De Grimbergse Oorlogen (1141-1159)

Begin twaalfde eeuw liepen de spanningen hoog op tussen de Berthout’s, een adellijk geslacht dat heerste over de “Seigneurie van Grentberghis” (de middeleeuwse Oudnederlanse benaming voor de huidige Vlaams-Brabantse gemeente Grimbergen) en het landgraafschap Brabant, dat als Duits rijksleen toebehoorde aan de graven van Leuven. Het conflict deinde de daaropvolgende jaren verder uit en gedurende bijna twee decennia vonden tussen beide partijen geregeld schermutselingen, veldslagen en belegeringen plaats. Die gebeurtenissen gingen de geschiedenis in als de “Grimbergse Oorlogen”.

Wapen van het riddergeslacht Berthout
Wapen van het riddergeslacht Berthout
Een historische schets van deze turbulente periode die uiteindelijk in 1183 leidde tot het ontstaan van het hertogdom Brabant waarvan Brussel het machtscentrum zou worden:

Het begin van de machtsstrijd

De heerlijkheid Grimbergen, een leengoed van het landgraafschap Brabant, vormde samen met Mechelen en enkele omliggende gemeenten tegen het einde van de elfde eeuw een personele unie. Het gebied omvatte grosso modo de regio tussen de rivieren Schelde, Rupel en Dender. Aangenomen wordt dat het ene Gauthier Berthout was die na zijn deelname aan de Eerste Kruistocht (1096-1099) het bezit verwierf over deze landstreken.

Om zich te onttrekken aan de invloed van de graven van Leuven en tezelfdertijd zijn positie als Heer van Grimbergen te verstevigen, zocht Gauthier steun bij Obertus, de prins-bisschop van Luik. In ruil voor diens bijstand en bescherming verleende Gauthier zijn toestemming om op zijn grondgebied een abdij op te richten. Tegelijk kon hij hiermee ook op de steun rekenen van paus Paschalis II (ca. 1050-1118). Dit alles werd door Godfried I, de graaf van Leuven, met lede ogen aangezien en toen Gauthier ook nog besloot om tolrechten te heffen op het platbodemverkeer dat de Zenne op- en afvaarde, was de verstandhouding tussen beiden goed zoek.

Een onafwendbare escalatie

In 1120 kwam Gauthier Berthout te overlijden en werd hij door zijn zoon Arnould I (ca. 1085-1147) opgevolgd. Deze zette de politiek van zijn vader voort en slaagde er zelfs in om gewapenderhand enkele gebieden op de naburige heerlijkeid Mol te veroveren, waardoor hij zich als een machtige opponent van Godfried I kon profileren. Deze laatste werd na zijn overlijden in 1139 opgevolgd door zijn zoon Godfried II die echter vroegtijdig kwam te overlijden. Het was diens amper tweejarige en dus minderjarige telg, Godfried III, die onder het voogdijschap van zijn moeder Lutgardis de nieuwe graaf van Leuven en landgraaf van Brabant werd.

Arnould zag hierin zijn kans schoon om openlijk te rebelleren tegen het gezag van de jonge graaf en weigerde deze als zijn leenheer te erkennen. Het al lang sluimerend conflict mondde hierdoor uit in wat later de “Grimbergse Oorlogen” zou worden genoemd.

Beleg van het kasteel van Netelare en de plundering van Vilvoorde

Kort daarna viel Arnould met een troepenmacht het landgraafschap binnen en belegerde er het kasteel van Netelare, een versterkte burcht nabij Vilvoorde, dat in die tijd nog een dorp was ten noorden van Brussel. Het kasteel werd grotendeels verwoest en ook de dorpsbewoners van het naburige Vilvoorde moesten het zwaar ontgelden. Een reactie liet niet lang op zich wachten. In de Slag bij Ransbeek (1142) bracht een Brabantse strijdmacht Arnould een gevoelige nederlaag toe. Het gewapend treffen zorgde weliswaar een poos lang voor enige rust in de regio maar belette beide partijen niet om enige tijd later hun geschil verder uit te vechten.

In 1155 wist Godfried III zijn machtspositie te versterken door te trouwen met Margaretha (ca. 1135-1172), de dochter van Hendrik II, graaf van Limburg en Aarlen. Toch zou het nog tot 1159 duren alvorens hij erin slaagde om de motteburcht van de heren van Grimbergen in te nemen, hetgeen meteen ook het definitieve einde betekende van de droom die de Berthouts koesterden om zich los te scheuren van het landgraafschap Brabant.

Rijmdicht over de Grimbergse Oorlog  (1852-1854) - Bron: dbnl.org
Rijmdicht over de Grimbergse Oorlog (1852-1854) – Bron: dbnl.org
De gebeurtenissen uit deze woelige periode werden in de veertiende eeuw door een onbekende kroniekschrijver uitvoerig verhaald in een episch rijmdicht, dat op een geromantiseerde wijze de overwinning van Godfried III op de heren van Grimbergen in de verf zette.

De verdere geschiedenis

Godfried III ontpopte zich in de daaropvolgende jaren tot een verstandig heerser die aan de steden in zijn graafschap verscheidene vrijheden en stadsrechten verleende. Daarnaast wist hij achtereenvolgens de controle te verwerven over de graafschappen Aarschot, Geldenaken en Duras. In 1180 breidde hij zijn macht nog verder uit door na de dood van zijn eerste echtgenote te hertrouwen met Imana, de dochter van Lodewijk I, de graaf van Loon. Met die aanzienlijke gebiedsuitbreidingen en doordachte huwelijkspolitiek vormde hij de basis voor het latere hertogdom Brabant, waarover zijn zoon Hendrik I (ca. 1165-1235) zou regeren.

~ Rudi Schrever
Brusselse stadsgids | Rondleidingen op aanvraag | rudi.schrever@skynet.be

Overzicht van boeken over de Middeleeuwen


Archiefstukken:

Meer tips ➱

Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister