‘Google Maps’ omstreeks 1500

(Handels)reizen door Brabant in de tijd van Bosch & Bruegel
/
3 minuten leestijd
Viabundus - Screenshot van de routeplanner
Viabundus - Screenshot van de routeplanner (CC - Universität Göttingen)

Hoe lang deed men omstreeks 1500 over een reis van Rosmalen naar Breda? Of van Goirle naar Gdansk? Dankzij een nieuw onderzoeksproject is die vraag eenvoudig te beantwoorden. Een online routeplanner laat zien welke wegen men moest nemen en hoe lang de reis duurde. De routeplanner bestrijkt Noord-Europa, van de Noordzee tot de Wolga. Erfgoed Brabant heeft in het voorjaar van 2022 met verschillende enthousiastelingen gewerkt om het Brabantse deel van de routeplanner te verbeteren. Maar hoe ging dat reizen precies?

Gemiddelde afstand per dag

Voor de routeplanner hebben de onderzoekers gekeken naar de gemiddelde snelheid en tijd die een wandelaar per dag besteedde aan reizen. Dat geeft een dagelijks limiet van ongeveer 35 kilometer. Een flinke wandeling dus. De routeplanner houdt ook rekening met veerponten, al is het natuurlijk lastig om die tijd precies in te schatten. Dat zal hebben afgehangen van de lokale omstandigheden.

De marskramer - Jheronimus Bosch
De marskramer – Jheronimus Bosch
Bij het plannen van de route kan ook opgegeven worden of men te paard reist. Intuïtief zou je zeggen dat dat veel sneller is, maar paarden moeten ook rusten en kunnen maar relatief korte afstanden in volle galop afleggen. Daardoor is het reizen met paard niet veel sneller dan een voetreis.

Reizen als handelaar en boodschapper

Wie ook nog een wagen meeneemt met daarin handelswaar, kan te maken krijgen met stapelmarkten. Een stad kon handelaren verplichten om hun goederen enkele dagen op de markt aan te bieden voordat ze verder mochten gaan. Een voorbeeld van zo’n stad is Venlo. De routeplanner houdt rekening met dit soort rechten.

De snelste reiziger was de boodschapper. Steden en heren stuurden constant bodes naar elkaar om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen. Soms konden deze boodschappers gebruik maken van paardenwissels. Op een specifiek punt, vaak bij een herberg, mochten ze hun afgereden paard omwisselen voor een vers exemplaar.

Reizen over water

Wat moeilijker is om te plannen, is een reis per boot. Een boot ging zo snel als de rivierstroming en de wind, en dat varieerde per seizoen en per dag. Daarom is dit niet opgenomen in de routeplanner. Voor het gebied dat we nu kennen als Noord-Brabant was de Maas de belangrijkste rivier. Maar ook een lastige: de Maas is een regenrivier en kende (en kent) daardoor grote verschillen in de waterstand.

Dordrecht was de belangrijkste stad in de Maasmonding, want vanaf daar kon de lading worden overgeladen van zeeschepen op rivierboten. Als het meezat kon men stroomopwaarts varen tot aan Venlo. Maar dan moest wel flink tol betaald worden. Afhankelijk van het jaar moest men op zo’n 6-8 plaatsen tol betalen. Vooral in het oosten van Brabant waren er veel kleinere heren die allemaal een graantje wilden meepikken van de Maashandel. Venlo was, net als Dordrecht, een overslagpunt. Maar dan niet op grotere, maar op kleinere schepen. Richting Luik was de Maas moeilijker bevaarbaar.

Deense ossen en Bossche haring

Dat de Brabanders in de tijd van Bosch & Bruegel internationaal handelden blijkt uit twee soorten handelswaar. Ten eerste ossen. Vanuit Denemarken vertrokken er zogenoemde cattle trains. Kuddes ossen die over de wegen naar het zuiden werden geleid. In de buurt van Den Bosch werden ze vetgemest op de weides in de polders om vervolgens weer verder te trekken.

Haring - cc
Haring – cc

Daarnaast was ’s-Hertogenbosch belangrijk voor de haringhandel. En dat is best gek, want haringen zwemmen niet in de Maas, Dieze of Dommel en ook zout valt er niet te winnen. Beide goederen werden geïmporteerd. In Den Bosch werden de haringen gepekeld en ingepakt, om weer te worden doorverkocht. Vooral de Venloërs kochten graag hun haring in Brabant.

De ossen en de haringen laten zien dat de industrie in een stad zeker niet alleen bestond uit het verwerken van goederen uit het achterland. Bovenregionale handel kwam vaak voor. En door de routeplanner kan nu zelf uitgevogeld worden hoe lang ze erover deden. Daarnaast zijn op Brabantserfgoed.nl/viabundus veel verhalen waarin auteurs de lezer meenemen op reis. Hoe ging het betalen van tol precies? Wat kunnen schilderijen ons leren? De antwoorden zijn op de website te vinden.

~ Wouter Loeff

Vorige verhaal

Kaarten om van te smullen

Volgende verhaal

Vrouwen en hun macht over de maan

×