Week van de koloniale geschiedenis
Dark
Light

Hoge ogen, lage streken – Dobbelstenen in Bruegels Boerenbruiloft

7 minuten leestijd
Dobbelstenen in Bruegels Boerenbruiloft
Dobbelstenen in Bruegels Boerenbruiloft

De naam Pieter Bruegel roept beelden op van vrolijke, soms wat losbandige of zelfs gewelddadige boeren- en kermisfeesten. De placemat met de iconische boerenbruiloft heeft iedereen wel eens onder zijn bord aangetroffen, meestal in een gezellig pannenkoekenrestaurant. Deze taferelen vormen maar een klein deel van Bruegels oeuvre, maar mede door de vele kopieën of aanverwante thema’s van zijn zoon Pieter de Jonge, is toch het imago van de ‘Boeren Bruegel’ ontstaan.

de dobbelstenen. Eén op de grond en één naast de snuit van de hond
de dobbelstenen. Eén op de grond en één naast de snuit van de hond
Het is lastig om nog onbevangen naar die taferelen te kijken, omdat ze zo overbekend zijn. Toch vallen na uitvergroting op een laptop of tablet details op, die normaal in de overdaad aan beelden en figuren uit het zicht verdwijnen. Zo valt het oog ineens op een dobbelsteen. Hij ligt onder een wastobbe waarop een man zit, gekleed in een modieus zwart kostuum. De zichtbare ogen van de dobbelsteen tellen op tot 13. Nu zien we dat op het bankje naast de man ook een dobbelsteen ligt, vlakbij de neus van zijn jachthond. Wat zouden de dobbelstenen kunnen betekenen? Want de getrainde (of gedresseerde?) kijker gaat er meteen vanuit, dat hier iets achter moet zitten.

Zoals vaker heeft Bruegel de boeren op deze bruiloft wat karikaturaal weergegeven, maar ze worden zeker niet belachelijk gemaakt. We zijn eigenlijk gewoon getuige van een eenvoudig, traditioneel feest. Op de kermissen van Bruegel gaat het er wel eens heftiger aan toe. Voor zover bekend behoorden de opdrachtgevers van Bruegel tot de stedelijke elite, veelal uit de welvarende metropool Antwerpen. Deze ‘nieuwe rijken’ zetten zich graag af tegen de primitieve plattelanders, maar hadden ook waardering voor hun eenvoudige leven dat nog voldeed aan de overzichtelijke standenmaatschappij, die ooit als rotsvaste basis van Gods schepping werd beschouwd. Sterker nog, meer dan ooit waren groeiende steden als Antwerpen afhankelijk van de voedselproductie van het omliggende land. Rijke stedelingen kochten landgoederen om de drukte te ontvluchten en als waardevaste belegging ter compensatie voor de speculatieve inkomsten uit de recent losgebarsten wereldeconomie. Hierdoor kwamen zij als pachtheer in direct contact met de boeren op hun grond. Een nieuwe situatie die wellicht tegenstellingen veroorzaakte, maar ongetwijfeld ook leidde tot begrip en vriendschap.

Misschien is de man in het modieuze zwarte kostuum zo’n rijke stedeling, die aanschuift bij de bruiloft van een pachter? Hij stelt zich bescheiden op en zit als enige op een omgekeerde wastobbe. Hij is even mens onder de gewone mensen, ver weg van de stadse verleidingen en risico’s. Hij lijkt in gesprek met de monnik naast hem. En de dobbelstenen? Natuurlijk heeft Bruegel elders het dobbelspel als zondig neergezet. Gokverslaving was een maatschappelijke plaag en recent was zelfs een ‘zelfhulpboek’ verschenen om gokkers te genezen. Misschien symboliseren de dobbelstenen de speculatieve marktwerking waaraan de stedeling zijn fortuin te danken heeft? De wastobbe waarop hij zit, is wankeler dan de eenvoudige banken waarop de dorpelingen hebben plaatsgenomen. Realiseert de stedeling zijn precaire maatschappelijke positie, wellicht versterkt door de eenvoud om hem heen? Wat zegt de monnik tegen hem? De rijke man heeft zijn handen gevouwen, dus wellicht is hij tot inkeer gekomen.

De man in het zwart, in gesprek met een monnik
De man in het zwart, in gesprek met een monnik

Maar dit hoeft allemaal niet te kloppen. Misschien hebben we juist te maken met een lokale edelman, die aanzit bij een bruiloft ergens op zijn landgoed. Zijn jachthond en wapen vormen zijn traditionele attributen. Samen met de boeren en de monnik vertegenwoordigt hij de traditionele standen, een wereld die op zijn eind loopt door grote veranderingen op het vlak van economie, bestuur en religie. De oude adel was op dood spoor gezet door de Habsburgse bureaucratie en het protestantisme was zijn onstuitbare opmars begonnen. De dobbelstenen symboliseren wellicht de grilligheden van de religieuze terreur en repressie, die spoedig zouden uitmonden in de opstand en oorlog die tachtig jaar zou duren. De man in het zwart is vriendelijk in gesprek met de monnik, maar hangt wellicht al het nieuwe geloof aan. De dobbelstenen zouden om die reden kunnen duiden op ‘dubbelspel’. De zichtbare getallen op de gevallen dobbelsteen tellen op tot 13, een onheilig getal.

