De buskruitramp te Leiden, 12 januari 1807
De buskruitramp te Leiden, 12 januari 1807 (Rijksmuseum)

De Leidse buskruitramp (1807)

De eerste Nationale Ramp

Op 12 januari 1807 ontplofte aan het Steenschuur in Leiden een vrachtschip met daarin 37 ton buskruit. De ontploffing zorgde voor een enorme ravage. De buskruitramp kostte in totaal aan ongeveer 160 mensen het leven. Daarnaast waren er ruim 2000 gewonden.

Het Rapenburg te Leiden drie dagen na de ontploffing van het kruitschip op 12 januari 1807, Johannes Jelgerhuis. In het midden de toren van de Saaihal, de latere Lodewijkskerk.
Het Rapenburg te Leiden drie dagen na de ontploffing van het kruitschip op 12 januari 1807, Johannes Jelgerhuis. In het midden de toren van de Saaihal, de latere Lodewijkskerk.
Na het Leidens Ontzet is de Leidse buskruitramp waarschijnlijk de historische gebeurtenis die de grootste impact op de stad had. Een aanzienlijk deel van het centrum van Leiden werd bij de ramp weggevaagd. Er werd een groot gat geslagen. Op de plek van de ramp bevindt zich tegenwoordig het Van der Werfpark.

Nationale Ramp

Het schip aan het Steenschuur zat vol met buskruit. Aan boord bevond zich maar liefst 37 ton van het explosieve goedje. De gevaarlijke scheepslading ontplofte iets na vier uur ‘s middags. Volgens sommige berichten zou de klap tot in Groningen te horen zijn geweest. Het scheepsroer van het compleet vernietigde schip kwam maar liefst een kilometer verderop terecht, bij de Hoogewoerdse Poort.

Het nieuws over de ramp verspreidde zich als een lopend vuurtje. Koning Lodewijk Napoleon besloot de rampplaats in hoogst eigen persoon te bezoeken en hield zich ter plekke bezig met het reddingswerk. In het Haagse paleis Huis ten Bosch richtte hij een noodhospitaal in en later zette hij een eerste landelijke geldinzamelingsactie voor de zwaar getroffen stad op poten. Deze bracht bijna 2 miljoen gulden op. Door deze ontwikkelingen wordt de Leidse buskruitramp ook wel eens aangemerkt als de eerste Nationale Ramp van ons land.

Lodewijk Napoleon op de plaats van de ramp, 1807
Lodewijk Napoleon op de plaats van de ramp, 1807. Op de voorgrond liggen nog slachtoffers onder het puin. (Rijksmuseum)

Slachtoffers

Vrijwel ieder huis in Leiden had door de klap schade opgelopen. Door de drukgolf waren ruiten gesprongen en dakpannen weggeblazen. Ongeveer 220 woningen waren volledig verwoest. De stad had daarnaast honderdzestig doden te betreuren. Het bekendste slachtoffer was vermoedelijk professor en jurist Jean Luzac, uitgever van de internationaal goed gelezen Gazette de Leyde. Lang is beweerd dat de vooraanstaande Leidenaar door de zuiging van de lucht werd meegevoerd, in het water aan het Rapenburg belandde en daar jammerlijk aan zijn einde kwam. Later onderzoek heeft echter aangetoond dat de professor hoogstwaarschijnlijk getroffen werd toen hij elders in de stad aanbelde bij een vriend. Ook een van zijn collega’s, hoogleraar geschiedenis Adriaan Kluit, kwam bij de ramp om het leven.

Willem Bilderdijk

Willem Bilderdijk (C.H. Hodges, 1810)
Willem Bilderdijk (C.H. Hodges, 1810)
De beroemde dichter Willem Bilderdijk klom na de ramp in de pen om de getroffen Leidenaren een hart onder de riem te steken. Een fragment uit dat gedicht:

“Diepbedroefde Leidenaren, hoogst beklaaglijk is uw staat; maar gij weet ook dat uw jammer elke Bataaf ter harte gaat.” – Leijdens troost en Neêrlands roem (Bron)

De dichter woonde zelf ook in Leiden en zijn huis liep door de klap lichte beschadigingen op. In een brief aan een vriend overdreef hij later schromelijk door te stellen dat hij het werk ‘tusschen de puinhopen’ van zijn huis had opgesteld.

Oorzaak

De oorzaak van de ramp is nooit helemaal duidelijk geworden. Vaak werd met de beschuldigende vinger naar schipper Adam van Schie gewezen. Die zou samen met twee van zijn zoons, de 25-jarige Salomon en diens 15-jarige invalide broertje Adam, naast de kruitvaten schelvis hebben staan bakken. Vervolgens sloeg via een geopend raam een vonk naar het buskruitschip over. Zo werd althans lange tijd beweerd, maar het bleek een fabel. Onderzoek toonde in 2007 aan dat de schipper op het moment van de ontploffing thuis was, bij zijn vrouw en kinderen in Delft, waar hij naast zijn werk aan boord van zijn schip een herberg had.

Plattegrond van de verwoestingen door de buskruitramp, 1807
Plattegrond van de verwoestingen door de buskruitramp, 1807 (Rijksmuseum)

Lang is ook beweerd dat het schip met zijn gevaarlijke lading helemaal niet in Leiden had mogen liggen. Onterecht, want het ging hier om een legertransport. Regels met betrekking tot buskruit gingen destijds uitsluitend over de opslag binnen de steden en niet over het vervoer. Naar aanleiding van de Buskruitramp zag in 1807 wel de Buskruitwet het licht. Hierin werd het vervoer van buskruit door dichtbevolkte gebieden verboden.

De ramp is in de moderne tijd vaak vergeleken met de vuurwerkramp in Enschede van 2000 die ook een open vlakte in een stad achterliet. De ramp in Leiden was volgens deskundigen twee keer zo groot en er vielen zeven keer zo veel doden.

Ook interessant: De Delftse donderslag, de buskruitramp van 1654

Animatie van de Leidse buskruitramp:

Bronnen

-https://books.google.nl/books?id=cKhpAAAAcAAJ&lpg=PA4&ots=G55rKgIvhy&dq=maar%20gij%20weet%20ook%20dat%20uw%20jammer%20elke%20Bataaf%20ter%20harte%20gaat&hl=nl&pg=PA1#v=onepage&q=Bataaf&f=false
-https://www.leidenuniv.nl/nieuwsarchief2/1370.html
-Kroniek van Nederland – Aart Aarsbergen e.a. (p.635)
-https://www.digibron.nl/viewer/collectie/Digibron/id/tag:RD.nl,20070113:newsml_a47f0cce80e001a4e678035e1de1266f
-https://www.canonvannederland.nl/nl/zuid-holland/zuid-holland/kruitschipramp-van-leiden