Dark
Light

Léon Degrelle: de Führer uit Bouillon

3 minuten leestijd
Léon Degrelle in Charleroi op 1 april 1944
Léon Degrelle in Charleroi op 1 april 1944

De Vlaamse amateur-historicus Bruno Cheyns (1982) bestudeert sinds begin deze eeuw de levensgeschiedenis van Léon Degrelle (1906-1994), een voormalig Waalse voorman van de Rex-beweging en SS-Hauptsturmführer die door de Duitse propagandamachine was uitgeroepen tot één van de grootste oorlogshelden aan het Oostfront. Zelf is Cheyn van mening dat zijn “allesomvattende biografie van Léon Degrelle” het logische gevolg is van “een gezonde portie nieuwsgierigheid” en vijftien jaar van onderzoek naar de persoon van Degrelle en het rexisme (p. 531).

Met bijna zeshonderd pagina’s mag Cheyns biografie over Degrelle een lijvig werk genoemd worden. In deze biografie schetst hij het leven van de Rex-leider tegen wie Hitler gezegd zou hebben:

…als ik een zoon zou hebben, zou ik willen dat hij op u geleek.

Dit is niet het enige verzinsel dat door Cheyns wordt doorgeprikt in zijn biografie over Léon Degrelle, die door hem geduid wordt als “het laatste taboe van België”. Over taboe-onderwerpen doet men er doorgaans liever het zwijgen over en Cheyns moet dan ook geprezen worden dat hij dit onderdeel van de Belgische geschiedenis nadrukkelijk aan de orde brengt voor zijn Vlaamstalige landgenoten.

Nederlanders zijn in de regel echter nog minder bekend met de figuur van de Waalse collaborateur Degrelle en het rexisme dan Vlamingen. Vanuit Nederlands perspectief bekeken is het tamelijk jammer dat dit boek over Degrelle en het rexisme nadrukkelijk geschreven is voor een Vlaams publiek.

Clown

Er kan daarbij gerust gesteld worden dat – nog los van de omvang – Cheyns’ standaardwerk voor Nederlandse geïnteresseerden althans niet bepaald toegankelijk is. Desgevraagd liet de Vlaamse hoogleraar Duitse geschiedenis Georgi Verbeeck (1961) mij evenwel weten:

Degrelle bleef een enigszins enigmatische figuur in de rand van het Belgische publieke debat, een schaduw uit een onverteerd verleden en in zijn verre buitenlandse ballingschap een blijvende bron van aantrekkingskracht op een beperkte schare hardleerse bewonderaars. De Belgische justitie zat hem aanvankelijk op de hielen, maar legde zich al vlug neer bij de nieuwe machtsverhoudingen die door de Koude Oorlog en het Franco-regime in Spanje werden gedicteerd. Enigszins uit de schaduwen van de vergetelheid gehaald werd hij in de vroege jaren 1980 opnieuw een kleine beroemdheid door de tv-interviews met journalist Maurice De Wilde in het kader van diens magistrale reeks België tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar Degrelle had toen al lang zijn glans verloren. Hij was verworden tot een clown, iemand die vooral nog door zichzelf au serieux werd gehouden.

Structuur

Het lijkt er op dat Cheyns – een amateurhistoricus van goede wil – in zijn poging een “allesomvattende biografie” te schrijven te veel hooi op de vork heeft genomen. Dat deze studie alsnog verschenen is, wenst Cheyns zelf toe te schrijven aan het “doorzettingsvermogen” dat hij van zijn moeder geërfd zou hebben. Daarbij merkt Cheyns tevens op:

De kans dat dit manuscript nog enkele decennia zou liggen vergelen in een afgesloten bureaulade was vrij groot. Dat was echter buiten Karl Drabbe van uitgeverij Vrijdag gerekend, die me de beslissende duw in de rug gaf om dit monnikenwerk af te ronden. Zijn enthousiasme voor dit project was bepalend voor het eindresultaat dat nu voor u ligt.

Léon Degrelle - De Führer uit Bouillon
Léon Degrelle – De Führer uit Bouillon
Het eindresultaat laat zich echter maar moeilijk lezen door een gebrek aan interne structuur. Het is tekenend dat de maar liefst drieëndertig hoofdstukken variëren van slechts een paar bladzijden tot tientallen pagina’s die alleen maar door de chronologie met elkaar zijn verbonden. Uiteraard heeft Cheyns klein gelijk door (met Joachim Fest) te stellen dat iemands levensloop pas aan het eind in een juist perspectief geplaatst kan worden (p. 14). Maar, aldus Cheyns,

Wie een historisch personage vanuit een dergelijke invalshoek benadert, loopt echter onvermijdelijk het risico om de verschillende verhaallijnen aan elkaar te koppelen om een zo coherent mogelijk verhaal te schrijven. (p. 14)

Ook al omdat er amper sprake is van (historische) duiding in de hoofdstukken en het aan overzichtelijke conclusies ontbreekt, blijft het bij het lezen van deze biografie over Degrelle voor de niet-kenners maar moeilijk een rode draad te ontdekken in deze levensbeschrijving.

Boek: Léon Degrelle – De Führer uit Bouillon

×