Discussie

Bovenstaande verklaringen zijn niet eenduidig en daarmee komen we wellicht bij de echte bedoeling van dit schilderij en andere werken van Bruegel. Ze bevatten niet één boodschap, maar zetten juist aan tot nadenken en discussie. Daarmee appelleerden ze aan de filosofische aspiraties van Bruegels opdrachtgevers. Deze stedelijke en bestuurlijke elite decoreerde hun stadspaleizen en landhuizen met geschilderde ‘conversation pieces’ die dienden om hun intellectuele en verbale vermogens te etaleren. Zij beschouwden een goed gesprek als onlosmakelijk onderdeel van het diner. Liever een goede discussie, dan een zoet dessert. Dit in tegenstelling tot de volkse feesten waar het eten en drinken de hoofdrol speelden.

De Boerenbruiloft hing met een aantal andere Bruegels in de eetzaal van Jan Noirot, een Antwerpse muntmeester. Zodoende ontstond een directe tegenstelling tussen de boerenmaaltijd aan de muur en de chique diners van Noirot en zijn netwerk. In het schilderij zijn alleen de monnik en de edelman, vertegenwoordigers van de hogere standen, met elkaar in gesprek. Ziet de dinerende en discussiërende stadse elite zich ook als exponent van de hogere stand? Ondanks de eenvoud van het bruiloftstafereel ontleende Bruegel de compositie van het schilderij aan actuele Italiaanse voorbeelden, waardoor het werk aansloot bij de artistieke trends die de elite graag omarmde.

Boerenbruiloft – Pieter Breugel de Oude, ca. 1568 (Publieik Domein - wiki - Kunsthistorisch Museum Wenen) - De boeren dragen lange hozen zonder overbroek. Het bovenlijf wordt bedekt door een wambuis. De man in het blauw op de voorgrond draagt over zijn kiel een witte schorteldoek (voorschoot/schort). De hoofden zijn bedekt met bonnetten. Aan de voeten worden pantoffels gedragen.
Boerenbruiloft – Pieter Breugel de Oude, ca. 1568 (Publieik Domein – wiki – Kunsthistorisch Museum Wenen)

Tijdens chique etentjes werden ’tafelspelen’ uit het rederijkersrepertoire voorgedragen, waarbij de acteurs zich regelmatig verkleedden als boer of boerin om het plattelandsleven op de hak te nemen. Een dergelijke voordracht in de eetzaal van Noirot zou zich daar letterlijk en figuurlijk kunnen vermengen met Bruegels schilderijen tot een soort totaaltheater, inclusief verbale verwijzingen naar de taferelen aan de muur. In een rederijkersbundel uit 1524 komt een gedicht voor waarin de dobbelsteen en het dobbelspel in direct verband worden gebracht met het mannelijk geslachtsorgaan en de geslachtsdaad. Op diverse plaatsen (waaronder het Antwerps liedboek, 1544) is een ‘dobbel velleken’ een typering voor een morsige vrouw of prostituee. Zoals eerder geconstateerd verloopt de bruiloft nogal gezapig en een directe verwijzing naar zedeloos gedrag lijkt voorbarig. Echter, het schilderij was aanvankelijk wel wat wulpser. Uit infrarood-foto’s blijkt dat een paartje lag te vrijen op de hooizolder en de doedelzakspeler had een grotere ‘bobbel’ in zijn kruis. Onderzoek wijst uit dat de wijzigingen hoogstwaarschijnlijk al in Bruegels atelier zijn aangebracht. De koper wilde blijkbaar een iets bedaarder schilderij, maar ook schijnbaar onschuldige details kunnen interessante boodschappen bevatten. De lege kannen links op de voorgrond en de verstopte dobbelsteen doen denken aan de zestiende-eeuwse spreuk:

‘Teerlingen, vrouwen en kannen, deze drie dingen onteren de mannen’.

Samen met het vrijende paartje op de zolder legden de kannen en dobbelstenen zelfs een onzichtbare driehoek van ondeugden over het rustieke feest.

Er viel dus genoeg te zien en te vermoeden op het schilderij en de dobbelstenen gaven ongetwijfeld aanleiding tot discussie over de spelingen van het lot, speculatie, gokverslaving, overspel of ketterij.

