Deze maand verschijnt bij uitgeverij Vantilt het boek Na de val. Nederland na 1989. Hanco Jürgens, als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Duitsland Instituut Amsterdam, geeft hierin antwoord op de vraag hoe Nederland na de val van de Berlijnse Muur in 1989 veranderde. Op Historiek publiceren we een deel van de inleiding van zijn boek:
De dunne huid van Nederland
Op donderdagavond 9 november 1989 om 23.29 uur valt de Muur. Op dat moment openen de grenswachten van grensovergang Bornholmer Straße de slagbomen en laten ze de toegestroomde menigte zonder controle passeren. De druk is te groot, er is geen houden meer aan en tegen de instructies in besluiten ze te doen wat niemand voor mogelijk hield. Het is een simpele handeling, maar ze heeft grote gevolgen. De consequenties ervan zijn niet te overzien.
De gebeurtenissen hebben elkaar die avond snel opgevolgd. Even voor zevenen, aan het eind van een rommelige persconferentie, kondigt Politbureaulid Günter Schabowski ruimere reismogelijkheden voor DDR-burgers aan. De Volkspolizei zal de daartoe benodigde visa verstrekken. Volgens Schabowski is de opening van de DDR-grenzen een belangrijke stap in het ontwapenings- en vredesproces. Hij gaat ervan uit dat de Bondsrepubliek en de NAVO met een antwoord op deze handreiking zullen komen. Tot drie keer toe vragen journalisten hem wanneer de maatregel zal ingaan. Hij bladert wat door zijn papieren en antwoordt: ‘Dat treedt bij mijn weten… gaat dat direct in, onmiddellijk.’ Hij bevestigt nog dat het besluit ook geldt voor de grensovergangen in Berlijn. Vervolgens wordt de persconferentie beëindigd.
Als de persconferentie van Schabowski op 9 november live wordt uitgezonden in het DDR-nieuwsbulletin Aktuelle Kamera, is er dus het nodige voorafgegaan. Maar de dynamiek van die avond is vooral te danken aan de West-Duitse journaals, die het nieuws prominent brengen. Om kwart voor negen besluiten de grenswachten aan de Bornholmer Straße al mondjesmaat mensen door te laten. Maar dat heeft een averechts effect: de menigte zwelt aan. Om even over half elf opent Hanns Joachim Friedrichs het ARD-journaal. Hij maant tot voorzichtigheid met het gebruik van superlatieven, maar stelt dan dat 9 november een historische dag is: ‘De DDR heeft te kennen gegeven dat haar grenzen per direct voor iedereen zijn geopend. De poorten in de Muur staan wijd open.’ Na deze uitzending is de run op de grenspost niet meer te stuiten. ‘Tor auf, Tor auf’, roepen de mensen, en: ‘Wir kommen wieder, wir kommen wieder!’ Als brigadier Harald Jäger besluit de slagboom te openen, volgen een voor een de andere grensovergangen in Berlijn. De Muur is gevallen.
Dat de wereld er na de val van de Muur anders uit zou zien, was onvermijdelijk. Voor het eerst ervoeren de naoorlogse generaties zelf de schok van de geschiedenis. Iedereen wist: deze historische gebeurtenis zal nog lang nadreunen. Maar in Nederland veranderde er in eerste instantie niet veel. Twee dagen voor de val werd het derde kabinet Lubbers beëdigd, met voor het eerst sinds twaalf jaar weer een PvdA-minister van Financiën. Wim Kok wilde vooral laten zien dat zijn partij een betrouwbare coalitiepartner was. Het gevolg was een grote mate van continuïteit in beleid.

Het stond nog te bezien wat de val van de Muur precies voor de toekomst van Nederland en voor de plaats van het land in de wereld zou betekenen. De val had vooral aangetoond hoe moeilijk het was om de toekomst te voorspellen. Zorgen over een onzekere toekomst waren er in de jaren tachtig zeker ook geweest. Toen draaide het om de angst voor de neutronenbom, een kernramp of zure regen, waardoor grote delen van de Nederlandse bossen zouden afsterven. Nu bracht de val van de Muur geheel nieuwe risico’s in beeld. Het veiligheidsbeleid, dat in de jaren tachtig nog zo nadrukkelijk in het teken van de Koude Oorlog stond, kreeg een heel andere invulling. Het kwam steeds meer in het teken te staan van lokale conflicten elders. Het indekken tegen de risico’s van globalisering werd een belangrijk thema. Daarnaast kregen kleine en grote criminaliteit door toedoen van de media steeds meer aandacht. Wat vóór de val van de Muur vaak nog als Telegraaf-nieuws werd afgedaan, kwam later ook in kwaliteitskranten terecht. Door de snelle verspreiding van het nieuws via internet, email en mobiele telefoon werden de risico’s onderstreept. Oude coördinaten werden vervangen door nieuwe. Analoog hieraan moesten onze toekomstverwachtingen worden bijgesteld. Drie thema’s waren daarbij van extra groot belang: de crisis van de democratie, scheuren in de vertrouwde politieke links-rechtstegenstellingen en de positie van Nederland in de wereld, in het bijzonder in de Europese Unie.
Ik wil op zoek naar de oorzaken van de grote maatschappelijke veranderingen in Nederland in de afgelopen vijfentwintig jaar. Meestal worden die oorzaken gezocht in interne verhoudingen in de Nederlandse samenleving, zoals de kloof tussen burger en politiek, het democratisch tekort, de vrijblijvende tot niets verplichtende tolerantie, de negatieve effecten van open grenzen op de arbeidsmarkt voor laagopgeleiden, voortdurende soevereiniteitsoverdracht van Den Haag naar Brussel, een terugkerend kleinmaardappersyndroom of een hardnekkig onbehagen in de politieke cultuur. De debatten zijn vaak erg op Nederland zelf gericht, alsof dat wat buiten het land gebeurt weinig relevant is. Toch blijkt uit de DHL Global Connectedness Index dat Nederland het meest internationaal vernetzte land ter wereld is. Het een sluit het ander niet uit. Juist de sterke internationale oriëntatie en de grote internationale belangen van Nederlandse bedrijven in het buitenland hebben een tegenreactie tot gevolg: de behoefte aan geborgenheid, aan sociale cohesie in eigen land.
Voor de Nederlandse geschiedenis zijn allerlei metaforen gevonden die rust en stabiliteit veronderstellen, zoals de gidslandgedachte, de pacificatie door een verzuilde bestuurselite die gezamenlijk het land bestuurt of het poldermodel. Op steeds andere manieren werd een maatschappelijke consensus verondersteld in het Nederlandse bestuur, die ten voorbeeld kon worden gesteld aan andere landen. Maar het is de vraag of de Nederlandse politiek wel voldoet aan dit beeld.