraken – met de toevoeging…

…dat in de weergave van het gesprek van de correspondent van het Londense blad met de exuberante van Loon het aanbod van 3 september 1939 en enkele algemene beschouwingen, door van Loon ten beste gegeven, opgesierd zijn tot wat men ‘een fijn verhaal’ vindt.24

Het bericht dat prinses Juliana aan de vooravond van de oorlog een Amerikaans aanbod voor onderdak had afgewezen met de woorden dat het Huis van Oranje zijn post nooit verlaat, dat in De Telegraaf verscheen, een pro-Duitse krant die in de oorlogsjaren volledig onderuit zou gaan, is dus een voorbeeld van desinformatie verhuld als schijnbaar nieuws. Het bericht dat de Oranjes tot op de dag van vandaag achtervolgt, is nepnieuws. Fake news is van alle tijden en zeker ook van 8 mei 1940.

Noten

1 – E.N. van Kleffens, Belevenissen, I (Alphen a/d Rijn 1980) 330-331. Vgl. ook Van Kleffens boekje The Rape of the Netherlands (Londen 1940) dat in artikelvorm in The Daily Telegraph was verschenen en nadien in de Verenigde Staten werd uitgebracht als Juggernaut over Holland (New York 1941).
2 – Voor historische beelden van de aankomst van de Oranjes in Engeland: Princess Juliana In London (youtube.com) (geraadpleegd 6/5/2024).
3 – Vgl. mijn eerdere Michael Riemens, ‘Majesteit, U kent het werkelijke leven niet’: de oorlogsdagboeken van minister van Buitenlandse Zaken mr. E.N. van Kleffens (Nijmegen 2019).
4 – Op 9 november 1939 waren nabij de grens bij Venlo twee Britse en een Nederlandse geheim agenten door de Duitse Sicherheitsdienst op gewelddadige wijze ontvoerd. Het Venlo-incident werd gevolgd door het sterke gerucht dat Nazi-Duitsland Nederland op 12 november zou aanvallen, waarop alle militaire verloven werden ingetrokken.
5 – Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, Archief: Wilhelmina Helena Paulina Maria, koningin der Nederlanden (1898-1948), prinses van Oranje-Nassau (1880-1962), inventarisnummer A50, VIIb-v-02a, Roosevelt aan Wilhelmina, 11/11/1939; Roosevelt aan Leopold III, 11/11/1939; G.A. Gordon aan Roosevelt, 14/11/1939 (citaat). In idem, VVb-v2-09 bevindt zich Roosevelts telegram aan Wilhelmina gedateerd 12/11/1939.
6 – KV Archief: Wilhelmina, koning der Nederlanden, prinses van Oranje-Nassau (1880-1962), inv.nr. A50, VIIb-v-02a, Roosevelt aan Wilhelmina, 19/12/1939 (citaat) en Wilhelmina aan Roosevelt 07/02/1940. Wilhelmina-biograaf Cees Fasseur noemde Roosevelts brieven ook in zijn boek Wilhelmina. Krijgshaftig in een vormeloze jas (Amsterdam 2003) 269.
7 – Flip Maarschalkerweerd, De achterblijvers. Het hof na de vlucht van Wilhelmina 1940-1945 (Amsterdam 2023) 27. Over tante Alice, geb. Allene Tew, die de peetmoeder van de latere koningin Beatrix was zie Annejet van der Zijl, De Amerikaanse prinses (Amsterdam 2015).
8 – Nummer 2 van in totaal 5 exemplaren, gemarkeerd zeer geheim/persoonlijk bevindt zich in: Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, Archief: Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godfried Pieter (1911-2004), prins der Nederlanden, prins van Lippe-Biesterveld, inventarisnummer A53, XIX-05. Maarschalkerweerd voerde het memorandum in een nootje achterin in zijn boek op (zie: Maarschalkerweerd, De achterblijvers, 420 (noot 6)), wat hij wel vaker doet. Zo ontstond bij het verschijnen van zijn boek enorme ophef in binnen- en buitenland over de originele NSDAP-lidmaatschapskaart van de prins, die hij had aangetroffen in Bernhards archief. In mijn eerdere Historiek-artikel ‘Oorlogskabinet wist al sinds augustus 1944 van prins Bernhards NSDAP-lidmaatschap’ heb ik laten zien dat het hierbij om oud nieuws ging. Over prins Bernhard: Dick van der Meulen, Bernhards oorlog. Het leven van een prins in ballingschap (Amsterdam/Antwerpen 2022).
9 – Stukken in Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, Archief: Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina, koningin der Nederlanden (1948-1980), prinses van Oranje-Nassau (1909-2004), inv.nr. A52, 1307. Over Juliana: Jolande Withuis, Juliana. Vorstin in een mannenwereld (Amsterdam/Antwerpen 2016).
10 – KV Archief: Juliana, koningin der Nederlanden, prinses van Oranje-Nassau (1909-2004), inv.nr. A52, 1308.
11 – In ‘Zoon van Friesland, man van de wereld’ zal ik laten zien dat Van Kleffens (destijds Nederlands ambassadeur te Washington) als een van ‘founding fathers’ van de NAVO moet worden beschouwd.
12 – Wilhelmina, Eenzaam maar niet alleen (Amsterdam 1959) 275. In zijn memoires vermeldt Loe de Jong dat de koningin tijdens een van hun gesprekken het woord toeval gebruikte, maar zichzelf toen meteen corrigeerde met de woorden ‘nee, dat is onjuist: er gebeurt niets bij toeval’, waarop De Jong zei ‘laat ons dan zeggen: door een samenloop van omstandigheden.’ L. de Jong, Herinneringen II (Amsterdam 1996) 129. Over hem: Boudewijn Smits, Loe de Jong 1914-2005. Historicus met een missie (Amsterdam 2014).
13 – Het meest extreme voorbeeld is Gerard Aalders, Wilhelmina. Mythe, fictie en werkelijkheid (z.p. 2018), die in deze en andere publicaties zijn afkeur voor het Nederlands koningshuis en voorkeur voor de republikeinse staatsvorm niet onder stoelen of banken steekt. In genoemd jaar werd hij zelfs door het Republikeins Genootschap uitgeroepen tot ‘republikein van het jaar’.
14 – Fasseur, Wilhelmina, 12, 20-24.
15 – ‘Dispereert niet’ was ontleend aan de bekende uitspraak van Jan Pieterszoon Coen, de stichter van Batavia (het tegenwoordige Jakarta) en kan vrij vertaald worden naar ‘heb geen wanhoop’.
16 – De Jong, Herinneringen, II 108-109, 126; vgl. Fasseur, Wilhelmina, 279-280.
17 – De Verenigde Staten waren op dat moment nog neutraal. Zie Withuis, Juliana, 235 en aldaar in noot 36. Vgl. KV Archief: Wilhelmina, koning der Nederlanden, prinses van Oranje-Nassau (1880-1962), inv.nr. A50, VIIa-32, Juliana aan Wilhelmina 13/3/1941 (brief 34), waarin de prinses refereert aan de gemaakte afspraken in mei 1940.
18 – Aalders, Wilhelmina, 115-116 (citaten); Maarschalkerweerd, De achterblijvers, 27, 41-42; Fasseur, Wilhelmina, 269 (citaat). Uiteraard is men vrij om te spreken van ‘vlucht’, maar door de pejoratieve betekenis en de plannen die er lagen (ongetwijfeld waren er meer) prefereer ik ‘vertrek’.
19 – NL-HaNa, Kleffens, van, 2.05.86, inv.nr. 289. In het recente proefschrift van Evert-Jan Govaers, Ministers van Staat. Onbekend en bemind; van podium naar de coulissen (Hilversum 2024) 78, wordt Van Kleffens met bijna 33 jaar (van 4 juli 1950 tot 17 juni 1983) de langst dienende Minister van Staat uit de Nederlandse geschiedenis genoemd.
20 – NL-HaNa, Kleffens, van, 2.05.86, inv.nr. 289, De Jong aan Van Kleffens 9/5/1969 (citaat). A. Pelt (hoofd van de Regeringspersdienst te Londen 1940-1945) en N.A.C. Slotemaker de Bruïne (directeur van het Netherlands Information Bureau te New York) ontvingen dezelfde brief.
21 – Ontleend aan: Cornelis A. van Minnen, Amerika’s beroemdste Nederlander. Een biografie van Hendrik Willem van Loon (Amsterdam 2005).
22 – Stukken in KV Archief: Juliana, koningin der Nederlanden, prinses van Oranje-Nassau (1909-2004), inv.nr. A52, XXb-30. Ook het Van Loon-dossier in idem, A52a-377 bevat niets.
23 – NL-HaNa, Kleffens, van, 2.05.86, inv.nr. 289, De Jong aan Van Kleffens 22/8/1969.
24 – L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, 3 Mei 1940 (’s-Gravenhave 1970) 337.
×