Juist in de ontstaansperiode van de Boerenbruiloft ontkwam de Antwerpse elite niet aan de wendingen van het lot. Het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog betekende een enorme welvaartsval voor de stad Antwerpen en daarnaast tuimelden diverse hoogvliegers door eigen wangedrag van hun Parnassus. Eén van hen was Jan Noirot, de eigenaar van de Boerenbruiloft. Hij hoorde bij de kliek van muntmeesters en bewoonde met zijn gezin een luxe appartement in het muntgebouw. Noirot leefde boven zijn stand, had dure buitenechtelijke relaties, pleegde fraude en kon zijn schulden niet betalen. In de afwikkeling van dit financieel debacle is een inventaris opgesteld van zijn eigendommen en daarom weten we dat hij Bruegels in bezit had. In die inventaris is overigens geen spoor te vinden van humanistisch boekenbezit. Men vermoedt daarom dat Noirot enigszins snobistisch de trends volgde, maar zelf weinig intellectuele bagage had. Dat zou kunnen, maar boeken werden ook wel eens onderhands verkocht of gewoon verstopt. De deurwaarder kon niet alles in de gaten houden.

Hans Franckaert

In het netwerk rond Bruegel verkeerden meer van dit soort brokkenmakers. De processtukken van het faillissement van Daniël de Bruyne illustreren op vermakelijke wijze de vage grenzen tussen ondernemerschap en bedrog. Tegen zoveel opportunisme en oplichterij lijken de geschilderde dobbelstenen wel een heel bescheiden vingerwijzing. Eigenlijk zou Bruegels Dulle Griet de speculanten de stad uit moeten jagen. Maar ja, of opdrachtgevers daarop zaten te wachten? Dan is zo’n dobbelsteen toch subtieler.

Portretmedaille van Hans Franckaert
Portretmedaille van Hans Franckaert, die enige gelijkenissen vertoont met de man in het zwart op de ‘Boerenbruiloft’
In de verkenning van het netwerk rond Bruegel dient ook zijn vriend Hans Franckaert te worden genoemd. Volgens Van Mander ging deze koopman regelmatig met Bruegel op pad op het Brabantse platteland, waar ze deelnamen aan boerenfeesten. Deze bewering kan natuurlijk gebaseerd zijn op een cirkelredenatie. Het is wel opmerkelijk dat de man in het zwart erg veel lijkt op een portretmedaille van Franckaert, ontworpen door Jacob Jongelinck. Franckaert is wellicht een figurant op het schilderij, zonder dat het expliciet bedoeld is als een portret. Er is weinig bekend over Franckaert, maar als lid van een rederijkersgroep was hij ongetwijfeld een liefhebber van Bruegels beeldtaal. Zijn familie was afkomstig van het Kempens platteland, dus op een bepaalde manier is hij ‘thuis’ op het schilderij. Was hij misschien de initiële opdrachtgever van het schilderij en was Noirot vervolgens bereid een hogere prijs te betalen? Voor dat bedrag moesten wel wat schalkse details worden aangepast, maar dat wilde Bruegel wel doen voor die stadse duurdoener. Als ongevraagde toegift schilderde hij misschien de dobbelstenen erbij, verwijzend naar de reputatie van de koper. Noirot heeft zo’n vier jaar goede sier kunnen maken met zijn Boerenbruiloft, want in 1572 volgde zijn faillissement.

Een eenduidige verklaring voor de dobbelstenen zal nooit de bedoeling zijn geweest van Bruegel. Juist het dubbelzinnige zal de kijker hebben aangesproken. Maar misschien heeft Bruegel de intellectuele ambities van zijn publiek wel overtroffen door twee dobbelstenen toe te voegen, die nooit iemand zijn opgevallen.

~ Hans Busio

Boek: Bruegel. Een Vlaamse schildersfamilie rond 1600

Bronnen

  • Jean Bastiaensen: Het memoriael van Daniel de Bruyne – Onderzoek naar Pieter Bruegels netwerk
  • Eric de Bruyn: weblog Wemeldingen (mede o.b.v. zijn promotieonderzoek De vergeten beeldentaal van Jheronimus Bosch. De symboliek van het Hooiwagen-drieluik en de Rotterdamse Marskramer-tondo verklaard vanuit Middelnederlandse teksten)
  • Claudia Goldstein: Pieter Bruegel and the Culture of the Early Modern Dinner Party
  • W.M.A. Henneke: Ritueel in beeld. De Boerenbruiloften en hun publiek in de tijd van Bruegel en zijn navolgers
  • Jaap van der Molen: Het eerste boek over gokverslaving (website Erfgoed Brabant)
  • Tod Marlin Richardson: Pieter Bruegel the Elder, Art Discourse in the Sixteenth-Century Netherlands
  • Manfred Sellink: Bruegel, het volledige werk.
Lezers maken Historiek mede mogelijk. Ons steunen kan op verschillende manieren. Lees hier meer.

Gratis nieuwsbrief

Meld u aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief

48.314 actieve abonnees

"Een onafhankelijk online geschiedenismagazine, sinds 2008."

Meer informatie

Volg ons: